U bent hier

Balans van de bedrijfsvervoerplannen

Sinds 2011 is een bedrijfsvervoerplan (BVP) verplicht voor alle ondernemingen met meer dan 100 werknemers in eenzelfde vestiging in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Uit de 585 dossiers die Leefmilieu Brussel eind mei 2013 had ontvangen, blijkt de keuze van de werknemers van hun vervoerswijze sterk gerelateerd aan  de lokalisatie van de ondernemingen.

De bedrijfsvervoerplannen

De bedrijven (met inbegrip van de overheidsbedrijven) die meer dan 100 werknemers tewerkstellen in eenzelfde vestiging in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn verplicht een bedrijfsvervoerplan (BVP) op te stellen. Deze verplichting werd in 2004 ingevoerd voor alle vestigingen met meer dan 200 werknemers. In 2011 werd de drempel verlaagd tot 100 werknemers per vestiging.

De ondernemingen in kwestie moeten om de drie jaar een diagnose maken van hun mobiliteit en een actieplan opstellen dat vooral betrekking heeft op de woon-werkverplaatsingen en beroepsmatige verplaatsingen van hun werknemers, maar ook de verplaatsingen van hun bezoekers. De eerste driejarige cyclus van de nieuwe BVP-verplichting loopt af op 30 juni 2014.

Het BVP heeft tot doel de gemotoriseerde verplaatsingen te rationaliseren en een overstap naar duurzamere verplaatsingswijzen tot stand te brengen om op termijn de lucht- en verkeerskwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren.

Vervoerswijze van de werknemers

Op basis van de 532 geldige BVP-dossiers die Leefmilieu Brussel sinds 2011 heeft ontvangen, werd een analyse van de vervoerswijzen van de werknemers gemaakt. Deze analyse houdt alleen rekening met de hoofdvervoerswijze, m.a.w. degene die het vaakst en over de langste afstand wordt gebruikt.

Hoofdvervoerswijze voor de woon-werktrajecten van de werknemers van 532 BVP-bedrijven
(gegevens mei 2013)
Bron: Leefmilieu Brussel - Departement “Parkeren en verplaatsingen”

Hoofdvervoerswijze voor de woon-werktrajecten van de werknemers van 532 BVP-bedrijven (gegevens mei 2013)

De auto is de hoofdvervoerswijze voor 37,6% van alle werknemers van ondernemingen die over een BVP beschikken  werknemers en verzorgt dus nog altijd de meeste woon-werkverplaatsingen. Alle vormen van openbaar vervoer samen (trein en stedelijk openbaar vervoer) nemen echter ruim de helft van de verplaatsingen voor hun rekening.

Ten opzichte van 2006 betekent dit een daling van het vervoersaandeel van de wagen met 18,2%, vooral ten voordele van het openbaar vervoer.

Invloed van de locatie van de onderneming

Vervoerswijzen voor de woon-werkverplaatsingen en locatie van het BVP-bedrijf ten opzichte van de bereikbaarheidszones (gegevens mei 2013)

Bron: Leefmilieu Brussel – Departement « Staat van het Leefmilieu en duurzame indicatoren » op basis van Leefmilieu Brussel en Brussel Mobiliteit, maart 2014. « Plans de déplacements d’entreprise, Bilan de la situation 2011 », 55 bladzijden.

Vervoerswijzen voor de woon-werkverplaatsingen en locatie van het BVP-bedrijf ten opzichte van de bereikbaarheidszones (gegevens mei 2013)

De op de kaart ingekleurde toegankelijkheidszones komen overeen met deze gedefinieerd  door de Omzendbrief van 12 december 2002 van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nr. 18 betreffende de beperking van het aantal parkeerplaatsen (Belgisch Staatsblad 11 februari 2003).

De ligging van de vestigingen is zeer bepalend voor de manier waarop de werknemers zich verplaatsen: in bedrijven die het best gelegen zijn t.o.v.  het openbaar vervoer, is het aandeel van de auto gemiddeld kleiner dan 25%. De werknemers komen vooral met het openbaar vervoer, en meer bepaald met de trein, naar deze ondernemingen. In gebieden die meer buiten het centrum gelegen zijn, met een slechtere bediening door het openbaar vervoer, bereikt het aandeel van de wagen soms 80% van alle woon-werkverplaatsingen.

Evolutie

Evolutie in % van het aandeel van de verschillende vervoerswijzen voor de woon-werkverplaatsingen tussen 2006 en 2011 in BVP-bedrijven met meer dan 200 werknemers
Bron: Leefmilieu Brussel - Departement “Parkeren en verplaatsingen”

Evolutie in % van het aandeel van de verschillende vervoerswijzen voor de woon-werkverplaatsingen tussen 2006 en 2011 in BVP-bedrijven met meer dan 200 werknemers

De hier voorgestelde analyses van de evolutie hebben alleen betrekking op BVP-bedrijven met meer dan 200 werknemers, teneinde systematische fouten in de analyses te vermijden. In 2006 gold de verplichting namelijk alleen voor ondernemingen met meer dan 200 werknemers.

Vergeleken met 2006 gaat het aandeel van de auto in het totaal van de verplaatsingen er in het algemeen op achteruit, ongeacht de toegankelijkheidszones. De toename van het gebruik van het openbaar vervoer valt vooral op in de wijken met een minder goede bediening door het openbaar vervoer. In deze buiten het centrum gelegen wijken wordt ook gecarpoold, hoewel dit een weinig gekozen verplaatsingswijze blijft die in het algemeen zelfs afneemt in het Brussels Gewest. Het fietsgebruik neemt sterk toe in het hele Gewest, maar het aandeel van de fiets als vervoerswijze voor woon-werkverplaatsingen ligt nog vrij laag (2,5%).

Andere factoren die een rol spelen

De analyse heeft ook andere factoren aan het licht gebracht die een invloed hebben op de modale verdeling, zoals:

  • De woonplaats van de werknemers;
  • Het mobiliteitsbeleid van de onderneming dat vaak verband houdt met de activiteitensector. Indien parkeerplaatsen en bedrijfswagens ter beschikking worden gesteld, leidt dit vooral tot een overmatig gebruik van de wagen;
  • De werkuren.
Datum van de update: 09/07/2018
Documenten: 

Rapporten van Leefmilieu Brussel

Bedrijfsvervoerplan: Balans 2011, maart 2014, 55 bladzijden
Bedrijsvervoerplan: analyse - balans 2006, augustus 2007, 39 bladzijden

Factsheet

Verplaatsingen van personen gerelateerd met de grote Brusselse ondernemingen: analyse van de bedrijfsvervoersplannen, augustus 2014, 11 bladzijden.

Internetsite van Leefmilieu Brussel

 > Rubriek voor professionelen > De resultaten van het vervoerplan