U bent hier

Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers

Actualisering : februari 2020

Geen enkele van de gevolgde waterlopen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bereikt het “goed ecologisch potentieel” in 2016. Hoewel de globale kwaliteit van de Zenne nog ver verwijderd is van de doelstelling "goed ecologisch potentieel", was de beoordeling ervan positief in 2016 dankzij de terugkeer van de vissen. De Roodkloosterbeek kent eveneens een goede verbetering. De in 2013 vastgestelde aantasting waargenomen voor de Woluwe lijkt zich te bevestigen in 2016. Voor het Kanaal blijft de kwaliteit stabiel. Voor wat betreft de drie vijvers, die allemaal in de Woluwevallei gelegen zijn, is de ecologische toestand vrij verschillend. 

Vijf biologische groepen in de kijker 

De biologische kwaliteit van de Brusselse waterlopen en vijvers wordt sinds 2004 om de drie jaar geëvalueerd, zoals bepaald door de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de aanbevelingen van de experten. De laatste meetcampagne dateert van 2016.
Vijf biologische groepen – of elementen - worden in rekening gebracht: 

  • het fytoplankton (over het algemeen microscopische waterplanten in suspensie in het water), 
  • de macrofyten (planten zoals riet), 
  • het fytobenthos (micro- en macro-algen die bevestigd aan of in de buurt van de waterbodem leven), 
  • de macro-invertebraten (insecten en larven, wormen, schaaldieren, …),
  • en de vissen.

De beoordeling van de kwaliteit van elke index berust op een vergelijking van de waargenomen situatie in verhouding tot referentieomstandigheden. Deze laatste stemmen overeen met een optimale situatie (“maximaal ecologisch potentieel”), rekening houdend met de wijzigingen die door de menselijke activiteiten werden aangebracht aan de natuurlijke fysieke omstandigheden (zie methodologische fiche ). Er werden vijf kwaliteitsklassen bepaald.

Evolutie van de biologische kwaliteit 

Onderstaande kaarten illustreren de verkregen resultaten voor de meetpunten die sinds 2004 of 2007 worden opgevolgd. Deze punten zijn gelegen langs de Zenne, het Kanaal, de Woluwe (waterloop en vijvers) en één van haar zijtakken, de Roodkloosterbeek. In 2009 werden verder ook de Neerpedebeek, de Molenbeek, de Vogelzangbeek en de Linkebeek geëvalueerd (waarvan de resultaten in de milieustaat 2011-2012 werden voorgesteld).

Evolutie van de biologische kwaliteit van de belangrijkste Brusselse waterlopen en vijvers 

Bron: Leefmilieu Brussel, afd. Reporting en milieueffecten, 2018

 
(Toegang tot de interactieve kaart, bijgewerkt met de meest recente gegevens)

Weer vissen in de Zenne!

De meest markante positieve evolutie in 2016 is de terugkeer van vissen in de Zenne aan de ingang van het Gewest, terwijl deze site daarvoor als “dood” werd beschouwd voor dit element. Aan de uitgang van het Gewest is bij de vispopulatie de specifieke diversiteit toegenomen. Er werden een vijftiental soorten en meer dan 200 individuen geïnventariseerd terwijl er in 2013 slechts één vis werd gevonden. Die positieve trends lijken het resultaat te zijn van een geleidelijk ecologisch herstel dankzij het opstarten van de waterzuiveringsstations Brussel-Zuid in 2000 en Brussel-Noord in 2007. 
Het duurzame herstel van de vissen in de Zenne wordt echter gehinderd door ingrijpende hydromorfologische veranderingen die bestaan uit de betonnen oevers, de overwelving van twee derde van haar traject en een onoverbrugbaar bouwwerk aan het begin van de kolk van het stadscentrum (zie focus hydromorfologische toestand ). De vele lozingen die de Zenne zowel bij droog weer (lozingen van de zuiveringsstations) als bij regenweer (overstortingen bij verzadiging van het rioleringsnet) ontvangt, tasten de kwaliteit van het water aan en zijn ook een hinderpaal voor het visbestand. De volgende campagnes zullen wel of niet bevestigen of de verbetering voor de vissen zich al of niet doorzet. 
De Zenne wordt ook gekenmerkt door een geleidelijke verbetering van het element fytobenthos, dat van “slecht” in 2009 of 2010 naar “matig” gaat in 2016. De kwaliteit van de macrofyten en de macro-ongewervelden lijkt te stagneren tot “ontoereikend” sinds 2009 en zelfs te dalen. Alleen de macrofyten die aan de uitgang van het Gewest werden aangetroffen, lijken gunstig te evolueren sinds 2013, want ze gaan over naar een “matige” kwaliteit. 
Ondanks deze gunstige evolutie blijft de Zenne nog ver verwijderd van het “goed ecologisch potentieel”. 

Een matige kwaliteit voor de meeste elementen in het Kanaal

Het Kanaal heeft in 2016 een matige kwaliteit voor 3 van de 4 geanalyseerde biologische elementen: fytobenthos, macro-ongewervelden en vissen. Het fytoplankton is het enige dat het “goed ecologisch potentieel” bereikt in 2016 en dit op de twee sites waar stalen werden genomen. Deze kwaliteit is in 2013 aan de uitgang van het Gewest ook bereikt door de macro-ongewervelden, die in 2016 een klasse zijn achteruitgegaan. 
Veel aquatische gemeenschappen in het Kanaal worden gedomineerd door invasieve soorten, zoals de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) en de zwartbekgrondel (Neogobius melanostomus), die ervoor bekend staan dat ze de gemeenschappen van macro-ongewervelden en vissen (alleen zwartbekgrondel) onder druk zetten (zie factsheet “Vissen” ). De aanwezigheid van invasieve soorten is een veelvoorkomend verschijnsel in de waterwegen, die voor de levende organismen een bevoorrechte transitroute vormen en het vertrekpunt zijn van hun potentiële expansie. In het Kanaal tasten deze soorten de biologische kwaliteit in min of meerdere mate aan, maar het effect op het bereiken van het “goed ecologisch potentieel” moet nog worden gekwantificeerd. 

De Woluwe, verslechterde kwaliteit

De toestand van de Woluwe evolueert eerder negatief. Alleen de macrofyten vertonen een “goed ecologisch potentieel” en dit sinds 2009. Terwijl de macro-ongewervelden en de fytobenthos in het verleden een goed potentieel hadden bereikt (respectievelijk in 2009-2010 en 2013), vallen ze nu terug tot de kwaliteit “matig” in 2016. Die verschillen kunnen echter verband houden met de natuurlijke schommelingen van de geïnventariseerde populaties. De vissen stagneren sinds 2013 op een “ontoereikend” niveau vanwege de afwezigheid van essentiële soorten zoals de snoek en de rietvoorn. 
Deze negatieve evolutie kan enerzijds worden verklaard door hevige regenval en anderzijds door meer structurele veranderingen die deze waterloop heeft ondergaan. De hydromorfologische toestand van de Woluwe is inderdaad aangetast. Meer bepaald een groot aantal transversale obstakels (28 bouwwerken waarvan 23 onoverbrugbaar) verhinderen het vrije verkeer van de vissen (zie focus hydromorfologische toestand ). Bovendien werd er voor het eerst in 2013 Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes limosus), invasief, waargenomen: deze zou een bedreiging kunnen vormen voor de macrofyten en de macro-invertebraten. 

De Roodkloosterbeek: een mooie verbetering in 2016

De biologische kwaliteit van de Roodkloosterbeek is verbeterd ten opzichte van 2013. De meeste kwaliteitsindices zijn namelijk een klasse gestegen. Sommige, zoals de macro-ongewervelden, bereiken zelfs het “goed ecologisch potentieel” in 2016, andere, zoals de fytobenthos, blijven in die toestand sinds 2009. De vissen gaan van “slechte” naar “matige” kwaliteit maar lijden nog steeds onder de afwezigheid van bepaalde essentiële soorten die representatief zijn voor een goede ecologische gezondheid van het milieu. De macrofyten waren totaal afwezig in 2013. In 2016 verschijnen ze, maar in “ontoereikende” toestand. 
De globale verbetering blijft echter specifiek voor 2016 en zal al of niet worden bevestigd in de volgende beoordelingscampagnes. De aanwezigheid van invasieve soorten zoals de Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes limosus) en de bruine dwergmeerval (Ameiurus nebulosus) beïnvloeden de macrofyten en de vissen negatief door hun voedselregime. De aangetaste hydromorfologie van de Roodkloosterbeek speelt eveneens een rol in de slechte biologische kwaliteit van deze twee laatste elementen. 

De fytobenthos, voor het eerste beoordeeld in de Brusselse vijvers

De fytobenthos in de vijvers werd voor het eerst beoordeeld in 2016. Voor de vissen werden echter geen stalen genomen in deze campagne. 
De vijver van het Ter Bronnenpark (ETA 3 op de kaart) vertoont een ontoereikende kwaliteit voor het fytoplankton maar een matige kwaliteit voor de andere indexen, inclusief fytobenthos. De waarden tonen een negatieve evolutie voor het fytoplankton, een stabiele evolutie voor de macrofyten en een positieve evolutie voor de macro-invertebraten. 
Het goede potentieel wordt sinds 2009 of 2010 bereikt voor de macrofyten en de macro-ongewervelden in de lange vijver van het Woluwepark (ETA2) en deze van Bosvoorde (ETA1) en voor het fytoplankton in de lange vijver van het Woluwepark. De fytobenthos heeft een “matige” kwaliteit in deze twee vijvers, net als het fytoplankton in de vijver van Bosvoorde. 

De biomanipulatie: een win-operatie mits goede opvolging

De biomanipulatie werd uitgevoerd in 13 Brusselse vijvers van 2005 tot 2009. Ze bestaat in de toevoeging of het verwijderen van soorten met het doel, hier, een gewijzigd ecosysteem in te stellen. De resultaten op korte termijn bleken positief, maar de resultaten op langere termijn blijven beperkt. De effecten van de biomanipulatie in de lange vijver van het Woluwepark (ETA2) in 2007 waren bijzonder positief in de erop volgende campagne (2009), maar lijken sindsdien gestabiliseerd. In de vijver van Bosvoorde (ETA1) zijn de effecten van de tweede biomanipulatie, uitgevoerd tussen 2013 en 2016 nog niet zichtbaar (er werd een eerste biomanipulatie uitgevoerd in 2005). 
Een regelmatige follow-up van de biogemanipuleerde vijvers lijkt een essentiële factor voor de stabilisatie van de vastgestelde positieve effecten op langere termijn (zie factsheet nr.16 ).

Welke perspectieven voor de waterlopen?

Geen enkele van de waterlopen bereikt in 2016 het “goede ecologische potentieel”. Er werden dus afwijkingen gevraagd in het tweede Waterbeheerplan om hun ecologie tegen 2027 te herstellen. 
Het is niettemin belangrijk in gedachten te houden dat de evaluatiemethode van de richtlijn bijzonder restrictief is: het element met de slechtste kwaliteit bepaalt immers de globale biologische toestand (principe “one-out, all-out”). Bovendien is de periode tussen twee campagnes (3 jaar) misschien te kort om significante evoluties te registreren. Die laatste moeten, om relevant te zijn, op lange termijn worden bekeken, want de populatie van de biologische gemeenschappen kan van nature schommelen op korte termijn. 
Vóór elk ecologisch herstel van de waterlopen lijken gerichte acties op de invloeden waaraan ze zijn blootgesteld een onmisbare voorwaarde. Onder de vastgestelde invloeden vallen de hydromorfologische wijzigingen, emissies van vervuilende stoffen en de aanwezigheid van invasieve soorten.
Hoewel de hoge hydromorfologische druk op de Brusselse waterlopen inherent is aan het verstedelijkt karakter van het Gewest, is het zeker ook mogelijk om op sommige plaatsen te handelen en zodoende habitats te creëren die bevorderlijk zijn voor het aquatisch leven en de viscirculatie bevorderen. 
Met betrekking tot de emissies van vervuilende stoffen, wordt het beleid voor opvang en behandeling van afvalwater voortgezet. Tegelijkertijd wordt het beleid voor het kwaliteitsbeheer van het afvloeiingswater en het beleid om terug helder water te krijgen in het hydrografisch netwerk, steeds verder uitgebouwd (zie tweede waterbeheerplan ). Een andere maatregel om de lozingen van polluenten te beperken, is het wegnemen van de waterbodems van de Zenne: in de zomer 2013 werd de ruiming uitgevoerd van het stroomopwaarts gedeelte en in 2016 werd de ruiming van het stroomafwaarts gedeelte en het midden beëindigd. Het zal interessant zijn om vast te stellen of deze actie gepaard zal gaan met een positieve impact op de biologische kwaliteit bij de volgende meetcampagnes.
De invasieve soorten vormen eveneens een aanzienlijke bedreiging voor de ecologische toestand van de oppervlaktewaterlichamen en er moet zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden in de beheer- en herstelprogramma’s voor de aquatische ecosystemen (zie factsheet “Vissen” ). 

Datum van de update: 22/10/2020
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Factsheet(s)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)