U bent hier

Evolutie van de avifauna

Volgens de laatste atlas van de broedvogels van het Brussels Gewest (2000-2004) zijn er 103 vogelsoorten (waaronder 11 uitheemse) die hun nesten bouwen in het Brussels Gewest. Hiervan zijn er slechts 16 – vooral opportunistische – vogelsoorten die als wijd verbreid kunnen worden beschouwd. In de loop van de voorbije decennia is de lokale avifauna erop achteruitgegaan, maar er waren toch ook enkele gunstige evoluties: terugkeer of opkomst van opmerkelijke nestbouwende vogels en vooruitgang van verschillende inheemse soorten (waaronder, in het bijzonder, de boerenzwaluw). Bovendien kon dankzij de jaarlijkse follow-up van de algemene broedvogels, de tendens voor de periode 1992-2011 worden bepaald voor 36 soorten. Voor 12 van deze soorten is het aantal vogels gestegen (waaronder 2 uitheemse soorten), 10 soorten zijn stabiel gebleven, 14  zijn erop achteruitgegaan.

De vogels zijn uitermate geschikt als biodiversiteitsindicator. Hun bijzonder groot vermogen om zich te verspreiden, stelt hen immers in staat snel te reageren op veranderingen in het leefmilieu. Zij zijn bovendien aanwezig in de meeste biotopen en vertegenwoordigd op vrijwel alle niveaus van de voedselketen, ook op de hoogste niveaus (insectivoren, predatoren). Ze zijn ook gemakkelijk te observeren.
De follow-up van de Brusselse avifauna gebeurt op verschillende manieren: uitvoering van een atlas die een overzicht geeft van de verspreiding en de aantallen van de nestbouwende vogels (om de 10-20 jaar), monitoring van de algemene avifauna of van specifieke groepen, specifieke wetenschappelijke studies, … Deze follow-up wordt vooral uitgevoerd door de vzw AVES op vraag van Leefmilieu Brussel.

De atlas van de broedvogels

De laatste atlas van de broedvogels van het Brussels Gewest, die de periode 2000-2004 beslaat, bracht 103 soorten in kaart (waaronder 11 niet-inheemse), wat overeenkomt met bijna de helft van de nestbouwende soorten in België. Van deze soorten kunnen er slechts 16 worden beschouwd als wijd verbreid. Dit zijn vooral de opportunistische soorten die zich kunnen aanpassen aan een stedelijke omgeving (bepaalde zangvogels, houtduiven, zwarte kraaien, …); de soorten die hogere ecologische eisen stellen, zijn gewoonlijk zeldzamer.
Op basis van een analyse van de historische gegevens van het Brussels Gewest konden de auteurs van de atlas grondige wijzigingen aantonen, voor zowel de broeddichtheden als de soortensamenstelling:

  • het gemiddelde aantal soorten per km2 neemt af, van 36,1 in 1989-1991 tot 33,7 in 2000-2004;
  • 14 soorten zijn recentelijk verdwenen of zo goed als verdwenen, op het niveau van het Gewest en ook op schaal van Brabant;
  • een vijftiental soorten die verbonden zijn aan de open en halfopen milieus (velden, ruigten, …) zijn verdwenen tussen 1944 en 2004;
  • het aantal niet-inheemse nestbouwende soorten neemt sterk toe en de populaties van bepaalde uitheemse soorten groeien op exponentiële wijze aan (parkieten).

Deze negatieve tendenzen worden enigszins afgezwakt door de terugkeer of het opduiken van opmerkelijke broedvogels (havik, middelste bonte specht, slechtvalk), alsook door de groeiende aantallen van meerdere inheemse soorten die profiteren van gunstigere of vaker voorkomende biotopen (met name parken en tuinen), van beheermaatregelen die beter zijn aangepast aan natuurlijke omgevingen of van beschermingsmaatregelen. Zo kunnen we sinds 2003 een stijging in de populatie van de huiszwaluw waarnemen – na een dramatische achteruitgang – die wellicht verband houdt met de verschillende campagnes voor het plaatsen van nestkastjes in een aantal Brusselse gemeenten. In 2012 telde het bestand van de huiszwaluw 299 koppels – wat aanzienlijk meer is dan in 1992 – terwijl er in 2002 niet meer dan 33 koppels werden geteld.

Jaarlijkse opvolging van de algemene broedvogels

De jaarlijkse opvolging van de algemene broedvogels wordt georganiseerd sinds 1992. Dat gebeurt via de “luisterpunt”-methode, die erin bestaat in de lente alle vogels te inventariseren die gedurende een tijdspanne van 15 minuten worden gezien of gehoord. Aan de hand van deze methode, die vooral geschikt is voor soorten die hun territorium afbakenen door te zingen, wordt bijna een derde van de Brusselse avifauna gevolgd. Het netwerk van luisterpunten telt vandaag 114 stations; deze vertegenwoordigen zowel de sterk uiteenlopende groene ruimten in het Brusselse als de dicht bebouwde omgevingen.
Voor de periode 1992-2011 kon voor 36 soorten een trend worden waargenomen (nl voor degene waarmee regelmatig “contacten” kunnen worden opgetekend, m.a.w. de meeste, wijd verbreide soorten van het Brussels Gewest): 12 van deze soorten gaan erop vooruit (waaronder 2 uitheemse soorten), 10 soorten zijn stabiel en 14 soorten gaan erop achteruit.

Tendensen in de evolutie van de algemene broedvogels in het Brussels Gewest (1992-2011)
In het groen de soorten die toenemen, in het blauw de soorten die stabiel zijn en in het rood de soorten die achteruitgaan (jaarlijkse gemiddelde percentages, de foutenvlag markeert het getrouwheidsinterval rond de tendens).
Bron: Weiserbs A., Lebeau O. & J.-Y Paquet, 2012 (AVES)
Tendensen in de evolutie van de algemene broedvogels in het Brussels Gewest (1992-2011)

Van alle broedvogels zijn het de trekvogels (bosrietzanger, grasmus, …) die volgens AVES het sterktst achteruit lijken te gaan. Het verlies en de aantasting van hun habitats in de overwinteringsgebieden is een van de hypothesen die naar voor worden geschoven om deze trend te verklaren. Een gunstige evolutie – dus een stijging of stabiliteit van de populaties – kan daarentegen worden waargenomen voor de kraaiachtigen (Vlaamse gaai, ekster, kauw, kraai), de inheemse in holen levende soorten (boomklever, groene specht, bonte specht, pimpelmees en koolmees, roodborstje en boomkruiper), en de soorten die een band hebben met gebouwen (duiven,…).  Na een sterke achteruitgang in de jaren ’90 en begin jaren 2000 stellen we sinds 2003 een significante vooruitgang vast van de huismuspopulaties.
 

Datum van de update: 30/11/2015