U bent hier

Focus : Collectieve en familiale moestuinen

Actualisatie : februari 2020

In 2018 telde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 392 moestuinsites, wat 30% meer is dan in 2013. Deze evolutie ging echter gepaard met een daling van de totale oppervlakte van deze sites met 4%. Het aanbod verschilt sterk volgens gemeente met als twee uitersten Evere (1,6 m2/inw.) en Sint-Joost (0,03 m2/inw.). 

Tussen 2013 en 2018 is de oppervlakte en het aantal moestuinpercelen dat ter beschikking stond van de Brusselaars, en dat gelegen was in de door Leefmilieu Brussel beheerde groene ruimten, respectievelijk gestegen met 61% en 81% voor een totale bruto-oppervlakte van 5,3 ha voor 373 percelen. De aanleg van moestuinen wordt ook aangemoedigd via tal van projectoproepen gericht tot verschillende doelgroepen. 

Stadsmoestuinen: groene ruimten met uiteenlopende functies

Net als tal van andere steden kent Brussel de laatste jaren een opflakkerende belangstelling voor voedselteelt. Deze kan verschillende vormen aannemen: groenteteelt in volle grond of bovengronds, fruitbomen, kleine fokkerijen, bijenteelt, aquacultuur, kinderboerderijen, ondergrondse paddenstoelenteelt, ... Ze worden aangemoedigd op Brussels niveau in het kader van verschillende actieprogramma’s die gericht zijn op transitie naar duurzamere voedselsystemen, verbetering van de leefomgeving, ontwikkeling van multifunctionele groene ruimten en jobcreatie.
De focus ligt vooral op niet-professionele familiale of collectieve moestuinen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de productie voor persoonlijke consumptie of “zelfproductie” (het deel professionele landbouw is het voorwerp van een andere focus, zie “Good Food: Professionele landbouw in het Brussels Gewest”). 
Deze teeltpraktijken streven verscheidene doelstellingen na, die volgens de actoren minder of meer prioritair zijn: voedselproductie (zelfproductie), maar ook recreatieve doelstellingen (contact met de natuur, ontspanning, fysieke activiteit), sociale doelstellingen (plekken om elkaar te ontmoeten en samen nieuwe gedragingen aan te leren, ingaan op een leerbehoefte, steun aan therapeutische projecten of projecten voor beroepsinschakeling,...) of educatieve doelstellingen (principes van biologische landbouw, seizoenscycli, lokale soorten,...). Vanuit milieustandpunt vormen de moestuinen eveneens groene ruimten die de biodiversiteit ondersteunen, het stedelijk landschap mee helpen verbeteren en regenwater laten infiltreren. Door te telen in een stedelijke omgeving, in soms erg kleine tussenruimten, ontstaan er en blijven er binnenin de wijken open ruimten bestaan. Al deze voordelen tonen in welke mate de ontwikkeling van deze praktijk sterk kan bijdragen tot een beter levenskader van de stadsbewoners.

30% meer moestuinsites tussen 2013 en 2018 … maar een totale oppervlakte die daalt met 4%

In 2013 heeft Leefmilieu Brussel een inventaris opgesteld van de collectieve en familiale moestuinen en de kenmerken ervan. Deze inventaris werd herhaald in 2018, waarbij op vrijwel identieke manier werd te werk gegaan.  
De in kaart gebrachte moestuinen zijn de moestuinsites waar tuiniers die dit wensen terechtkunnen, en de moestuinen die openstaan voor het publiek, of ze nu officieel (gemeentelijke of gewestelijke moestuinen, moestuinen op privégrond, ...) of officieus zijn (“gekraakte” gronden). Professionele stadslandbouwprojecten, school- of demomoestuinen en privémoestuinen die niet toegankelijk zijn vanuit de publieke ruimte of die op een bebouwd perceel gelegen zijn, werden niet opgenomen in de inventaris.
Onderstaande tabel vergelijkt het moestuinaanbod van 2013 met dat van 2018. De gegevens van de inventaris uit 2013 werden gecorrigeerd, om enkele fouten recht te zetten die werden vastgesteld en om te zorgen voor een volledige overeenstemming tussen de twee inventarissen wat in aanmerking genomen moestuinen betreft. 


 

Terwijl de totale oppervlakte van de moestuinen gedaald is ten opzichte van 2013 (- 4,1%), is het aantal moestuinen aanzienlijk gestegen (+ 30,2%). Uit de analyse van de gegevens blijkt dat deze evolutie verband houdt met een daling van het aantal grote moestuinsites (met een oppervlakte groter dan 5.000 m2), aangevuld met een fikse stijging van de kleine moestuinsites (met een oppervlakte kleiner dan 500 m2 of zelfs 100 m2). Door de stijging van het aantal moestuinen kon de demografische druk op de bestaande moestuinen verlicht worden (- 20,3% inwoners voor een moestuinsite). 
Uit de vergelijking van de geïnventariseerde gegevens blijkt ook dat op 5 jaar tijd:

  • 129 nieuwe moestuinsites werden aangelegd. Dit zijn vooral kleine moestuinen die hebben bijgedragen aan een beter aanbod in de dichtbebouwde zones;
  • 38 moestuinsites verdwenen zijn;
  • 3 moestuinsites verschenen en weer verdwenen zijn;
  • 13 moestuinsites uitgebreid zijn;
  • 13 moestuinsites gekrompen zijn.

Aan de hand van de inventaris konden ook 26 moestuinen die potentieel bedreigd zijn, in de meeste gevallen door bouwprojecten, in kaart worden gebracht.
Meer dan een derde van de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke moestuinsites is gelegen in groengebied of in landbouwgebied, en geniet dus een zekere bescherming.

Een zeer divers moestuinaanbod naargelang van de gemeente en de wijk

Onderstaande grafiek toont voor elke Brusselse gemeente de totale oppervlakte van de collectieve en familiale moestuinen (in 2013 en in 2018), alsook de moestuinoppervlakte per inwoner (in 2018).


Oppervlakte van de collectieve en familiale moestuinsites (in totaal en per inwoner) per gemeente (2013 en 2018)

Bron: BRAT 2018
 

Gemiddeld heeft elke Brusselaar een theoretische toegang tot 0,66 m2 moestuin (op basis van de totale oppervlakte van de moestuinsite, met inbegrip van de eventuele niet-verbouwde delen, privétuinen en schooltuinen buiten beschouwing gelaten). Toch zijn er grote verschillen tussen gemeenten: terwijl de inwoners van Brussel (cf. wijken in de rand zoals Haren en Neder-Over-Hembeek), Evere, Jette, Ukkel en Watermaal-Bosvoorde gemiddeld over meer dan 1 m2/inw. beschikken, moeten die van de gemeenten Etterbeek, Sint-Joost en Sint-Gillis het stellen met minder dan 0,15 m2/inw. In deze gemeenten is doorgaans ook het aantal gezinnen met toegang tot een eigen tuin het kleinst.
Onderstaande kaart geeft een nauwkeuriger beeld van de spreiding van de moestuinsites in het stadsweefsel. Elke moestuin wordt weergegeven aan de hand van een cirkel met een straal van 300 meter vanaf het middelpunt. Dit is de afstand in vogelvlucht die grosso modo overeenkomt met 5 tot 10 minuten wandelen. Deze voorstelling geeft een eerste beeld van de zones waarin de toegang van de Brusselaars tot moestuinen beperkt is. 

Ligging van de collectieve en familiale moestuinen in 2013 en in 2018

Bron: BRAT 2018
 
 

(Toegang tot de interactieve kaart van de inventaris van 2013)

Hoewel het aantal moestuinen in het algemeen toeneemt, zijn er nog altijd grote lokale verschillen: hoge concentraties afgewisseld met gebieden zonder voorzieningen. Terwijl er ook in minder dicht bebouwde gebieden soms een tekort is aan moestuinen, ontbreekt het de gebieden in het centrum vaak aan groene ruimten en privétuinen, bovenop een hoge bevolkingsdichtheid en een laag gemiddeld inkomen per inwoner. Moestuinen in volle grond en met een grote oppervlakte komen vooral voor in de minder dicht bebouwde zones. 

15% van de Brusselaars zegt een deel van hun voeding zelf te produceren in 2018, wat een vergelijkbaar percentage is met dat van 2016

Op individuele schaal verklaart 15% van de Brusselaars een deel van zijn voeding zelf te produceren (opiniepeiling Sonecom, 2018). Dit cijfer geeft echter een realiteit weer die sterk uiteen kan lopen, van de teelt van een beetje fruit, enkele groenten en/of kruiden in potten tot een heuse moestuin of een kippenhok. Meer dan de helft (52,5%) van de Brusselaars die verklaren een deel van hun voeding zelf te produceren, beschikt over minder dan 5 m2 voor deze productie, en iets meer dan de helft hiervan teelt in een familiale tuin of -moestuin. Een vergelijking met een opiniepeiling uit 2016 wijst niet op een belangrijke evolutie van het gedrag van de Brusselaars op het vlak van zelfproductie.

Steeds meer moestuinpercelen in de gewestelijke groene ruimten

In 2018 bedroeg de oppervlakte van de moestuinen aangelegd in de Brusselse gewestelijke ruimten 3,4 ha indien alleen de netto-oppervlakte wordt geteld (m.a.w. de oppervlakte aan bouwland), en 5,3 ha als ook de bruto-oppervlakte wordt meegerekend (d.w.z. met inbegrip van wegen, heggen, grasperken, tafels, enz.) In 2018 stonden in totaal 373 percelen ter beschikking van de Brusselaars, verspreid over een vijftiental sites.
Tussen 2013 en 2018 is de oppervlakte en het aantal van de moestuinpercelen die ter beschikking stonden van de Brusselaars gestegen met respectievelijk 61% en 81%. Dit aanbod is echter beperkt tot 6 gemeenten, en het grootste deel van de sites ligt in de tweede kroon.

Evolutie van het gecumuleerde aantal en van de gecumuleerde grootte van de moestuinpercelen die ter beschikking worden gesteld door Leefmilieu Brussel 

Leefmilieu Brussel – Afdeling Groene Ruimten 2018

 

De daling van het moestuinaanbod tussen 2003 en 2007, zoals weergegeven op de grafiek, houdt verband met de ontdekking van bodemverontreiniging ter hoogte van 2 sites. Dit heeft geleid tot de sluiting van deze moestuinen tot de behandeling ervan ze opnieuw geschikt maakt voor teelt.

Gewestelijke acties om de Brusselaars aan het moestuinieren te krijgen

Leefmilieu Brussel hanteert sinds het werd opgericht een beleid rond de ontwikkeling van stadsmoestuinen. Hiervoor gaat het op verschillende manieren te werk.
Het beleid werd de voorbije jaren bevestigd en versterkt, vooral door de goedkeuring, eind 2015, van de Good Food-strategie. Het doel is de transitie naar een duurzamer Brussels voedingssysteem. Eén van de hoofdlijnen heeft tot doel de duurzame lokale voedselproductie te verhogen, vooral door zelfproductie. Voor 2020 werden de volgende kwantitatieve doelstellingen vastgelegd: 

  • verdubbeling van de oppervlakte van de moestuinzones in gewestelijke groene ruimten onder beheer van Leefmilieu Brussel (wat overeenkomt met een totale netto-oppervlakte van 5 ha);
  • 30% van de gezinnen die een deel van hun voeding produceren;
  • de oppervlakte van de collectieve en familiale moestuinsites blijft minstens identiek aan de oppervlakte die in 2013 in kaart werd gebracht.

De eerder voorgestelde gegevens tonen aan dat de gewestelijke inspanningen die werden gedaan om de zelfproductie te ondersteunen, moeten worden versterkt om deze doelstellingen te kunnen bereiken.
Dit beleid van ontwikkeling van stadsmoestuinen en sensibilisering voor zelfproductie steunt op verschillende actielijnen:

  • Beheer van de moestuinen in de gewestelijke parken en ontwikkeling van nieuwe moestuinsites

Leefmilieu Brussel beheert op dit moment 15 moestuinsites. De moestuinen worden er beheerd met respect voor het milieu (door de ondertekening van gebruiksovereenkomsten met de begunstigden van de percelen) en door een maatschappelijke en pedagogische dimensie toe te voegen aan de projecten. 
In de loop van de voorbije jaren heeft de afdeling Groene Ruimten een bijzondere inspanning gedaan om nieuwe moestuinruimten aan te leggen (nieuwe sites of uitbreiding van bestaande sites) en de bestaande sites te verbeteren (aanplanting van kleine fruitbomen en aromatische planten, toegang tot water, opbergkasten, collectieve compostering, enz.). Het aanbod kan alleen worden verbeterd indien ook het beheer van de bestaande sites erop vooruitgaat (herbestemming van braakliggende percelen, controle van de naleving van de gebruiksovereenkomsten, onderverdeling van te grote percelen, enz.). 

  • Steun aan de ontwikkeling van collectieve en familiale moestuinprojecten via projectoproepen.

De ontwikkeling van collectieve moestuinprojecten door andere actoren dan Leefmilieu Brussel wordt ondersteund via projectoproepen waarin de stadslandbouw een van de prioritaire thema’s is.  
Tussen 2015 en 2018 werden 16 projecten die verband houden met de hoofdlijn “Voedselproductie” ondersteund in het kader van de projectoproep die gericht was tot de gemeenten en de OCMW’s (aanleg van moestuinen op gemeentegrond, bewustmakingsacties ondersteund door de aanleg van percelen, bakken of specifieke teelten). Daarnaast ontvingen 17 verenigingen subsidies voor zelfproductie- of gemengde projecten.
Sinds 2011 wordt elk jaar een projectoproep uitgeschreven die de aanleg van nieuwe collectieve moestuinen door burgers financieel en technisch ondersteunt. In dit kader ontvingen meer dan 74 projecten van collectieve moestuinen opstartsteun tussen 2011 en 2017. Hiervan waren er 53 vermoedelijk nog actief in april 2018. Voor 39% van de gronden bestond het risico dat ze op korte of middellange termijn zouden worden overgenomen door hun eigenaar.
Andere types van stadslandbouwprojecten worden eveneens gedragen door burgercollectieven en ondersteund door de projectoproep “Vooruit met de wijk”: kippenhokken, boomgaarden, Ongelooflijk eetbaar enz. De “participatieve duurzame wijken” ontwikkelen projecten op schaal van de wijk die verschillende verbonden polen kunnen groeperen (moestuin, compost, boomgaard, ...). Sinds 2008 tellen de participatieve duurzame wijken een veertigtal teeltprojecten.
Ook de scholen gaan dynamisch te werk bij het aanleggen van productiesites. In 2016 en 2017 kregen 84 scholen (waaronder hogescholen) steun bij het ontwikkelen van productiesites.
Tot slot werd, in het kader van de opstelling van de lokale agenda’s 21, steun verleend aan de ontwikkeling of de invoering van een hoofdlijn "moestuinen”. 

  • Familiale en collectieve moestuinen in een netwerk verbinden (in 2018 uitgebreid tot het verbinden van alle collectieve Good Food-burgerprojecten in een netwerk)

Deze netwerking, waarmee werd gestart in 2011, creëert een participatieve dynamiek tussen de personen die betrokken zijn bij de aanleg van moestuinen, en bevordert de uitwisseling van knowhow. Ze krijgt vooral vaste vorm door de organisatie van ontmoetingsforums, participatieve bouwplaatsen, terreinbezoeken, zadenbeurzen, en door de ontwikkeling van communicatietools.

  • Bewustmaking, opleiding en informatie van het publiek via opleidingen, verspreiding van documentatie, animatie in de scholen of de organisatie of ondersteuning van gewestelijke activiteiten op het vlak van stadslandbouw
  • Begeleidingsdiensten voor niet-professionele stadslandbouwprojecten

Recentelijk werd een dienst “Facilitator Stadslandbouw” in het leven geroepen. Deze dienst is er in de eerste plaats op gericht de professionele stadslandbouw te ondersteunen, maar ook te helpen bij de invoering van projecten voor zelfproductie zoals, bijvoorbeeld, de integratie van moestuinruimten in een vastgoedproject of in een project dat een wijk nieuw leven moet inblazen. 
Er bestaat ook een netwerk van moestuinmeesters dat steunt op “tussenschakels”, burgers die een opleiding in stadsmoestuinieren hebben gekregen. Sinds 2011 hebben 166 moestuinmeesters hun diploma gekregen, waarvan ongeveer 70% nog actief was in 2017. 

Datum van de update: 23/06/2020
Documenten: 

Factsheet

Duurzame voeding en stadslandbouw

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plan en programma