U bent hier

Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers

Indicator - Actualisering : juli 2022

Geen enkele van de gevolgde waterlopen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bereikt het “goed ecologisch potentieel” in 2019. De globale kwaliteit van de Zenne is nog ver verwijderd van deze doelstelling en is in 2019 verslechterd, deels als gevolg van de droogte. Het Kanaal gaat er in 2019 sterk op achteruit voor alle biologische groepen. Als we de vissen buiten beschouwing laten, komt het Woluwedal echter dicht bij een goed ecologisch potentieel. Zowel de Woluwe als de Roodkloosterbeek bereiken dit voor meerdere biologische groepen en kenden tussen 2016 en 2019 een positieve evolutie. Twee van de drie onderzochte vijvers scoorden ook zeer goed; de derde behaalde minder goede resultaten.

Vijf biologische groepen in de kijker 

De biologische kwaliteit van de Brusselse waterlopen en vijvers wordt sinds 2004 om de drie jaar geëvalueerd, zoals bepaald door de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de aanbevelingen van de experten. De laatste meetcampagne dateert van 2019.

Vijf biologische groepen – of elementen - worden in rekening gebracht: 

  • het fytoplankton (over het algemeen microscopische waterplanten in suspensie in het water), 
  • het fytobenthos (micro- en macro-algen die bevestigd aan of in de buurt van de waterbodem leven), 
  • de macrofyten (planten zoals riet), 
  • de macro-invertebraten (insecten en larven, wormen, schaaldieren, …),
  • en de vissen.

De vijf biologische elementen die in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de biologische kwaliteit

Bron: Figuur afkomstig van VUB & INBO, 2021

De beoordeling van de kwaliteit van elke index berust op een vergelijking van de waargenomen situatie in verhouding tot referentieomstandigheden. Deze laatste stemmen overeen met een optimale situatie (“maximaal ecologisch potentieel”), rekening houdend met de wijzigingen die door de menselijke activiteiten werden aangebracht aan de natuurlijke fysieke omstandigheden (zie methodologische fiche). Er werden vijf kwaliteitsklassen bepaald.

Het element met de slechtste kwaliteit bepaalt immers de globale biologische toestand (principe “one-out, all-out”). Deze evaluatiemethode is dus bijzonder restrictief. Bovendien is de periode tussen twee campagnes (3 jaar) misschien te kort om significante evoluties te registreren. Die laatste moeten, om relevant te zijn, op lange termijn worden bekeken, want de populatie van de biologische gemeenschappen kan van nature schommelen op korte termijn.

Evolutie van de biologische kwaliteit 

Onderstaande kaarten illustreren de verkregen resultaten voor de meetpunten die bij elk meetcampagne worden opgevolgd. Deze punten zijn gelegen langs de Zenne, het Kanaal, de Woluwe (waterloop en vijvers) en één van haar zijtakken, de Roodkloosterbeek. Sinds 2019 heeft de grote Mellaertsvijver de vijver in het Ter Bronnenpark vervangen.

Evolutie van de biologische kwaliteit van de belangrijkste Brusselse waterlopen en vijvers (2004-2019)

Bron: Leefmilieu Brussel, afd. Reporting en milieueffecten, 2022

 
   

De vissen, die terug in de Zenne aanwezig zijn sinds 2016, hebben het zwaar te verduren gehad in 2019

De meest markante positieve evolutie sinds 2016 is de terugkeer van vissen in de Zenne, terwijl deze waterloop daarvoor als “dood” werd beschouwd voor dit element. Een vijftiental verschillende soorten werd er geïnventariseerd, met ongeveer 200 individuen aan de ingang van het Gewest en 100 aan de uitgang. Deze evolutie lijkt het resultaat te zijn van een geleidelijk ecologisch herstel dankzij het opstarten van de waterzuiveringsstations Brussel-Zuid in 2000 en Brussel-Noord in 2007. Helaas werd deze positieve trend in 2019 niet bevestigd, met slechts een tiental soorten en een aantal specimens gedeeld door 5 bij de ingang van het Gewest en door 3 bij de uitgang. Er worden verschillende verklaringen aangevoerd:

In de eerste plaats wordt het leven van de vissen in gevaar gebracht door de toevloed van afvalwater in de waterloop (lozingen van waterzuiveringsinstallaties en lozingen bij regenweer wanneer het rioleringsnet verzadigd is) (zie indicator afvalwaterzuivering). De biologische indicatoren in 2019 wijzen op een sterk verslechterde waterkwaliteit:

 

  • Het fytobenthos is teruggevallen tot een ontoereikende kwaliteit als gevolg van een uitzonderlijke verontreiniging door de reiniging van een collector, die een grote organische belasting met zich heeft meegebracht.
  • Het shedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus), een soort die bestand is tegen eutrofe (zeer voedselrijke) wateren, is de enige vertegenwoordiger van submerse vegetatie en maakt dat de macrofyten niet boven een matige kwaliteit uitstijgen. 
  • De macro-ongewervelden worden gedomineerd door een klein aantal taxa, die allemaal tolerant zijn voor verontreiniging. 

Ten tweede wordt deze waterverontreiniging nog verergerd in perioden van droogte, zoals in 2019: het lage debiet in combinatie met lozingen die verontreinigd zijn met organisch materiaal leidt tot een daling van het gehalte aan opgeloste zuurstof, vaak onder de drempelwaarde van 3 mg/l die als kritiek wordt beschouwd voor het overleven van de vissen. 

Ten slotte wordt het duurzame herstel van de vissen in de Zenne echter gehinderd door ingrijpende hydromorfologische veranderingen die bestaan uit de betonnen oevers, de overwelving van twee derde van haar traject en een onoverbrugbaar bouwwerk aan het begin van de kolk van het stadscentrum (zie focus hydromorfologische toestand). 

De Zenne wordt ook geconfronteerd met een toename van de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis), een invasieve soort, aan de uitgang van het Gewest: in mei 2019 werden bijna 150 krabben in de vallen gevangen.

Wat zijn de vooruitzichten voor de Zenne?

De Zenne is dus nog ver verwijderd van het 'goed ecologisch potentieel' en er is nog een lange weg te gaan om dit te bereiken. Een beperking van de lozing van verontreinigende stoffen en de verbetering van de hydromorfologie lijken twee essentiële voorwaarden te zijn voor een ecologisch herstel van deze emblematische rivier. 

De beperking van de lozing van verontreinigende stoffen houdt met name in dat de stormoverstorten moeten worden beheerd. Drie grote overstorten, die verantwoordelijk zijn voor de grootste jaarlijkse lozingen in termen van volume, zullen worden heraangelegd in het kader van het Europese Life-Belini-programma. Een andere maatregel om de lozing van verontreinigende stoffen tegen te gaan, is de verwijdering van sedimenten uit de Zenne: het stroomopwaartse deel werd in de zomer van 2013 gereinigd en het stroomafwaartse en centrale deel werden in 2016 afgewerkt. Twee gedeeltes moeten mogelijk nog worden geruimd bij de uitgang van het Gewest: enerzijds stroomafwaarts van het waterzuiveringsstation Noord, en anderzijds stroomafwaarts van de Budasteenweg tot aan de gewestgrens. De werkzaamheden zijn gepland voor 2026 en 2027.

In het kader van het Life-Belini-programma worden verschillende grootschalige projecten uitgevoerd om de hydromorfologie van drie gedeelten van de Zenne te herstellen, waardoor de situatie over enkele jaren zou kunnen veranderen:

  • Het herstel van de oevers over een lengte van 1 km langs de Paepsemlaan in het zuiden van het Gewest werd voltooid in maart 2020 (meer informatie op deze webpagina van het Belini-project);
  • Het openleggen over een lengte van 300 meter en het herstel van de oevers over 400 meter ter hoogte van de Vilvoordelaan, stroomopwaarts van het waterzuiveringsstation Noord, werden in het najaar van 2021 voltooid (meer informatie op deze webpagina van het Belini-project);

Openleggen van de Zenne stroomopwaarts van het waterzuiveringsstation Noord (voor/na werkzaamheden)

Bron: Foto’s afkomstig van de Belini-website, 2022  

  • Het openleggen in het Maximiliaanpark, in de buurt van het Noordstation, waar de werkzaamheden in 2022 zullen beginnen.

Een verslechtering van de biologische kwaliteit van het Kanaal op alle niveaus in 2019

Tussen 2016 en 2019 kent het Kanaal een verslechtering van alle geanalyseerde biologische elementen, wat leidt tot een degradatie van de kwaliteitsklasse:

  • Van matig tot ontoereikend voor het fytobenthos (enkel bij de uitgang van het Gewest), de macro-ongewervelden en de vissen (op beide monsterlocaties). 
  • Van een goed potentieel tot een matige kwaliteit voor het fytoplankton (bij de ingang van het Gewest).

Het fytoplankton bij de uitgang van het Gewest is het enige element dat in 2019 zijn 'goed ecologisch potentieel' behoudt, ondanks een daling van zijn score. 

Veel aquatische gemeenschappen in het Kanaal worden gedomineerd door invasieve soorten, zoals de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis), de zwartbekgrondel (Neogobius melanostomus) of nog de Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius limosus). Deze soorten staan ervoor bekend dat ze de macro-ongewervelden en in het geval van de zwartbekgrondel en rivierkreeft ook kleine vissen onder druk zetten (zie factsheet “Vissen”). De toename van het aantal Chinese wolhandkrabben in 2019 zou een verklaring kunnen zijn voor de ecologische achteruitgang in dat jaar. De zwartbekgrondel is sinds 2013 aanwezig bij de uitgang van het Gewest en werd in 2019 helaas ook bij de ingang gevangen, wat erop wijst dat hij stroomopwaarts oprukt.

De aanwezigheid van invasieve soorten is een veelvoorkomend verschijnsel in de waterwegen, die voor de levende organismen een bevoorrechte transitroute vormen en het vertrekpunt zijn van hun potentiële expansie. In het Kanaal tasten deze soorten de biologische kwaliteit in min of meerdere mate aan, maar het effect op het bereiken van het “goed ecologisch potentieel” moet nog worden gekwantificeerd.
Afgezien van invasieve uitheemse soorten zijn in het Kanaal verschillende belemmeringen voor de ontwikkeling van het aquatische leven vastgesteld: de voortdurende resuspensie van sedimenten en de golfslag door de scheepvaart. De grote diepte en het tekort aan of ontbreken van vegetatie maken het voor macro-ongewervelde dieren moeilijk om zich er te vestigen. De ontwikkeling van drijvende eilanden of begroeide oevers zou dit kunnen verhelpen, maar dit zou op grote schaal moeten worden toegepast om een echte impact te hebben op de ecologische kwaliteit van het Kanaal. Zeven begroeide vlotten met een totale oppervlakte van 224 m² werden in het voorjaar van 2022 geïnstalleerd ter hoogte van de Bruxelles Royal Yacht Club voor een test van één jaar.

De Woluwe, mooie vorderingen tussen 2016 en 2019

De toestand van de Woluwe is positief en heeft zich tussen 2016 en 2019 gunstig ontwikkeld. Deze verbetering en de relatief goede fysisch-chemische kwaliteit van het water resulteren in een verhoging van de klasse voor de macro-ongewervelden, die in 2019 een goed potentieel bereiken. De macrofyten behouden sinds 2009 een 'goed ecologisch potentieel', dankzij een mooie submerse vegetatie en een rijke oevervegetatie, met onder meer indicatoren van kwelvegetatie. Het fytobenthos scoort in 2019 iets hoger dan in 2016 maar blijft van matige kwaliteit. Het heeft echter in het verleden een goed potentieel bereikt (respectievelijk in 2009-2010 en 2013).

Het grootste minpunt van de Woluwe is de slechte kwaliteit van de biologische groep van de vissen: ze stagneren sinds 2007 op een “ontoereikend” niveau vanwege de afwezigheid van essentiële soorten zoals de snoek en de rietvoorn en een gebrekkige specifieke diversiteit. De campagne van 2019 wordt ook gekenmerkt door een daling van het aantal gevangen soorten (slechts 5) en individuen. Een positief punt is echter de aanwezigheid van een beschermde soort: de bittervoorn.
De hydromorfologische toestand van de Woluwe is inderdaad aangetast. Meer bepaald een groot aantal transversale obstakels (28 bouwwerken waarvan 23 onoverbrugbaar) verhinderen het vrije verkeer van de vissen (zie focus hydromorfologische toestand). 

De Roodkloosterbeek: een goede kwaliteit die er bovendien op vooruit gaat ... behalve voor de vissen

Afgezien van de vissen is de biologische kwaliteit van de Roodkloosterbeek bevredigend. Sommige kwaliteitsindices bereiken zelfs het “goed ecologisch potentieel”: de macro-ongewervelden sinds 2016 en de fytobenthos, die blijft in die toestand sinds 2009. 

Bovendien is er een positieve algemene ontwikkeling. Dat is vooral het geval voor de macrofyten: hoewel ze volledig afwezig waren in 2013, verschenen ze in 2016 en stijgen ze naar een matige kwaliteit in 2019. 

Net als in het geval van de Woluwe wordt de ecologische kwaliteit van de Roodkloosterbeek aangetast door de biologische groep van de vissen, die nog steeds een 'ontoereikende' kwaliteit vertoont. Het aantal individuen en soorten is nog lager dan in de Woluwe (slechts 3 soorten gevangen in 2019, waaronder de bittervoorn). En ze lijdt nog steeds onder de afwezigheid van bepaalde essentiële soorten die representatief zijn voor een goede ecologische gezondheid van het milieu. 

De verslechterde hydromorfologie van de Roodkloosterbeek blijkt de belangrijkste hinderpaal te zijn voor de ontwikkeling van macrofyten en vissen. Submerse macrofyten kunnen zich hier niet vestigen door de sterke beschaduwing, de rechte loop van de waterloop en het kunstmatige karakter van sommige oevers. Er is een gebrek aan habitat voor vissen en er zijn belemmeringen voor hun vrije verkeer. Een van de aanbevelingen van de deskundigen is dan ook om de structuur van de Roodkloosterbeek te verbeteren door opnieuw meanders aan te leggen, de oevers te herstellen en obstakels voor het visverkeer weg te nemen.

Twee vijvers kunnen bijna aanspraak maken op een goed potentieel

De vijver van Bosvoorde en de lange vijver van het Woluwepark bereiken het goede of zelfs maximale ecologische potentieel voor verscheidene kwaliteitselementen. En deze goede resultaten houden al meer dan 10 jaar aan:

  • voor de macrofyten, 
  • voor de macro-ongewervelden 
  • en in het geval van de lange vijver, voor het fytoplankton. 

De vijver van Bosvoorde kende een sterke verslechtering van het fytoplankton tussen 2010 en 2013, en daalde van het maximale ecologische potentieel naar een matige kwaliteit. Daarom werd overgegaan tot biomanipulatie, die de fytoplanktonpopulaties lijkt te hebben hersteld, te oordelen aan de aanzienlijke verbetering die in 2016 en vervolgens in 2019 werd vastgesteld. De vijver bereikt in 2019 dus opnieuw een goed potentieel.

Het fytobenthos, dat slechts gedurende twee campagnes in deze twee vijvers werd beoordeeld, evolueert positief tussen 2016 en 2019. De vijver van Bosvoorde stijgt een kwaliteitsklasse en bereikt het goede potentieel. De lange vijver in het Woluwepark blijft van matige kwaliteit, maar heeft bijna een goed potentieel.

De biomanipulatie verwijst naar een geheel van technieken, waarvan er één bestaat uit het droogleggen in de winter (waardoor de zuurstofverrijking en mineralisatie van het slib mogelijk worden) en het gedeeltelijk of volledig verwijderen van de vissen. Wanneer de submerse vegetatie meer dan 30% van het vijveroppervlak beslaat, worden weer visetende vissen uitgezet. De biomanipulatie is een beheermaatregel die werd uitgevoerd in meerdere Brusselse vijvers. De resultaten op korte termijn blijken positief, maar de resultaten op langere termijn blijven beperkt. Een regelmatige follow-up van de biogemanipuleerde vijvers lijkt een essentiële factor voor de stabilisatie van de vastgestelde positieve effecten op langere termijn. Met andere woorden, het gaat om een win-operatie mits goede opvolging. Om meer te weten te komen over dit proces en de gevolgen ervan voor de Brusselse vijvers, zie de factsheet nr.16.

De grote Mellaertsvijver heeft een mindere ecologische kwaliteit

De grote Mellaertsvijver, die in 2019 voor het eerst werd beoordeeld, heeft een mindere kwaliteit dan de twee eerder genoemde vijvers: waterplanten (macrofyten), zowel submerse als boven het oppervlak groeiend, komen er sporadisch voor, waardoor er weinig habitats zijn voor macro-ongewervelden. De vijver bereikt niettemin een goed potentieel voor één kwaliteitselement: het fytoplankton. 

Maar in de vijvers, net als in de waterlopen, stellen de vissen het niet goed

Alle gecontroleerde vijvers hebben een ontoereikende tot slechte viskwaliteit. Wanneer dit element wordt gemeten, leidt dit onvermijdelijk tot een degradering van deze waterlichamen. De campagne van 2019 vormt daarop geen uitzondering. In de vijver van het Woluwepark is de daling van de visdichtheid (10 keer lager in 2019 dan daarvoor) echter vooral het gevolg van de biomanipulatie van 2017, die een ingreep op de vispopulaties inhield. 

De Woluwevallei is relatief vrij van invasieve soorten

De belangrijkste zorg voor het Woluwedal is de toename van de Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius limosus). Deze soort is goed ingeburgerd in de Roodkloosterbeek, waar ze via haar dieet een negatieve invloed zou kunnen hebben op de submerse macrofyten en de vissen. Ze is ook aanwezig in de grote Mellaertsvijver, wat de slechte scores voor macrofyten en macro-ongewervelden zou kunnen verklaren. Ze lijkt echter niet ingeburgerd te zijn in de Woluwe, waar ze slechts in bepaalde jaren is gevangen, bijvoorbeeld in 2013. 

Bovendien wordt de vijver van Bosvoorde geteisterd door een andere soort rivierkreeft: de Turkse rivierkreeft (Pontastacus leptodactylus).

Andere invasieve soorten worden af en toe waargenomen. In de Roodkloosterbeek zijn in 2016 bruine dwergmeervallen (Ameiurus nebulosus) gevangen. Er zij ook op gewezen dat in 2019 in elke vijver één tot twee exemplaren van de roodwangschildpad (Trachemys scripta) werden gevangen.

De invasieve soorten vormen eveneens een groeiende bedreiging voor de ecologische toestand van de oppervlaktewaterlichamen. Een Life Riparias-project (2021-2026) betreffende hun beheer langs rivieren en in vijvers is net van start gegaan. Het is met name gericht tegen invasieve rivierkreeften, waaronder de Amerikaanse rivierkreeft. Het is de bedoeling dat de populatie tegen het einde van het project onder controle is.

Datum van de update: 13/09/2022