U bent hier

Mobiliteit en vervoer

Sleutelgegevens m.b.t. de verplaatsingen

Uit de onderstaande tabel blijkt dat de verplaatsingen in het Brussels Gewest sterk toenemen in de periode 2000-2012. Vooral de verplaatsingen met het stedelijk openbaar vervoer, de  trein en de fiets vertonen een sterke toename.

Volgens het observatorium van de mobiliteit van het BHG (2013) is het succes van de collectieve en/of actieve transportmodi te verklaren door verschillende factoren: de demografische groei en de gevoelige verjonging van de Brusselse bevolking, de evolutie van de verkeersomstandigheden (vertraging van het verkeer) en van de parkeermogelijkheden, de verarming van de bevolking… De vooruitgang van de fiets kan ook het resultaat zijn van de diverse maatregelen om deze verplaatsingswijze aan te moedigen: ontwikkeling van de gewestelijke fietsroutes (begin 2013 waren er 116 km aangelegde en afgebakende routes) en van een geautomatiseerd netwerk voor de fietsenverhuur (Villo), de ondersteuning van de intermodaliteit fiets/openbaar vervoer (parkings, mogelijkheid om fiets mee te nemen, enz), de invoering van vervoerplannen (bedrijven, scholen), enz.

Het luchtverkeer in de luchthaven van Brussel-Nationaal werd tijdens het voorbije decennium gekenmerkt door een belangrijke afname van het aantal bewegingen.

Evolutie van enkele sleutelindicatoren m.b.t. mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Bronnen: zie voetnoten van de tabel

Evolutie van enkele sleutelindicatoren m.b.t. mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Recente dalende trend van het wegverkeer met uitzondering van de ring

In tegenstelling tot de vaststellingen voor het openbaar vervoer en de fiets blijkt het wegverkeer binnen het Gewest af te nemen ondanks een gevoelige bevolkingstoename.

Het kenniscentrum van de mobiliteit baseert haar conclusies op verscheidene bronnen:

  • een vergelijking tussen de tellingen die Brussel Mobiliteit uitvoerde in 2003 en in 2008 (297 punten) wijst op een globale daling van het verkeer van 3 tot 4%. Die evolutie is wel zeer wisselend afhankelijk van het type wegen, en de trend is zelfs omgekeerd voor het verkeer op de ring (+4,8%);
  • een studie uitgevoerd door Brussel Mobiliteit wees op een aanzienlijke daling van het transitverkeer (enkele percenten tussen 2006 en 2011) in de 10 residentiële controlewijken (piekuren);
  • uit de algemene verkeerstelling uitgevoerd door de FOD Mobiliteit & Vervoer (op basis van gegevens doorgegeven door het Gewest) blijkt:
    • een algemene daling van het verkeer aan de telpunten van de kleine ring en op de toegangswegen vanuit de ring (-1,4% tussen 2008 en 2009, -2,1% tussen 2009 en 2010); gezien het beperkte aantal telpunten die zich bovendien beperken tot de grote verkeersassen moeten die gegevens met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden.
    • een globale verkeerstoename met 5,7% op de ring tussen 2000 en 2009, vooral in het westelijke en zuidwestelijke deel.

Andere waarnemingen wijzen nochtans eveneens op een bemoedigende trend als het gaat om het autogebruik in het Brussels Gewest:

  • afname van de voertuigdichtheid van de Brusselaars: volgens de Beldam-enquête 2011, zouden 64,8%  van de Brusselse gezinnen minstens over één wagen beschikken (82,6% op Belgisch vlak). De gegevens van de enquête over het gezinsbudget wijzen op een gevoelige daling van dit percentage in de loop van het voorbije decennium (79,1% van de Brusselse gezinnen hadden een auto in de periode 1999-2002 tegenover 61,9% in de periode 2007-2010)
  • vermindering van het autogebruik bij de Brusselaars ten voordele van openbaar vervoer of de fiets (Brussel Mobiliteit, IPSOS-enquête, geciteerd door ATO 2011),
  • vermindering van het autogebruik als middel voor de woonwerkverplaatsing (Leefmilieu Brussel 2014 "Bedrijfsvervoerplannen – Balans 2011" en de FOD Mobiliteit, Federale diagnostiek over de mobiliteit van werknemers).

Op het vlak van de infrastructuur is er in de voorbije jaren een opmerkelijke toename van de 30-zones.

Anderzijds blijft de bezettingsgraad van de wagens die in het Gewest rondrijden zeer zwak (1,2 passagiers/auto op een "gemiddelde" dag) en is deze lichtjes lager dan wat werd waargenomen in Vlaanderen (1,3) en Wallonië (1,4). Het is geen verrassing dat de gemiddelde afstand die de Brusselaars dagelijks afleggen (ongeveer 27 km) lager ligt dan die in de naburige gewesten (ongeveer 42 km) (FOD Mobiliteit en Vervoer, BELDAM-enquête 2011).

Evolutie van het voertuigenpark

Volgens de inschrijvingsgegevens wordt de evolutie van het voertuigenpark op Belgisch niveau gekenmerkt door een toename van de gemiddelde leeftijd van de voertuigen en een verdere stijging van het verdieselingspercentage (59 % in 2011).

Goederenvervoer

Over de voertuigstromen voor het goederenvervoer zijn er weinig gegevens beschikbaar. De stand van zaken in 2011 voor het opstellen van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling maakt gewag van een stijging van het vrachtwagenverkeer met 80 % tussen 1990 en 2002 (telling ‘s ochtends). Volgens tellingen gerealiseerd door Mobiel Brussel in 2012 is het goederenverkeer goed voor 14% van het totaal verkeer (de vrachtwagens tellen voor 6% en de bestelwagens voor 8%).

Datum van de update: 30/11/2015
Documenten: