U bent hier

Historiek van de verontreiniging door SO2

Historische context

Zwaveldioxide is een verontreinigende stof die in de geschiedenis van de monitoring van de luchtverontreiniging een prominente plaats bekleedt. De industrialisering in de 19de en 20ste eeuw veroorzaakte een aanzienlijke toename van de luchtverontreiniging. Bepaalde steden of regio's beleefden tragische situaties die werden toegeschreven aan de funeste effecten van de verontreinigende stoffen op de gezondheid. De ramp die zich in december 1930 in Engis voordeed, behoort tot een van de meest "befaamde" van Europa. Vijf dagen lang hing er in de vallei van de Maas tussen Hoei en Luik een dichte mist; de verontreinigende stoffen - overwegend van de verbranding van steenkool - die zich er hadden opgestapeld, kostten aan 60 mensen het leven.
Zelfde oorzaken, zelfde gevolgen; in 1952 beleefde Londen een gelijkaardig drama dat "The Great Smog of London" werd gedoopt en 4000 dodelijke slachtoffers maakte! De regering van het Verenigd Koninkrijk reageerde op deze tragedie met de invoering vanaf 1956 van de "Clean Air Act" die de blootstelling van de bevolking aan zwaveldioxide en fijne deeltjes gevoelig beperkte.

1968, het eerste Belgische meetnet voor de luchtkwaliteit

Het eerste net voor het meten van de luchtkwaliteit in België was het "Zwavel-Rook" net. Het net dat er kwam als gevolg van de milieurampen van Engis en Londen telde bij oprichting in 1968 230 stations; de taak van dit net bestond in de globale monitoring van de kwaliteit van de omgevingslucht in België. De metingen van zwaveldioxide en zwarte rook richtten zich specifiek op de verontreiniging door de verbranding van fossiele brandstoffen, voor het produceren van energie en het verwarmen van woningen en andere gebouwen.

1978 betekende een nieuwe fase in de meting van de luchtkwaliteit: toen werd in België een volautomatisch meetnet operationeel voor het opvolgen in reële tijd van verontreinigende stoffen zoals zwaveldioxide, stikstofoxide en ozon.

De bescherming van de gezondheid en het Europees juridisch kader

Richtlijn 80/779/EEG (Raad van 15 juli 1980) was de eerste Europese richtlijn die grenswaarden en richtwaarden oplegde voor de concentraties van zwaveldioxide en zwevende deeltjes in de lucht met als doel de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen.
In 1996 werd de richtlijn 80/779/EG vervangen door de kaderrichtlijn 96/62/EG. De Richtlijn 96/62/EG betekende een belangrijke stap in de evaluatie van de luchtkwaliteit, zij was voorzien van 4 dochterrichtlijnen die de grenswaarden en de streefcijfers voor een reeks verontreinigende stoffen vastleggen.
Al deze bepalingen worden overgenomen en versterkt in de richtlijn 2008/50/EG die in juni 2008 de richtlijn 96/62/EG opvolgde.

De evolutie van de zwaveldioxidemetingen in Brussel

Tot in de tachtiger jaren behoorde zwaveldioxide tot de verontreinigende stoffen met een hoog gezondheidsrisico. Dit kleurloze gas was in hoofdzaak afkomstig van de verbranding van vaste of vloeibare fossiele brandstoffen. Die bevatten immers een min of meer hoog zwavelgehalte. De meest kritische vorm daarvan was steenkool met een zwavelgehalte variërend van minder dan 1% tot meer dan 10%.

Sinds het begin van de metingen in 1968 kenmerkt de evolutie van de SO2-metingen zich door een gevoelig dalende trend; de huidige niveaus liggen 15 tot 20 keer lager dan in 1970 (zie bovenstaande grafiek en kaart). Die aanzienlijke daling die in de jaren '70 en '80 werd opgetekend, is het gevolg van verschillende doeltreffende bepalingen die de vermindering van de zwaveldioxide-uitstoot beoogden:

  • vermindering van de uitstoot bij de grote energieverbruikers (energieproducenten en grote industriële gebruikers);
  • opeenvolgende beperkingen van de wettelijke limieten m.b.t. het zwavelgehalte in de brandstoffen voor verwarming en voor de energieproductie;
  • het gebruik van aardgas als energiebron voor de verwarming van de woningen en ingebruikneming van kerncentrales ter vervanging van vaste of vloeibare fossiele brandstoffen;
  • evolutie in de gewoontes van de bevolking (isolatie, zuiniger omgaan met energie als gevolg van de stijgende prijzen).

Europese normen

Op het vlak van de wetgeving voor de SO2-uitstoot is het Brussels Gewest sinds 1 april 1983 onderworpen aan de Europese grenswaarden vastgelegd in richtlijn 80/779/EEG. Sinds 1 januari 2005 geldt hiervoor richtlijn 1999/30/EG en sinds 11 juni 2008 de richtlijn 2008/50/EG. Al vele jaren leeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de opgelegde grenswaarden na. Ook de komende jaren stelt de naleving van deze normen geen probleem; dat neemt niet weg dat er verdere inspanningen nodig blijven om het gehalte van deze verontreinigende stof in de omgevingslucht verder terug te dringen.

Datum van de update: 09/07/2018