U bent hier

Focus : Afdichting van de voedingsgebieden van de aquifers

Context

De uitbreiding van de bebouwde oppervlakken vertaalt zich in een impermeabilisering van de bodem. Dit fenomeen is zeer uitgesproken in het Brussels Gewest omwille van zijn stedelijk karakter: men schat dat het impermeabiliseringspercentage er is gestegen van circa 26 % in 1955 tot 47 % in 2006 (Vanhuysse et al., 2006). Afgezien van zijn impact op de mate van vergroening van de stad en de fragmentering van de natuurlijke habitats, leidt de impermeabilisering van de bodem eveneens tot een toename van de waterfractie dat na regenbuien afvloeit en in de riolen of het bovengronds hydrografisch net terechtkomt en tot een afname van de waterfractie die in de bodem dringt en zodoende bijdraagt tot de aanvulling van de aquifers.

Zones die bevorderlijk zijn voor regenwaterinfiltratie in het BHG

In het kader van de uitvoering van het Gewestelijk plan voor overstromingsbestrijding (Regenplan) – dat in het bijzonder een afname van de afvloeiing beoogt door de infiltratie van het regenwater te bevorderen – werd er een studie uitgevoerd naar de natuurlijke regenwaterabsorptiecapaciteit van de verschillende bodemtypes en ondergronden die we in Brussel aantreffen (Claeys et al., 2008). Daaruit blijkt dat de zones die het meest bevorderlijk zijn voor de infiltratie van regenwater, diegene zijn waarvan de ondergrond uit zandhoudende formaties met een hoge doorlaatcoëfficiënt bestaat (Brusseliaan en Lediaan), die zich bovendien direct onder de bodem bevinden of die bedekt zijn met een dunne leemlaag (van minder dan 3 meter). Verder is de kans groot dat andere zandhoudende of zand- en kleihoudende formaties (Diest, Bolderberg en Sint-Huibrechts-Hern) eveneens een gunstig infiltratiepotentieel bieden, maar dit zou nog bevestigd moeten worden door het verrichten van metingen van de doorlaatfactor.

Door grote hoeveelheden regenwater te laten infiltreren in de ondergrond, zorgen deze zones niet alleen voor een aanvulling van de aquifersystemen, zij vervullen eveneens de rol van stormbekkens door de hoeveelheid afvloeiend regenwater en het overlopen van de riolen te beperken. Helaas is een deel van deze zones vandaag geïmpermeabiliseerd, zoals ook blijkt uit onderstaande kaart.

Afgedichte en niet-afgedichte voedingszones van de watervoerende lagen (of « natuurlijke wachtbekkens)
Bron : Leefmilieu Brussel, MER van het ontwerp van het maatregelenprogramma dat het WBP begeleidt, gebaseerd op CLAEYS P. en DE BONDT K. 2008 (gegevens over de bodemafdichting uit de studie van VANHUYSSE en al., 2006)

Belang van de infiltratie- of “aanvullingszones”

Opdat de aquifers hun functie op het vlak van waterbevoorrading en de niet-geïmpermeabiliseerde “aanvullingszones” hun functie met betrekking tot het voorkomen van overstromingen zouden kunnen blijven vervullen, moet ervoor gezorgd worden dat in de toekomst de verstedelijking van deze zones gecontroleerd verloopt (beperking van de geïmpermeabiliseerde oppervlakken, inplanting van infiltrerende kunstwerken).
Meer algemeen werd door voormelde studie tevens bevestigd dat de infiltratie van het regenwater in de bodem en de ondergrond door een beperking van de impermeabilisering en door de bouw van infiltrerende compenserende kunstwerken, wellicht zou kunnen bijdragen tot een vermindering van het risico op overstromingen bij felle regenval in het Brussels Gewest. Een dergelijk waterbeheer dient dan wel gedifferentieerd te worden in functie van de lokale situatie (topografie, hoogte van de aquifer, percolatiepotentieel van de ondergrond, de eventuele aanwezigheid van minder doorlatende horizons, kwantitatieve en kwalitatieve karakteristieken van het te infiltreren water, enz.).
Voor het overige, rekening houdend met de bestaande risico’s op verontreiniging van het grondwater als gevolg van de percolatie van water doorheen verontreinigde bodems, moet er bijzondere aandacht besteed worden aan de sites waarvan de bodem verontreinigd of potentieel verontreinigd is en die zich in de aanvullingszones bevinden.

Bronnen :

  • Vanhuysse S., Depireux J., Wolff E., ULB-IGEAT, 2006. « Etude de l’évolution de l’imperméabilisation du sol en Région de Bruxelles-Capitale », studie in opdracht van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Bestuur Uitrusting en Vervoer/Directie Water, 60 pagina’s.
  • Claeys P., De Bondt K., VUB, 2008. « Cartographie du potentiel d’infiltration-percolation en Région bruxelloise - Rapport de l’étude sur les capacités naturelles d’absorption de l’eau de pluie par les sols en Région de Bruxelles Capitale », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, afdeling Water, Natuur en Bos, 27 pagina’s + bijlagen.
  • Claeys P., De Bondt K., VUB, 2008. « Aanhangsel aan het studierapport « Capacités naturelles d’absorption de l’eau de pluie par les sols en Région de Bruxelles-Capitale : le bassin versant du « Molenbeek amont », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, afdeling Water, Natuur en Bos, 29 pagina’s + bijlagen.
Datum van de update: 06/10/2016
Documenten: