U bent hier

Invoering van de lage-emissiezone: de voorlopige resultaten ?

Focus - Actualisatie : november 2020

Sinds de invoering van de lage-emissiezone in Brussel in 2018 werd een aanzienlijke daling vastgesteld van het aantal oude voertuigen dat in het Gewest rijdt. Deze wijziging in de samenstelling van het wagenpark gaat gepaard met een vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM) en Black Carbon. Zo lijkt de uitstoot van Belgische voertuigen in het verkeer in het BHG tussen juni 2018 en december 2019 met 11% gedaald voor NOx, met 11,5% voor PM2.5 en met 77% voor Black Carbon. Ontdek of dit een impact heeft op de luchtkwaliteit in Brussel.     

Een lage-emissiezone in Brussel sinds 1 januari 2018


Om de luchtkwaliteit te verbeteren, werd op 1 januari 2018 een lage-emissiezone (LEZ) ingevoerd in Brussel. Ze dekt het volledige Gewest, met uitzondering van de Ring en bepaalde wegen die naar overstapparkings leiden. De LEZ geldt voor personenwagens, bestelwagens (≤ 3,5 ton), bussen en autocars, ongeacht of ze in België of in het buitenland zijn ingeschreven. Het principe van de lage-emissiezone is om geleidelijk aan de meest verontreinigende voertuigen te verbieden om in de zone te rijden. Daarnaast zullen de toegangscriteria (gekoppeld aan de leeftijd en het type voertuig) nog geleidelijk worden verstrengd tot 2025 (zie focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen" voor meer informatie). 

Concreet gold het verbod in 2018 alleen voor de oudste dieselvoertuigen (zonder Euronorm of met Euronorm 1, dat wil zeggen voertuigen van ten minste 22 jaar oud). Het jaar 2018 was bovendien een scharnierjaar, met een overgangsfase van 9 maanden waarin de nadruk lag op informatie, zowel in het algemeen als gerichter (via waarschuwingsbrieven vanaf juli 2018); vanaf 1 oktober 2018 werden overtredingen bekeurd.
In januari 2019 werden nog meer voertuigen de toegang tot het verkeer ontzegd: dieselvoertuigen met euronorm 2 en benzinevoertuigen met euronorm 0 en 1. Er gold een overgangsperiode van 3 maanden voordat men overging tot bekeuringen.

LEZ-cameragegevens: een nieuwe bron van informatie over voertuigen op de weg in het BHG 

De combinatie van beelden van ANPR-camera's ('Automatic Number Plate Recognition', d.w.z. om nummerplaten van voertuigen te herkennen) en gegevens van de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) biedt (geanonimiseerde) informatie over het aantal voertuigen dat elke dag in de LEZ heeft gereden, evenals enkele van hun kenmerken, zoals het type brandstof, de Euronorm of de datum van eerste inschrijving. 
Deze nieuwe bron van informatie heeft heel wat voordelen maar ook enkele beperkingen: 

  • Er werd een aantal terugkerende fouten vastgesteld: enerzijds fouten bij het lezen van de nummerplaat, bijvoorbeeld wanneer een nummerplaat vuil is (als een letter als een andere letter wordt gelezen, kan dit leiden tot de herkenning van de foute nummerplaat in de databank van de DIV; dergelijke fouten nemen evenwel af omdat de beeldverwerking voortdurend verbetert) en anderzijds fouten in de databank van de DIV, bijvoorbeeld wanneer de foute voertuigcategorie, brandstof of Euronorm werd doorgegeven. 
  • De technische gegevens van de voertuigen (Euronorm, brandstof enz.) worden enkel verstrekt voor Belgische voertuigen en buitenlandse voertuigen die zich hebben ingeschreven, aangezien Brussel Fiscaliteit in het begin geen toegang had tot de inschrijvingsdatabanken van andere landen. In 2019 kreeg de dienst echter toegang tot de gegevens van Nederland en sindsdien hoeven voertuigen uit dat land zich niet meer te registreren.
  • De ontvangen gegevens over het aantal in gebruik zijnde tweewielige voertuigen (categorie L) zijn niet representatief. De tweewielers hebben aan de achterkant een plaatje dat slechts een minderheid van de camera's kan lezen. 
  • Hoewel de gegevens verkregen door LEZ-camera's informatie bieden over de samenstelling van het wagenpark volgens bepaalde kenmerken (categorie, Euronorm), bieden deze gegevens geen informatie over het aantal kilometers afgelegd door deze voertuigen.

Toch is de samenstelling van het wagenpark dat in het BHG rijdt nu veel nauwkeuriger gekend dan voorheen. 
Op basis van gegevens over ongeveer 1,5 miljoen unieke Belgische voertuigen geflitst in de LEZ tijdens de maand van december 2019, merken we dan het volgende op: 

  • Het overgrote deel van de Belgische voertuigen in het verkeer zijn personenwagens (categorie M1, 88%). De bestelwagens zijn goed voor 9% van het wagenpark. De andere types voertuigen zijn duidelijk minder vertegenwoordigd. 
  • Binnen de Belgische auto's (M1) die tijdens de periode werden geflitst, waren ongeveer 56% dieselauto's, 40% benzineauto's, 3,5% hybride voertuigen en had 0,5% een ander type motor. Het wagenpark in omloop bevat dus in verhouding een hoger percentage dieselvoertuigen dan het Belgische gemiddelde (in 2018 waren ongeveer 53% van de voertuigen (M1) ingeschreven in België dieselauto's en 45% benzineauto's – FEBIAC, 2020); maar er zijn er steeds minder in vergelijking met 2018. 
  • Bijna alle bestelwagens (N1) en vrachtwagens (N2-N3) in omloop hebben een dieselmotor (95% voor de N1 en bijna 100% voor de N2-N3). 
  • De Belgische auto's in omloop zijn meestal nieuwere auto's: circa 75% van de Belgische auto's in omloop waren Euro 5-auto’s of hoger (voor de dieselauto's: circa 32% EURO5, 37% EURO 6 en 6% EURO 6d; voor de benzineauto's: circa 21% EURO 5, 41% EURO 6 en 14% EURO 6d). 
  • Ook het aandeel van de recente Belgische bestelwagens (N1) in het verkeer is ook hoog: ongeveer 75% van de diesel bestelwagens en 80,5% van de bezinebestelwagen hadden een _EURO 5-, EURO 6 of EURO 6d-norm. 

Aanzienlijke daling van het aantal Belgische wagens die ondanks het verbod blijven rondrijden

De evolutie van de samenstelling van de voertuigen die werden geflitst tussen september 2018 en december 2019 helpt ons om het effect van de LEZ te begrijpen: een aanzienlijke daling van het dagelijkse aantal dieselwagens die onder het verbod vallen is opgemerkt in het verkeer (gemiddeld 88% voor de voertuigen die onder het verbod van 2019 vallen, en 73% voor de voertuigen die reeds sinds 2018 verboden zijn).

Evolutie van het dagelijkse gemiddelde van het aantal voertuigen die ondanks het verbod blijven rondrijden (volgens de criteria van 2018 en 2019)

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens ontvangen door Brussel Fiscaliteit, 2020
 
(Opmerking: deze absolute cijfers moeten worden gerelativeerd vanwege de toename van het aantal ANPR-camera’s tussen begin en eind 2019, wat een lichte toename van het aantal geflitste voertuigen met zich meebrengt.)

Verschillende types voertuigen kunnen blijven rijden met een afwijking. Die kan automatisch worden toegekend (bv. voor voertuigen ouder dan 30 jaar met een "O"-nummerplaat of kampeerwagens), of op verzoek (bv. voertuigen die zijn uitgerust voor gehandicapten). Tussen april en december 2019 waren er dagelijks gemiddeld 113 voertuigen van dit type in het verkeer, d.w.z. ongeveer 0,001% van het daadwerkelijk rijdende wagenpark (ongeveer 280.000 voertuigen per dag). Ongeveer twee derde van die voertuigen waren oldtimers van meer dan 30 jaar oud. Daarna volgen de voertuigen die zijn aangepast voor markten, beurzen, optochten en ambulante handel, en de kampeerwagens.

Dagelijks aantal unieke voertuigen die onder het verbod vallen, maar mogen rijden dankzij een afwijking (april-december 2019)

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens ontvangen door Brussel Fiscaliteit, 2020

 


 

Wat is de impact op de emissies van verontreinigende stoffen in de lucht door het wegverkeer in het BHG?

De uitstoot van stikstofoxiden (NOx), fijnstoffen (PM10 en PM2.5) en Black Carbon (ter herinnering: type fijnstof) afkomstig van voertuigen (M1) en belstelwagen (M1) in het verkeer werd ingeschat voor drie verschillende weken die onderling vergelijkbaar zijn:

  • De week van 18 tot en met 24 juni (periode voordat de eerste waarschuwingen werden verzonden); 
  • De week van 3 tot en met 9 december 2018 (standaardweek van 2018) ; en
  • De week van 2 tot en met 8 december 2019 (standaardweek van 2019).

We merken op dat deze analyse zich op twee manieren onderscheidt van de resultaten van de voorspellingen (opgenomen in de focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen"): 

  • deze analyse richt zich op een verstreken periode (waarnemingen) en niet op de toekomst (prognoses);
  • deze analyse is gebaseerd op de gegevens van het wagenpark in omloop die door ANPR-camera's zijn verkregen en niet op het wagenpark van de in het Gewest ingeschreven voertuigen. 

Bijgevolg werden de volgende gegevens gebruikt:

  • het aantal unieke (M1 en N1-)voertuigen in omloop op basis van camerabeelden, met verdeling volgens het brandstoftype (benzine, hybride-benzine, diesel en LPG) en de Euronorm (gegevens van de DIV);
  • het aantal afgelegde kilometers voor elke subcategorie van voertuigen, volgens de laatste emissie-inventarisatie van het BHG voor het jaar 2018 (inventaris ingediend in 2020). De hypothese is dat het aantal afgelegde kilometers constant is gebleven tussen de twee betrokken periodes.
  • De emissiefactoren voor elke subcategorie van voertuigen, volgens de laatste emissie-inventarisatie van het BHG voor het jaar 2018 (inventaris ingediend in 2020). Merk op dat deze op gestandaardiseerde wijze worden gedefinieerd op Europese schaal (COPERT). 

Zo blijkt uit de resultaten van de schattingen dat tussen de representatieve week van juni 2018 en de representatieve week van december 2019:

  • De uitstoot van alle auto’s (M1) op de weg met ongeveer 11% gedaald is voor NOX, met 11,5% voor PM2.5 en met 77% voor black carbon. 

 

  • De uitstoot van alle bestelwagens (N1) op de weg met ongeveer 3,5% gedaald is voor NOx, met 21% voor PM2.5 en met 73% voor black carbon.  De sterke vermindering van de black-carbonuitstoot is het gevolg van het uit het verkeer halen van de oudste dieselvoertuigen, die de grootste vervuilers waren.

 Hoewel de oorspronkelijke doelstelling van de LEZ niet is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, werd ook de CO2-uitstoot geschat voor de drie onderzochte periodes, gezien de aandacht die het Gewest besteedt aan de strijd tegen de klimaatverandering. Die uitstoot lijkt tussen de beide perioden licht toegenomen voor de auto’s (+1,8%) en licht afgenomen voor de bestelwagens (-0,6%). Dat een vermindering uitblijft, wordt verklaard door de verschuiving van dieselmotoren naar benzinemotoren, terwijl het aantal emissievrije motoren maar zeer langzaam toeneemt en in december 2019 nog steeds verwaarloosbaar was. 
Dus, gezien de aanzienlijke vermindering van het aantal oude dieselauto's in omloop vanaf oktober 2018, lijkt de LEZ een rol te hebben gespeeld in deze vermindering van de uitstoot. Het is evenwel niet mogelijk om het exacte aandeel van de vermindering gekoppeld aan de LEZ te bepalen ten opzichte van het aandeel gekoppeld aan een zogenaamde 'natuurlijke' evolutie van het wagenpark door maatregelen en verschijnselen los van de LEZ, zoals de evolutie van de accijnzen op brandstof of de evolutie van het aankoopgedrag.

Is er een impact op de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht?

Het doel van de meting is het verbeteren van de luchtkwaliteit in het BHG; het toezicht op de evolutie van de concentraties van verontreinigende stoffen gemeten op de verschillende meetstations in het Gewest is daarom fundamenteel in de evaluatie van de LEZ. Verontreinigende stoffen waarvan de uitstoot sterk verband houdt met het wegverkeer zijn in het kader hiervan vooral interessant: NO2 en Black Carbon. Op die manier kunnen we nagaan of de verwachte effecten van de LEZ op de luchtkwaliteit ook echt werkelijkheid zullen worden (zie focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen" voor meer details).

In het algemeen is er een positieve, dalende trend in de concentraties van alle in het BHG gemeten verontreinigende stoffen. Met betrekking tot stikstofdioxide (NO2) en black carbon (BC), waarvan de concentraties voornamelijk worden veroorzaakt door het wegvervoer, kunnen we het volgende opmerken: 

  • In 2019 zijn de jaarlijkse NO2-concentraties in alle meetstations voor de luchtkwaliteit in het Gewest gemiddeld met 10% gedaald in vergelijking met 2018. 
  • In 2019 zijn de Europese grenswaarden voor NO2 voor het eerst sinds de inwerkingtreding in 2010 in alle aan de EU gerapporteerde stations nageleefd (zie ook de indicator "Luchtkwaliteit: concentratie van stikstofdioxide (NO2)"). 
  • De black carbon-concentraties nemen sterk af in alle Brusselse stations, ongeacht het type omgeving.

Door in te spelen op de vernieuwing van het wagenpark, draagt de LEZ zeer waarschijnlijk bij aan de waargenomen dalingen, aangezien de NO2- en black carbon-concentraties sterk gekoppeld zijn aan het verkeer. Het is op dit moment echter niet mogelijk om precies te bepalen in welke mate de LEZ aan deze verbeteringen bijdraagt. Andere factoren beïnvloeden de waargenomen concentraties, met name de weersomstandigheden.

Datum van de update: 23/11/2020