U bent hier

Luchtkwaliteit : PM10-concentraties

Context

De stofdeeltjes of "PM10" (acroniem voor alle partikels met een diameter kleiner dan 10 micrometer, zonder onderscheid naar samenstelling) die in de omgevingslucht zitten, zijn afkomstig van diverse bronnen: de "primaire" partikels worden door een natuurlijk proces (bijvoorbeeld bodemerosie) of door menselijke activiteiten (verkeer, industrie, verwarming,...) voortgebracht, terwijl de "secundaire" partikels ontstaan in de atmosfeer door chemische reacties tussen andere reeds aanwezige moleculen (nitraten, sulfaten, ammonium).

Europese normen

Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid neemt de Europese richtlijn 2008/50/EG voor de PM10-concentratie in de omgevingslucht twee grenswaarden over die al van toepassing zijn sinds 1 januari 2005:

  • 50 µg/m³ als daggemiddelde, met een maximum van 35 dagen per jaar waarop de grenswaarde mag worden overschreden.
  • 40 µg/m³ als jaargemiddelde.

PM 10-concentratie in de lucht

Afhankelijk van de meetpost varieerde de PM10-concentratie op jaarbasis tussen de 25 en 33 µg/m³ in 2010. De Europese grenswaarde van 40 µg/m³ werd met andere woorden gerespecteerd.

Het station van Sint-Jans-Molenbeek is representatief voor een stedelijke omgeving met een sterke invloed van het wegverkeer. Over de periode 2000-2010 werden gemiddeld 59 dagen geregistreerd waarop de Europese norm voor het daggemiddelde werd overschreden.

Evolutie in de meetpost Sint-Jans-Molenbeek van het aantal overschrijdingsdagen van de grenswaarde van 50 µg/m³ die geldt voor de PM10-daggemiddelden (1997-2010)
Bron : Leefmilieu Brussel, Laboratorium voor Milieuonderzoek (lucht)

Tot en met 2009 waren er in de meetpost van Sint-Jans-Molenbeek systematisch meer overschrijdingsdagen dan de toegestane 35. Het jaar 2010 vormde daarop een uitzondering; een verklaring daarvoor moet worden gezocht bij de ongewone meteorologische omstandigheden.

In de meetposten die op een relatief grote afstand van de verkeersuitstoot zijn gelegen zoals deze van Ukkel en Sint-Agatha-Berchem, bedroeg het aantal overschrijdingsdagen tijdens de periode 2000-2010 gemiddeld 28 en 22 dagen. De Europese norm wordt er dus nageleefd.

Oorsprong

De luchtmassa's kunnen de PM10 over grote afstand transporteren omdat ze zo klein zijn. Dat betekent dat de in Brussel gemeten concentraties niet louter het gevolg zijn van de plaatselijke emissies: de PM10-concentraties hangen samen met de achtergrondvervuiling (zoals die bijvoorbeeld in de Ardennen wordt gemeten), de gewestoverschrijdende bijdrage (in het BHG ingevoerd via de luchtstromen), de stedelijke achtergrondvervuiling, de hoofdzakelijk met het verkeer samenhangende stedelijke bijdrage en, desgevallend de bijkomende bijdrage van het verkeer zoals wij die in zones met een hoge verkeersdichtheid aantreffen.

Er wordt geschat dat bij normale weersomstandigheden het aandeel van het verkeer (door rechtstreekse uitstoot en resuspensie als gevolg van de verplaatsingen van de voertuigen) in de gemeten PM10-waarden om en bij de 20% bedraagt. Het verkeer is bovendien verantwoordelijk voor een resuspensie van partikels met een diameter tussen 2,5 en 10 µm, als gevolg van de bewegingen van de voertuigen (onrechtstreekse emissie). (zie in dit verband de fiche van de SSL 2009).

De analyse van de meetwaarden van de verschillende stations van het meetnet leert ons dat alleen al de stedelijke achtergrondvervuiling en/of het transgewestelijke PM-transport door de luchtmassa’s verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk aantal overschrijdingen (meer dan 20 dagen van de toegestane 35 dagen in het geval van de stations van Ukkel en van Berchem). Het waargenomen overschrijdingssurplus in de meetposten van Sint-Jans-Molenbeek en Voorhaven is het resultaat van het in suspensie brengen van partikels tussen de 2 en 10 µm, of van een rechtstreekse emissie door een activiteit in de onmiddellijke omgeving.

Datum van de update: 06/10/2016