U bent hier

Chemische toestand van het grondwater

Context

Volgens de Kaderrichtlijn Water en de Kaderordonnantie Water (KRW en KOW) moeten 5 grondwaterlichamen in het Brussels Gewest (zie ook Kwantitatieve staat van het grondwater), tegen 2015 de “goede chemische toestand” bereiken, behoudens eventuele afwijking. Dit houdt in dat bepaalde kwaliteitsdoelstellingen (maximale niet te overschrijden concentraties van bepaalde verontreinigende stoffen) nageleefd dienen te worden en dat er geen negatieve gevolgen mogen zijn voor het oppervlaktewater en de ecosystemen aan land die er rechtstreeks afhankelijk van zijn.

Monitoring van de grondwaterlichamen in het BHG

De monitoring van de chemische toestand van deze 5 grondwaterlichamen, waarmee gestart werd in 2004, gebeurt door het nemen van monsters en dat voornamelijk ter hoogte van de actieve waterwinningen en enkele bronnen. Concreet gaat het om 2 afzonderlijke monitoringprogramma’s:

  • de monitoringcontrole die bedoeld is om de algemene staat van elk waterlichaam te karakteriseren en de eventuele langetermijntendensen en het opduiken van nieuwe polluenten te detecteren. Eind 2009 gebeurde deze controle op 14 monitoringsites, verspreid over de 5 grondwaterlichamen. De controle heeft betrekking op parameters die relevant zijn voor de vervuiling van het grondwater ;
  • de operationele controle waarmee men de waterlichamen wil opvolgen die het risico lopen de “goede chemische toestand” niet te bereiken, of die een stijgende tendens voor een bepaalde verontreinigende stof vertonen. Dankzij de operationele controle kunnen eveneens de gevolgen geëvalueerd worden voor de betrokken risicowaterlichamen van de invoering van preventie- en beschermingsprogramma’s. Een dergelijke controle vindt plaats op 10 monitoringsites die verspreid zijn over het waterlichaam van het Brusseliaan. Zij heeft betrekking op de risicoparameters in kwestie.

Voor de oppervlakkige waterlagen – in de alluviën van de vallei van de Zenne en de aangrenzende valleien, alsook in de sedimenten van het Kwartair – gebeurt er momenteel geen systematische kwalitatieve monitoring.

Chemische toestand van de grondwaterlichamen in het BHG

Op basis van de analyse van de resultaten van de monitoringprogramma’s van 2004 tot 2009 werden de waterlichamen van de Sokkel en het Krijt, van de Sokkel in het voedingsgebied, van het Landeniaan en het Ieperiaan (Heuvelstreek) in goede chemische toestand bevonden. De chloriden die in hoge concentraties werden waargenomen in het lichaam van de Sokkel en het Krijt, zouden het gevolg zijn van het bestaan van een geochemische achtergrond die van nature aanwezig zou zijn in deze aquifers. Voortgaand op de huidige tendensen, zullen deze 4 waterlichamen wellicht de doelstellingen met betrekking tot hun goede toestand kunnen halen in 2015.

De zandlaag van het Brusseliaan – die we op geringere diepte in de ondergrond aantreffen en die aan de oppervlakte niet afgedekt wordt door een ondoorlatende geologische formatie – is daarentegen sterker blootgesteld aan de oppervlaktevervuiling. De chemische toestand van de laag werd dan ook middelmatig bevonden en de kans is reëel dat voor dit lichaam de goede chemische toestand tegen 2015 niet bereikt zal kunnen worden. Hier worden namelijk zowel voor de nitraten als voor bepaalde pesticiden overschrijdingen van de kwaliteitsnormen vastgesteld en de gemeten concentraties getuigen bovendien van een over het algemeen stijgende tendens.

Voor de nitraten worden deze overschrijdingen voornamelijk waargenomen ter hoogte van de controlepunten die zich in sterk verstedelijkte zones bevinden. Op dit ogenblik loopt er een universitair onderzoek om te bepalen of de oorzaak organisch is, dan wel of mineralogisch (infiltratie van afvalwater, kerkhoven, bemesting, …).

De pesticiden met een significante aanwezigheid ter hoogte van het waterlichaam van het Brusseliaan, zijn atrazine en zijn afbraakproducten alsook 2.6 dichloorbenzamide (BAM). De overschrijdingen van de normen voor deze stoffen worden hoofdzakelijk waargenomen in de westelijke helft van het waterlichaam, meer bepaald aan de drinkwaterwinningen van het Terkamerenbos en het Zoniënwoud, alsook ter hoogte van een weinig verstedelijkte zone van Ukkel. Andere voor niet-landbouwgebruik bestemde herbiciden werden eveneens occasioneel en plaatselijk aangetroffen.

Ondanks de verbetering van de landbouwpraktijken en de reglementaire bepalingen met betrekking tot de commercialisering en het gebruik van pesticiden, hebben deze maatregelen tot op heden maar weinig effect gehad op de verbetering van de kwaliteit van de laag.

Dat laat zich verklaren door de grote stabiliteit van bepaalde in het milieu aanwezige pesticiden, door de erg langzame en complexe migratieprocessen van de pesticiden in de bodem en de ondergrond (adsorptie-/desorptieprocessen op de bodemdeeltjes) en door het feit dat het grondwater zich slechts langzaam vernieuwt

Andere verontreinigende stoffen (tetrachloorethyleen, ammonium, sulfaten, chloriden, chloraten, …) die van bepaalde oppervlakteactiviteiten afkomstig zijn, werden eveneens lokaal en/of occasioneel gemeten op bepaalde monitoringsites.

In toepassing van de KRW wordt er volop gewerkt aan een actieprogramma om de goede chemische toestand voor het middelmatig bevonden waterlichaam van het Brusseliaan te bereiken. Dat blijkt echter geen sinecure omwille van de vele verschillende potentiële zowel plaatselijke als diffuse verontreinigingsbronnen, de complexiteit van de overdrachtsdynamiek van de polluenten in de bodem en de ondergrond, de inertie van de waterlichamen of nog het grensoverschrijdende aspect van de watervoerende lagen.

Beoordeling van de chemische toestand van de waterlichamen van het Ieperiaan (Heuvelstreek) en het Brusseliaan op basis van de resultaten van de monitoringsprogramma’s van 2004 tot 2009
Bron : Leefmilieu Brussel, MER van het ontwerp van het maatregelenprogramma dat het WBP begeleidt

 

Datum van de update: 06/10/2016