Evaluatie van de impact van de maatregelen die werden genomen in het kader van de covid-19-pandemie op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

26/05/2020

De covid-19-maatregelen liggen aan de basis van een aanzienlijke vermindering van de uitstoot door het wegverkeer.  Dit leidt tot een zeer belangrijke verbetering van de luchtkwaliteit tijdens de quarantaineperiode.

De studie die door Leefmilieu Brussel werd uitgevoerd, heeft zich gefocust op de stikstofoxiden (NO en NO2), die vooral worden uitgestoten door het wegverkeer in het Brussels Gewest.  NO2 is bovendien de meest kritieke verontreinigende stof voor de naleving van de Europese grenswaarde.  Ook al wordt het niet gereglementeerd, NO is een interessante verontreinigende stof omdat ze dicht bij de emissiebron blijft hangen, waardoor de efficiëntie van de meting van de uitstootafname beter kan worden geëvalueerd. 

Na anderhalve maand van maatregelen heeft de analyse van de gegevens die tijdens de quarantaineperiode van 19 maart tot 3 mei 2020 werden verzameld tot de volgende conclusies geleid: 

  • De verbetering van de luchtkwaliteit is zeer aanzienlijk in de gebieden die gewoonlijk sterk blootgesteld worden aan de uitstoot door het verkeer: de NO-concentraties zijn gemiddeld met 75 % verminderd en de NO2- concentraties met 50 %.  
  • In de gebieden die minder worden blootgesteld aan directie emissies door het verkeer is de verbetering van de luchtkwaliteit logischerwijze minder spectaculair, maar toch aanzienlijk met een vermindering van 30 tot 40 % voor de NO- en NO2-concentraties. 
  • De waarden die werden opgemeten in gebieden met een stedelijke achtergrond vertonen een afname met ongeveer 40 % van de NO2-concentraties, terwijl de NO-concentraties met slechts 30 % verminderen. NO2 is een verontreinigende stof die over grote afstanden kan worden verspreid (in tegenstelling tot NO). Bijgevolg bewijzen deze waarden dat de verontreiniging die in het Brussels Gewest wordt ingevoerd ook aanzienlijk is verminderd: het gaat meer dan waarschijnlijk om een gevolg van de quarantainemaatregelen die in België en de buurlanden werden genomen. 

De vermindering van black carbon ligt in dezelfde lijn als die van de stikstofoxiden. Maar dit geldt niet voor de fijnstof. Tijdens de quarantaineperiode van 19 maart tot 3 mei 2020 waren de niveaus van PM10 en PM2.5 vergelijkbaar met de normale waarde voor maart of april.  Dit is te verklaren door de vele bronnen die bijdragen tot de aanwezigheid van fijnstof in de omgevingslucht.  Het wegverkeer is een van deze bronnen, maar niet de grootste in het Brussels Gewest. Op basis van de verminderde concentraties die werden vastgesteld op zondag tegenover een werkdag zou de uitstoot van het verkeer  verantwoordelijk zijn voor 15 à 20 % van de PM10-concentraties en voor  5% van de PM2.5-concentraties.  

Een vereenvoudigde redenering leert ons dat de impact van de covid-19-maatregelen 2 % zou bedragen voor PM2.5 en 10 % voor PM10.  Tijdens de quarantaineperiode hebben andere processen, zoals de resuspensie van fijnstof en de vorming van secundaire deeltjes door de verspreiding van mest op de landbouwgronden, bijgedragen tot de toename van de fijnstof in de omgevingslucht.  Dit verklaart waarom er geen zichtbare impact is van de vermindering van de uitstoot door het verkeer op de PM10- en PM2.5-concentraties. 

Datum van de update: 28/05/2020