U bent hier

Milieukenmerken van het Brussels wagenpark

Actualisering : februari 2020

Met een half miljoen wagens bestaat het Brussels autopark voor twee derde uit particuliere voertuigen en voor een derde uit firmawagens. In 2018 nemen dieselvoertuigen hiervan 53% voor hun rekening. Zeven op de tien van dergelijke voertuigen zijn uitgerust met roetfilters. Opmerkelijk feit: sinds 2014 daalt de verdieseling van het autopark na een groei tijdens meerdere decennia. Bovendien zijn er, voor het eerst in 2018, bij de nieuwe wagens meer benzinewagens dan dieselwagens. In 2018 bedraagt de gemiddelde Ecoscore van het totale wagenpark 62. Die van het nieuwe park ligt 6 punten hoger. Beide nemen jaarlijks met ongeveer een punt toe. De alternatieven voor de klassieke motoraandrijvingen (diesel en benzine) blijven nog erg gering in aantal.

Een half miljoen auto's, waarvan een derde firmawagens

In 2018 telt het Brussels wagenpark iets meer dan 480.000 wagens en vertegenwoordigt zo 8% van de Belgische vloot (Directie Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer naar Ecoscore, op 31 december 2018). Twee derde van het autopark bestaat uit particuliere voertuigen. Het overige derde bestaat uit firmawagens. 

Sinds 2015 daalt het wagenpark van particuliere voertuigen en is het op 3 jaar tijd met 9.000 wagens afgenomen. Het wagenpark van bedrijfsvoertuigen is gedaald met bijna 20.000 voertuigen tussen 2015 en 2016, waarschijnlijk door de verhuizing van een groot bedrijf (VITO, 2017). Maar het heeft sindsdien de helft van wat het had verloren teruggewonnen.

In 2018 vertegenwoordigen auto’s die voor het eerst worden ingeschreven (i.e. nieuwe auto's) 16% van het Brussels wagenpark (en 10% van het Belgisch wagenpark). Allen beantwoorden ze aan Euronorm 6. In tegenstelling tot de Belgische evolutie heeft deze markt de neiging af te nemen in volume. De andere nieuwe inverkeerstellingen (i.e. tweedehandswagens) zijn goed voor 13% van het wagenpark. Na een terugval tussen 2011 en 2014 wegens de economische crisis is de markt van tweedehandswagens in het Brusselse Gewest net als in België gestegen (+10% in 2018 t.o.v. 2013). 

Twee specifieke kenmerken van het Brussels wagenpark

Het Brussels wagenpark heeft twee bijzonderheden:

  • Ten eerste is het aandeel van de firmawagens er groter dan elders: 34% van het totale park en 80% van het nieuwe park in 2018 (tegenover 17% en 51% respectievelijk in België). 
  • Vervolgens bestaat er een verschil tussen het in het Brussels Gewest ingeschreven autopark en dat van de auto's die er effectief rijden. Het aandeel van diesel is dus hoger voor deze laatste zoals blijkt uit de gegevensanalyse van de camera’s met automatische nummerplaatherkenning voor de Lage-emissiezone . Dit verschil houdt verband met het grote aantal firmawagens en pendelaars (volgens BECI 2014 gebruikt 64% van de inkomende pendelaars de auto). 

Deze twee bijzonderheden beïnvloeden de indicatoren van deze fiche (zie deze vorige versie van de indicator  voor meer details).

Diesel blijft domineren maar verliest terrein

Dieselwagens domineren nog de Brusselse vloot in 2018 (53%), wetende dat 68% waarvan zijn uitgerust met roetfilters (verplicht voor de nieuwe voertuigen sinds 1 januari 2011 (Euro 5 en volgende)). Ze worden gevolgd door de benzinewagens (44%). De alternatieven voor de klassieke wagens (hybride, gecomprimeerd aardgas (CNG), LPG (liquefied petroleum gas) en andere technologieën) halen samen 3% van de vloot.

Het aandeel van diesel loopt sinds 2014 duidelijk terug. En hoewel een verpletterende meerderheid van de firmawagens op diesel rijdt, neemt dit deel ook af. In 2018 tellen de nieuwe voertuigen voor de eerste keer meer benzine- dan dieselvoertuigen. En de invoering van de Lage-emissiezone sinds 1 januari 2018 gaat in 2018 gepaard met een duidelijke daling van de oudste dieselwagens (zonder Euronorm of Euronorm 1). De Brusselse regering heeft zich in mei 2018 tot doel gesteld dieselvoertuigen tegen 2030 te verbieden (en benzinevoertuigen in een volgende stap). Dit is vooral goed nieuws voor de kwaliteit van de Brusselse lucht, aangezien diesel een grotere negatieve weerslag op het stedelijk milieu heeft (zie voor meer informatie deze vorige versie van de indicator  en de indicatoren voor de luchtkwaliteit). Deze veranderingen houden ook waarschijnlijk verband met de evoluties van het fiscale beleid (belasting op de firmawagens en op de brandstoffen die diesel minder voordelig maakt).

Een wagenpark ouder dan het Belgisch autopark

De gemiddelde leeftijd van de Brusselse vloot in 2018 is 9 jaar (tegen 8,3 op nationaal niveau). De leeftijd is lichtjes gedaald t.o.v. 2017 (met 1 maand). Deze gemiddelde leeftijd contrasteert sterk al naargelang het firmawagens - (3 jaar) die snel vernieuwd worden - betreft, of wagens van particulieren (12 jaar), die ongeveer 3 jaar ouder zijn dan de Belgische vloot. Het aandeel voertuigen dat ouder is dan 25 jaar ligt er overigens hoger (7% versus 4% op nationaal niveau). 

Een gemiddelde Ecoscore van 62 voor het Brussels wagenpark in 2018

De Ecoscore is een milieuprestatie-indicator van een voertuig met een globalere beoordeling van de milieu-impact van een voertuig dan louter de CO2-uitstoot of dan de Euronormen (zie methodologische fiche ). Het resultaat is een score op een schaal van 0 tot 100: hoe hoger de Ecoscore, hoe minder vervuilend het voertuig. 

De berekeningswijze houdt zowel rekening met de emissies die gepaard gaan met het rijden van het voertuig (uitlaat), als met de productie en distributie van de brandstof of elektriciteit. De ingeschatte impact betreft het broeikaseffect, de luchtverontreiniging (zowel voor de gezondheid als voor de ecosystemen) en de geluidshinder. De Ecoscore schat de reële uitstoot (van onder meer CO2) en het reële brandstofverbruik van de voertuigen evenwel (net zoals de Euronormen) te laag in. 

De gemiddelde Ecoscore van het Brussels wagenpark bedraagt 62 in 2018. Het neemt jaarlijks met ongeveer een punt toe. De Ecoscore van het nieuw wagenpark ligt 6 punten hoger (idem voor het Belgisch wagenpark) en verbeterde tot 2016 sneller dan het totale park maar sindsdien is de tendens omgekeerd. 

Als we het totaal wagenpark bekijken, hebben de firmawagens een gemiddeld hogere Ecoscore (64) dan wagens van particulieren (60). Bij het nieuw wagenpark neemt men het omgekeerde waar (respectievelijk 67 en 70). 

Merk ook op dat de Brusselse overheid het goede voorbeeld geeft (opgelegd door het besluit van 15 mei 2014) met een gemiddelde Ecoscore van 67 voor de auto's in 2018 (ofwel 5 punten meer dan het Brusselse wagenpark). Slechts 28% rijdt met diesel terwijl 17% van de personenwagens (behalve monovolumes) elektrisch is. De vloot van deze 80 openbare instellingen vertegenwoordigt toch minder dan 1% van het totale park (Leefmilieu Brussel, 2019).

Gemiddelde ecoscore van het Brussels wagenpark (totaal en nieuw) en per eigenaarstype (2012-2018)

Bron: Rapporten Ecoscore, 2019
 

De benzinewagens hebben een Ecoscore die 8 punten hoger ligt dan dieselwagens 

De benzinewagens globaal een minder grote milieu-impact hebben dan dieselwagens (met een gemiddelde Ecoscore 8 punten hoger in 2018 in Brussel) (zie ook de infofiche over het verrekenen van de Ecoscore in de procedure voor aankoop/leasing van nieuwe voertuigen ). 

De alternatieven op klassieke brandstoffen zijn logischerwijze efficiënter, met 11 punten voorsprong op benzine en 19 op diesel. Hun goede resultaten dient men evenwel te nuanceren. Hun aandeel in de totale vloot is immers miniem behalve in de vloot van de Brusselse overheid (zie hierboven). Voor deze drie soorten van motoraandrijving neemt de Ecoscore met één punt ongeveer jaarlijks toe.

De technologie met de minste milieu-impact is uiteraard het elektrisch voertuig, met een Ecoscore van 85. Het wordt gevolgd door de CNG-voertuigen, die met 2 punten zijn vooruitgegaan tegenover 2014 (78). Hybride en plug-in voertuigen op benzine hebben een even hoge Ecoscore (77 en 76 respectievelijk) in tegenstelling tot 2014. De daling van de plug-in voertuigen op benzine is het gevolg van het commerciële succes van de krachtige SUV's en van de sportwagens met zware motoren, die vooral als firmawagens ingeschreven zijn. De hybride voertuigen op diesel (63) vertegenwoordigen dan weer een interessant alternatief voor de klassieke dieselvoertuigen (58), vooral omwille van het “plug-in”-systeem (71) dat de prestaties van hybride voertuigen op benzine benadert. Voertuigen op LPG (59) zien hun kloof met de Ecoscore van klassieke voertuigen op benzine (66) toenemen. 

CO2-uitstoot daalt

De CO2-uitstoot van een wagen die in het Brussels Gewest staat ingeschreven bedraagt in 2018 gemiddeld 138 g/km. Jaarlijks loopt de uitstoot dan nog eens terug. De enige uitzondering: de leasingwagens in 2018. Firmawagens stoten gemiddeld heel wat minder CO2 uit dan particuliere voertuigen (122 g/km vs 146 g/km) maar de vermindering van hun CO2-uitstoot heeft de neiging te vertragen.  

37% van Euro 6 in 2018

Verdeling van de EURO-standaards in het Brussels wagenpark (2012-2018)

Bron: Ecoscore, 2019
De datum rechts van de EURO-norm komt overeen met de datum van de ingebruikneming van de norm voor de auto's
 

In 2018 staat Euro 6 voor de meest verbreide standaard in de Brusselse vloot (37%). Nog maar vier jaar geleden vertegenwoordigde hij slechts 3% ervan. Dan komen de EURO-normen 5 en 4, met elk bijna 25%. 

Ten opzichte van de Belgische vloot heeft de Brusselse vloot twee bijzondere kenmerken: de nieuwe normen vinden er sneller ingang (+34 punten in 2018 tegenover 2014 voor de Euro 6-norm, vergeleken met 29 voor België) en de Brusselse vloot behoudt een groter aandeel Euro 0 (7% tegenover 4% voor België). Dit is opnieuw het gevolg van het overwicht van firmawagens in het Brusselse park.

Een welkome herziening van de homologatietest

De oude homologatietest voor voertuigen - de New European Driving Cycle (NEDC), een gestandaardiseerde testcyclus op de proefbank, was weinig representatief voor de reële rijomstandigheden. Op 1 september 2017 werd hij met de invoering van de Euro 6c-norm vervangen door de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). De nieuwe cyclus werd trouwens op 1 september 2018 naar alle nieuwe voertuigen uitgebreid, ook naar de types die voor september 2017 werden gehomologeerd. De voertuigen in voorraad die met de NEDC-test werden gevalideerd, mochten nog tot september 2019 worden verkocht. 

De nieuwe homologatietest geeft een betere benadering van de reële rijomstandigheden, bijvoorbeeld door de duur van de test te verlengen, de rijsituaties beter te diversifiëren (zoals met een test in file-omstandigheden), metingen op meer realistische temperaturen uit te voeren enz. Hij gaat ook samen met een meting van de emissies in reële verkeersomstandigheden: de RDE (Real Driving Emissions). De WLTP-test, aangevuld met de RDE-test, zal bepaalde Ecoscores misschien doen dalen, maar zal vooral de consumenten een beter beeld van de realiteit geven. 

Milieuprestaties die constant verbeteren, maar een nog steeds erg aanwezig mobiliteitsprobleem

De evolutie van de Ecoscore van het Brussels wagenpark getuigt van een verbetering van de milieuprestaties. Deze positieve balans dient evenwel te worden gerelativeerd als men de globale impact van een wagen op het milieu bekijkt, ook op het vlak van de mobiliteit: hoe efficiënt ook, toch houdt een wagen een problematische belemmering voor verplaatsingen en parkeren in. 

Het Brussels Gewest en België krijgen te kampen met een daadwerkelijk mobiliteitsprobleem. Verschillende indicatoren tonen dat dit probleem er niet beter op wordt: weliswaar zwakke, maar reële groei van het autopark (behalve in het Brussels Gewest), toename van de structurele files (d.i. niet veroorzaakt door het slechte weer of door incidenten) in België tussen 2015 en 2018 (gezamenlijke filelengte van 100 tot 150 km op 50 volle dagen - Touring Mobilis, 2019). Andere indicatoren tonen evenwel een positieve evolutie (zie fiche “Mobiliteit en Vervoer ”): daling van het wegverkeer (buiten de Ring) in het bijzonder in de stadscentra; sterke toename van de verplaatsingen met het openbaar vervoer, per fiets en te voet; dalend wagengebruik door de Brusselaars, met name als vervoermiddel van woonplaats tot werk en andersom; versnelde toename sinds 2016 van de aankoop van voertuigen met alternatieve brandstoffen en de vastgestelde en verwachte positieve effecten van de invoering van de Lage-emissiezone op de samenstelling van het wagenpark. Merk ook op dat bijna de helft van de Brusselse huishoudens (48%) helemaal geen auto bezit (Huishoudbudgetonderzoek (HBS), 2018).

Datum van de update: 22/10/2020
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)