U bent hier

Focus: Inventaris van de bodemtoestand

Inventaris van de bodemtoestand: doelstelling en inhoud

Op het sterk verstedelijkte en in het verleden door industrie getekende Brusselse grondgebied vonden er - en vinden er nog steeds - activiteiten plaats, die aan de basis liggen van bodem- en/of grondwaterverontreinigingen. Deze verontreinigingen vormen een risico voor de volksgezondheid (bv. aantasting van de waterbronnen door infiltratie van de verontreinigende stoffen in de waterlopen of watervoerende lagen, aantasting van voor voedselproductie gebruikte gronden, de bodems van speelpleinen, enz.) en voor de ecosystemen.

Leefmilieu Brussel is al verschillende jaren bezig met de realisatie van een inventaris van de potentieel verontreinigde bodems. Deze inventaris is opgesteld op basis van informatie over huidige en vroegere menselijke activiteiten die op deze sites hebben plaatsgevonden, die als "risicovol" worden beschouwd (d.w.z. potentieel vervuilend voor de onderliggende bodems), en komt voornamelijk tegemoet aan de volgende doelstellingen:

  • het identificeren en, indien nodig, behandelen van de verontreinigde sites of het treffen van risicobeheersmaatregelen (met inbegrip van gebruiksbeperkingen ) om zodoende hun herbestemming mogelijk te maken;
  • de rechtszekerheid rond vastgoedtransacties en de ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten vergroten door de betroffen personen op voorhand te informeren, voordat ze zich geconfronteerd zien met eventuele sanerings- of risicobeheersverplichtingen die verband houden met een bodem- en/of grondwaterverontreiniging;
  • voor de overheid, het maken van bestemmingskeuzes, rekening houdend met de kwaliteit van de bodem.

De ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems (die een ordonnantie van 2004 opheft) onderscheidt 5 toestandscategorieën voor de percelen die zijn opgenomen in de "inventaris van de bodemtoestand":

  • categorie 0: mogelijk verontreinigde percelen, d.w.z. percelen waarvoor een vermoeden van bodemverontreiniging bestaat, met inbegrip van de percelen waarop een risicoactiviteit wordt uitgeoefend;
  • categorie 1: percelen die, na bodemonderzoek, blijken te voldoen aan de saneringsnormen (risico beschouwd als onbestaande);
  • categorie 2: percelen die, na bodemonderzoek, blijken te voldoen aan de interventienormen, maar niet aan de saneringsnormen (risico beschouwd als verwaarloosbaar);
  • categorie 3: percelen die, na bodemonderzoek, niet blijken te voldoen aan de interventienormen en waarvan de risico's aanvaardbaar zijn of aanvaardbaar zijn gemaakt (na risico-onderzoek volgend op het bodemonderzoek en middels gebruiksbeperkingen en/of follow-up maatregelen);
  • categorie 4: percelen die niet voldoen aan de interventienormen en die behandeld moeten worden of in behandeling zijn, d.w.z. percelen die worden onderzocht, waarvoor saneringswerken worden uitgevoerd of waarvoor risicobeheersmaatregelen worden geïmplementeerd (risico beschouwd als niet-verwaarloosbaar).

In de praktijk werd er een categorie 0+ toegevoegd om de terreinen te onderscheiden, die reeds het voorwerp uitmaakten van een bodemonderzoek of behandeling, maar waarvoor er intussen sprake is van een nieuw vermoeden van verontreiniging.

Het ontwerp van inventaris omvat op dit ogenblik 19.280 kadastrale percelen (op een totaal van 220.000), wat overeenstemt met ca. 18,5 % van het gewestelijke grondgebied (wanneer de percelen daadwerkelijk verontreinigd blijken, kan de verontreiniging zich echter wel lokaliseren op een deel van de site).

Validatie van de inventaris van de bodemtoestand

Tijdens een eerdere validatiefase (2007-2009) werden er al 2.580 terreinen gevalideerd en dus opgenomen in de bodeminventaris. De toestand van de 16.702 resterende terreinen zal tegen eind 2013 gevalideerd moeten zijn. Het doel van deze validatie, waarmee op 1 januari 2011 werd gestart, is om per brief alle eigenaars en exploitanten van vermoedelijk (categorie 0) of daadwerkelijk verontreinigde terreinen (categorieën 1 tot 4) te informeren door hen de gedetailleerde informatie te bezorgen, waarover Leefmilieu Brussel ter zake beschikt. De betroffen personen kunnen deze informatie betwisten aan de hand van gegevens die onderbouwd worden door documenten die de op het terrein uitgeoefende activiteiten nader preciseren of door een verkennend bodemonderzoek.

Op datum van 1 december 2011 waren er 5.039 sites gevalideerd volgens de procedure van de nieuwe "Bodemordonnantie" en werden de hiermee verband houdende beslissingen aan meer dan 10.000 eigenaars en exploitanten meegedeeld.

De opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen, de werkplaatsen voor het onderhoud van voertuigen, de spuitcabines, de drukkerijen en de metaalproductie vertegenwoordigen samen 94 % van de activiteiten die aan de basis liggen van een opname in de inventaris van de bodemtoestand van deze reeds gevalideerde sites. De verontreinigingen kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt zijn door ongevallen, het overlopen of de corrosie van tanks (stookolie, oplosmiddelen, enz.), niet lekdichte opslagruimten, verhogings- of aanlegwerken van terreinen met niet gecontroleerde materialen, het storten en behandelen van afval, afvloeiingen van verontreinigende stoffen of het neerslaan van verontreinigd stof op een naakte bodem afkomstig van productiemachines.

Inventaris van de bodemtoestand: onderverdeling van de 5.039 gevalideerde sites volgens de zogenaamde "risicoactiviteiten" die aan de basis liggen van de inschrijving in de inventaris (1 december 2011)
Bron: Leefmilieu Brussel, onderafdeling Bodems, 2012

De 5.039 sites die op dit ogenblik zijn gevalideerd, zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, waarbij de categorieën 0 en 0+ (zie hierboven) ruimschoots domineren met 83 %.

Inventaris van de bodemtoestand: onderverdeling volgens categorie van de 5.039 gevalideerde sites (1 december 2011)
Bron: Leefmilieu Brussel, onderafdeling Bodems, 2012

Bodemattesten

Bij bepaalde gebeurtenissen, in het bijzonder bij de verkoop van een woning of een terrein of bij de overdracht van een onderneming met een risicoactiviteit, moet de overdrager een - door Leefmilieu Brussel afgeleverd - bodemattest voorleggen, dat vermeldt of het terrein al dan niet is opgenomen in de inventaris en, in voorkomend geval, welke gedetailleerde informatie erin terug te vinden is. Voor de in de inventaris opgenomen terreinen voorziet de "Bodemordonnantie" dat de verkoper van een terrein of de overdrager van een risico-onderneming een verkennend bodemonderzoek moet uitvoeren en de verplichtingen op zich moet nemen, die uit een vastgestelde verontreiniging van de bodem (overschrijding van de normen) zouden voortvloeien (zie fiche "Identificatie en behandeling van verontreinigde bodems")

Tussen 2005 en december 2011 werden er 115.000 bodemattesten afgeleverd.

Bronnen

  • Brusselse Hoofdstedelijke Regering 2009. "Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten", Belgisch Staatsblad van 17/12/2009.
  • Ministerie van het BHG 2009 "Ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems", Belgisch Staatsblad van 10/03/2009.
Datum van de update: 26/04/2017