U bent hier

Evolutie van de concentratie aan troposferisch ozon

Troposferisch ozon vormt zich in de atmosfeer vanuit andere substanties waaronder stikstofdioxide NO2. De fotochemische reactie treedt hoofdzakelijk op tussen midden juni en midden augustus en kan in het geval van hittegolven ozonpieken veroorzaken als er ook bepaalde katalysatoren zoals vluchtige organische stoffen voorhanden zijn.  Indien de ozon in abnormaal hoge hoeveelheden aanwezig is, kan het ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. In het Brussels Gewest wordt de Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid gerespecteerd sinds 2005.

Context

Ozon is een secundaire polluent. Dat betekent dat ozon niet rechtstreeks in de omgevingslucht ontstaat door menselijke activiteiten, maar wel door fotochemie. Dat fenomeen doet zich vooral voor van midden juni tot midden augustus als gevolg van de irradiatie van primaire polluenten (zoals NO2) door ultraviolette straling (UV) in aanwezigheid van zuurstof. Wij verwijzen naar de methodologische fiche: zij beschrijft in  detail de opbouw- en afbraakprocessen van ozon.

Ozon prijkt als koploper op de lijst van luchtkwaliteitsindicatoren; de reden daarvoor is zijn impact op de gezondheid (vermindering van de ademhalingsfunctie) en op het milieu. De toxiciteit van ozon verschilt naargelang de concentratie.

Europese waarden

Om te voorkomen dat effecten optreden die op lange termijn schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en/of milieu in zijn geheel, bevat de Europese richtlijn 2008/50/EG betreffende de kwaliteit van de omgevingslucht onderstaand "streefcijfer" voor ozon; het geldt sinds 2010:

  • 120 µg/m³ als hoogste glijdend 8-uurgemiddelde over de tijdsspanne van een dag, 
  • maximum 25 overschrijdingsdagen per jaar, berekend als gemiddelde over 3 op elkaar volgende jaren.

Evolutie van de O3-concentratie in de lucht

Het telemetrisch meetnet van het Gewest telt 7 meetposten die continu het troposferisch ozon meten. Onze indicator baseert zich op de gegevens die in Ukkel worden opgetekend. Aangezien de meetpost in Ukkel op enige afstand van belangrijke verkeersaders gelegen is in een residentiële omgeving met weinig verkeer, hebben de ozonvormende processen er de overhand op de afbraakprocessen die optreden wanneer er NO voorhanden is (gas dat o.a. wordt uitgestoten door het verkeer).

Evolutie van de jaargemiddelde ozonconcentratie in de meetpost Ukkel (1986-2012)
Bron : Leefmilieu Brussel, Laboratorium voor Milieu-onderzoek (lucht)

Evolutie van de jaargemiddelde ozonconcentratie in de meetpost Ukkel (1986-2012)

In 2011 en 2012 bedroeg de jaargemiddelde concentratie van troposferisch ozon 44 µg/m³, in de meetpost van Ukkel. De sterke toename van de gemiddelde concentratie in de negentiger jaren is veel minder uitgesproken in de jaren 2000. Het jaargemiddelde lijkt zich te stabiliseren.

De toename tijdens de negentiger jaren valt te verklaren door een algemene daling van de NO-concentraties (ozonafbrekende polluent).   

De meetpunten in Sint-Agatha-Berchem en aan het Europese Parlement, zij het in mindere mate, vertonen hoge jaargemiddelde concentraties. In het stadscentrum daarentegen en in de buurt van verkeersaders (meetstations van Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Jans-Molenbeek en Baksteenkaai) dragen de primaire stikstofmonoxide-emissies door het verkeer rechtstreeks bij tot de ozonafbraak, wat de lagere ozonconcentraties verklaart.

Conformiteit met de Europese streefwaarden

Aantal overschrijdingsdagen vastgesteld in de meetpost Ukkel voor de streefwaarde van 120 µg/m³ die geldt voor het achtuurgemiddelde van de ozonconcentratie (1986-2012)
Bron : Leefmilieu Brussel, Laboratorium voor Milieu-onderzoek (lucht)

Aantal overschrijdingsdagen vastgesteld in de meetpost Ukkel voor de streefwaarde van 120 µg/m³ die geldt voor het achtuurgemiddelde van de ozonconcentratie (1986-2012)

Sinds de periode 2003-2005 worden in het Brussels Gewest de Europese waarden voor de bescherming van de gezondheid nageleefd. In de periode 2010-2012 waren er gemiddeld over deze 3 jaar tussen 5 (meetpost Voorhaven) en 13 (meetpost Ukkel) overschrijdingsdagen, afhankelijk van de kenmerken van de omgeving waar deze meetposten zich bevinden. Dit aantal is dus wel degelijk lager dan het toegelaten gemiddelde van 25 dagen, berekend als gemiddelde over 3 jaar.

Het valt op dat voor alle jaren met zonnig en warm weer tijdens de maanden juli en augustus, er telkens meer dan 25 dagen met overschrijding werden genoteerd voor het jaar in kwestie. Dat was bijvoorbeeld het geval in de jaren 2003 en 2006.

Twee zomerperiodes met matig zonnig weer of een enkele uitstekende zomer over een periode van 3 jaar volstaan om het aantal toegestane dagen met meer dan 120 µg/m³ te bereiken of te overschrijden. 

Datum van de update: 09/07/2018