U bent hier

Energie-intensiteit van de huisvesting

In 2011 bedroeg het energieverbruik van de huisvesting in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 14.500 kWh per huishouden. De energie-intensiteit werd dus gereduceerd met 33% tussen 1999 et 2011. Dit wordt hoofdzakelijk uitgelegd door een minder grote behoefte aan verwarming. Tot 2005 wordt namelijk een belangrijke stijging waargenomen in het elektriciteitsverbruik van de huishoudens, sindsdien zette zich een daling in.

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele.

In de huisvestingssector komt de verbruikseenheid overeen met één huishouden. De energie-intensiteit van de huisvesting wordt dus bepaald in verhouding tot het aantal gezinnen en kan geraamd worden op basis van het totale eindverbruik van de huisvestingssector (vervoer niet inbegrepen). Daarvan wordt een schatting gemaakt, met of zonder klimaatcorrectie, in het kader van de gewestelijke energiebalansen. Ter herinnering: de klimaatcorrectie is erop gericht om voor het jaar in kwestie de invloed van de meteorologische kenmerken eruit te lichten en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij constant klimaat.

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting (t.o.v. het aantal gezinnen) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik
Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2011 en BISA volgens de gegevens van ADSEI – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - , berekeningen van Leefmilieu Brussel


Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting (t.o.v. het aantal gezinnen) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik

In 2011 bedroeg het energieverbruik van de woningsector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 14.500 kWh per gezin.

De energie-intensiteit van de gezinnen wordt duidelijk beïnvloed door de weersomstandigheden van het betrokken jaar (dit blijkt uit de verschillen tussen de twee krommen op de grafiek). De evolutie van het verbruik met klimaatcorrectie schijnt te wijzen op een dalende trend van de intensiteit sinds 1999, het jaar waarin de hoogste intensiteit werd opgetekend. Volgens die gegevens daalde de energie-intensiteit nl met 33% tussen 1999 en 2011.

Energie-intensiteit van de huisvesting, per energiedrager

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting (t.o.v. het energieverbruik per gezin waarbij jaar 1990 = 100) in het Brussels Gewest, in functie van de energiedrager
Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2011 en BISA volgens de gegevens van ADSEI – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie -, berekeningen van Leefmilieu Brussel

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting (t.o.v. het energieverbruik per gezin waarbij jaar 1990 = 100) in het Brussels Gewest, in functie van de energiedrager

De globale trend kan worden verduidelijkt door de evolutie van de intensiteit per energiedrager te analyseren: de recente daling van de totale intensiteit voor deze sector is toe te schrijven aan een duidelijke daling van de verwarmingsbehoeften (of van het brandstofverbruik) per gezin. Dit hangt samen met de meteorologische omstandigheden. Daarentegen wordt voor het elektriciteitsverbruik een sterke stijging waargenomen tot in 2005, sindsdien gevolgd door een daling, behalve dan in 2010.

Verklarende factoren

Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren:
- de verbetering van de energetische kwaliteit van het gebouwenpark (met o.a. isolatie van de gebouwen, nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren);
- de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebruikte uitrustingen (bv. elektrische huishoudapparatuur);
- de evolutie van de sociaaleconomische kenmerken van de Brusselse bevolking (groei, samenstelling van de gezinnen, levensstandaard, …) en haar uitrusting (type en comfortniveau van het vastgoedpark, elektrische en elektronische uitrustingen, …);
- het effect van energiebesparende gedragingen, opgedrongen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen) of vrijwillig (ten gevolge van een bewustwording van de bevolking voor de milieuproblemen en het zuinig omspringen met natuurlijke rijkdommen): verlaging van de verwarmingstemperatuur in de gebouwen, …

Datum van de update: 09/07/2018