U bent hier

Focus: De mobiliteit van de bedrijven via de bedrijfsvervoerplannen 2017

Actualisering : februari 2020

Het bedrijfsvervoerplan (BVP) is verplicht voor elk bedrijf in Brussel dat op eenzelfde site  meer dan 100 personen tewerkstelt en heeft tot doel de werknemers te sensibiliseren om voor duurzamere transportmiddelen te kiezen. Deze verplichting, die sinds 2004 van kracht is, moedigt bedrijven aan om een intern mobiliteitsbeleid te ontwikkelen. Het BVP moet om de 3 jaar geüpdatet worden. De voorgestelde gegevens zijn afkomstig van de laatste update van de BVP’s in 2017.

De bedrijfsvervoerplannen 

Het bedrijfsvervoerplan (BVP) is een verplichting die sinds 2004 van kracht is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het verplicht bedrijven met meer dan 100 werknemers die op eenzelfde site werken om een intern duurzaam mobiliteitsbeleid te voeren. Het plan, dat wordt opgesteld voor een periode van drie jaar, bestaat uit twee delen: een 'diagnose' en een 'actieplan'. Het heeft betrekking op de woon-werkverplaatsingen van de werknemers, de professionele verplaatsingen en de verplaatsingen van bezoekers. Het doel van de BVP’s is de gemotoriseerde verplaatsingen te rationaliseren en een overgang te bewerkstelligen naar meer duurzame vervoerswijzen, met als einddoel de luchtkwaliteit en het verkeer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren. 

Modale keuzes van de werknemers

Voor de update van 2017 heeft Leefmilieu Brussel 478 volledige BVP-dossiers ontvangen, wat neerkomt op 85% van de bedrijven die aan de verplichting onderworpen zijn. 
In totaal hebben de BVP’s betrekking op 40% van de werknemers in het BHG, van wie de meerderheid afkomstig is van buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (65% van de steekproef). De analyse van hun modale keuzes is gebaseerd op de belangrijkste vervoerswijze, d.w.z. de vervoerswijze die het vaakst en over de langste afstand wordt gebruikt. 

Uit de gegevens die voor 2017 zijn doorgegeven, blijkt dat de trein de belangrijkste vervoerswijze is geworden (modaal aandeel van 36,2%), vóór het gebruik van de individuele auto (34,1%). Het gebruik van de auto is de afgelopen tien jaar inderdaad geleidelijk aan afgenomen (zie ‘Balans van de bedrijfsvervoerplannen’, Synthese van de staat van het leefmilieu 2011-2012 https://leefmilieu.brussels/staat-van-het-leefmilieu/synthese-2011-2012/...). Bovendien is het gebruik van de fiets in 6 jaar tijd sterk toegenomen, van 2,8% modaal aandeel tot 4,5%. Het gebruik van de MIVB is relatief stabiel (19%), terwijl verplaatsingen te voet in lichte mate afnemen.

Bron: De bedrijfsvervoerplannen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Balans van de situatie in 2017. Leefmilieu Brussel, 2019
 

Toegankelijkheid versus afstand

De modale keuzes van de werknemers worden beïnvloed door verschillende factoren, met als de twee belangrijkste, de mate van bereikbaarheid van de onderneming met het openbaar vervoer (gekoppeld aan de ligging van de onderneming) en de woonplaats van de werknemers (in of buiten het Brussels Gewest). 
In Brussel zijn er twee verschillende benaderingen om een bedrijf te lokaliseren :

  •    locaties die bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, met een goede treindienstverlening gecombineerd met een goede bereikbaarheid met de metro;
  •    locaties aan de rand van grote verkeersassen.

De kaart hieronder stelt de verdeling van de woon-werkverplaatsingswijzen voor in functie van de locatie van de bedrijven. Naar de bedrijven in de centrale zone van het Brussels Gewest, die het best gelegen zijn op het vlak van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, komen het hoogst aantal werknemers met de trein en het laagste aantal met gemotoriseerde vervoersmiddelen (in het bijzonder de auto). In de zone met een “gemiddelde” bereikbaarheid, die met de meer randstedelijke locaties overeen komt, wordt daarentegen de voorkeur gegeven aan gemotoriseerde verplaatsingen.
De zone met een “goede” bereikbaarheid wordt gekenmerkt door een grotere diversiteit aan vervoerswijzen, met een overwicht van het stedelijk openbaar vervoer en zachte wijzen van verplaatsen zoals fietsen en wandelen. In deze zone stellen de bedrijven meer Brusselse werknemers tewerk, die vaak op minder dan 10 km afstand wonen, wat het grote aandeel van deze nabijheidsmodi verklaart (Leefmilieu Brussel, 2019). Het autogebruik lijkt eindelijk meer verband te houden met een slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer dan met de afstand tussen de woon- en de werkplaats (zie de factsheet ‘Uitdagingen en oplossingen voor duurzame mobiliteit: de Bedrijfsvervoerplannen 2017’ ). 

Modale verdeling van de hoofdvervoerwijze voor het woon-werkverkeer van de werknemers in functie van de locatie van het bedrijf

Bron : Leefmilieu Brussel, 2020, op basis van de BVP 2017 gegevens

(Toegang tot de interactieve kaart, bijgewerkt met de meest recente gegevens)

Maatregelen van de BVP’s

Behalve de locatie van het bedrijf en de afstand tussen de woon- en werkplaats, houden de modale keuzes van de werknemers ook verband met andere factoren, met name de mobiliteitsmaatregelen die de bedrijven nemen. Zo is de beschikbaarheid van parkeergelegenheid op de bestemming een bepalende factor bij de keuze van de vervoerswijze: als parkeerplaats verzekerd is, is het autogebruik hoger, en andersom. 
Het BVP moet de maatregelen voorstellen die de bedrijven hebben genomen om de mobiliteit van de werknemers en de bezoekers te beheren. Sommige zijn verplicht, andere optioneel. De waaier van door de bedrijven aangeboden maatregelen om een duurzamere mobiliteit te bevorderen, is sterk uitgebreid tussen 2011 en 2017. De maatregelen zijn verdeeld in vier pijlers: 

  • sensibilisering en informatieverstrekking (bv. een mobiliteitsrubriek op de website, een fietscursus enz.), 
  • infrastructuur en diensten (bv. een fietsenstalling, douches en kleedkamers, een carpooling-database, materiaal en een onderhoudsdienst voor fietsen enz.), 
  • financiële stimulansen (bv. fiets- of carpooltoelage, terugbetaling van abonnementen op het openbaar vervoer enz.), 
  • telewerk.

Terwijl sommige elementen, zoals de locatie van de bedrijven of de woonplaats van de werknemers, relatief vaste gegevens zijn, zijn sinds de invoering van de BVP’s andere aspecten van de bedrijfsmobiliteit geëvolueerd. Dit komt met name tot uiting in de daling van het modale aandeel van de auto en de stijging van het modale aandeel van de fiets; ontwikkelingen die duiden op een verandering van de vervoersgewoonten van de werknemers in het Brussels Gewest.

Datum van de update: 27/07/2020