U bent hier

Chemische toestand van het grondwater

Volgens de resultaten van het toezicht op de kwaliteit van het grondwater  bereiken 4 van de 5 grondwaterlichamen van het Brussels Gewest « de goede chemische toestand ». Daartegenover staat dat het waterlichaam van de Brusseliaanzanden dat zich op geringe diepte bevindt en meer rechtstreeks in contact staat met de menselijke activiteiten, concentraties vertoont die de normen voor bepaalde parameters overschrijden: nitraten, pesticiden en enkele andere vervuilende stoffen.

Nagestreefde doelstelling: bereiken van de « goede chemische toestand »

Voor het grondwater van het Brussels Gewest werden milieudoelstellingen vastgelegd overeenkomstig de Waterrichtlijn en de Kaderordonnantie Water (KRW en KOW). Deze komen neer op het bereiken van de « de goede kwantitatieve en chemische staat » voor de 5 grondwaterlichamen tegen 2015. Aangezien de huidige chemische toestand van de Brusseliaanzanden als ontoereikend werd beoordeeld, werd bij de Europese Commissie om uitstel (een afwijking) gevraagd tot 2027 met betrekking tot de goede chemische toestand.  

Het bereiken van de « de goede chemische toestand » impliceert de conformiteit met bepaalde kwaliteitsdoelstellingen (maximale niet te overschrijden concentraties van bepaalde verontreinigende stoffen) en de afwezigheid van negatieve gevolgen voor het oppervlaktewater en de ecosystemen aan land die er rechtstreeks afhankelijk van zijn.

Monitoring van de kwaliteit van de grondwaterlichamen

De monitoring van de chemische toestand van deze 5 grondwaterlichamen, waarmee gestart werd in 2004, gebeurt door het nemen van monsters en dat voornamelijk ter hoogte van de actieve waterwinningen en enkele bronnen. Concreet gaat het om 2 afzonderlijke monitoringprogramma’s die elk bestaan uit 2 meetcampagnes per jaar:

  • de monitoringcontrole die bedoeld is om de algemene staat van elk waterlichaam te karakteriseren en de eventuele langetermijntendensen en het opduiken van nieuwe polluenten te detecteren. Eind 2012 gebeurde deze controle op 23 monitoringsites, verspreid over de 5 grondwaterlichamen. De controle heeft betrekking op parameters die relevant zijn voor de vervuiling van het grondwater;
  • de operationele controle waarmee men de waterlichamen wil opvolgen die het risico lopen de “goede chemische toestand” niet te bereiken, of die een stijgende tendens voor een bepaalde verontreinigende stof vertonen. Dankzij de operationele controle kunnen eveneens de gevolgen geëvalueerd worden voor de betrokken risicowaterlichamen van de invoering van preventie- en beschermingsprogramma’s. Eind 2012 ging het om 10 monitoringsites verspreid zijn over het waterlichaam van het Brusseliaan. De controle heeft betrekking op de risicoparameters (meer bepaald, nitraten, pesticiden en andere pertinente afgeleide producten).

Voor de oppervlakkige waterlagen – in de alluviale gronden van de Zennevallei en de aangrenzende valleien, alsook in de sedimenten van het Kwartair – gebeurt er momenteel geen systematische kwalitatieve monitoring.

Chemische toestand van de grondwaterlichamen

Op basis van de analyse van de resultaten van de monitoringprogramma’s werden voor 2012 de waterlichamen van de Sokkel en het Krijt, van de Sokkel in het voedingsgebied, van het Landeniaan en het Ieperiaan (Heuvelstreek) in goede chemische toestand bevonden. De chloriden, het ijzer en het mangaan die in hoge concentraties werden waargenomen op bepaalde monitoringsites in de diepe waterlichamen, zouden het gevolg zijn van de natuurlijke geochemische achtergrond van deze aquifers. Voortgaand op de tendensen die werden waargenomen voor de periode 2004 tot 2012, zullen deze 4 waterlichamen wellicht de doelstellingen met betrekking tot de goede toestand kunnen halen in 2015.

De freatische watertafel van de Brusseliaanzanden – die we op geringere diepte in de ondergrond aantreffen en die aan de oppervlakte niet afgedekt wordt door een ondoorlatende geologische formatie – is daarentegen sterker blootgesteld aan de oppervlaktevervuiling. De chemische toestand van de laag werd dan ook ontoereikend bevonden in 2012 en dit zal ook in 2015 nog het geval zijn. Hier worden namelijk zowel voor de nitraten als voor bepaalde pesticiden overschrijdingen van de kwaliteitsnormen vastgesteld. De gemeten concentraties wijzen bovendien op een over het algemeen stijgende tendens voor de nitraten maar een dalende tendens voor de pesticiden.

Huidige kwaliteit en tendensen voor het waterlichaam van de Brusseliaanzanden

Voor de nitraten worden deze overschrijdingen voornamelijk waargenomen ter hoogte van de controlepunten die zich in sterk verstedelijkte zones bevinden. De lage nitraatconcentraties worden daarentegen opgemeten in het zuidoosten van het waterlichaam, in het gebied dat overeenkomt met het Zoniënwoud en weinig blootgesteld is aan menselijke activiteiten. Er werd een universitair onderzoek uitgevoerd om te bepalen of de herkomst van de nitraatvervuiling organisch is dan wel mineralogisch (infiltratie van afvalwater, kerkhoven, bemesting, …). Het onderzoek dat werd uitgevoerd tussen 2009 en eind 2011 baseerde zich op isotopenanalyses van de stikstof en de zuurstof. Uit de resultaten van deze studie blijkt dat voor de monitoringsites met de hoogste concentraties (>50mg/l) de verontreiniging afkomstig zou zijn van geloosd afvalwater. De herkomst van dit afvalwater moet verder onderzocht worden: een van de geopperde hypotheses zijn lekkages in de riolering (op sommige plaatsen is deze bouwvallig en bovendien werden de riolen soms ontworpen om opstuwend grondwater af te voeren), aanwezige sterfputten…. Op de andere sites zouden de nitraten afkomstig zijn van organische bemesting en/of de ontbinding van organisch materiaal door micro-organismen in de bodem.  

Binnen het kader van het 2de waterbeheersplan worden nieuwe maatregelen overwogen die meer kennis zullen bijbrengen over de herkomst van de nitraatconcentraties en hun variatie in de tijd. Hiertoe behoren de uitbreiding van de monitoring naar nieuwe sites, de voortzetting van de isotopenanalyses evenals onderzoek op het terrein over het beheer van het afvalwater of nog de landbouwpraktijken en aanverwante praktijken.

De pesticiden die significant aanwezig zijn ter hoogte van het waterlichaam van het Brusseliaan, zijn atrazine en zijn afbraakproducten alsook 2.6 dichloorbenzamide (BAM). De overschrijdingen van de normen voor deze stoffen worden hoofdzakelijk waargenomen in de westelijke helft van het waterlichaam, meer bepaald bij de drinkwaterwinningen van het Terkamerenbos en het Zoniënwoud, alsook ter hoogte van een weinig verstedelijkte zone van Ukkel. Ook andere herbiciden worden occasioneel en plaatselijk aangetroffen. De aanwezige pesticiden zijn hoofdzakelijk bestemd voor huishoudelijk gebruik in zowel particuliere als publieke ruimten (onderhoud van tuinen, lanen, groene ruimten, begraafplaatsen …).

Het ziet ernaar uit dat de reglementen met betrekking tot het in de handel brengen en het schrappen van de erkenning van bepaalde pesticiden waardoor zij niet meer kunnen gebruikt worden door particulieren en openbare instanties, een positief effect hebben op de verbetering van de kwaliteit van de waterlagen. De toestand van het Brusseliaanwaterlichaam zal nochtans ontoereikend blijven tot 2021 wegens de grote stabiliteit van bepaalde in het milieu aanwezige pesticiden, door de erg langzame en complexe migratieprocessen van de pesticiden in de bodem en in de ondergrond (adsorptie-/desorptieprocessen op de bodemdeeltjes) en door het feit dat het grondwater zich slechts langzaam vernieuwt.

De ordonnantie van 20 juni 2013 die het gebruik van pesticides verbiedt in de gevoelige gebieden en in de publieke ruimten (vanaf 2019) evenals het bijhorend gewestelijk programma voor de reductie van pesticiden 2013-2017 versterken de vereisten en de voorwaarden voor het gebruik van pesticiden en zouden een afname van de concentraties in het grondwater in de hand moeten werken.

Andere verontreinigende stoffen (tetrachloorethyleen, ammonium, sulfaten, chloriden, chloraten, …) die van bepaalde oppervlakteactiviteiten afkomstig zijn, werden eveneens lokaal en/of occasioneel gemeten op bepaalde monitoringsites. De aanwezigheid van tetrachloorethyleen werd significant bevonden in het waterlichaam van het Brusseliaan.

In toepassing van de KRW werd er eind 2009 een maatregelenprogramma opgezet om de goede chemische toestand te bewerkstelligen voor het waterlichaam van het Brusseliaan waarvan de toestand ontoereikend is. Dit programma zou totin 2021 moeten volgehouden worden zoals voorzien in het 2de waterbeheersplan. De slaagkansen zijn echter niet gegarandeerd omwille van de vele verschillende potentiële zowel plaatselijke als diffuse verontreinigingsbronnen, de complexiteit van de overdrachtsdynamiek van de polluenten in de bodem en de ondergrond, de inertie van de waterlichamen of nog het grensoverschrijdende karakter van de watervoerende lagen.

Beoordeling van de chemische toestand van de waterlichamen van het Ieperiaan (Heuvelstreek) en het Brusseliaan op basis van de resultaten van de monitoringsprogramma’s van 2004 tot 2012
Bron : Leefmilieu Brussel, departement Strategie water

Beoordeling van de chemische toestand van de waterlichamen van het Ieperiaan (Heuvelstreek) en het Brusseliaan op basis van de resultaten van de monitoringsprogramma’s van 2004 tot 2012

 

Datum van de update: 09/07/2018
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Rapport(en) van Leefmilieu Brussel

Pagina van de Staat van het Leefmilieu 2007-2010

Focus: Kwantitatieve toestand van het grondwater