U bent hier

Waterbevoorrading en verbruik van het leidingwater

Indicator - Actualisering : juli 2021

Van al het leidingwater dat aan het Gewest wordt geleverd, wordt slechts 3% gewonnen op het Brusselse grondgebied. In 2020 bedroeg het totale gewestelijke leidingwaterverbruik 59,3 miljoen m3. Het staat quasi volledig op naam van de gezinnen (74%) en de tertiaire sector (23%). Sinds 2008 blijft het verbruik van de gezinnen stijgen, maar aan een ritme dat lager is dan de aangroei van de bevolking. Maar zullen we, gelet op de klimaatverandering, aan die stijgende behoefte kunnen blijven voldoen?

De Brusselaars drinken water uit het Waals Gewest

Het water, dat aan het Gewest wordt geleverd, en dat geproduceerd en aangeleverd wordt door Vivaqua, wordt voor het merendeel gewonnen in het Waals Gewest, uit aquifers (circa 81%) of uit oppervlaktewater. Slechts 3% van de waterbehoeften van het Gewest (ongeveer 2 miljoen m³) is afkomstig van waterwinningen op het gewestelijk grondgebied, gelokaliseerd in het Terkamerenbos en het Zoniënwoud, uit de aquifer van het Brusseliaan.

De waterbevoorrading is stabiel maar…

De drinkwatervoorziening van het Brussels Gewest vertegenwoordigt nagenoeg 68,5 miljoen m³ water per jaar (gemiddelde voor de periode 2009-2020). Na een duidelijke stijging tussen 1998 en 2003 (+8%) is ze gevoelig gedaald tot in 2008 (-4%), terwijl de bevolking tegelijkertijd bleef stijgen (+6%). Sinds 2008 waren er meerdere schommelingen in de drinkwatervoorziening, maar over de volledige periode blijft de watervoorziening over het algemeen stabiel
De afgelopen vier jaren werden gekenmerkt door aanhoudende droogtes en zomerse hittegolven. Hoewel dit niet op jaarbasis wordt weerspiegeld, ligt de dagelijkse bevoorrading tijdens deze perioden doorgaans 15-25% hoger dan gemiddeld (Vivaqua, 2021).

Waterbevoorrading van het Brussels Gewest en verbruik van de abonnees (1996-2020)

Bronnen: Vivaqua (het door de meters opgetekende waterverbruik), BISA op basis van de gegevens van Statbel (bevolking op 1 januari)
 

Ook al volgt de trend van de jongste 10 jaar het groeiritme van de bevolking niet (+12% in 2020 t.o.v. 2010), dit moet toch in het oog worden gehouden: de stijgende behoeften van de groeiende bevolking, in het bijzonder in een periode van droogte, zetten de waterbronnen onder druk. Bepaalde ondergrondse waterbronnen worden nauwelijks aangevuld als gevolg van meerdere opeenvolgende droge winters. Het debiet van de Maas is in de zomer soms zo laag dat het flirt met het niveau waaronder waterwinning door Vivaqua niet meer is toegestaan. Op Europees niveau werd de demografische groei geïdentificeerd als één van de factoren die verantwoordelijk is voor de stijging van de vraag naar water de jongste 50 jaar. De grote stedelijke agglomeraties maken deel uit van de belangrijkste zones die gevoelig zijn voor waterstress (EMA, Signalen 2018).

Moeilijk te berekenen waterverlies

Het verschil tussen de bevoorrading met leidingwater en het verbruik van de abonnees stemt overeen met de “niet-geregistreerde volumes”. Deze laatste schommelen over het algemeen rond de 11 à 15% van de bevoorrading van het Gewest. In 2020 vertegenwoordigden ze 9,4 miljoen m³ (14% van de bevoorrading). Waterlekken vormen er het grootste deel van (9 tot 10% van de totale productie).


De niet-geregistreerde volumes omvatten niet alleen de verliezen die te wijten zijn aan lekken in het distributienetwerk maar ook het waterverbruik van de brandweer en de gemeentelijke diensten (reiniging van de wegen, enz.), alsook de kubieke meters die niet werden opgetekend door de watermeters (slechte werking). 


Hoewel het helaas niet mogelijk is om waterlekken in het netwerk precies te berekenen, is het beheer ervan een zorg van Vivaqua. Zo werd in 2018 een vroegtijdig alarmsysteem ingevoerd: de Centrale Wacht. Deze houdt voortdurend toezicht op het netwerk en wordt binnen het kwartier verwittigd van elke grote afwijking van druk/debiet t.o.v. de referentieniveaus. Er worden ook nog andere tools bestudeerd. Teledetectie bijvoorbeeld: radarbeelden tot 2 meter diep zouden het mogelijk moeten maken ophopingen van water, die mogelijk aan lekken te wijten zijn, in de bodem op te sporen.

De lineaire verliesindex bezorgt een indicatie van het verloren volume op een leiding van 1 kilometer per dag. Deze index is de verhouding van de niet-geregistreerde volumes op de lengte van de leidingen (buiten het distributienetwerk). In 2020 werd de Brusselse lineaire verliesindex geraamd op 11 m3/(km.d). Deze waarde is minstens twee keer hoger dan de index van Vlaanderen en Wallonië (Milieurapport Wallonië, 2019).

Huishoudens verbruikten driekwart van het in 2020 verdeelde water

Het totale waterverbruik dat aan de verschillende economische sectoren en de Brusselse gezinnen werd gefactureerd, bedroeg in 2020, 59,3 miljoen m3 (Vivaqua, door de meters opgetekend waterverbruik). 
Dit verbruik staat quasi volledig op naam van de gezinnen (74%) en de tertiaire sector (23%). In de tertiaire sector zijn de voornaamste verbruikers de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (19% van het verbruik van dit sector), de horeca (17%), de groot- en de detailhandel (14%) alsook de openbare instellingen en extraterritoriale organisaties en lichamen (10%).

Verdeling van het verbruik van leidingwater over de verschillende sectoren (2020)

Bron: Vivaqua, waterverbruik opgetekend door de meters (NACE-classificatie 2003)

 

In 2020 ging het aandeel van de gezinnen, als gevolg van de coronacrisis, omhoog. Het aandeel van de tertiaire sector nam af. De Brusselaars moesten thuisblijven en telewerken werd de norm, terwijl de economische activiteit stagneerde. Ter vergelijking: in 2019 vertegenwoordigden de gezinnen ‘slechts’ 69% van het waterverbruik en de tertiaire sector 28%.

Het verbruik van de Brusselse gezinnen stijgt

Tussen 2008 en 2019 is het huishoudelijk waterverbruik bijna voortdurend toegenomen met gemiddeld 250.000 m³/jaar (hetzij +8% over de volledige periode). Daarentegen is het verbruik van de secundaire sector elk jaar afgenomen met gemiddeld 40.000 m3 (hetzij -32% over de volledige periode).
In die periode daalde het aandeel van de tertiaire sector globaal gezien met 4% (d.w.z. 60.000 m3/jaar gemiddeld). In realiteit werd die dalende trend slechts tot in 2015 vastgesteld (-6% tussen 2008 en 2015). De volgende 4 jaar gingen de cijfers weer omhoog (+2% tussen 2015 en 2019).

Evolutie van het waterverbruik door de verschillende sectors (2008-2019)

Bron: Vivaqua, waterverbruik opgetekend door de meters (NACE-classificatie 2003)
 

2020 onderscheidt zich duidelijk van de andere jaren: het waterverbruik van de huishoudelijke sector steeg met 4% tegenover 2019 (+1,7 miljoen m3 in één jaar tijd!), terwijl dat van de tertiaire en secundaire sector met 20% naar beneden tuimelde (respectievelijk -3,1 en -0,2 miljoen m3).

Datum van de update: 26/07/2021