U bent hier

Straling door GSM-antennes

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hanteert een zeer strenge norm voor niet-ioniserende stralingen met een frequentie tussen 0,1 MHz en 300 GHz. Door de vele controlesystemen die Leefmilieu Brussel dienaangaande hanteert, kan op elk moment een gezonde omgeving worden gegarandeerd op het vlak van straling, op de publiek toegankelijke plaatsen. Paradoxaal genoeg gaat een zeer strenge norm gepaard met een toename van het aantal antennes. Om de norm te kunnen naleven, moeten de operatoren immers het emissievermogen van de antennes verminderen, wat leidt tot een dekkingsverlies dat moet worden opgevangen door nieuwe antennes bij te plaatsen. Er zijn dus meer antennes dan voorheen, maar ze zijn minder krachtig en de meest blootgestelde personen zijn beter beschermd. 

Leefmilieu Brussel controleert de antennes vóór hun installatie …

De ordonnantie betreffende de bescherming tegen radiogolven  die van toepassing is sinds 14 maart 2009, voert een immissienorm in voor de elektromagnetische straling in het Brusselse die de oude federale Belgische norm vervangt. Een uitvoeringbesluit van deze ordonnantie deelt de zendantennes in in klasse 2 publiek (rubriek 162 in de lijst van de ingedeelde inrichtingen). Dit houdt in dat - behalve enkele uitzonderlijke gevallen - elke operator een milieuvergunning moet krijgen voordat hij een antenne kan installeren en in bepaalde gevallen ook een stedenbouwkundige vergunning.
De bedoeling van de milieuvergunning is ervoor te zorgen dat de immissienorm wordt toegepast. Voor het behandelen van de vergunning maken de operator en Leefmilieu Brussel gebruik van een software om de  straling door de antenne te simuleren. In deze software is de Urbis-database geïntegreerd met de openbare wegen en alle Brusselse gebouwen in 3D.  Op basis van de exacte positie en de technische parameters van de antenne berekent de simulatiesoftware het elektromagnetisch veld waaraan de gebouwen, gelegen binnen een straal van 200 m rond de antenne, worden blootgesteld (binnen- en buitengevels).  Hiermee kan worden nagegaan of de immissienorm wel degelijk gerespecteerd wordt in alle voor het publiek toegankelijke plaatsen.  Het voordeel van de simulatie is dat zij een meer volledig beeld geeft dan de metingen op het terrein die enkel representatief zijn voor de eigenlijke meetplaats.
Een medewerker van LB brengt steeds een bezoek ter plaatse om zich ervan te vergewissen dat de realiteit op het terrein (positie, helling en azimut van de antenne, configuratie van de omliggende gebouwen, enz.) wel degelijk overeenkomt met de elementen die de operator in zijn simulatie heeft gebruikt.
Op die manier kunnen de operator en LB anticiperen op de naleving van de norm op alle voor het publiek toegankelijke plekken, nog voor de antenne wordt geïnstalleerd. Indien uit de simulatieplannen blijkt dat het elektromagnetisch veld te hoog is, wordt geen vergunning afgeleverd en kan de operator zijn antenne niet als dusdanig exploiteren.
Uit de tabel blijkt dat vrijwel alle antennesites die werden uitgebaat op het moment van het in werking treden van de ordonnantie van 1 maart 2007, nu geregulariseerd zijn. Dit betekent dat ze beschikken over een milieuvergunning. Bovendien werden bijna 200 milieuvergunningen afgeleverd voor nieuwe antennesites.

Aantal publieke milieuvergunningen

Het zogenaamde "kadaster" van outdoor en indoor zendmasten wordt maandelijks bijgewerkt en is beschikbaar op de website van Leefmilieu Brussel. Aan de hand van een zoekfunctie op straatnaam kunnen alle antennes in die omgeving worden weergegeven. Via de functie “Informatie” kunnen de afgeleverde vergunningen en technische dossiers gedownload worden. Deze dossiers bevatten de technische kenmerken van de antennes waarop de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft en tonen de diagrammen en simulatieplannen van de straling die door de masten wordt uitgezonden, evenals de foto’s van de aanpalende gebouwen.
De toepassing van de immissienorm heeft geleid tot een beperking van het vermogen van de antennes in het Brusselse. Elke antenne straalt dus minder ver uit dan voorheen, waardoor er “gaten” zijn ontstaan in het netwerk. Om een goede dekking te behouden en zich aan te passen aan de toekomstige technologieën, moeten de operatoren dus bijkomende antennes plaatsen.

A posteriori controles op het terrein

De meetmethode en -voorwaarden om de controles uit te voeren, zijn vastgelegd door het BBHR van 8 oktober 2009. Bijgevolg voltrekken de agenten van de afdeling Inspectie en verontreinigde bodems die instaan voor het toezicht, metingen van de elektromagnetische velden, op basis van de klachten die bij Leefmilieu Brussel worden ingediend of naar aanleiding van geplande controles.
In het kader van een klacht wordt steeds het meetresultaat van de plek waar het elektromagnetisch veld het hoogst is, in aanmerking genomen. De meting gebeurt in de woonplaats van de klager of op de plaats waarop de klacht betrekking heeft (bv. de school van de kinderen van de klager). In het geval van een geplande controle tracht de ambtenaar de metingen uit te voeren op ofwel bijzonder “gevoelige” plaatsen zoals kinderdagverblijven, scholen, ziekenhuizen, ofwel op de plek waarvan de simulatie aantoont dat de blootstelling aan het elektromagnetisch veld er groter is. In verstedelijkte zones is dit vaak een woning, zodat de toestemming van de eigenaar nodig is om deze woning te kunnen betreden. Een volledige controle van de naleving van de wetgeving op elke plek van het grondgebied is bijgevolg onmogelijk. Dank zij de simuleringssoftware kan dit probleem verholpen worden en het aantal controles in situ binnen de perken blijven.
Eind november 2013 waren op 282 sites controles uitgevoerd door de toezichthoudende agenten (zie grafiek). Dit aantal komt niet overeen met unieke adressen: eenzelfde site kan nl meerdere keren in de grafiek voorkomen indien er meerdere controles nodig waren om de conformiteit van de site na te gaan of eventuele variaties van het elektromagnetisch veld te controleren.
Aantal gecontroleerde sites
Tijdens deze controles gaan de toezichthoudende ambtenaren na:

  • of de norm die is vastgelegd in artikel 3 van de ordonnantie van 1 maart 2007 (3 V/m bij een referentiefrequentie van 900 MHz) wordt nageleefd;
  • of het quotum dat aan de operator is toegekend in de milieuvergunning die voor elke antennesite werd afgeleverd (maximum 1,5 V/m per operator), wordt nageleefd;
  • of de antenne(s) een milieuvergunning heeft/hebben gekregen en of deze vergunning en de gegevens die bij aanvraag van de milieuvergunning werden doorgegeven geldig zijn.

Voor 27 van de gecontroleerde sites werden punten van niet-conformiteit vastgesteld. De tabel geeft meer details over het type van overtreding en over de gevolgen.
Aantal inbreuken
Indien conformiteit op de site uitblijft, worden bestraffings- en beteugelingsprocedures ingezet die in verhouding staan tot de gedane vaststellingen, conform de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu.
De vergunning blijft 15 jaar geldig. De operatoren van de mobiele telefonie moeten echter, op vraag van Leefmilieu Brussel, minstens 4 keer per jaar de informatie betreffende hun netwerkconfiguratie en het vermogen van hun antennes doorgeven. Op die manier kan Leefmilieu Brussel nagaan of het vermogen van de antennes niet is toegenomen sinds de afgifte van de vergunning.

Datum van de update: 30/11/2015
Documenten: 

Vroegere rapporten over de Staat van het leefmilieu

Factsheet(s)

Infofiches

Webstek van Leefmilieu Brussel

Kaart

Wetgeving: 

Voor het bekomen van de chronologische lijst doet u het volgende: