U bent hier

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater

Indicator - Actualisering : augustus 2022

Een goede fysisch-chemische kwaliteit van het water is een noodzakelijke en essentiële voorwaarde voor de overleving en ontwikkeling van het waterleven. De positieve trend die sinds het begin van de jaren 2000 is waargenomen, zet zich voort, maar in een langzamer tempo. Hoewel het kanaal over het algemeen een goede fysisch-chemische kwaliteit heeft, bereiken noch de Zenne noch de Woluwe - die aan strengere kwaliteitscriteria is onderworpen – een voldoende kwaliteit. En de vooruitzichten zijn niet rooskleurig: het oppervlaktewater in Brussel lijkt weinig bestand tegen de opwarming van de aarde.

Wat is de fysisch-chemische kwaliteit?

De fysisch-chemische kwaliteit van het water is de kwaliteit van het water met betrekking tot fysische parameters (zoals temperatuur, pH, geleidingsvermogen) en bepaalde chemische parameters (zoals zuurstof, stikstof, fosfor enz.) die van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling en het voortbestaan van organismen die in het aquatisch milieu leven. Ze draagt bij tot de biologische kwaliteit van de waterloop en wordt onrechtstreeks weerspiegeld in haar ecologische toestand of haar ecologisch potentieel (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers").

De fysisch-chemische kwaliteit van het Kanaal, de Woluwe en de Zenne wordt hier geëvalueerd op basis van een selectie van 9 parameters, die deel uitmaken van de parameters die in het waterbeheersplan zijn opgenomen: 

  • de temperatuur, 
  • de zuurheid (de pH), 
  • de geleidbaarheid, 
  • het zuurstofgehalte: onmisbaar voor het waterleven, het bevordert ook de afbraak van de biodegradeerbare verontreinigende stoffen wat nodig is voor de zelfreiniging,
  • de organische belasting (de Biologische Zuurstofvraag (BZV) - indicator van vervuiling door biologisch afbreekbare organische stoffen waarvan de afbraak opgeloste zuurstof verbruikt -, de Chemische Zuurstofvraag (CZV)),
  • de troebelheid: de zwevende stoffen (ZS),
  • en de nutriënten (totaal stikstof en totaal fosfor).

Aangezien de Woluwe in een Natura 2000-gebied gelegen is, gelden striktere doelstellingen.

Nieuwe kwaliteitsdoelstellingen  

Basiskwaliteitsnormen werden in 2011 goedgekeurd voor de fysisch-chemische kwaliteit van het water en vervolgens een eerste keer herzien in 2015. Maar ze worden weinig representatief geacht en dikwijls onvoldoende, rekening houdend met de verstedelijkte context van het Gewest (Leefmilieu Brussel, 2019). 
Sinds 2019 worden dus nieuwe doelstellingen voorgesteld voor het 3e Waterbeheerplan. Ze werden in de mate van het mogelijke afgestemd op de normen van de twee andere Gewesten (zie methodologische fiche en factsheet nr.4). Voor elke parameter werden ook vijf kwaliteitsklassen (zeer goed, goed, gemiddeld, middelmatig en slecht) vastgelegd. De kwaliteitsdoelstelling is de ondergrens van de kwaliteitsklasse “goed”.
Deze fiche richt zich meer specifiek op de drie in het Brussels Gewest vastgelegde oppervlaktewaterlichamen (Kanaal, Woluwe en Zenne) stroomop- en stroomafwaarts van het grondgebied. We merken echter op dat het meetnetwerk sinds 2014 werd uitgebreid met tussentijdse meetpunten en met andere waterlopen.

 

Het kanaal: voldoende kwaliteit die steeds beter wordt

Globaal gezien is het water van het kanaal van een goede kwaliteit en deze wordt sinds het begin van jaren 2000 duidelijk steeds beter. Deze positieve tendensen betreffende talrijke parameters: opgeloste zuurstof, CZV, zwevende deeltjes of de nutriënten.  Direct gevolg: er worden minder en minder overschrijdingen van de beoogde doelstellingen vastgesteld. 

Alleen het totaal stikstof voldoet nog steeds niet aan de kwaliteitsdoelstelling, hoewel de concentraties sinds 2012 dalen en de doelstelling naderen. 

De andere parameter die moet worden gecontroleerd is de opgeloste zuurstof. Het heeft een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt, vooral aan de uitgang van het Gewest, waar de niveaus in het begin van de jaren 2000 zeer laag waren. Er worden echter nog steeds aanzienlijke schommelingen waargenomen, die leiden tot onvoldoende concentraties op bepaalde tijdstippen of tot overschrijdingen van de kwaliteitsdoelstelling, zoals in 2019. Aan de ingang van het Gewest daarentegen wordt de streefwaarde al sinds 2011 behaald.

Helaas heeft het Kanaal ook te lijden van overstromingen van het rioolnet en van de omleiding van water uit de Zenne via de Aa tijdens overstromingen, waardoor de waterkwaliteit plotseling en tijdelijk verslechtert en schade wordt toegebracht aan aquatische gemeenschappen, zoals de dood van vele vissen. 

Bovendien heeft het Kanaal in de zomer te kampen met terugkerende ecologische crises (cyanobacteriënbloei) als gevolg van de eutrofiëring en de lage stroomsnelheid. Deze algen kunnen zuurstofgebrek veroorzaken en giftige stoffen in het water brengen, waardoor waterorganismen kunnen sterven.

Over het algemeen heeft het kanaal een gelijkaardige kwaliteit bij het begin en het einde van zijn Brusselse loop. 
Drie parameters vertonen echter interessante verschillen. Tijdens zijn Brusselse loop, stijgt de temperatuur van het water van het Kanaal gemiddeld met 2°C, terwijl de opgeloste zuurstofconcentratie met ongeveer 2 mg/l daalt. Bovendien is het water van het Kanaal troebeler bij het binnenkomen van het Gewest dan bij het verlaten van het Gewest maar het verschil is duidelijk kleiner geworden. 

De Woluwe: een onvoldoende kwaliteit ten aanzien van de Natura 2000-doelstellingen

De Woluwe heeft een relatief goede fysisch-chemische kwaliteit, vergeleken met de Zenne en het Kanaal. Ze wordt namelijk hoofdzakelijk gevoed door bronwater dat afkomstig is van het Zoniënwoud. Er is meer bepaald een laag gehalte aan zwevende stoffen. 
Aangezien de Woluwe echter door Natura 2000-gebieden stroomt, gelden strengere doelstellingen. En er moet worden vastgesteld dat de resultaten gemengd zijn: 

  • Het gehalte aan opgeloste zuurstof is onvoldoende: de beoogde minimumconcentratie werd sinds het begin van de jaren 2000 slechts één keer bereikt, namelijk in 2016. 
  • Verscheidene parameters komen dicht in de buurt van de kwaliteitsdoelstellingen, met incidentele (geleidingsvermogen, nutriënten) of frequentere (organische belasting) overschrijdingen tot gevolg.

Hoewel de kwaliteit van de Woluwe sinds het begin van de jaren 2000 over het algemeen is verbeterd, is waakzaamheid voor deze parameters dus geboden.

Die verslechteringen zouden het gevolg kunnen zijn van de gerichte lozing van afvalwater. Maar er is meer onderzoek nodig om dit te bevestigen. In elk geval zou deze slechtere fysisch-chemische kwaliteit gevolgen kunnen hebben voor de biologische kwaliteit van de Woluwe. Met name het gebrek aan opgeloste zuurstof op bepaalde tijdstippen kan gevolgen hebben voor de vispopulaties (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers "). 

De Zenne: een slechtere kwaliteit door de lozingen van afvalwater

De Zenne ontvangt de lozingen van de twee zuiveringsstations van Brussel-Zuid en Brussel-Noord. Ze vangt ook talrijke lozingen op via de stormoverstorten bij zware regenval. Haar waterkwaliteit is dus sterk beïnvloed door de zuiveringsprestaties van de stations en door de frequentie van de werking van de overstorten en de kwaliteit van het geloosde water. Het is geen verrassing dat de Zenne de slechtste fysisch-chemische kwaliteit heeft.

De lozingen van de 2 Brusselse waterzuiveringsstations samen vormen ongeveer de helft van het (mediaan) debiet van de Zenne bij het verlaten van Brussel. Aanvullende metingen langs het traject in 2014 zouden overigens een verdunnend effect tonen van bepaalde polluenten, na de lozing van het station Zuid. Dit geloosd water is ook “warmer” en zou dus aan de basis kunnen liggen van de stijging van de temperatuur vastgesteld aan de uitgang van het Brussels grondgebied ten opzichte van de ingang (gemiddeld verschil van 2°C sinds 2001).

Een spectaculaire evolutie

De kwaliteit van de Zenne is op een spectaculaire manier geëvolueerd tussen het begin van de jaren 2000 en de jaren 2010. In het begin was de Zenne bijzonder verontreinigd, vooral bij het verlaten van Brussel! Die verbetering zet zich vandaag nog door voor meerdere parameters, maar in een trager tempo.

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne bij het verlaten van het Gewest (2001-2020)

Bron: Leefmilieu Brussel, 2022, gebaseerd op voortschrijdende gemiddelden over 3 jaar van jaarlijkse gemiddelde concentraties

Deze vooruitgang is voornamelijk het gevolg van de toegenomen zuivering van het afvalwater in het Brussels Gewest (ingebruikname van het station Zuid in 2000, van het station Noord in 2007) en stroomopwaarts (zie “Afvalwaterzuivering ”). De vijf verontreinigende stoffen die traditioneel worden gezuiverd door de stations (BZV, CZV, ZS, N en P) zijn logischerwijze drastisch gedaald in de Zenne, zoals de bovenstaande grafiek illustreert. De kwaliteit bij het verlaten van het Gewest benadert gaandeweg die bij het binnenkomen en is zelfs gelijk (bv. nutriënten). 

Evolutie van het gehalte aan opgeloste zuurstof in de Zenne (2001-2020)

Bron: Leefmilieu Brussel, 2022
Nota: De percentielen 10 (P10) en 90 (P90) zijn de waarden die respectievelijk de laagste 10% en 90% van de gegevens scheiden (gerangschikt in stijgende volgorde in 100 gelijke delen) 

Tegelijk kon de opgeloste zuurstof, die bij het begin van de jaren 2000 zo goed als afwezig was, sterk stijgen. En deze verbetering heeft zich na 2010 voortgezet, zij het in een trager tempo. De laatste jaren is er echter sprake van een vertraging of zelfs een lichte verslechtering. Er zij op gewezen dat de zuurstofvoorziening sinds 2015 beter is aan de uitgang van het regionale grondgebied dan aan de ingang.

Deze evolutie heeft een gunstige invloed op het aquatisch leven, dat in 2016 wordt gekenmerkt door een terugkeer van de vissen aan de ingang van het Gewest (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers ").

Maar er zijn nog inspanningen nodig

Ook al kunnen we ons verheugen over deze gunstige tendensen, de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne blijft globaal ontoereikend: 

  • Het gehalte aan opgeloste zuurstof blijft ontoereikend met een gemiddelde kwaliteit aan de uitgang van het Gewest en zelfs een ontoereikende tot slechte kwaliteit aan de ingang. De situatie bij binnenkomst lijkt des te kritieker omdat sommige van de metingen onder de drempel van de 3 mg/l blijven, dat als kritiek beschouwd wordt voor het leven van de vissen, ook al wordt deze slechts enkele uren of dagen overschreden. Bovendien lijkt het de laatste jaren erger te worden (zie de twee grafieken hierboven). 
  • De organische belasting blijft te hoog, bij het verlaten van het Gewest: de streefwaarden worden in het algemeen overschreden, zowel voor de BZV als voor de CZV. Niettemin is er een dalende tendens. De streefwaarde voor het BZV werd in 2020 dus voor het eerst gehaald.
  • Wellicht samen met deze nog hoge organische belasting, leiden de erg hoge waarden van de geleidbaarheid bij het verlaten van het Gewest tot een systematische overschrijding van de doelstelling. Hoewel de geleidbaarheid lager is bij het binnenkomen, wordt de doelstelling regelmatig overschreden, vooral in de laatste 4 jaar.
  • Voor totaal stikstof is de kwaliteit gemiddeld en nemen de concentraties af. Voor totaal fosfor is de kwaliteit over het algemeen gemiddeld. Maar de concentraties liggen verder van de kwaliteitsdoelstelling en zullen dus eerder van kwaliteitsklasse veranderen in geval van een verontreinigingspiek (zoals in 2019 na de reiniging van een afvoerpijp bij de uitgang van Brussel).
  • De balans is echter positief wat zwevende stoffen betreft. Dankzij een onmiskenbare verbetering voldoen de niveaus sinds 2017 aan de streefwaarde en heeft de Zenne voor deze parameter dus een goede kwaliteit bereikt.

Duidelijke vooruitgang, maar een kwetsbaar evenwicht

De duidelijke vooruitgang die de jongste 20 jaar werd vastgesteld, worden ondermijnd door uitzonderlijke klimatologische jaren, wat wijst op een zwakke veerkracht van de Brusselse waterlopen. De extreme klimatologische omstandigheden hebben een rechtstreekse weerslag op de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne, zoals blijkt uit de dalingen van opgeloste zuurstof. In het Kanaal en in verschillende vijvers in het Brussels Gewest worden in bepaalde zomers veel vissen dood aangetroffen. Maar ook andere aquatische organismen kunnen te lijden hebben onder deze extreme omstandigheden, te oordelen naar de resultaten van 2019 voor biologische kwaliteit. Echter, in een context van klimaatopwarming, zal dit scenario zich waarschijnlijk herhalen. 

De Zenne heeft ook te lijden onder de lozing van afvalwater, dat zij moeilijk kan absorberen, vooral wanneer het debiet laag is. Dit was met name het geval in 2019, toen verontreinigende stoffen vrijkwamen na de reiniging van het afvoerkanaal rechteroever. Het is dus van essentieel belang om de frequentie van de overstorten van het rioolnet te beperken.

Datum van de update: 01/09/2022

Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Toegang tot de gegevens

Factsheet(s)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Interactieve kaart van het water in Brussel  
  • Herziening van de fysicochemische normen van de oppervlaktewateren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2019. 51 pp. Intern document (.pdf)
  • Factsheets over de fysisch-chemische kwaliteit van het Brussels oppervlaktewater (2001-2012), september 2015. 118 pp. Intern document (enkel in het Frans) (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • Technische rapporten betreffende de resultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit, verschillende jaren tem 2013 (.pdf)
  • Analyseresultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit. BDB (2013), EUROFINS (2014-2017), CAR (2018). Beperkte verspreiding (.xls)

Plan(nen) en programma(‘s)

  • Ontwerp van het Waterbeheersplan (WBP) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2022-2027, ontwerp goedgekeurd in 1ste lezing op 31 maart 2022  (.pdf) Beperkte verspreiding