U bent hier

Focus : Zuivering van het afvalwater

Vóór 2000 kwam in Brussel al het huishoudelijke en industriële afvalwater rechtstreeks en onbehandeld in de waterlopen terecht. Om een einde te maken aan deze uit het verleden overgeërfde situatie, heeft Brussel aanzienlijke infrastructuurwerken doorgevoerd:
­Het collectornetwerk werd aangevuld. De laatste twee gewestelijke collectoren zullen binnenkort (in 2013) klaar zijn;
­Er werden twee zuiveringsstations gebouwd, één in het zuiden en één het noorden van het Gewest.

Voorgeschiedenis

Krachtens richtlijn 91/271/EEG van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verplicht om al zijn afvalwater op te vangen via het rioleringsnet en dit te behandelen, alvorens het in de Zenne te lozen. Niet enkel de organische vervuiling moet behandeld worden, ook de eutrofiëring en de aanwezigheid van stikstof en fosfor (verontreinigende stoffen die verantwoordelijk zijn voor de eutrofiëringsfenomeen) moeten worden aangepakt, aangezien het stroomgebied van de Zenne werd bestempeld als “kwetsbaar gebied” (vgl. BBHR van 23 maart 1994, art. 4). De Brusselse besluiten van 23 maart 1994 en 8 oktober 1998 nemen integraal de doelstellingen over van de richtlijn ter zake .

Om zich in orde te stellen met deze voorschriften, heeft het Brussels Gewest een akkoord ondertekend met het Vlaams Gewest om het afvalwater dat van het Brussels Gewest en een deel van de omliggende Vlaamse gemeenten afkomstig is, op te vangen en naar twee zuiveringsstations te leiden waar het wordt behandeld.: het betreft het station Zuid (dat het afvalwater behandelt van het zuidwestelijke deel van de agglomeratie, goed voor een vuilvracht gelijkwaardig aan de productie van 360.000 inwoners) en het station Noord (dat het afvalwater van het noordelijke en zuidoostelijke deel voor zijn rekening neemt, goed voor 1.100.000 inwonersequivalent) [zie kaart 2.23 van het MER in verband met het Waterbeheersplan].

Afwatering

Eind januari 2012 wordt 99 % van het op het netwerk aangesloten water gezuiverd en moet er nog maar één collector – die van de Verrewinkelbeek – voltooid worden om de drempel van 100 % te bereiken. De werken die in september 2011 van start gingen, zouden in de loop van 2013 klaar moeten zijn.

Toch zijn er volgens Hydrobru nog een aantal wijken niet op de riolering aangesloten. Sommige van de niet-aangesloten woningen van deze wijken beschikken over een septische put die voor een gedeeltelijke behandeling van het afvalwater zorgt alvorens dit in de natuur terechtkomt. Afgezien van de niet-aangesloten woningen die verantwoordelijk zijn voor bepaalde lozingen in de natuurlijke omgeving, is er bij regenval nog een andere bron die voor lozingen zorgt, nl wanneer een deel van het water dat langs het rioleringsnet passeert, overloopt naar het hydrografische net ter hoogte van de “stormbekkens” teneinde een overbelasting van het rioleringsnet te voorkomen. Om in de toekomst de directe lozingen van afvalwater in de natuurlijke omgeving te beperken, voorziet het waterbeheersplan 2010-2015 een hele reeks maatregelen; deze betreffen zowel verbeteringen of aanvullingen van het juridisch kader, als monitoring, beheersprogramma’s of sensibilisering.

Naast de doelstelling van het inzamelen en behandelen van 100 % van zijn afvalwater, staat het Brussels Gewest voor nog een andere uitdaging: de renovatie van zijn rioleringsnet. Een kwart van het rioleringsnet (goed voor 500 km op de in totaal 1.820 km van het net in 2010) is dringend aan vervanging toe. De vereiste reparatiewerken zullen worden gespreid over een periode van 20 jaar. Zij zijn goed voor een totaalbudget van 1,5 miljard euro en worden uitgevoerd naar rato van een gemiddelde van 25 km riolering per jaar.

Zuivering

Prestaties van het zuiveringsstation “Zuid” (2002-2010)
Bronnen: Leefmilieu Brussel (onderafdeling water, onderafdeling preventieve politie en departement Staat van het leefmilieu) op basis van gegevens van het BUV voor 2002-2003; synthesegegevens over de dagelijkse analyses (Biologische Zuurstofvraag BZV, Chemische Zuurstofvraag CZV, Stoffen in suspensie SS) en synthesegegevens over de wekelijkse analyses (Stikstof N en Fosfor P) voor 2004-2010 (Vivaqua, BMWB)


 

Wat de naleving van het verminderingspercentage of het uitgaande concentratiepercentage voor de BZV en de CZV (verontreinigingsindices voor organisch materiaal) betreft, werd er geen enkele inbreuk weerhouden (noch op het niveau van het jaarlijkse gemiddelde, noch op het niveau van de stalen, aangezien het waargenomen aantal niet-conforme elementen kleiner was dan het toegelaten maximum). Dat neemt nochtans niet weg dat 3 à 5 monsters elk jaar de redhibitoire drempels van 50 mg/l O2 voor de BZV en van 250 mg/l O2 voor de CZV blijven overschrijden. Hoewel de resultaten voor de SS louter ter informatie worden gegeven, moeten wij ook in dit geval vaststellen dat het aantal overschrijdingen dat voor deze parameter weerhouden zou worden, relatief belangrijk is.

Bij gebrek aan een tertiaire behandeling wijkt het zuiveringsstation Zuid systematisch af van de normen voor stikstof en totaal fosfor. Vanaf het einde van 2013, d.w.z. vanaf het moment dat de tertiaire behandeling in gebruik genomen zal worden, worden er echter aanzienlijke verbeteringen verwacht. Voor het overige werden er nog andere werken uitgevoerd om de prestaties van het station te verbeteren (o.a. ontgassing om de aanwezigheid van “drijvend slib” te voorkomen in het geloosde water). Nog andere werken worden momenteel onderzocht (slibbeheercircuit).

Prestaties van het zuiveringsstation “Noord” (2007-2010)
Bronnen: Leefmilieu Brussel (onderafdeling water, onderafdeling preventieve politie en departement Staat van het leefmilieu) op basis van synthesegegevens van de dagelijkse analyses (Aquiris, BMWB)

Het station Noord respecteert de normen met betrekking tot de jaarlijkse gemiddelden voor de BZV en de CZV, maar blijkt ervan af te wijken voor stikstof en/of fosfor tussen 2007 en 2009. Niettemin zijn de verminderings- en uitgaande concentratieresultaten beter voor dit station dan voor het station Zuid en vertonen ze de neiging om zich jaar na jaar te verbeteren.

Samengevat kunnen we stellen dat het niet lang meer zal duren, vooraleer het Brussels Gewest volledig in regel is met de Europese doelstellingen voor zijn rioleringsnet. Wat de behandeling van het afvalwater betreft, zouden er, ondanks een grote achterstand, heel wat aanpassingswerken aan de installaties die bedoeld zijn om de situatie aanzienlijk te verbeteren, tegen 2014 klaar moeten zijn.

Bronnen

  • Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 15 mei 2011. « Bulletin van de schriftelijke vragen en antwoorden », Vragen nr 238 en 239.
  • Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 9 november 2010. « Integraal verslag van de interpellaties en mondelinge vragen in commissie gesteld », p.7-12 en p.23-30.
Datum van de update: 06/10/2016