U bent hier

Paddenstoelen en korstmossen

Paddenstoelen en korstmossen spelen een zeer belangrijke rol in de ecosystemen en zijn hierdoor belangrijke elementen van de biodiversiteit in het Brussels Gewest. Deze twee groepen waren onlangs het voorwerp van een inventaris op schaal van het Gewest. De atlas van de paddenstoelen, die de periode 1980-2009 beslaat, geeft een overzicht van 1038 soorten basidiomyceten (vooral “hoedpaddestoelen”), wat bijna 60% is van het aantal getelde soorten in Vlaams-Brabant. Een tiental Brusselse gebieden, waaronder in het bijzonder het Zoniënwoud, herbergt een belangrijke schimmelbiodiversiteit. Deze studie heeft ook een achteruitgang van de symbiotische paddenstoelen aan het licht gebracht. De inventaris van de  korstmossen, die in 2011 werd opgesteld, heeft 130 epifytische korstmossen geregistreerd. Dit komt overeen met 65% van de epifytische korstmosflora in het Vlaams Gewest. In het algemeen kon ook een positieve evolutie van de korstmosflora worden vastgesteld. Deze hangt wellicht samen met een daling van de uitstoot van verzurende verontreinigende stoffen.

Paddenstoelen en korstmossen: essentiële organismen voor de ecosystemen

Zowel de paddenstoelen als de korstmossen vervullen belangrijke functies in de ecosystemen: ontbinding van organisch materiaal (saprofytische paddenstoelen), symbiose met hogere plantensoorten via de zwamwortels of mycorrhiza’s (symbiotische paddenstoelen), parasitisme (bepaalde paddenstoelen), voedingsbronnen en schuilplaatsen voor tal van kleine of microscopische levende organismen (paddenstoelen en korstmossen), kolonisatie van nieuwe milieus (korstmossen), materialen voor nestbouw (korstmossen), enz. Bovendien zijn de paddenstoelen en korstmossen in het algemeen zeer gevoelig voor wijzigingen van hun omgeving, wat hen tot goede bio-indicatoren maakt. Belangrijk in dit verband is dat de korstmossen zeer gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. Hierbij geldt als vuistregel dat hoe vuiler de lucht is, hoe kleiner de soortenvariatie zal zijn. Bovendien reageren niet alle korstmossoorten op dezelfde manier op de verschillende verontreinigende stoffen.

Atlas van de paddenstoelen

De paddenstoelenatlas van Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd opgesteld door de vzw Natuurpunt met de steun van onder andere Leefmilieu Brussel. De atlas dekt de periode 1980-2009 en omvat de basidiomyceten (vooral hoedpaddenstoelen) en myxomyceten (organismen die, hoewel ze vandaag niet meer als paddenstoelen worden beschouwd toch nog altijd worden bestudeerd door mycologen). De ascomyceten (gisten, schimmels, truffels, morieljes enz.) zijn niet opgenomen in de inventaris.
Door de waarnemingen in Brussel konden 1038 basidiomyceten geïnventariseerd worden, wat bijna 60% is van de in Vlaams-Brabant getelde soorten. Daarnaast werden 35 soorten myxomyceten en 217 soorten ascomyceten waargenomen in het Brussels Gewest.

Aantal waargenomen soorten paddenstoelen

Een tiental Brusselse sites herbergt een grote biodiversiteit aan paddenstoelen. Dit is vooral het geval in het Zoniënwoud, waar tal van soorten voorkomen, ook zeldzame en bedreigde soorten. Deze diversiteit kan met name worden verklaard door de verscheidenheid aan bodems, biotopen en aanwezige soorten en door de uitgestrektheid van het bosgebied. Het historische karakter van dit oude woud, de bescherming die het geniet, de aanwezigheid van tal van oude bomen en het vrij grote volume aan dood hout vormen aanvullende verklaringen voor deze rijkdom. Op basis van de gegevens van voor 1980 ramen de auteurs van de atlas het aantal hier geïnventariseerde paddenstoelensoorten op meer dan 1000. Deze verscheidenheid is weliswaar ongelijk verdeeld over het Zoniënwoud. De rijkste gebieden komen hoofdzakelijk overeen met de natuurreservaten. Ook is het vooral op vochtige en kalkrijke bodems dat de paddenstoelen zich bevinden.
In het algemeen stellen de auteurs van de atlas vast dat de symbiotische soorten erop achteruitgaan (algemeen waargenomen fenomeen in Vlaams-Brabant en Nederland), net als de myxomyceten, terwijl de saprofyten er net op vooruitgaan. De ectomycorrhizische symbiotische paddenstoelen (m.a.w. die paddenstoelen waarvan de draden niet doordingen in de plantencellen), die zeer verspreid zijn bij de macromyceten (“grote paddenstoelen”), zijn het sterkst bedreigd. Deze evolutie houdt verband met het verlies van hun natuurlijke habitats, de grote bezoekersdruk in bepaalde groene ruimten (inklinking van de bodem) en eutrofiëringsverschijnselen (onvoldoende afvoer van maaisel en dode bladeren, luchtvervuiling, stikstofaanvoer). De schijnbare achteruitgang van de myxomyceten zou daarentegen kunnen worden toegeschreven aan het feit dat ze moeilijker waar te nemen zijn en slechts door een beperkt aantal specialisten gekend zijn.

Inventarissen van de epifytische korstmossen

Korstmossen ontstaan uit een symbiotische associatie van een paddenstoel en een alg. Epifytische korstmossen groeien op boomstammen, takken of bladeren.
De onderstaande gegevens geven een overzicht van de rijkdom aan epifytische korstmossen die in verschillende periodes werd waargenomen in het Brussels Gewest. Ter gelegenheid van de inventaris van 2011 werden 130 epifytische korstmossen geteld in het Brussels Gewest, wat overeenkomt met 65% van de epifytische korstmosflora in het Vlaams Gewest.
Deze gegevens zijn moeilijk onderling vergelijkbaar (vooral omdat in het kader van de inventaris van 2011 bijna 2 keer meer bomen werden onderzocht dan voor de vorige inventaris). Ze laten er echter geen twijfel over bestaan dat, na een periode van duidelijke achteruitgang, de trend is gekeerd in het voorbije decennium.
Epifytische korstmossen

Deze positieve evolutie houdt verband met een reductie van de emissies van verzurende polluenten en vooral van zwaveloxiden. De onderzoeken die in het kader van de inventaris werden uitgevoerd, tonen aan welke factoren, in de milieuomstandigheden die vandaag aanwezig zijn in het Brussels Gewest, de grootste impact hebben op de soortenrijkdom en op het type van korstmos dat lokaal voorkomt. Deze factoren zijn: de omtrek van de bomen en de concentraties van stikstofoxiden en fijne deeltjes. Op plaatsen waar deze concentraties hoog zijn, is de diversiteit en de groei van de korstmossen kleiner.

Maatregelen die de biodiversiteit van paddenstoelen en korstmossen ten goede komen

De maatregelen van het Gewest voor het behoud van de groene ruimten, de verbetering van de natuurlijke habitats en de vermindering van de vervuiling – vooral van de lucht – dragen eveneens bij tot de verbetering van de flora van paddenstoelen en korstmossen.
Voor de paddenstoelen in het bijzonder kunnen we het behoud van de diversiteit van de milieus vermelden, het herstel van de vochtige gebieden, het behoud van oude bomen en dood hout, het feit dat de kadavers van wilde dieren niet systematisch worden verwijderd, de beperking van de toegang van het publiek tot bepaalde zones, de aanleg van integrale natuurreservaten, de keuze van de machines die worden gebruikt voor de boswerkzaamheden en de beperking van de verrijking van het milieu met voedingsstoffen (bijvoorbeeld door het maaisel en de dode bladeren in de parken weg te ruimen). Het plukken van paddenstoelen is overigens ten strengste verboden in het Brussels Gewest sinds 2002 (behalve afwijkingen voor wetenschappelijke of pedagogische doeleinden).
Wat de korstmossen betreft, kunnen bepaalde specifiekere beheersmaatregelen worden getroffen: behouden van wildere zones in de parken, bij de aanplanting van bomen rekening houden met de aantrekkelijkheid van de soort voor de korstmossen (zure schors voor zuurminnende korstmossen, ruwe schors, enz.), behoud van dikke bomen, enz.

Bronnen

  • STEEMAN R., ASPERGES M., BUELENS G., DE CEUSTER R., DECLERCQ B., KISZKA A., LEYSEN R., MEUWIS T., MONNENS J., ROBIJNS J., VAN DEN WIJNGAERT M., VAN ROY J., VERAGHTERT W. & VERSTRAETEN P. 2011. “Paddenstoelen in Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1980-2009. Verspreiding en ecologie”, Natuurpunt Studie, studie uitgevoerd dankzij de steun van Leefmilieu Brussel.
  • VAN DEN BROECK D. 2012. « Atlas van de epifytische korstmossen en de erop voorkomende lichenicole fungi van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, studie uitgevoerd door de Nationale Plantentuin van België in opdracht van Leefmilieu Brussel, 161 pagina's
Datum van de update: 09/07/2018