U bent hier

Focus : Informatie en sensibilisering : project «Wijkcontracten »

Context

Teneinde de kwetsbaarheid te bestrijden en de sociale cohesie te versterken, wordt in Brussel voor de renovatie van de oude stadswijken een geïntegreerde benadering gevolgd (huisvesting, voorzieningen, groene ruimten, sociale acties, ...). Het doel is de vastgestelde ontwikkelingsverschillen tussen de kwetsbare oude wijken en de rest van het gewestelijk grondgebied aan te pakken. Daar waar andere steden vaak gaan afbreken om vervolgens weer op te bouwen, heeft het Brussels Gewest er in 1993 voor gekozen haar wijken te renoveren, te verdichten en sterker te maken aan de hand van doelgerichte interventies in de tijd en de ruimte: de “Duurzamewijkcontracten”. In 2010 werd de aanpak herzien in de zin dat de milieu-overwegingen centraal werden geplaatst in elk van de acties voor de versterking van de kwetsbare wijken; sindsdien wordt de term “duurzamewijkcontracten” gehanteerd.

Doelstellingen en verloop van de Duurzamewijkcontracten

Het Duurzamewijkcontract is een actieplan dat beperkt is in tijd en in ruimte. Het wordt gesloten tussen het Gewest, de gemeente en de inwoners van een Brusselse wijk; daarin wordt een te realiseren interventieprogramma vastgelegd waarvoor een welbepaald budget is voorzien. De projecten voldoen aan behoeften op het vlak van creatie of renovatie van woningen, sanering van openbare ruimten, verbetering van de omgeving, creatie van wijkvoorzieningen en -infrastructuren en versterking van de sociale cohesie binnen de wijken. Daarnaast ondersteunen ze ook bepaalde economische of commerciële activiteiten.

Het milieuaspect wordt vandaag transversaal aangepakt. Concreet betekent dit dat deze dimensie deel uitmaakt van elk project. Zo voldoen vastgoedprojecten aan hoge energie- en milieuprestatiecriteria. De publieke ruimte wordt gesaneerd met duurzame materialen, waarbij de nodige aandacht gaat naar het verbruik van de verlichting, het regenwaterbeheer en de zachte vervoerswijzen. De verschillende interventies beogen ook een systematische afvalpreventie en -beheer, de instandhouding en zelfs verhoging van de biodiversiteit, de aanleg van gedeelde (moes)tuinen en de sanering van bodems. Op sociaal-economisch vlak houdt dit bovendien in dat nieuwe milieuberoepen ontstaan in de bouw, sociale inschakelingsbedrijven, ...

De Duurzamewijkcontracten worden ingeplant binnen de gewestelijke prioritaire interventieperimeter “RVOHR” (of “Ruimte voor Versterkte Ontwikkeling van Huisvesting en Renovatie”), opgesteld op basis van sociaal-economische criteria en criteria betreffende de kwaliteit van de huisvesting en van de leefomgeving.

Deze contracten zijn beperkt in de tijd: vóór de operationele fase ingaat, wordt een jaar uitgetrokken voor de opstelling van het programma. De operationele fase duurt vervolgens vier jaar en wordt gevolgd door een afwerkingsfase die twee jaar duurt, en waarin bepaalde werven kunnen worden afgerond.

De Duurzamewijkcontracten volgen een ‘bottom-up’-strategie doordat ze lokale actoren inzetten via participatieve processen en bewoners betrekken bij beslissingen over het programma en de follow-up van het proces. Voor elk Duurzamewijkcontract wordt dus herhaaldelijk overlegd met de lokale bevolking, met name om een gedetailleerde eerste diagnose van de wijk op te stellen, met het doel specifieke projecten uit te werken, maar ook om de uitvoering van het programma op te volgen. Er werden verschillende overlegstructuren ingevoerd: Algemene Wijkvergadering, Wijkcommissie, informelere initiatieven van participatie aan elke fase van het proces, openbare onderzoeken en overlegcommissies.

De Duurzamewijkcontracten doen beroep op de tussenkomst van verschillende partners: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de betrokken Gemeente en OCMW, de lokale actoren (inwoners, handelaars, verenigingen, studiebureaus, ...), de Federale Staat (via de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Transport), gewestelijke en paragewestelijke instanties (waaronder de Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, GOMB) en tot slot de Commission Communautaire Française (COCOF) en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC).

Balans van de Wijkcontracten die werden ingevoerd sinds 1993

Elk jaar wordt een reeks van vier Duurzamewijkcontracten uitgevoerd. Sinds 1993 werden zo veertien reeksen van Wijkcontracten opgezet (“Duurzamewijkcontracten” sinds 2010), die samen goed waren voor niet minder dan 60 programma’s die lopen tot 2011. De laatste drie reeksen worden op dit moment nog uitgevoerd, en een vijftiende reeks wordt op dit moment bestudeerd. Deze programma’s zorgden voor de creatie van 1.417 sociale woningen en 78 collectieve voorzieningen (ontmoetings- en wijkpunten zoals buurthuizen, opvang voor jonge kinderen, sociaal-economische ruimten of ruimten voor verenigingen, ...). De onderstaande kaart geeft een overzicht van de perimeters van de (Duurzame) Wijkcontracten van 1994 tot 2015.



Kaart van de perimeters van de Duurzamewijkcontracten 1994 - 2015

 

Deze programma’s worden gesteund door de overheid op basis van de volgende jaarbudgetten: ~44 miljoen euro afkomstig van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 12 miljoen euro van het samenwerkingsakkoord tussen het Gewest en de Federale Staat (BELIRIS), een bijdrage aan de gemeenten die minimum 5% bedraagt van het bedrag van het programma (d.i. minimum 2,2 miljoen euro). Verschillende bijhorende projecten worden gefinancierd door gewestelijke of paragewestelijke organismen (GOMB, Leefmilieu Brussel, ...) of privé-operatoren. De evolutie van de budgetten die werden toegekend aan de verschillende reeksen van Wijkcontracten en Duurzamewijkcontracten is weergegeven in de onderstaande grafiek.

Evolutie van de budgetten toegekend aan de reeksen van (duurzame) wijkcontracten

Bron: Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting, Directie Stadsvernieuwing

Datum van de update: 06/10/2016