U bent hier

Invoering van de lage-emissiezone: de voorlopige resultaten ?

Focus - Actualisatie : december 2021

Sinds de invoering van de lage-emissiezone in Brussel in 2018 werd een aanzienlijke daling vastgesteld van het aantal oude voertuigen dat in het Gewest rijdt. Deze wijziging in de samenstelling van het wagenpark gaat gepaard met een vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM) en Black Carbon. Zo lijkt de uitstoot van Belgische voertuigen in het verkeer in het BHG tussen juni 2018 en oktober 2020 met 16% gedaald voor NOx, met 15% voor PM2.5 en met 36% voor Black Carbon. Ontdek of dit een impact heeft op de luchtkwaliteit in Brussel.     

Een lage-emissiezone in Brussel sinds 1 januari 2018

Om de luchtkwaliteit te verbeteren, werd op 1 januari 2018 een lage-emissiezone (LEZ) ingevoerd in Brussel. Ze dekt het volledige Gewest, met uitzondering van de Ring en bepaalde wegen die naar overstapparkings leiden. De LEZ geldt voor personenwagens, bestelwagens (≤ 3,5 ton), bussen en autocars, ongeacht of ze in België of in het buitenland zijn ingeschreven. Het principe van de lage-emissiezone is om geleidelijk aan de meest verontreinigende voertuigen te verbieden om in de zone te rijden. Daarnaast zullen de toegangscriteria (gekoppeld aan de leeftijd en het type voertuig) nog geleidelijk worden verstrengd tot 2025 (zie focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen" voor meer informatie). 
Concreet :

  • Het verbod in 2018 gold alleen voor de oudste dieselvoertuigen (zonder Euronorm of met Euronorm 1). Het jaar 2018 was een scharnierjaar, met een overgangsfase van 9 maanden waarin de nadruk lag op informatie, zowel in het algemeen als gerichter (via waarschuwingsbrieven vanaf juli 2018); vanaf 1 oktober 2018 werden overtredingen bekeurd.
  • In januari 2019 werden nog meer voertuigen de toegang tot het verkeer ontzegd: dieselvoertuigen met euronorm 2 en benzinevoertuigen met euronorm 0 en 1. Er gold een overgangsperiode van 3 maanden voordat men overging tot bekeuringen.
  • In 2020 waren de dieselvoertuigen met euronorm 3 aan de beurt. Dit jaar was bovendien uitzonderlijk door de gezondheidssituatie (covid-19-pandemie) die het aantal voertuigen in het verkeer sterk heeft beïnvloed.  De boetes werden ook tijdelijk opgeschort tijdens de quarantaineperiode in de lente van 2020 (maart-juni).  

LEZ-cameragegevens: een nieuwe bron van informatie over voertuigen op de weg in het BHG 

De combinatie van beelden van ANPR-camera's ('Automatic Number Plate Recognition', d.w.z. om nummerplaten van voertuigen te herkennen) en gegevens van de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) biedt (geanonimiseerde) informatie over het aantal voertuigen dat elke dag in de LEZ heeft gereden, evenals enkele van hun kenmerken, zoals het type brandstof, de Euronorm of de datum van eerste inschrijving. 
Deze nieuwe bron van informatie heeft heel wat voordelen maar ook enkele beperkingen: 

  • Er werd een aantal terugkerende fouten vastgesteld: enerzijds fouten bij het lezen van de nummerplaat, bijvoorbeeld wanneer een nummerplaat vuil is (als een letter als een andere letter wordt gelezen, kan dit leiden tot de herkenning van de foute nummerplaat in de databank van de DIV; dergelijke fouten nemen evenwel af omdat de beeldverwerking voortdurend verbetert) en anderzijds fouten in de databank van de DIV, bijvoorbeeld wanneer de foute voertuigcategorie, brandstof of Euronorm werd doorgegeven. 
  • De technische gegevens van de voertuigen (Euronorm, brandstof enz.) worden enkel verstrekt voor Belgische voertuigen en buitenlandse voertuigen die zich hebben ingeschreven, aangezien Brussel Fiscaliteit in het begin geen toegang had tot de inschrijvingsdatabanken van andere landen. In 2019 kreeg de dienst echter toegang tot de gegevens van Nederland en sindsdien hoeven voertuigen uit dat land zich niet meer te registreren.
  • De ontvangen gegevens over het aantal in gebruik zijnde tweewielige voertuigen (categorie L) zijn niet representatief. De tweewielers hebben aan de achterkant een plaatje dat slechts een minderheid van de camera's kan lezen. 
  • Hoewel de gegevens verkregen door LEZ-camera's informatie bieden over de samenstelling van het wagenpark volgens bepaalde kenmerken (categorie, Euronorm), bieden deze gegevens geen informatie over het aantal kilometers afgelegd door deze voertuigen.

Toch is de samenstelling van het wagenpark dat in het BHG rijdt nu veel nauwkeuriger gekend dan voorheen. 
Op basis van gegevens over de unieke Belgische voertuigen geflitst in de LEZ tijdens de maanden van oktober, november en december 2020, merken we dan het volgende op: 

  • Het overgrote deel van de Belgische voertuigen in het verkeer zijn personenwagens (categorie M1, 86%). De bestelwagens zijn goed voor 11% van het wagenpark. De andere types voertuigen zijn duidelijk minder vertegenwoordigd. 
  • Ongeveer 53% van de Belgische personenwagens die in de LEZ werden geflitst zijn ingeschreven in Brussel, tegenover 35% in Vlaanderen en 12% in Wallonië. De voertuigen die in het BHG zijn ingeschreven zijn waarschijnlijk ondervertegenwoordigd omdat er meer camera’s zijn aan de in- en uitgangen van het Gewest dan in het Gewest. 
  • Binnen de Belgische auto's (M1) die tijdens de periode werden geflitst, waren ongeveer 49,1% dieselauto's, 45,7% benzineauto's, 4,3% hybride voertuigen en had 0,9% een ander type motor. Het aandeel dieselvoertuigen in het wagenpark daalt sinds medio 2018 (toen het 62,3% bedroeg).
  • Bijna alle bestelwagens (N1) in omloop hebben een dieselmotor (95%). 

Aanzienlijke daling van het aantal Belgische wagens die ondanks het verbod blijven rondrijden

De evolutie van de samenstelling van de voertuigen die werden geflitst helpt ons om het effect van de LEZ te begrijpen. Een aanzienlijke daling van het dagelijkse aantal voertuigen die onder het verbod vallen is opgemerkt in het verkeer:

  • Tussen medio 2018 en het laatste kwartaal van 2020 is het aandeel van alle in 2020 verboden voertuigen (criteria voor 2018, 2019 en 2020 samen) gedaald van ongeveer 6% tot 0,3%, een vermindering met ongeveer 95%. 
  • In één jaar tijd, tussen het laatste kwartaal van 2019 en het laatste kwartaal van 2020, daalde het aandeel dieselvoertuigen met euronorm 3 (2020-criterium) dat dagelijks op de weg was in de LEZ van ongeveer 2% tot 0,3%, d.w.z. een vermindering met ongeveer 85%.

Evolutie van het aandeel auto's in omloop (M1) waarvoor een verbod geldt (volgens de criteria voor 2018, 2019 en 2020).

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens ontvangen door Brussel Fiscaliteit, 2021
  


Evolutie van het aandeel bestelwagens in omloop (N1) waarvoor een verbod geldt (volgens de criteria voor 2018, 2019 en 2020).

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens ontvangen door Brussel Fiscaliteit, 2021
 

Verschillende types voertuigen kunnen blijven rijden met een afwijking. Die kan automatisch worden toegekend (bv. voor voertuigen ouder dan 30 jaar met een "O"-nummerplaat of kampeerwagens), of op verzoek (bv. voertuigen die zijn uitgerust voor gehandicapten of marktenwagen): 

  • In 2020 vertegenwoordigden de voertuigen van dit type die elke dag aan het verkeer deelnamen 1 voertuig op 1250 (d.w.z. 0,08% van het totaal). Dit aandeel is tussen 2019 en 2020 verdubbeld, en omvat nu ook nieuwe categorieën (ambulances, onderhoudsvoertuigen). Dit is te wijten aan het feit dat in 2020 meer voertuigen door de LEZ werden getroffen, als gevolg van het verbod op dieselvoertuigen met euronorm 3. 
  • Eind 2020 bestaat de grootste categorie uit ‘oldtimer’-voertuigen van meer dan 30 jaar oud. Daarna komen ambulances en voertuigen die zijn aangepast voor markten, braderieën, optochten en ambulante handel.

Ratio van dagelijks aantal unieke voertuigen die onder het verbod vallen, maar mogen rijden dankzij een afwijking

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens ontvangen door Brussel Fiscaliteit, 2021
 

Wat is de impact op de emissies van verontreinigende stoffen in de lucht door het wegverkeer in het BHG?

De uitstoot van stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM10 en PM2.5) en Black Carbon (ter herinnering: type fijnstof) afkomstig van voertuigen (M1) en belstelwagen (N1) in het verkeer werd ingeschat voor vier verschillende weken die representatief en onderling vergelijkbaar zijn:

  • De week van 18 tot en met 24 juni 2018 (periode voordat de eerste waarschuwingen werden verzonden); 
  • De week van 1 tot en met 7 oktober 2018 (standaardweek van 2018);
  • De week van 30 september tot en met 6 oktober 2019 (standaardweek van 2019); en
  • De week van 28 september tot en met 4 oktober 2020 (standaardweek van 2020).

We merken op dat deze analyse zich op twee manieren onderscheidt van de resultaten van de voorspellingen (opgenomen in de focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen"): 

  • deze analyse richt zich op een verstreken periode (waarnemingen) en niet op de toekomst (prognoses);
  • deze analyse is gebaseerd op de gegevens van het wagenpark in omloop die door ANPR-camera's zijn verkregen en niet op het wagenpark van de in die periode in het Gewest ingeschreven voertuigen. 

Bijgevolg werden de volgende gegevens gebruikt:

  • het aantal unieke Belgische (M1 en N1-)voertuigen in omloop op basis van camerabeelden, met verdeling volgens het brandstoftype (benzine, hybride-benzine, diesel en LPG) en de Euronorm (gegevens van de DIV);
  • De gemiddelde totale afstand die door elke voertuigcategorie tijdens de bestudeerde periode is afgelegd, volgens de meest recente emissie-inventaris van het BHG voor het jaar 2019 (inventaris ingediend in 2021). Om het effect van de samenstelling van de vloot (de belangrijkste parameter beïnvloed door de LEZ) op de emissies zo goed mogelijk te isoleren, veronderstelt men dat het aantal kilometers afgelegd door de verschillende voertuigcategorieën die onder de LEZ vallen, hetzelfde is voor de 4 weken. Dit maakt de resultaten theoretisch: in feite is het aantal afgelegde kilometers in 2020 aanzienlijk gedaald als gevolg van de quarantainemaatregelen.
  • De emissiefactoren voor elke subcategorie van voertuigen, volgens de laatste emissie-inventarisatie van het BHG voor het jaar 2019 (inventaris ingediend in 2021). Merk op dat deze op gestandaardiseerde wijze worden gedefinieerd op Europese schaal (COPERT), die regelmatig worden geüpdatet om rekening te houden met de meest recente beschikbare kennis. 

Zo blijkt uit de resultaten van de schattingen dat tussen de representatieve week van juni 2018 en de representatieve week van oktober 2020:

 

  • Voor alle voertuigen op de weg zouden de emissies zijn gedaald met ongeveer 9% voor NOx, 17% voor PM2.5 en 38% voor black carbon, terwijl de CO2-emissies licht zouden zijn gestegen (+1%). De grootste daling van black carbon is te verklaren door het uit het verkeer nemen van de oudste dieselvoertuigen, die de grootste uitstoot veroorzaken. Voor CO2 is het uitblijven van een daling vooral te wijten aan de verschuiving van diesel- naar benzinemotoren, terwijl nulemissiemotoren zeer traag vooruitgaan en in december 2020 nog steeds ondergeschikt waren.
  •  De uitstoot van alle auto’s (M1) op de weg met ongeveer 16% gedaald is voor NOX, met 15% voor PM2.5 en met 36% voor black carbon. 
  • De uitstoot van alle bestelwagens (N1) op de weg met ongeveer 1% gedaald is voor NOx, met 33% voor PM2.5 en met 59% voor black carbon.

De sterke vermindering van de black-carbonuitstoot is het gevolg van het uit het verkeer halen van de oudste dieselvoertuigen, die de grootste vervuilers waren. 
Dus, gezien de aanzienlijke vermindering van het aantal oude dieselauto's in omloop vanaf oktober 2018, lijkt de LEZ een rol te hebben gespeeld in deze vermindering van de uitstoot. Het is evenwel niet mogelijk om het exacte aandeel van de vermindering gekoppeld aan de LEZ te bepalen ten opzichte van het aandeel gekoppeld aan een zogenaamde 'natuurlijke' evolutie van het wagenpark door maatregelen en verschijnselen los van de LEZ, zoals de evolutie van de accijnzen op brandstof, de evolutie van het aankoopgedrag of een modal shift gekoppeld aan andere mobiliteitsgerelateerde maatregelen.

Is er een impact op de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht?

Het doel van de meting is het verbeteren van de luchtkwaliteit in het BHG; het toezicht op de evolutie van de concentraties van verontreinigende stoffen gemeten op de verschillende meetstations in het Gewest is daarom fundamenteel in de evaluatie van de LEZ. Verontreinigende stoffen waarvan de uitstoot sterk verband houdt met het wegverkeer zijn in het kader hiervan vooral interessant: NO2 en Black Carbon. Op die manier kunnen we nagaan of de verwachte effecten van de LEZ op de luchtkwaliteit ook echt werkelijkheid zullen worden (zie focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen" voor meer details).
In het algemeen is er een positieve, dalende trend in de concentraties van alle in het BHG gemeten verontreinigende stoffen. Met betrekking tot stikstofdioxide (NO2) en Black Carbon (BC), waarvan de concentraties voornamelijk worden veroorzaakt door het wegvervoer, kunnen we het volgende opmerken: 

 

  • In 2020 is de jaarlijkse NO2-concentratie in alle meetstations voor de luchtkwaliteit in het Gewest gemiddeld met 25% gedaald in vergelijking met 2019. Deze daling is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de gemiddelde daling van de concentraties met ongeveer 10% tussen 2018 en 2019. De sterkere daling in 2020 houdt verband met emissiereductiemaatregelen zoals de LEZ, technologische verbeteringen aan voertuigen en de transitie van de motoren van het wagenpark in de afgelopen jaren, maar ook met de quarantainemaatregelen (meer of minder streng, afhankelijk van de tijd van het jaar) die in het kader van de covid-19-pandemie zijn genomen. 

De Europese grenswaarden voor NO2 werden dus voor het eerst sinds de inwerkingtreding in 2010 in alle aan de EU gerapporteerde stations nageleefd (zie ook de indicator "Luchtkwaliteit: concentratie van stikstofdioxide (NO2)"). 

  • De Black Carbon-concentraties nemen sterk af in alle Brusselse stations, ongeacht het type omgeving. Nogmaals, deze algemene daling is gerelateerd aan de vermindering van black carbon-emissies van het wegverkeer, waartoe de LEZ bijdraagt. In 2020 hebben de covid-19-maatregelen echter, net als bij NO2, een belangrijke rol gespeeld bij de vermindering van de BC-concentraties

Door in te spelen op de vernieuwing van het wagenpark, draagt de LEZ dus zeer waarschijnlijk bij aan de waargenomen dalingen, aangezien de NO2- en Black Carbon-concentraties sterk gekoppeld zijn aan het verkeer. Het is op dit moment echter niet mogelijk om precies te bepalen in welke mate de LEZ aan deze verbeteringen bijdraagt. Andere factoren beïnvloeden de waargenomen concentraties, met name de weersomstandigheden.

Datum van de update: 27/01/2022