U bent hier

Opslag van ontvlambare vloeistoffen: eenvormig maken van de uitbatingsvoorwaarden om de risico’s op verontreiniging te voorkomen

10/04/2018

Wie “stookolietank” zegt, zegt “risico op corrosie en dus bodem- en grondwaterverontreiniging”, vooral als de tanks al een paar jaar oud zijn, zoals het geval is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wat de risico’s op lekken als gevolg van de corrosie van de wanden verhoogt. Het is om deze risico’s te vermijden dat Leefmilieu Brussel, in overleg met de beroepsfederaties BRAFCO (Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars), de Petroleum Federatie, CEDICOL en INFOR-MAZOUT dit besluit heeft opgesteld. 

Het besluit maakt deel uit van een globale strategie van administratieve vereenvoudiging  om de transparantie en de voorspelbaarheid van de uitbatingsvoorwaarden die in de milieuvergunning zijn opgelegd te verbeteren, om de economische ontwikkeling te vergemakkelijken en tegelijk een hoog niveau van bescherming van het leefmilieu te behouden. 

De milieuvergunningsaanvragen voor de uitbating van kantoorgebouwen en woningen vertegenwoordigen een belangrijk deel van de vergunningsaanvragen. Het is dus logisch dat het nieuwe besluit van toepassing is op de technische inrichtingen, zoals de stookolietanks die aanwezig zijn in deze gebouwen. 

Het nieuwe besluit is dus van toepassing op de opslag in vaste houders met een individuele inhoud van minder dan of gelijk aan 50.000 liter ontvlambare vloeistoffen, waarvan het vlampunt tussen 55 tot en met 100°C ligt en die gebruikt worden als brandstof. 

Het besluit is van toepassing op de rubrieken 88.3A, 88.3B en 88.3C van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.

Uitzonderingen

Het besluit is niet van toepassing op voorraadtanks noch op dagtanks die integraal deel uitmaken van noodaggregaten of stroomaggregaten, noch op inrichtingen bestemd voor brandstofverdeling, noch de tijdelijke inrichtingen in de zin van artikel 3, 2° van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.

Welke wijzigingen?

Dit besluit heeft als doel de administratieve vereenvoudiging. Het beoogt zo de uitbatingsvoorwaarden die momenteel in de milieuvergunningen en -aangiften zijn opgenomen eenvormig te maken en de communicatie over de controleresultaten te verbeteren. 

Omwille van de coherentie zijn sommige artikelen niet van toepassing op bestaande tanks.

De uitbater kan een afwijking op bepaalde artikelen vragen in de vorm van een vraag tot wijziging van de uitbatingsvoorwaarden in de milieuvergunning of -aangifte.

De voornaamste wijzigingen betreffen de inhoud van de controles en hun periodiciteit. De periodieke controles zullen om de 3 jaar moeten worden uitgevoerd voor de ingegraven tanks en om de 5 jaar voor de niet-ingegraven tanks. Bovendien zal het resultaat van deze controles leiden tot de plaatsing van een (groen, oranje of rood) controleplaatje dat verwijst naar de toestand van de tank.

Vanaf wanneer?

Deze wetgeving zal in werking treden op 27/08/2018, ofwel zes maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Bepaalde artikelen zullen van toepassing zijn na een overgangsperiode:

  • van 3 jaar na de publicatie voor de bestaande ingegraven tanks van meer dan 10.000 liter;
  • van 5 jaar na de inwerkingtreding voor de bestaande ingegraven tanks van 10.000 liter of minder;
  • van 2 jaar na de inwerkingtreding voor het buiten werking stellen van bestaande metalen tanks die niet voorzien zijn van een kathodische bescherming en in een beschermingszone rondom grondwaterwinningen geplaatst zijn.

Gedurende deze overgangsperiode zullen periodieke controles van de niet-conforme bestaande tanks worden uitgevoerd:

  • om de 2 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit voor de eerste controle;
  • jaarlijks na de uitvoering van de eerste controle voor de volgende controles.

Door wie?

Deze periodieke controles zullen worden uitgevoerd door de experts op het vlak van opslaginstallaties en de experts op het vlak van kathodische bescherming.

Indien niet in overeenstemming?

Indien de tank na de overgangsperiode niet in overeenstemming met de wetgeving is, zullen de controles leiden tot de plaatsing van een oranje controleplaatje en de uitbater zal 6 maanden krijgen om ervoor te zorgen dat zijn installatie de wetgeving naleeft.

Indien er bij de controle van de tank een vermoeden is van verontreiniging van de bodem of het grondwater mag de tank niet meer worden gebruikt en bevoorraad en moet hij onmiddellijk leeggemaakt, ontgast en gereinigd worden. Hij moet binnen de 6 maanden worden vervangen of hersteld.

Datum van de update: 31/05/2018
Contact: