U bent hier

Fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater

Actualisering : februari 2020

Een goede fysisch-chemische kwaliteit van het water is een noodzakelijke en essentiële voorwaarde voor de overleving en ontwikkeling van het waterleven. De positieve trend die sinds het begin van de jaren 2000 is waargenomen, zet zich voort, maar in een langzamer tempo. Hoewel het kanaal over het algemeen een goede fysisch-chemische kwaliteit heeft, bereiken noch de Zenne noch de Woluwe - die aan strengere kwaliteitscriteria zijn onderworpen – een voldoende kwaliteit. En de vooruitzichten zijn niet rooskleurig: het oppervlaktewater in Brussel lijkt weinig bestand tegen de opwarming van de aarde, zoals de resultaten voor 2018 laten zien.

Nieuwe kwaliteitsdoelstellingen

Basiskwaliteitsnormen werden in 2011 goedgekeurd voor de fysisch-chemische kwaliteit van het water en vervolgens een eerste keer herzien in 2015. Maar ze worden weinig representatief geacht en dikwijls onvoldoende, rekening houdend met de verstedelijkte context van het Gewest (Leefmilieu Brussel, 2019). Sinds 2019 worden dus nieuwe doelstellingen voorgesteld met het oog op het 3e Waterbeheerplan. Ze werden in de mate van het mogelijke afgestemd op de normen van de twee andere Gewesten (zie methodologische fiche ). 
Op de 17 parameters die in het besluit zijn opgelijst zijn 9 parameters in deze fiche in acht genomen in overeenstemming met de evaluatiemethode van de fysisch-chemische toestand die werd gebruikt in het Waterbeheerplan 2016-2021:

  • de temperatuur, 
  • de zuurheid (de pH), 
  • de geleidbaarheid, 
  • het zuurstofgehalte: onmisbaar voor het waterleven, het bevordert de afbraak van de biodegradeerbare verontreinigende stoffen wat nodig is voor de zelfreiniging,
  • de organische belasting (de Biologische Zuurstofvraag (BZV) - indicator van vervuiling door biologisch afbreekbare organische stoffen waarvan de afbraak opgeloste zuurstof verbruikt -, de Chemische Zuurstofvraag (CZV)),
  • de troebelheid: de zwevende stoffen (ZS),
  • en de nutriënten (totaal stikstof en totaal fosfor). 

Aangezien de fysisch-chemische kwaliteit het waterleven ondersteunt, draagt ze bij tot de biologische kwaliteit van de waterloop. Ze wordt dus onrechtstreeks weerspiegeld in haar ecologische toestand of haar ecologisch potentieel (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers "). Aangezien de Woluwe in een Natura 2000-gebied gelegen is, gelden voor een aantal parameters striktere doelstellingen.  
Deze fiche richt zich meer specifiek op de drie in het Brussels Gewest vastgelegde oppervlaktewaterlichamen (Woluwe, kanaal en Zenne) stroomop- en stroomafwaarts van het grondgebied. We merken echter op dat het meetnetwerk sinds 2014 werd uitgebreid met tussentijdse meetpunten en met andere waterlopen. 

De Woluwe: een onvoldoende kwaliteit ten aanzien van de Natura 2000-doelstellingen

De Woluwe heeft een relatief goede fysisch-chemische kwaliteit, vergeleken met de Zenne en het kanaal. Ze wordt namelijk hoofdzakelijk gevoed door bronwater dat afkomstig is van het Zoniënwoud. Er is meer bepaald een laag gehalte aan nutiënten. De stikstofbelasting is zeer laag en heeft de neiging te blijven dalen, waardoor het sinds 2009 aan de kwaliteitsdoelstelling kan voldoen. Voor fosfor daarentegen zijn er occasionele overschrijdingen. 
Aangezien de Woluwe echter door Natura 2000-gebieden stroomt, gelden voor acht parameters strengere doelstellingen. En er moet worden vastgesteld dat slechts de helft van hen deze doelstellingen bereikt (temperatuur, zwevende stoffen, stikstof en fosfor). De andere parameters vertonen een gemengder beeld. Het gehalte aan opgeloste zuurstof is te laag: de beoogde minimumconcentratie werd sinds het begin van de jaren 2000 slechts één keer bereikt, namelijk in 2016. De organische belasting (zowel BZV als CZV) leidt tot frequente overschrijdingen. De geleidbaarheid flirt met de beoogde waarde.  
Die verslechteringen zouden het gevolg kunnen zijn van de gerichte lozing van afvalwater. Maar er is meer onderzoek nodig om dit te bevestigen. In elk geval zou deze slechtere fysisch-chemische kwaliteit gevolgen kunnen hebben voor de biologische kwaliteit van de Woluwe. Sinds 2013 evolueren de macro-ongewervelden en de phytobenthos inderdaad negatief (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers "). 

Het Kanaal: voldoende kwaliteit die steeds beter wordt

Globaal gezien is het water van het kanaal van een gemiddelde kwaliteit, maar deze wordt duidelijk steeds beter. Deze positieve tendensen betreffende talrijke parameters: opgeloste zuurstof, CZV, zwevende deeltjes of de nutriënten.  Direct gevolg: er worden weinig overschrijdingen van de beoogde doelstellingen vastgesteld. De stikstofconcentraties verminderen sinds 2012, wat deze parameter voor het eerst in 2018 toelaat de streefwaarde te halen. Fosfor behaalt sinds 2009 de streefwaarde, behalve in 2015. De andere parameters die moeten worden gecontroleerd zijn de temperatuur (die de laatste 3 jaar de neiging heeft gehad te stijgen  tot boven streefwaarde in 2018 bij het verlaten van het Gewest), de opgeloste zuurstof (dikwijls onvoldoende bij het verlaten van het Gewest) en in mindere mate de relatief verhoogde geleidbaarheid.  
Over het algemeen heeft het kanaal een gelijkaardige kwaliteit bij het begin en het einde van zijn Brusselse loop. Drie parameters vertonen echter interessante verschillen. Tijdens de doorstroming van het Brussels grondgebied, stijgt de temperatuur van het water van het kanaal bijvoorbeeld gemiddeld met 2°C, wat zich vertaalt in een verlaging van de concentratie opgelost zuurstof (met ongeveer 2 mg/l). Het water van het kanaal was over het algemeen troebeler bij het binnenkomen van het Gewest dan bij het verlaten van het Gewest maar het verschil is geleidelijk kleiner geworden om helemaal te verdwijnen in 2017. 

De Zenne: een slechtere kwaliteit door de lozingen van afvalwater

De Zenne ontvangt de lozingen van de twee zuiveringsstations van Brussel-Zuid en Brussel-Noord: deze vertegenwoordigen trouwens de helft, zelfs twee derden van haar dagelijks gemiddeld debiet bij het verlaten van Brussel. Ze vangt ook de talrijke overstorten op via de stormbekkens bij zware regenval.  Haar waterkwaliteit is dus sterk beïnvloed door de zuiveringsprestaties van de stations en door de frequentie van de werking van de overstorten en de kwaliteit van het geloosde water. Het is geen verrassing dat de Zenne de slechtste fysisch-chemische kwaliteit heeft.
De bijkomende metingen die gebeuren overheen het traject van de Zenne in 2014 zouden overigens een verdunnend effect tonen van bepaalde polluenten, na de lozing van het station Zuid. Dit geloosd water is “warmer” en zou dus aan de basis kunnen liggen van de stijging van de temperatuur vastgesteld aan de uitgang van het Brussels grondgebied ten opzichte van de ingang (gemiddeld verschil van 2°C sinds 2001).

Een spectaculaire evolutie

De kwaliteit van de Zenne is op een spectaculaire manier geëvolueerd tussen het begin van de jaren 2000 en de jaren 2010, in het bijzonder door de ingebruikname van het Station Noord in 2007. In het begin was de Zenne bijzonder verontreinigd, vooral bij het verlaten van Brussel! Die verbetering zet zich vandaag nog door voor meerdere parameters, maar in een trager tempo.

Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2018)

Bron: Leefmilieu Brussel, afd. Reporting en milieueffecten, 2019
Nota: De percentielen 10 (P10) en 90 (P90) zijn de waarden die respectievelijk de laagste 10% en 90% van de gegevens scheiden (gerangschikt in stijgende volgorde in 100 gelijke delen). 
 
 

 Evolutie van de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne (2001-2018)

 


 


Deze vooruitgang is voornamelijk het gevolg van de toegenomen zuivering van het afvalwater in het Brussels Gewest in een vroeger stadium (zie Afvalwaterzuivering ). De 5 verontreinigende stoffen die traditioneel worden gezuiverd door de stations (BZV, CZV, ZD, N en P) zijn logischerwijze drastisch gedaald in de Zenne, zoals de bovenstaande grafieken illustreren. Tussen het begin van de jaren 2000 en nu is de gemiddelde concentratie van deze parameters met bijna 80 tot 90% gedaald bij het verlaten van het Gewest en met bijna 60 à 65% bij het binnenkomen van het Gewest (behalve stikstof dat slechts 30% is gedaald). Tegelijk kon de opgeloste zuurstof, die bij het begin van de jaren 2000 zo goed als afwezig was, sterk stijgen. 
De kwaliteit bij het verlaten van het Gewest benadert gaandeweg die bij het binnenkomen en is zelfs gelijk (in het geval van de nutriënten). In 2017 en 2018 zijn de zuurstofvoorzieningen zelfs beter bij het verlaten van het gewestelijk grondgebied dan bij het binnenkomen ervan. 

Die wordt weerspiegeld in haar biologische kwaliteit

Deze evolutie heeft een gunstige invloed op het aquatisch leven. 2016 wordt inderdaad gekenmerkt door een terugkeer van de vissen aan de ingang van het Gewest. En de vissengemeenschap die de Zenne opnieuw had gekoloniseerd aan de uitgang van het Gewest sinds 2013 vertoont in 2016 een toename van de specifieke diversiteit (zie "Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers ").

Maar er zijn nog inspanningen nodig

Ook al kunnen we ons verheugen over deze gunstige tendensen, toch kan de fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne niet als voldoende worden gekwalificeerd: 

  • Het gehalte aan opgeloste zuurstof heeft enkel in 2016 de kwaliteitsdoelstelling bereikt (en bij het binnenkomen van het Gewest in 2012). De omstandigheden blijken zelfs bij het binnenkomen van het Gewest in sommige jaren, zoals in 2015 en 2018, zeer ontoereikend te zijn. De drempel van de 3 mg/l wordt als kritiek beschouwd voor het leven van de vissen, ook al wordt deze slechts enkele uren of dagen overschreden. De organische belasting blijft te hoog, vooral bij het verlaten van het Gewest: de streefwaarden worden in het algemeen overschreden, zowel voor de BZV als voor de CZV. 
  • Wellicht samen met deze nog hoge organische belasting, leiden de erg hoge waarden van de geleidbaarheid bij het verlaten van het Gewest tot een systematische overschrijding van de doelstelling. Hoewel de geleidbaarheid lager is bij het binnenkomen, wordt de doelstelling regelmatig overschreden. 
  • Hoewel de normen voor de totale stikstof en de totale fosfor  sinds 2010 in de twee meetpunten worden nageleefd, worden de nieuwe voorgestelde doelstellingen nog niet bereikt. En er is weinig kans dat dit gebeurt voor de stikstofbelasting, want de concentraties stagneren sinds 2012. 

Men moet ook bijzonder waakzaam zijn ten opzichte van de zwevende stoffen. Ook al kan de verbetering niet worden ontkend, toch laten de metingen aanzienlijke schommelingen zien die zich vertalen in de sterke variabiliteit van de indicatoren en tussen de twee meetpunten. Er is dus geen garantie dat de naleving van de streefwaarde in 2017 en 2018 ook in de toekomst zal worden gehaald. 

Duidelijke vooruitgang, maar een kwetsbaar evenwicht

2018 betekent een breuk in de tendensen die hierboven werden beschreven voor de Zenne, het kanaal maar ook de Woluwe. Het klimaat van dat jaar was immers in meer dan één opzicht uitzonderlijk. 2018 was in de eerste plaats een warm jaar met temperaturen die gemiddeld 3°C hoger lagen dan normaal en het aantal zomerse dagen (max. temperatuur ≥ 25°C) lag twee keer zo hoog.  2018 was ook een droog jaar; het heeft weinig en minder vaak dan gewoonlijk geregend (650 mm terwijl dit normaal 852 mm is).  Deze extreme klimatologische omstandigheden hadden een rechtstreekse weerslag op de fysisch-chemische kwaliteit van de Brusselse waterlopen. Te beginnen met een duidelijke stijging van de temperatuur, van 2 tot 5°C voor de gemiddelde temperatuur, die heeft geleid tot een daling van het gehalte aan opgeloste zuurstof. Deze twee parameters werden overschreden voor het kanaal.   In de Zenne waren de oxygenatieomstandigheden zelfs kritiek. In de zomer van 2018 werden in het Kanaal en in verschillende vijvers in het Brussels Gewest (net als in andere jaren) veel vissen dood aangetroffen. Maar het zijn ongetwijfeld niet de enige aquatische organismen die onder deze extreme omstandigheden hebben geleden en het is mogelijk dat de resultaten van 2019 voor de biologische kwaliteit hierdoor zullen worden beïnvloed. De organische belasting in het kanaal en de Woluwe werd ook beïnvloed, met een stijging in 2018. We moeten deze vaststellingen evenwel nuanceren op grond van 2 belangrijke vertekeneningen bij de bemonstering: 2018 heeft slechts 8 maandelijkse analyses (in plaats van 12), gespreid van mei tot december (met dus een oververtegenwoordiging van de warmste maanden). 
De duidelijke vooruitgang die de jongste 20 jaar werd vastgesteld, werd ondermijnd door een uitzonderlijk klimatologisch jaar, wat wijst op een zwakke veerkracht van de Brusselse waterlopen. Echter, in een context van klimaatopwarming, zal dit scenario zich waarschijnlijk herhalen. 

Datum van de update: 23/10/2020
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Factsheet(s)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Herziening van de fysicochemische normen van de oppervlaktewateren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2019. 51 pp. Intern document (.pdf)
  • Factsheets over de fysisch-chemische kwaliteit van het Brussels oppervlaktewater (2001-2012), september 2015. 118 pp. Intern document (enkel in het Frans) (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • Technische rapporten betreffende de resultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit, verschillende jaren tem 2013 (.pdf)
  • Analyseresultaten van de jaarlijkse meetcampagnes van de fysisch-chemische oppervlaktewaterkwaliteit. BDB (2013), EUROFINS (2014-2017), CAR (2018). Beperkte verspreiding (.xls)

Plan(nen) en programma(‘s)