U bent hier

Chemische kwaliteit van het oppervlaktewater : micropolluenten

Context

Micropolluenten zijn chemische stoffen die giftig kunnen voor ecosystemen en de menselijke gezondheid, zelfs in erg geringe concentraties. De aard en de herkomst van deze verontreinigende stoffen varieert sterk: pesticiden, koolwaterstoffen, zware metalen, PCB’s, geneesmiddelen en hormonen, …

De Commissie heeft een lijst van een honderdtal micropolluenten opgesteld, die zorgen baren omwille van hun toxiciteit en hun remanentie- en bioaccumulatievermogen in het leefmilieu. De lidstaten moeten zorgen voor een monitoring van deze polluenten – die doorgaans maar in geringe mate worden geëlimineerd ter hoogte van de zuiveringsstations – en maatregelen treffen om de lozing ervan geleidelijk aan te beperken tot zelfs te verbieden. Met dat doel voor ogen implementeert het Brussels Gewest sinds 2001 programma’s voor de monitoring van zijn oppervlaktewater . Hiervoor worden op dit ogenblik bijna 200 fysisch-chemische en chemische kwaliteitsparameters bekeken.

Krachtens de KRW zal het oppervlaktewater behoudens eventuele afwijking, tegen 2015 de “goede chemische toestand” moeten hebben bereikt. De evaluatie van deze toestand berust op de analyse van de concentraties van 41 stoffen (of groepen van stoffen) die als “prioritair” worden beschouwd omwille van de hoge concentraties waarin ze in het oppervlaktewater voorkomen of omwille van hun bijzonder gevaarlijke aard (toxiciteit, bioaccumulatie). Deze 41 stoffen zijn ingedeeld in 4 grote categorieën: pesticiden, zware metalen, industriële polluenten (chloroform, fenolen, tetrachloorkoolstof, …) en “andere polluenten” (DDT, tributyltin, bepaalde polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s, …). De door de KRW opgelegde evaluatiemethode is erg streng, aangezien het volstaat dat één parameter niet aan de referentiewaarden voldoet (met betrekking tot de jaarlijkse gemiddelden en de waargenomen maximale concentraties) om te stellen dat het waterlichaam in kwestie in slechte staat verkeert (“one out/all out”-principe).

Evaluatie van de chemische kwaliteit van het oppervlaktewater in het BHG

Wij hebben de toestand gedeeltelijk geanalyseerd voor de Zenne, de Woluwe en het Kanaal in 2007, in 2008 en in 2009, voor die parameters waarvoor al analysegegevens beschikbaar waren, en uitsluitend op basis van de jaarlijkse gemiddelde concentraties. Daaruit blijkt het volgende:

  • voor de zware metalen (cadmium, kwik, nikkel en totaal of opgelost lood, al naargelang de beschikbare gegevens) werden in geen van de waterlichamen overschrijdingen vastgesteld;
  • hoewel er plaatselijk weliswaar overschrijdingen werden opgetekend in 2008 voor bepaalde pesticiden (voor diuron en isoproturon ter hoogte van de Zenne “in” en “out” en voor diuron ter hoogte van het Kanaal “in”), werd er geen overschrijding van de normen waargenomen met betrekking tot de jaarlijkse gemiddelden;
  • wat de “industriële polluenten” betreft, heeft de jaarlijkse gemiddelde concentratie aan DEHP (een type ftalaat dat als weekmaker wordt gebruikt) in 2007 de norm overschreden (Zenne “in” en “out”, Kanaal “in”), terwijl er in 2008 en 2009 alleen plaatselijk overschrijdingen werden opgetekend. Verder werden er ook nog plaatselijke overschrijdingen waargenomen voor de concentratie aan antraceen (een als industriële polluent geklasserde PAK) in 2007 in de Zenne (“out”);
  • ook voor de categorie “andere polluenten” werden overschrijdingen van de jaarlijkse normen opgetekend voor verschillende PAK’s die apart (benzo(a)pyreen, fluorantheen) of in groep worden geanalyseerd. Deze overschrijdingen vonden plaats ter hoogte van de 3 waterlopen (ook al bleek de Woluwe minder blootgesteld) en dat zowel in 2007, in 2008 als in 2009. Over het algemeen kadert de naleving van de normen met betrekking tot de PAK’s in een lang en complex proces, in zoverre dat deze polluenten voornamelijk afkomstig zijn uit diffuse bronnen (transport, onvolledige verbrandingen, behandeling van hout, enz.), ze zich in de waterlopen aan sedimenten vasthechten en zich maar moeilijk laten afbreken.

In het licht van deze resultaten, verkeert geen enkele van de 3 oppervlaktewaterlichamen op dit ogenblik in goede chemische toestand. Op basis van de door de experts verrichte evaluaties werden de Zenne en het Kanaal bovendien uitgeroepen tot waterlopen waarvoor het risico reëel is dat ze niet de goede chemische en ecologische toestand zullen bereiken tegen 2015. Voor de Woluwe werd daarentegen gesteld dat dit wel zou moeten lukken.

Beoordeling van de chemische toestand van de Zenne, het Kanaal, de Woluwe : synthesekaart en specifieke kaarten voor de zware metalen de pesticiden, de industriële polluenten en de andere polluenten (2009)
Bron : Leefmilieu Brussel, MER van het ontwerp van het maatregelenprogramma dat het WBP begeleidt



Er werden eveneens overschrijdingen van de normen vastgesteld voor andere micropolluenten die niet in aanmerking worden genomen voor het evalueren van de chemische toestand, maar die niettemin zorgwekkend worden geacht. Dat is met name het geval voor de polychloorbifenylen (PCB’s) die regelmatig in te hoge concentraties blijken voor te komen in de Zenne en het Kanaal en dat zowel bij het binnenkomen als bij het verlaten van het grondgebied. En dat niettegenstaande het feit dat er een gewestelijk plan werd goedgekeurd voor de eliminatie en decontaminatie van PCB-PCT’s in 1999 en dat er in 2005 een maatregelenprogramma werd gelanceerd met het oog op het terugdringen van deze verontreiniging. Deze concentraties zijn vermoedelijk het gevolg van het vrijkomen van deze uitermate persistente polluenten uit verontreinigde sedimenten die met name bij grote stormen opnieuw in suspensie worden gebracht. Daarnaast wijzen de analyses echter ook op bepaalde verbeteringen, bv. met betrekking tot de concentraties aan tolueen en xyleen (monocyclische koolwaterstoffen) die op dit ogenblik hun kwaliteitsdoelstelling respecteren, na onderworpen te zijn geweest aan een reductieprogramma omwille van in het verleden waargenomen overschrijdingen.

Beoogde maatregelen

Om de chemische verontreiniging van het leefmilieu en de waterlopen terug te dringen, worden er tal van preventieve en curatieve maatregelen getroffen: beheer van de milieuvergunningen (lozingsnormen, gebruik van de best mogelijke technieken, enz.), reglementering met betrekking tot de vluchtige organische stoffen, terugnameverplichting voor gebruikte solventen, beperking van het gebruik van pesticiden in de openbare ruimten, uitbaggering en ruiming van de waterlopen en vijvers, informatieverstrekking over en sensibilisering rond het gebruik van bepaalde producten, beperking van de lozing van vervuild afvloeiingswater in waterpartijen, enz. De verbetering van de kwaliteit van het Brusselse oppervlaktewater hangt bovendien ook af van de inspanningen die er stroomopwaarts van het Gewest worden geleverd.

In overeenstemming met wat het gewestelijk waterplan voorzien, zouden de twee netwerken voor de monitoring van de fysisch-chemische en de chemische kwaliteit van het aquatische milieu binnenkort moeten worden uitgebreid tot alle waterlopen en worden verbeterd, met name om een opvolging van de stoffen mogelijk te maken die almaar meer zorgen beginnen te baren (antibiotica, hormonen, anxiolitica, enz.).

Datum van de update: 29/10/2018