U bent hier

Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen

Focus - Actualisatie : februari 2020

Het principe van een lage-emissiezone is om aan de meest verontreinigende voertuigen geleidelijk aan te verbieden om in de zone te rijden. De doelstelling? De uitstoot van verontreinigende stoffen van het wegverkeer in de lucht verminderen. In het BHG zou in 2025 een derde van het huidige wagenpark onder dat toegangsverbod vallen. Door de invoering van de LEZ en de technologische vooruitgang bij de voertuigen zelf, zou de uitstoot van stikstofoxide en fijnstof gevoelig lager moeten zijn in 2025, met een positieve impact op de luchtkwaliteit als gevolg. Tussen 2020 en 2025 zouden op die manier ook de huidige Europese normen voor stikstofdioxide worden nageleefd in alle meetstations van het Gewest.

Welke impact heeft het wegverkeer op de gezondheid en de levenskwaliteit?

Het wegverkeer is verantwoordelijk voor de uitstoot van verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit aantasten. Er zijn twee types emissies:

  • De uitlaatgassen bevatten toxische stoffen zoals stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM10 en PM2.5, Black Carbon), zwaveloxiden (SOx), koolstofmonoxide (CO) en verschillende zware metalen. Deze emissies variëren naargelang het type brandstof en de Euronorm (en de leeftijd) van het voertuig.
  • Het afschuren van de banden, de remmen en de wegbekleding is een bron van emissies van fijnstof en zware metalen, met variaties naargelang onder meer het gewicht van het voertuig.

In Brussel is het wegverkeer op die manier één van de belangrijkste bronnen van emissies van verzurende substanties , ozonprecursoren  – waaronder stikstofoxiden (NOx) – en fijnstof .
Die emissies hebben een negatief effect op de luchtkwaliteit (zie indicatoren voor de NO2 - en PM10 -concentratie). Bijgevolg kunnen zij gezondheidsproblemen veroorzaken bij de hele bevolking. Zo kunnen we een verband leggen met vroegtijdig overlijden en aanzienlijke gezondheidsproblemen (ademhalings- en cardiovasculaire ziektes enz.), in het bijzonder bij kwetsbare personen zoals kinderen en bejaarden (Leefmilieu Brussel, 2015; WHO, 2018). De uitlaatgassen van dieselmotoren worden bovendien geclassificeerd als "kankerverwekkend voor mensen" vanwege hun bijdrage aan een verhoogd risico op longkanker (WHO, 2012).
Zo werd met name het aantal vroegtijdige overlijdens in België als gevolg van de blootstelling aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon voor 2016 geschat op respectievelijk 7.600, 1.600 en 180 (EEA, 2019). 

Een lage-emissiezone: wat is dat precies en waarom wordt ze ingevoerd?

De doelstelling van een lage-emissiezone (LEZ) is de verbetering van de luchtkwaliteit, door geleidelijk aan de meest verontreinigende voertuigen te verbieden om in de zone te rijden. In Brussel werd op 1 januari 2018 een LEZ ingevoerd. Ze dekt het volledige Gewest, met uitzondering van de Ring en bepaalde wegen die naar overstapparkings leiden. 
De toegang tot de LEZ hangt af van de leeftijd en het type voertuig. Meer bepaald: 

  • De oudste voertuigen, met een lagere Euronorm, stoten gemiddeld meer verontreinigende stoffen uit die schadelijk zijn voor de gezondheid dan nieuwere voertuigen. 
  • Dieselvoertuigen stoten gemiddeld meer verontreinigende stoffen uit dan benzinevoertuigen, met uitzondering van broeikasgassen (met name stikstofoxiden: de emissies gemeten in werkelijke omstandigheden zijn 10 keer groter dan die van benzinemotoren, zelfs voor de recente voertuigen van de Euro 6-norm – icct, 2014). Hun uitlaatgassen worden bovendien, zoals hierboven vermeld, ook als kankerverwekkend voor de mens beschouwd. 

Sommige voertuigen vallen buiten het toepassingsgebied van de Brusselse LEZ (met name de tweewielers of elektrische voertuigen): de LEZ is enkel van toepassing voor personenwagens, bestelwagens (≤ 3,5 ton), (mini-)bussen en autocars, ongeacht of ze geregistreerd zijn in België of in het buitenland. Voor vrachtwagens geldt een specifiek, onafhankelijk tariefsysteem. 
Concreet betekent dit dat in 2018 alleen de oudste dieselvoertuigen (minstens 22 jaar oud) onder het verkeersverbod vielen. Daarna worden de toegangscriteria elk jaar strenger:
 

Het jaar 2018 was bovendien een scharnierjaar, met een overgangsfase van negen maanden waarin de nadruk lag op informatie, zowel in het algemeen als gerichter (via waarschuwingsbrieven); vanaf 1 oktober 2018 werden overtredingen bekeurd.

Over hoeveel voertuigen gaat het?

Om in te schatten welke impact de invoering van de LEZ zal hebben, moeten we een inschatting maken van de evolutie van het aantal 'te' verontreinigende voertuigen in het Brusselse wagenpark tussen 2018 en 2025, die dankzij de invoering van de LEZ niet meer in de stad zullen rijden. 
Er zijn verschillende hypothesen om die voorspelling te maken:

  • Het groeipercentage van het wagenpark wordt ingeschat via een lineaire extrapolatie van de evolutie gedurende de voorbije jaren;
  • De evolutie van de samenstelling van het park (verdeling tussen de brandstoffen en Euronormen) houdt geen rekening met gedragswijzigingen of keuzes bij de aankoop van voertuigen die het gevolg zouden kunnen zijn van de ingevoerde mobiliteitsmaatregelen;
  • Het model houdt ook geen rekening met het feit dat bepaalde voertuigen, zoals sommige voertuigen ouder dan 30 jaar, een afwijking op het rijverbod kunnen verkrijgen;
  • Tot slot worden voertuigen die niet ingeschreven zijn in het BHG niet meegenomen in de analyse, omdat betrouwbare informatie over het aantal en de milieukenmerken van deze voertuigen ontbreekt.

Berekende evolutie van het aantal ingeschreven voertuigen (auto’s, bestelwagens, bussen/autocars) in het BHG waarop het rijverbod tussen 2018 en 2025 betrekking zou hebben in geval van toepassing van de criteria van de LEZ (met ongewijzigde maatregelen en gedrag) 

Bron: Berekening door Brussel Fiscaliteit, Leefmilieu Brussel en Brussel Mobiliteit, op basis van de samenstelling van het park in september 2016, onder meer op basis van gegevens van de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) 
 


Zo schat men dat in 2018, in een situatie zonder LEZ, ongeveer 0,5% van het in Brussel ingeschreven wagenpark (uitgezonderd leasing) onder het rijverbod zou vallen. Dit aandeel zou geleidelijk aan toenemen en in 2025 ongeveer een derde van het park betreffen. De meeste Brusselse voertuigen waarop het rijverbod betrekking heeft, zijn auto’s (57% in 2018, 80% in 2020).

Welke impact op de emissies van het wagenpark?

De verwachte evolutie van de uitstoot afkomstig van het wegverkeer werd eveneens ingeschat voor 2025, volgens twee scenario's: 

  • Een scenario 'zonder LEZ' maar wel rekening houdend met het effect van alle bestaande wetgevingen (voornamelijk de toepassing van de Euronormen op Europees niveau, dat werkt aan een vernieuwing van het park in zijn geheel); 
  • Een scenario 'met LEZ', waarbij gebruik wordt gemaakt van het projectiemodel voor de emissies van het wegverkeer, ontwikkeld door Leefmilieu Brussel. 

Om technische redenen is het voertuigenpark waarmee deze keer rekening werd gehouden ruimer dan het hierboven gebruikte park: het omvat alle gemotoriseerde voertuigen, inclusief leasingwagens, vrachtwagens en tweewielers.

Deze schattingen berusten op een aantal hypotheses, met name:

  • De LEZ zou geen invloed hebben op de mobiliteitskeuzes van de Brusselaars: men gaat ervan uit dat het aantal afgelegde kilometers identiek blijft in elke voertuigcategorie. De LEZ wil echter, door burgers aan te zetten om alternatieven te vinden voor de auto, bijdragen tot een vermindering van het aantal afgelegde kilometers.
  • Als we rekening houden met de afwijkingen, de aankoop van dagpassen en mogelijke inbreuken, schat men dat 25% van de verboden voertuigen zal blijven rijden.
  • De schattingen houden rekening met het effect van de nieuwe homologatieprocedures voor voertuigen die ervoor moeten zorgen dat de uitstoot van NOx van dieselvoertuigen in reële omstandigheden beter kan worden beheerst.

Geschatte evolutie van de uitstoot van verontreinigende stoffen in de lucht (NOx, Black Carbon, PM2.5 en PM10) afkomstig van het wegverkeer in 2020 en 2025 ten opzichte van 2015  

Bron: Berekening door Leefmilieu Brussel 
 

Volgens die berekeningen zou de toepassing van alle bestaande wetgevingen en de LEZ moeten leiden tot een aanzienlijke vermindering van de emissies van verontreinigende stoffen door het wegverkeer tegen 2020 en 2025: 

  • De NOx-emissies door het wegverkeer in het BHG zouden met ongeveer 32% moeten dalen tegen 2020 en met ongeveer 66% tegen 2025 (ten opzichte van de emissies van 2015). 
  • De emissies van Black Carbon door het wegverkeer zouden met zo’n 55% afnemen tegen 2020 en met 86% tegen 2025. 
  • Het effect op de emissies van fijnstof door het wegverkeer zou iets minder groot zijn, maar nog steeds merkbaar: we verwachten tegen 2025 (ten opzichte van 2015) een vermindering van de PM2.5-uitstoot met 45% en met 31% voor PM10.

Welke impact op de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht?

De impact van de verlaging van de emissies van het wegverkeer op de luchtkwaliteit (of de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht) kan worden ingeschat voor de gebieden waar de luchtkwaliteit sterk wordt beïnvloed door het verkeer: de veronderstelling is dat de concentraties afnemen naargelang de verlaging van de emissies. Deze methodologie is enkel van toepassing op verontreinigende stoffen waarvan de emissies nauw gelinkt zijn aan het wegverkeer, zoals NO2 en Black Carbon.
Zo kan voor elk betrokken meetstation het relatieve belang van de verschillende bijdragen (binnen en buiten het Gewest) aan de gemeten concentraties worden ingeschat door vergelijking met de gemeten concentraties in bepaalde representatieve stations: 

  • van de Belgische achtergrondvervuiling, via een station buiten het BHG dat niet wordt getroffen door lokale bronnen; 
  • van de stedelijke achtergrondvervuiling in combinatie met de gewestoverschrijdende bijdrage (station in Ukkel, relatief ver verwijderd van de rechtstreekse emissiebronnen); 
  • van de stedelijke bijdrage, voornamelijk in verband met het verkeer (station in Molenbeek), en 
  • van de eventuele bijkomende vervuiling afkomstig van het verkeer aan het station zelf.

De verlaging van de emissies wordt toegepast op het gedeelte van de concentratie dat als afkomstig van het verkeer wordt ingeschat. 
Het gaat hier om vier stations: Elsene (station dat een 'street canyon' vertegenwoordigt), Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Lambrechts-Woluwe en Belliard (enkel NO2 in dit laatste geval). 

Jaarlijkse concentraties waargenomen in 2015, 2016 en 2017 en verwachte concentraties met toepassing van de LEZ in de stations Belliard, Elsene, Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Jans-Molenbeek  

Bron: Berekening door Leefmilieu Brussel 
 

  

De NO2- en BC-concentraties zouden een neerwaartse trend vertonen, met of zonder LEZ. De LEZ zou deze trend versterken, vooral op de plaatsen met drukker verkeer.
In het station van Elsene bijvoorbeeld (dat wordt gekenmerkt door een stedelijke omgeving met sterke invloed van het verkeer en waarvoor de dalingen dus het duidelijkst zouden zijn) zouden de concentraties NO2 (met LEZ) met 16% dalen tegen 2020 en met 33% tegen 2025 ten opzichte van een gemiddelde van concentraties waargenomen in 2015, 2016 en 2017. In vergelijking met een scenario zonder LEZ zou de LEZ het mogelijk maken een bijkomende daling van 1% te verkrijgen tegen 2020 en van 10% tegen 2025. 
In hetzelfde station zouden de Black Carbon-concentraties met 30% afnemen (met LEZ) tegen 2020 en met 46% tegen 2025. De LEZ zou het dus mogelijk maken een bijkomende daling van 7% te verkrijgen tegen 2020 en van 12% tegen 2025.
Volgens deze berekeningen zou de Europese norm die momenteel geldt voor NO2 (jaarlijkse concentratie van 40 µg/m³) tegen 2020 worden nageleefd in alle aan de Europese Unie gerapporteerde meetstations. Voor Belliard (station dat niet aan de Europese Unie wordt gerapporteerd, overeenkomstig Richtlijn 2008/50/EG) zou de grenswaarde tussen 2020 en 2025 worden nageleefd. Merk op dat in het station Belliard de norm voor NO2 zou worden overschreden in 2025 in een scenario zonder LEZ (de jaarlijkse concentratie wordt in dit geval geschat op 42,8 µg/m³).
Er moet evenwel worden benadrukt dat het huidige tijdschema van de LEZ alleen, het niet mogelijk maakt om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie, noch de verbintenissen van het Gewest inzake het koolstofarm maken van het vervoer, die nodig is om de opwarming van de Aarde te bestrijden. Bijgevolg zal de LEZ moeten worden aangevuld met andere maatregelen, zowel op het vlak van mobiliteit (met name de toepassing van de uitfasering van verbrandingsmotoren  en het GoodMove-plan van Brussel Mobiliteit) als in andere sectoren (zoals de verwarming van gebouwen). 

Datum van de update: 29/10/2020