U bent hier

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater

Context

De goede werking van de aquatische ecosystemen hangt met name af van de waterkwaliteit. Deze wordt niet alleen beschreven aan de hand van een geheel van parameters die de algemene fysisch-chemische kwaliteit van de waterlopen bepalen (temperatuur van het water, troebelheid, zuurheid, zoutgehalte, zuurstofgehalte, concentratie aan nutriënten, …), maar ook aan de hand van de concentraties aan specifieke chemische polluenten die in kleine concentraties schadelijk zijn voor de biodiversiteit en de menselijke gezondheid (zie de fiche over de chemische kwaliteit van het oppervlaktewater: micropolluenten). In toepassing van de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet elke lidstaat netwerken implementeren om de kwaliteit van zijn waterlichamen te monitoren en de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat zijn oppervlaktewaterlichamen tegen 2015 zowel op chemisch als op ecologisch vlak een “goede toestand” hebben bereikt.

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater in het BHG

Hoewel het water van de Woluwe en, in mindere mate, van het Kanaal relatief weinig vervuild blijkt, kan niet hetzelfde gezegd worden van het water van de Zenne. Nochtans wijzen de analyses op een zeer belangrijke globale verbetering van de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water van de Zenne bij het verlaten van het gewestelijk grondgebied. Met betrekking tot de recente jaren is de meest uitgesproken positieve evolutie te wijten aan de ingebruikneming in het noorden van Brussel van het tweede gewestelijk zuiveringsstation in maart 2007 (het zuiveringsstation Zuid, dat een kleinere capaciteit heeft en niet is voorzien van een krachtige behandeling voor het verwijderen van stikstof en fosfor, werd in augustus 2000 in gebruik genomen).

Recente evolutie

Deze positieve tendens wordt ook weerspiegeld in de evolutie van verschillende parameters, in het bijzonder:

  • sinds 2004 de vermindering van het biologisch zuurstofverbruik (BZV), een vermindering die vanaf 2007 erg aanzienlijk genoemd mag worden bij het verlaten van Brussel, waardoor de norm ter zake gerespecteerd kan worden en er vergelijkbare BZV-niveaus gehaald kunnen worden bij het verlaten en het binnenstromen van het Gewest (het BZV is een pollutie-indicator die verwijst naar het biologisch afbreekbare organische materiaal waarvan de afbraak opgeloste zuurstof verbruikt);
  • sinds 2006 de toename van de gemiddelde concentraties aan opgeloste zuurstof, zowel bij het binnenstromen als bij het verlaten van het Brussels grondgebied (opgeloste zuurstof is onontbeerlijk voor het aquatische leven en de afbraak van biologisch afbreekbare polluenten met het oog op een zelfzuiverend effect);
  • sinds 2003 de dalende tendens met betrekking tot de concentraties aan ammoniumstikstof (NH4+) die erg uitsproken is bij het verlaten van het BHG vanaf 2007 (NH4+ vloeit voort uit de aerobe afbraak van organisch stikstof dat grotendeels voortkomt van de lozing van niet of onvoldoende gezuiverd afvalwater ; de afbraak van NH4+ in nitrieten en daarna in nitraten verbruikt opgeloste zuurstof en draagt bij tot de eutrofiëringsfenomenen in de Noordzee);
  • sinds 2007 zijn de concentraties aan orthofosfaten bij het verlaten van het Gewest aanzienlijk afgenomen; zij situeren zich meer en meer in de buurt van de concentraties die bij het binnenstromen van het Gewest worden gemeten (orthofosfaten vloeien voort uit de afbraak van organische fosfaten die met name afkomstig zijn van de lozing van afvalwater en het gebruik van meststoffen; ze spelen een doorslaggevende rol bij de eutrofiëringsfenomenen die we in waterlopen en vijvers aantreffen).

Verklarende factoren

Afgezien van de betere zuivering van het afvalwater, laat deze evolutie zich eveneens door andere factoren verklaren, zoals de geleidelijke vermindering van het gebruik van fosfaten in wasmiddelen, de afname van de atmosferische toevoer van stikstof of de vermindering van de stikstofbijdrage vanwege de landbouw en de veeteelt. Feit is nochtans dat ,ondanks deze over het algemeen positieve tendens, de norm met betrekking tot ammoniumstikstof nog steeds niet wordt gerespecteerd. Evenzo zullen de geleverde inspanningen voortgezet moeten worden, zowel in het Brussels Gewest als stroomopwaarts, om de normen te halen, die vanaf 2011 gelden voor de concentraties aan opgeloste zuurstof en orthofosfaten.

De recente verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne heeft echter al wel positieve gevolgen voor het aquatische leven in deze waterloop en dat zowel stroomop- als stroomafwaarts van het Gewest. Zo lijkt er zich in het Brussels Gewest stilaan een licht positieve tendens af te tekenen, maar of die zich zal doorzetten, zal de toekomst moeten uitwijzen (zie de fiche over de ecologische kwaliteit).

Naleving van de waterkwaliteitsnormen

Deze positieve evolutie vertaalt zich eveneens in een toenemende naleving van de waterkwaliteitsnormen. De totale naleving van alle geldende normen blijkt echter bijzonder moeilijk voor de Zenne. Deze waterloop met een erg beperkt debiet ontvangt namelijk de effluenten van de zuiveringsstations Noord en Zuid (1.460.000 IE in totaal) die in overeenstemming met de vigerende wetgeving slechts voor 80 à 90 % gezuiverd zijn, ook ontvangt zij de effluenten van verschillende stroomopwaarts gelegen stations. In functie van de omstandigheden veroorzaakt het debiet van het door de RWZI Noord geloosde gezuiverde water een verdubbeling of zelfs een verdrievoudiging van het gemiddelde debiet van de Zenne bij het verlaten van Brussel. Ook het feit dat de Zenne over zijn Brussels traject quasi volledig overwelfd is en het vaak kunstmatige karakter van zijn oevers, beperken in sterke mate de mogelijkheden voor de ontwikkeling van aquatisch leven en oxygenatie. Gelet op deze omstandigheden, lijkt de kans dan ook klein dat het water van de Zenne tegen 2015 de “goede toestand” zal kunnen bereiken, die door de KRW wordt voorgeschreven. Omwille van deze reden werd de Zenne uitgeroepen tot waterloop die een “chemisch en ecologisch risico” loopt in de aanloop naar 2015 (zie “Chemische kwaliteit van het oppervlaktewater: micropolluenten”).

Evolutie van de algemene fysisch-chemische kwaliteit van het water van de Zenne (2001-2009)
Bron : Leefmilieu Brussel, onderafdeling water
 

Voor het Kanaal werden er weinig overschrijdingen van de basiskwaliteitsnormen vastgesteld. Dat neemt echter niet weg dat deze waterloop nog te kampen heeft met bepaalde verontreinigingen op het gewestelijk grondgebied, waaronder, met name, de rechtstreekse toevoer van water van geringe kwaliteit van de Neerpedebeek, de Broekbeek en, via pompactiviteiten, de Zenne. Verder ondervindt het Kanaal nadeel van de overstorten vanuit de collectoren of vanuit de Zenne bij felle regenbuien, evenals van enkele lokale lozingen van afvalwater, aan de binnenscheepvaart te wijten verontreinigingen of in de sedimenten aanwezige polluenten die opnieuw in suspensie worden gebracht (baggering, kielwater). Zoals de Zenne werd het Kanaal dan ook om al die redenen uitgeroepen tot waterloop die een “chemisch en ecologisch risico” loopt in de aanloop naar 2015.

De Woluwe, die quasi geen verontreinigende lozingen te verwerken krijgt over zijn Brussels traject, verlaat het Gewest met een goede kwaliteit: voor deze waterloop worden de kwaliteitsnormen bijna allemaal gerespecteerd. Voor de Woluwe zou het dan ook moeten lukken om tegen 2015 de goede chemische en ecologische toestand te bereiken.

Bronnen

  • Leefmilieu Brussel, 2011, « Milieueffectenrapport van het ontwerp van het maatregelenprogramma dat het waterbeheersplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest begeleidt », 374 pagina’s
  • Leefmilieu Brussel, diverse data, Technische rapporten met de resultaten van de jaarlijkse analyses van de fysisch-chemische kwaliteit van respectievelijk het oppervlaktewater en het viswater in het BHG
Datum van de update: 06/10/2016