U bent hier

Focus: Invoering van de lage-emissiezone: stand van zaken na de eerste maanden

Actualisatie : februari 2020

In 2018 werd een aanzienlijke daling vastgesteld van het aantal oude diesels dat in het Gewest rijdt. Deze wijziging in de samenstelling van het wagenpark gaat gepaard met een vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM2.5). Zo is de uitstoot van Belgische voertuigen in het verkeer in het BHG tussen juni en december 2018 met 4,7% gedaald voor NOx en met 6,4% voor PM2.5. Deze dalingen gingen een stuk sneller dan de evolutie tussen 2016 en 2017. We mogen er dan ook van uitgaan dat de LEZ daarin een rol heeft gespeeld.     

Een lage-emissiezone in Brussel sinds 1 januari 2018

Om de luchtkwaliteit te verbeteren, werd op 1 januari 2018 een lage-emissiezone (LEZ) ingevoerd in Brussel . Ze dekt het volledige Gewest, met uitzondering van de Ring en bepaalde wegen die naar overstapparkings leiden. De LEZ geldt voor personenwagens, bestelwagens (≤ 3,5 ton), bussen en autocars, ongeacht of ze in België of in het buitenland zijn ingeschreven. Het principe van de lage-emissiezone is om geleidelijk aan de meest verontreinigende voertuigen te verbieden om in de zone te rijden. Daarnaast zullen de toegangscriteria (gekoppeld aan de leeftijd en het type voertuig) nog geleidelijk worden verstrengd tot 2025 (zie focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen " voor meer informatie). 
Concreet gold het verbod in 2018 alleen voor de oudste dieselvoertuigen (zonder Euronorm of met Euronorm 1, dat wil zeggen voertuigen van ten minste 22 jaar oud). Het jaar 2018 was bovendien een scharnierjaar, met een overgangsfase van 9 maanden waarin de nadruk lag op informatie, zowel in het algemeen als gerichter (via waarschuwingsbrieven vanaf juli 2018); vanaf 1 oktober 2018 werden overtredingen bekeurd.

LEZ-cameragegevens: een nieuwe bron van informatie over voertuigen op de weg in het BHG 

De combinatie van beelden van ANPR-camera's ('Automatic Number Plate Recognition', d.w.z. om nummerplaten van voertuigen te herkennen) en gegevens van de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) biedt (geanonimiseerde) informatie over het aantal voertuigen dat elke dag in de LEZ heeft gereden, evenals enkele van hun kenmerken, zoals het type brandstof, de Euronorm of de datum van eerste inschrijving. 
Deze nieuwe bron van informatie heeft heel wat voordelen maar ook enkele beperkingen: 

  • Er werd een aantal terugkerende fouten vastgesteld: enerzijds fouten bij het lezen van de nummerplaat, bijvoorbeeld wanneer een nummerplaat vuil is (als een letter als een andere letter wordt gelezen, kan dit leiden tot de herkenning van de foute nummerplaat in de databank van de DIV; dergelijke fouten nemen evenwel af omdat de beeldverwerking voortdurend verbetert) en anderzijds fouten in de databank van de DIV, bijvoorbeeld wanneer de foute voertuigcategorie, brandstof of Euronorm werd doorgegeven. 
  • De technische gegevens van de voertuigen (Euronorm, brandstof enz.) worden enkel verstrekt voor Belgische voertuigen en buitenlandse voertuigen die zich hebben ingeschreven, aangezien Brussel Fiscaliteit momenteel geen toegang heeft tot de inschrijvingsdatabanken van andere landen. 
  • De ontvangen gegevens over het aantal in gebruik zijnde tweewielige voertuigen (categorie L) zijn niet representatief. De tweewielers hebben aan de achterkant een plaatje dat slechts een minderheid van de camera's kan lezen. 
  • Hoewel de gegevens verkregen door LEZ-camera's informatie bieden over de samenstelling van het wagenpark volgens bepaalde kenmerken (categorie, Euronorm), bieden deze gegevens geen informatie over het aantal kilometers afgelegd door deze voertuigen.

Toch is de samenstelling van het wagenpark dat in het BHG rijdt nu veel nauwkeuriger gekend dan voorheen. 

Aanzienlijke daling van het aantal Belgische dieselwagens van het type Euro 0 en 1 in het verkeer

Deze nieuwe gegevens geven een duidelijker beeld van het wagenpark dat eind 2018 in het BHG op de weg reed. De analyse ging over de laatste week van 2018, die een 'standaardweek' vertegenwoordigt, d.w.z. zonder een vrije dag, staking, Europese top of andere gebeurtenis die een significante impact kan hebben op de mobiliteit in het BHG. Er werd dus gekozen voor de week van maandag 10 december tot en met zondag 16 december 2018. De keuze van een week van maandag tot en met zondag is bedoeld om het gehele wagenpark te bestrijken dat in het Gewest actief is, want dit kan variëren naargelang van de dag van de week. 
Op basis van gegevens over ongeveer 716.000 unieke Belgische voertuigen geflitst in de LEZ tijdens deze periode, merken we dan het volgende op: 

  • Het overgrote deel van de Belgische voertuigen in het verkeer zijn personenwagens (categorie M1, 89%). De bestelwagens zijn goed voor 9% van het wagenpark. De andere types voertuigen zijn duidelijk minder vertegenwoordigd. 
  • Van de 637.177 unieke Belgische auto's (M1) die tijdens de week werden geflitst, waren ongeveer 61% dieselauto's, 36% benzineauto's, 3% hybride voertuigen en had 1% een ander type motor. Het wagenpark in omloop bevat dus in verhouding een hoger percentage dieselvoertuigen dan het Belgische gemiddelde (in 2017 waren 56,4% van de voertuigen (M1) ingeschreven in België dieselauto's en 41,5% benzineauto's – FEBIAC, 2019). 
  • Bijna alle bestelwagens (N1) en vrachtwagens (N2-N3) in omloop hebben een dieselmotor (96% voor de N1 en bijna 100% voor de N2-N3). 
  • De Belgische auto's in omloop zijn meestal nieuwere auto's: 71% van de Belgische auto's in omloop waren Euro 5-auto’s of hoger (voor de dieselauto's: 39% Euro 6 en 32% Euro 5; voor de benzineauto's: 47% Euro 6 en 24% Euro 5). 
  • Ook het aandeel van de recente Belgische bestelwagens (N1) in het verkeer is hoog, zij het iets lager dan voor personenwagens: 69% van de unieke geflitste bestelwagens had een Euro 5- (39%) of Euro 6-norm (30%). 

Anderzijds helpt de evolutie van de samenstelling van de voertuigen die werden geflitst tussen juli en december 2018 (de periode waarvoor Leefmilieu Brussel over gegevens beschikt) ons om het effect van de LEZ te begrijpen: vanaf 1 oktober zien we een aanzienlijke daling van het aantal dieselwagens met Euro 0- of Euro 1-norm in het verkeer, d.w.z. vanaf het moment waarop de boetes voor het niet-naleven van de LEZ werden verstuurd. Dit volgt dezelfde trend als de evolutie van het aantal door Brussel Fiscaliteit vastgestelde inbreuken.

Evolutie van het dagelijkse aantal Belgische dieselauto's, bestelwagens, (mini-)bussen en autocars (M1, M2, M3, N1) volgens Euro 0- of 1-norm in omloop

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens ontvangen door Brussel Fiscaliteit, 2019

  

Wat is de impact op de emissies van verontreinigende stoffen in de lucht door het wegverkeer in het BHG?

De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM2.5) afkomstig van voertuigen (M1) in het verkeer werd ingeschat voor twee verschillende representatieve weken:

  • De week van 18 tot en met 24 juni (periode voordat de eerste waarschuwingen werden verzonden); en
  • De week van 10 tot en met 16 december 2018 (verzendperiode van de boetes).

We merken op dat deze analyse zich op twee manieren onderscheidt van de resultaten van de voorspellingen (opgenomen in de focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen"): 

  • deze analyse richt zich op een verstreken periode (waarnemingen) en niet op de toekomst (prognoses);
  • deze analyse is gebaseerd op de gegevens van het wagenpark in omloop die door ANPR-camera's zijn verkregen en niet op het wagenpark van de in het Gewest ingeschreven voertuigen. 

Vanwege dit verschil is ervoor gekozen om zich te concentreren op de voertuigcategorie die het meest voorkomt bij de in gebruik zijnde voertuigen, namelijk personenauto's (M1).
Bijgevolg werden de volgende gegevens gebruikt:

  • het aantal unieke (M1-)voertuigen in omloop op basis van camerabeelden, met verdeling volgens het brandstoftype (benzine, hybride-benzine, diesel en LPG) en de Euronorm (gegevens van de DIV);
  • het aantal afgelegde kilometers voor elke subcategorie van voertuigen, volgens de laatste emissie-inventarisatie van het BHG voor het jaar 2017 (inventarisatie op 15/1/2019). De hypothese is dat het aantal afgelegde kilometers constant is gebleven tussen de twee betrokken periodes.
  • De emissiefactoren voor elke subcategorie van voertuigen, volgens de laatste emissie-inventarisatie van het BHG voor het jaar 2017 (inventarisatie op 15/1/2019). De gebruikte emissiefactoren zijn die van COPERT IV. Merk op dat deze op gestandaardiseerde wijze worden gedefinieerd op Europese schaal. Het is bijgevolg moeilijk om de emissies van deze voertuigen onder reële rijomstandigheden in te schatten.

Zo zou, volgens deze schattingen, de uitstoot van voertuigen (M1) in het verkeer met ongeveer 4,7% zijn gedaald voor NOx en met 6,4% voor PM2.5 tussen de representatieve week van juni 2018 en die van december 2018 (6 maanden).
 

Gezien de aanzienlijke vermindering van het aantal oude dieselauto's in omloop vanaf oktober, lijkt de LEZ een rol te hebben gespeeld in deze vermindering van de uitstoot. Het is evenwel niet mogelijk om het exacte aandeel van de vermindering gekoppeld aan de LEZ te bepalen ten opzichte van het aandeel gekoppeld aan een zogenaamde 'natuurlijke' evolutie van het wagenpark door maatregelen en verschijnselen los van de LEZ, zoals de evolutie van de accijnzen op brandstof of de evolutie van het aankoopgedrag.
Als referentie: op basis van de jaarlijkse emissie-inventarisatie was de uitstoot van NOx en PM2.5 afkomstig van voertuigen (M1) ingeschreven in het BHG op 'natuurlijke' wijze gedaald met respectievelijk zo'n 3,8% en 7% tussen 2016 en 2017, hetzij over een periode van 12 maanden. De vermindering over 6 maanden die werd waargenomen tussen juni en december 2018, in het eerste jaar van de LEZ, is dus van dezelfde orde van grootte als de 'natuurlijke' vermindering van de uitstoot waargenomen over 12 maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de LEZ. Een dergelijke vergelijking zou wijzen op een versnelling in de vermindering van de uitstoot.

Geen impact op de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht in deze fase

Het doel van de meting is het verbeteren van de luchtkwaliteit in het BHG; het toezicht op de evolutie van de concentraties van verontreinigende stoffen gemeten op de verschillende meetstations in het Gewest is daarom fundamenteel in de evaluatie van de LEZ. Verontreinigende stoffen waarvan de uitstoot sterk verband houdt met het wegverkeer zijn in het kader hiervan vooral interessant: NO2 en Black Carbon (ter herinnering: type fijnstof). Op die manier kunnen we nagaan of de verwachte effecten van de LEZ op de luchtkwaliteit ook echt werkelijkheid zullen worden (zie focus "Invoering van de lage-emissiezone: verwachtingen"  voor meer details).
Uit de gegevens over concentraties waargenomen in de meetstations van het Gewest blijkt dat de LEZ sinds oktober 2018 nog geen significante impact heeft gehad op de concentraties van luchtverontreinigende stoffen gemeten in deze stations: de waarnemingsperiode is te kort, gezien de impact van de verschillende factoren en de weersomstandigheden op de concentraties.

Datum van de update: 21/05/2020