U bent hier

Focus : Natuurlijke habitats in de Brusselse groene ruimten

Ondanks zijn stedelijke karakter en zijn beperkte oppervlakte (16.138 hectare) vindt men op het Brusselse grondgebied een aanzienlijke diversiteit aan natuurlijke habitats.

Boshabitats

Door de aanwezigheid van het Zoniënwoud (1.657 ha in het Brussels Gewest) zijn de boshabitats ruim vertegenwoordigd, aangezien ze bijna 3.620 ha ofwel 22 % van het grondgebied uitmaken. Dit cijfer omvat de "centrale gebieden" (grote beboste domeinen) - d.w.z. gebieden van (aangetoonde of potentiële) hoge biologische waarde die van groot belang zijn voor de werking van het Brusselse ecologische netwerk (geheel van gebieden waarvan het beheer dient bij te dragen tot de instandhouding of het herstel van een gunstige staat van instandhouding voor soorten of habitats) - evenals "ontwikkelingsgebieden" die eveneens als interessante gebieden gelden in termen van biodiversiteit, maar die sterker ingekapseld kunnen zijn in het stedelijke weefsel (residentiële tuinen, stadsparken, enz.).

Het merendeel van de boshabitats heeft een hoge biologische waarde die zich met name laat verklaren door de hoge gemiddelde leeftijd van de bomen, de diversiteit van het reliëf en de bodem en de anciënniteit van de bezetting door het bos. De aanwezigheid van bepaalde types van boshabitats die op Europees niveau als zeldzaam en/of kenmerkend worden beschouwd, heeft het overigens mogelijk gemaakt om 1.872 ha van voornamelijk publieke bossen en wouden op te nemen in het "Natura 2000"-netwerk van habitats van communautair belang die het voorwerp uitmaken van een specifiek beschermingsstatuut. In het Brusselse deel van het Zoniënwoud is 112 ha bovendien beschermd als bosreservaat, waarvan 36 ha als integraal reservaat.

Volgens een eerste (op het niveau van het Zoniënwoud nog maar gedeeltelijk en volgens de erg strikte criteria van de "Habitatrichtlijn" 92/43/EEG uitgevoerde) evaluatie van de staat van instandhouding van de Brusselse natuurlijke habitats bevindt slechts een beperkt gedeelte van de boshabitats zich op dit ogenblik in een gunstige staat van instandhouding. Verschillende criteria en indicatoren leveren niettemin relatief goede resultaten op. Bovendien blijkt uit de waargenomen aanwezigheid van meer dan 90 % van de soorten die karakteristiek zijn voor deze types van habitats dat er een goed potentieel bestaat voor een kwalitatieve verbetering van deze omgevingen.

De verbetering van de staat van instandhouding van deze habitats berust voor alles op de wijziging van de structuur (verticale en horizontale verdeling van de bomen) en de samenstelling van de vegetatie alsook op een verhoogde aanwezigheid van dood hout. In sommige bosstations vormen de verstoringen die verband houden met recreatieactiviteiten of lozingen van afvalwater, eveneens een prioriteit. Ten slotte blijkt de aanwezigheid van invasieve exotische soorten op bepaalde plaatsen ook problematisch.

Weiland- en grasvegetatiehabitats

In het Brussels Gewest situeren de grasformaties zich vooral in relictuele landelijke gebieden en, in hun ornamentele of recreatieve vorm, in parken en tuinen. Deze habitats bestrijken een oppervlakte van 1.083 ha, goed voor bijna 7 % van het grondgebied, en worden beheerd door erg uiteenlopende actoren.

Slechts een gering gedeelte (20 ha) van de grasvegetatie in het Brussels Gewest is opgenomen in de habitats van communautair belang. Niettemin bevindt bijna 90 % van de weilanden, de rietvelden en de moeraszeggen zich in "Natura 2000"-gebied en worden zij door de nieuwe ordonnantie betreffende het natuurbehoud beschouwd als "natuurlijke habitats van gewestelijk belang" omwille van hun belang voor het gewestelijk natuurlijk erfgoed en/of hun ongunstige staat van instandhouding. Verder geniet bijna 100 ha grasformaties het statuut van natuurreservaat . Desalniettemin bestaat er geen enkel beschermingsstatuut voor 80 % van de weilanden en andere vormen van grasvegetatie op het gewestelijke grondgebied hoewel zij soms erg interessante biotopen bevatten. Over het algemeen wordt voor het merendeel van deze groene ruimten geen aangepast ecologisch beheer gevoerd.

Vochtige habitats

Dankzij de valleien van de Zenne en de Woluwe beschikt het Gewest over tal van vochtige gebieden. Onder druk van de verstedelijking zijn deze omgevingen echter geleidelijk aan verdwenen en vertegenwoordigen zij thans een totale oppervlakte van zo’n 170 ha, waarvan de helft zich in het woud bevindt (sommige types van bos- en grashabitats worden ten andere ook als vochtige habitats beschouwd). Deze habitats spelen nochtans een belangrijke rol voor het stedelijk milieu: natuurlijke waterzuivering, bescherming tegen overstromingen, ondersteuning van de biodiversiteit, opslag van CO2, landschappelijke en pedagogische waarde, …
80 % van de vochtige gebieden geniet een beschermingsstatuut als habitat van communautair of gewestelijk belang en/of als natuur- of bosreservaat . Ondanks deze bescherming staan deze vochtige gebieden onder druk door verschillende oorzaken: de belangrijkste bedreigingen zijn de eutrofiëring, de ruderalisering (aanzienlijke verandering van een site door ongecontroleerde menselijke activiteiten, zoals de accumulatie van puin) en de uitdroging.

Aquatische habitats

Hoewel Brussel initieel een waterstad was, gelegen in een relatief dicht hydrografisch net, is dit net heden ten dage extreem gereduceerd en zijn verloop aan de oppervlakte onderbroken. Het Gewest telt op dit ogenblik nog circa 91 km aan waterlopen - waarvan 60 km in de openlucht - evenals een kanaal dat het Gewest over een lengte van 14,5 km doorkruist. In termen van oppervlakte zijn de vijvers goed voor 101,4 ha en is het kanaal goed voor 81,6 ha, wat het totaal op iets meer dan 1 % van het gewestelijke grondgebied brengt.

De vijvers zijn verder klein, van het eutrofe tot zelfs hypereutrofe type (d.w.z. rijk of erg rijk aan nutriënten) en ondiep. Gezien hun potentieel, zouden sommige evenwel kunnen evolueren naar het Europese habitattype 3150 “natuurlijk eutrofe meren (Magnopotamion – Hydrocharition)".

De verbetering van de meest aangetaste aquatische habitats berust voor alles op het verder verbeteren van de fysisch-chemische en chemische kwaliteit van het oppervlaktewater .

Braaklanden

Het is moeilijk om deze categorie nauwkeurig te omschrijven en zij kan de andere habitattypes overlappen. Meestal gaat het om "braakliggende terreinen" op verwaarloosde percelen waar al dan niet gebouwen op staan. Het zijn gebieden waar zich in alle vrijheid een spontane vegetatie kan ontwikkelen., Aangezien de steden andere abiotische invloeden genieten dan het platteland (in het bijzonder een warmer en droger klimaat), treffen we bovendien op de stedelijke braaklanden specifieke microhabitats aan voor tal van soorten. Daardoor zijn de braaklanden vaak van een bijzonder groot biologisch belang. Bovendien hebben ze dikwijls een officieuze recreatieve functie en vertegenwoordigen sommige van hen de enige mogelijkheid om voldoende grote nieuwe openbare parken aan te leggen in de centrale wijken.

Tussen 1998 en 2008 zouden naar schatting 20 à 25 % van deze braaklanden zijn bebouwd. Deze evolutie heeft te maken met de grote druk vanuit de vastgoedsector op deze ruimten, waarvan de grote meerderheid in het GBP niet als groene gebieden zijn bestemd (departement Strategie Groene ruimten 2012 op basis van verschillende bronnen). Ook de inpalming van de stedelijke braaklanden door invasieve exotische soorten is zorgwekkend.

Tuinen, parken en privédomeinen

De parken, tuinen en privédomeinen zijn goed voor 50 à 60 % van de Brusselse groene ruimten. Afgezien van hun sociale en patrimoniale functies, vervullen de parken en tuinen ook belangrijke hydrologische functies (waterretentie en/of infiltratie van regenwater) en spelen zij een grote rol voor de ecologie (voor sommige van hen is dit te wijten aan hun grote ecologische rijkdom en voor andere omdat zij een verbindingsgebied vormen tussen groene ruimten). De diversiteit van deze ruimten, hun multifunctionaliteit, hun eventuele klassering of hun privatieve karakter maken het echter vaak moeilijk om de bescherming van de biodiversiteit in hun beheer te integreren.

Bronnen

Datum van de update: 06/10/2016
Documenten: 

Factsheet(s)

Rapport(en) van Leefmilieu Brussel

Uit de Synthese 2007-2008 van de Staat van het Leefmilieu

Studie(s)

  • « Opstellen van een structuurvisie voor het Brussels Ecologisch Netwerk », études IBGE-BIM studies, 531 pagina’s + bijlage (beperkte verspreiding)

Plannen en programma's