U bent hier

Incidentie van winterse vervuilingspieken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Sinds 2009 beschikt het Brussels gewest over een noodplan voor vervuilingspieken door PM10 en NO2. Dit plan definieert 3 interventiedrempels, met voor elke drempel de te activeren maatregelen. Tussen begin november 2009 en eind maart 2013 werden enkel de maatregelen voor de eerste interventiedrempel geactiveerd, aangezien de voorspellingen van de vervuilingsniveaus door PM10  nooit de voorwaarden voor activatie van de 2de en 3de interventiedrempel hebben bereikt.

Context

Sinds meerdere jaren vaardigt de Europese Unie richtlijnen uit ten behoeve van de luchtkwaliteit, teneinde de impact van verontreinigingen door menselijke activiteiten op de gezondheid, het klimaat en het milieu te beperken.
De Europese kaderrichtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa – deze vervangt de richtlijn 1996/62/EG –  legt daarom grenswaarden op voor o.a. de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijne deeltjes (PM10). Wanneer er een risico bestaat op een overschrijding van deze waarden, dan vraagt de richtlijn aan de Lidstaten om een actieplan voor de korte termijn te voorzien dat dit overschrijdingsrisico kan indijken en de duur ervan beperken.

Brusselse maatregelen

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelde een "noodplan" op met de bedoeling de bevolking in geval van winterse verontreinigingspieken door fijne deeltjes of stikstofdioxide te informeren en de gepaste maatregelen te nemen.
De bepalingen van het plan zijn vastgelegd in het besluit van 27 november 2008: het voorziet  3 interventieniveaus met maatregelen die stapsgewijs restrictiever worden naargelang hogere drempels van verontreiniging worden bereikt. De maatregelen zijn bedoeld om de lokale uitstoot te beperken, enerzijds van het verkeer  (snelheidsbeperking, systeem van alternerende nummerplaten,  volledig rijverbod) en anderzijds van de verwarming van overheidsgebouwen. Het besluit werd van kracht op 1 januari 2009. 


De interventiedrempels worden bereikt wanneer tijdens de maanden november tot maart in minstens twee stations van het Brussels telemetrisch meetnet, gedurende minstens twee opeenvolgende dagen voor minstens een van de twee beoogde verontreinigende stoffen, de vastgestelde verontreinigingsdrempels worden bereikt. In deze koudste periode van het jaar zijn situaties die ongunstig zijn voor de verspreiding van verontreinigende stoffen namelijk het meest waarschijnlijk. De weersomstandigheden die aan de basis liggen van de meest hardnekkige verontreinigingspieken zijn zeer lage windsnelheden en het voorkomen van temperatuurinversies. De persistentie van deze inversies wordt tijdens de wintermaanden nl in  de hand gewerkt door het beperkte aantal uren zonneschijn.

Incidentie van vervuilingspieken door PM10 en/of NO2

Tussen begin november 2009 en eind maart 2013 werd voor PM10 acht maal de eerste interventiedrempel bereikt en één keer de tweede interventiedrempel. Deze laatste gebeurtenis heeft echter niet geleid tot maatregelen van het 2de interventieniveau omdat de piek veroorzaakt werd door een massale vorming van secundaire aërosolen, fenomeen dat volledig ontsnapt aan de voorspellingen.

Incidentie (in periode november tot maart) van vervuilingspieken door PM10 en/of NO2
Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium voor Milieuonderzoek (lucht)


Incidentie (in periode november tot maart) van vervuilingspieken door PM10 en/of NO2

Indien wij verder teruggaan in de tijd dan blijkt uit de gemeten concentraties dat gemiddeld de eerste interventiedrempelwaarde drie keer per jaar wordt bereikt voor PM10 en die van NO2 twee keer om de 3 jaar; de tweede drempelwaarde voor PM10 wordt gemiddeld één keer om de 3 jaar bereikt. De tweede drempelwaarde voor NO2 werd nog nooit bereikt, net zomin als de derde drempelwaarde (van zowel PM10 als NO2).
 

Datum van de update: 09/07/2018