U bent hier

Huishoudelijk en gelijkgesteld afval

Context

De enige langlopende gegevenssets voor het ramen van de omvang van het huishoudelijk afval zijn deze van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid (GAN of “Net Brussel”). Zij hebben betrekking op het sinds 1991 aan huis opgehaald restafval en de volgende selectieve inzamelingen:

  • het selectief ingezameld glas en het grofvuil in de 2 gewestelijke containerparken sinds 1991,
  • papier en karton samen met de recycleerbare verpakkingen sinds 1992,
  • aparte inzameling van verpakkingsafval (blauwe zakken) en papier-karton (gele zakken) sinds 1996
  • kerstbomen sinds 1995, vermeerderd met tuinafval (groene zakken) sinds 2002.

Net Brussel komt tweemaal per week langs bij alle gezinnen van heel het gewestelijk grondgebied. Naast het afval van de gezinnen wordt door het GAN tijdens de huis-aan-huisophalingen ook tegelijk een deel van het zogenaamd “gelijkgesteld” afval ingezameld bij handelaars, zelfstandigen, bedrijven, vzw’s, scholen, gemeentelijke en andere overheden, voor een deel o.b.v. commerciële contracten. Deze afvalstroom die qua samenstelling gelijkt op het huishoudelijk afval kan moeilijk apart becijferd worden; ramingen maken gewag van een aandeel van het gelijkgesteld afval van 30%. Voor dit type afval is het GAN niet de enige operator, een wisselend ongekend deel van het gelijkgesteld afval wordt ook door privé operatoren opgehaald.

Als enige publieke operator voor de huis-aan-huisophaling van het restafval en van de gesorteerde zakken van de gezinnen kan Net Brussel gegevens verstrekken die representatief zijn voor dit inzamelkanaal van het huishoudelijk afval in enge zin.

Er zijn geen systematische gegevens over het huishoudelijk afval ingezameld via de 7 gemeentelijke containerparken. De inzamelgraad van de 2 gewestelijke containerparken is niet representatief voor het hele netwerk van containerparken en voor alle inwoners van het Gewest.

Voor het opvolgen van de tonnages en de sorteergraad baseren onze afvalindicatoren zich daarom uitsluitend op de cijfers van de huis-aan-huisophaling.

Huishoudelijk en gelijkgesteld afval (ingezameld door de publieke operator via de huis-aan-huisophaling, de glasbollen en het glas van de Horeca) : evolutie van de hoeveelheden (linker y-as) en van het aandeel van de selectieve ophalingen in het totaal (rechter y-as), start van de verschillende types van inzameling (rood)
Bron: op basis van de jaarrapporten van Net Brussel

Opgehaalde afvaltonnages

Het opgehaalde afval stijgt op een constante en regelmatige manier tot 2002. Tussen 2003 en 2008 bedraagt de jaarlijkse hoeveelheid om en bij 450.000 ton. In 2009 is deze hoeveelheid gedaald om in 2010 nog 424.868 ton te bedragen. Gezien over de periode 2000 tot 2010 is de aan huis opgehaalde hoeveelheid per inwoner gedaald met 20%. Dit betekent evenwel niet dat de productie van dit afval dezelfde evolutie heeft gevolgd, aangezien mogelijks een deel van het “gelijkgesteld” afval nu wordt opgehaald door andere (privé) operatoren in plaats van door het GAN. Het is evenmin uit te sluiten dat de daling van de opgehaalde hoeveelheden huisvuil ook te maken heeft met de vertraging van de economische conjonctuur sinds 2008, naast gewijzigde gewoontes die leiden tot minder afval.

Recente studies (zie bronnen) over de gemeentelijke en regionale containerparken brachten aan het licht dat dit netwerk zo’n 30.000 ton huishoudelijk afval inzamelt.

Het huishoudelijk en gelijkgesteld afval vertegenwoordigt in elk geval slechts een kleine fractie van wat het Gewest aan afval produceert. Ter vergelijking: studies wezen uit dat de hoeveelheden niet-huishoudelijk afval, waarover slechts gedeeltelijke en discontinue gegevens bestaan, drie à vier keer belangrijker zijn.

Aandeel van de selectieve ophaling

Tot eind 1995 werden de blauwe zakken (verpakkingen in plastiek of metaal en drankkartons, de zogenaamde PMD-verpakkingen) en de gele zakken niet gescheiden opgehaald. De mogelijkheid van selectieve ophaling van blauwe en gele zakken werd in eerste instantie ingevoerd in een beperkt aantal gemeenten: in 1996 werd het veralgemeend voor papier en karton en in november 1998 voor de PMD-verpakkingen. Het netwerk van de glasbollen werd in de loop der jaren progressief uitgebreid en is sinds 2005 ontdubbeld (wit en gekleurd glas). In 2002 wordt voor de eerste keer het tuinafval opgehaald in 6 tuinrijke gemeenten. Het aandeel van de selectieve ophaling vertoont aldus tot 2004 een gestage toename.

Na een stagnatie op 21% tussen 2004 en 2007, is er opnieuw een toename van het percentage selectief opgehaald huisvuil sinds 2008. De ophaling van de groene zakken bestrijkt in 2009 al 14 van de 19 gemeenten. Op 1 januari 2009 wordt de selectieve inzameling van het glas verplicht en kan dit enkel nog via de glasbollen. In 2010 vertoont de selectieve ophaling in alle categorieën een duidelijke toename. De sprong naar een globale sorteergraad van 28% hangt allicht samen met de invoering van de sorteerverplichting voor alle gezinnen op 1 januari 2010 en de verbalisering van de overtreders sinds juli van dat jaar. Indien wij ook rekening houden met de tonnages opgehaald in de gemeentelijke en regionale containerparken loopt de sorteergraad in 2010 op tot 30% (volgens recente studies).

Het lijkt dus dat tot 2010 de evolutie van deze indicator op de eerste plaats de modaliteiten van het inzamelingsbeleid weerspiegelt en niet zozeer de sorteerbereidheid of het milieubewustzijn van de bevolking.

Voor een correcte evaluatie van de kwaliteit van het sorteergedrag en de evolutie van de restpercentages in de selectieve ophalingen zijn periodieke analyses van de vuilbakken volgens een gestandaardiseerde methode vereist. Vooral in het geval van het PMD-afval blijkt het percentage niet-conform restafval groot (volgens het jaarrapport van Net Brussel bedroeg dit 43,7% eind 2010; volgens de laatste vuilbakanalyse in nov. 2010, 26%).

Bronnen

  • ARCADIS, januari 2012, « Etude économique et géographique de faisabilité relative à l’implantation de nouveaux parcs à conteneurs en région de Bruxelles-Capitale », uitgevoerd in opdracht van Leefmilieu Brussel, eindrapport, 178 pagina’s
  • BRUXELLES PROPRETÉ, 2010, « Campagnes d’analyse de la poubelle ménagère octobre-novembre 2010 », 47 pagina’s
  • ULB-IGEAT, mai 2011, « Etude comparative sur la gestion d’encombrants dans différentes villes et régions européennes », uitgevoerd in opdracht van Leefmilieu Brussel, 197 pagina’s, januari 2012
  • GEWESTELIJK AGENTSCHAP VOOR NETHEID, ”Jaarverslag 2009”, 42 pp. en “Jaarverslag 2010”, 34 pp.
Datum van de update: 07/02/2017