U bent hier

Emissies van broeikasgassen

Indicator - Actualisering : januari 2021

CO2 is veruit het belangrijkste broeikasgas (BKG) dat uitgestoten wordt op het gewestelijk grondgebied (ongeveer 90% in 2018). De uitstoot van broeikasgassen in Brussel is voornamelijk te wijten aan het energiegebruik voor gebouwen (residentieel en tertiair; 54% van de rechtstreekse uitstoot van BKG in 2018) en transport (28%). Sinds 2004 vertoont de uitstoot van broeikasgassen een algemene neerwaartse tendens, los van de bevolkingsgroei, maar parallel aan de vermindering van het energieverbruik.

Een aantal doelstellingen

Als gevolg van het Raamverdrag van de Verenigde Naties over het klimaat in 1992 is het Protocol van Kyoto (1997) het eerste akkoord over het internationaal klimaatbeleid. De geïndustrialiseerde landen hadden er zich op een concrete en bindende manier toe verbonden de broeikasgasemissies tijdens de periode 2008-2012 te verminderen (met 5%). Sindsdien zetten verschillende overeenkomsten, vergezeld van reductiedoelstellingen, de inspanning voort om de uitstoot van broeikasgassen te regelen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet zijn uitstoot bijvoorbeeld in 2020 met 8,8% verminderen tegenover 2005 (via de Belgische verdeling van inspanningen van de klimatologische doelstellingen van de Europese strategie 2020, in het bijzonder van de beschikking 406/2009/EG, en het politiek akkoord na de COP21). Voor 2030 wijst de ‘Effort Sharing Regulation’ (de verordening die de verdeling van de inspanningen regelt en die op 30 mei 2008 goedgekeurd werd) aan België een emissiereductiedoelstelling toe van -35% ten opzichte van haar uitstoot in 2005 in de sectoren die niet onderhevig zijn aan emissiehandel (niet-ETS). Het Gewest heeft daarenboven de verbintenis aangegaan om zijn BKG-emissies tegen 2025 met 30 % te verminderen in vergelijking met 1990 (Pact van de Burgemeesters) en in haar algemene beleidsverklaring voor de regeerperiode 2019-2024, legt het BHG zich een doelstelling op van 40% minder broeikasgasuitstoot in 2030 ten opzicht van 2005.

CO2 blijft het belangrijkste BKG in het Brussels Gewest

De zes broeikasgassen (BKG) waarop de verschillende overeenkomstenbetrekking hebben, zijn: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofmonoxyde (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6). Er zijn nog andere gassen die het broeikaseffect bevorderen maar zij tellen niet mee voor de berekening van de reductiedoelstellingen. Concreet worden deze gassen gecombineerd in een “gezamenlijke pot”, waarbij elk gas wordt gewogen volgens zijn globaal opwarmingspotentieel uitgedrukt in “CO2-equivalent”.

Alleen de BKG die rechtstreeks op het grondgebied worden uitgestoten (directe emissies) worden in aanmerking genomen. De directe BKG-emissies in het Brussels Gewest zijn hoofdzakelijk het gevolg van de verbrandingsprocessen die gebruikmaken van fossiele brandstoffen (gas en aardolie). CO2 is veruit het belangrijkste BKG dat op het gewestelijk grondgebied wordt geëmitteerd (bijna 90% in 2017).

Directe emissies door gebouwen en vervoer

In 2018 was alleen al de verwarming van (residentiële en tertiaire) gebouwen goed voor 54% van de directe emissies van BKG. 
De transportsector is verantwoordelijk voor 28% van de uitstoot in het BHG. Daarbij wordt in feite 27% uitgestoten door het wegvervoer alleen al, wat dus duidelijk de overhand heeft in vergelijking met de andere vormen van vervoer (in het bijzonder het vervoer via waterwegen en spoorwegen). Samen vertegenwoordigen de gebouwen en het vervoer dus meer dan 80% van de directe broeikasgasemissies in 2018. 

Directe emissies van BKG (zonder de fluorhoudende gassen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1990 tot 2018.

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt Evaluatie lucht klimaat energie (ingediend 2020)

 

Tussen 2004 en 2018 daalden de verwarmingsgerelateerde emissies, hoewel de Brusselse bevolking in die periode toenam (+ 20%) en het residentiële gebouwenpark aangroeide (+ 4,1 %, volgens BISA). Het kantorenpark kent (volgens het Overzicht van het kantorenpark) sinds 2013 een dalende trend. De gewestelijke uitstoot van broeikasgassen blijkt aldus losgekoppeld te zijn van de bevolking. 
Zoals de stijgingen van de totale BKG-emissies in 2010, 2013 en 2016 aantonen, houdt deze evolutie echter ook verband met de klimaatomstandigheden (zachter in 2011, 2014 en 2017, strenger in 2010, 2013 en 2016), gezien het aandeel van de verwarming van gebouwen in de emissies. 

De gefluoreerde gassen, vaak “F-gassen” genoemd, bestaan uit meerdere types en vormen een bijzonder geval voor de klimaatopwarming. De CFK’s, HFK’s of PFK’s behoren tot de meest voorkomende die een verschillende impact hebben op de klimaatopwarming of het gat in de ozonlaag.
De uitstoot van gefluoreerde gassen neemt toe sinds de jaren 90 met evenwel een tendens tot stabilisering en zelfs een lichte daling sinds 2014. De stijging in de voorbije 30 jaar is het gevolg van het verbod op de productie van CFK’s door het Protocol van Montreal voor de bescherming van de ozonlaag (1987). Sindsdien gebruiken (voornamelijk) koel- of klimaatregelingssystemen HFK’s of PFK’s, die niet schadelijk zijn voor de ozonlaag, maar wel een probleem vormen aangezien ze de klimaatopwarming verergeren. De gefluoreerde gassen hebben immers een globaal opwarmingspotentieel (GWP) dat vele duizenden keren hoger ligt dan dat van CO2 (zie tabel van het GWP volgens het jongste verslag van het IPCC). Zelfs kleine hoeveelheden die in de atmosfeer aanwezig zijn, kunnen dus grote gevolgen hebben voor het klimaat. De gewestelijke regering heeft zich ertoe verbonden vanaf 2020 de controle op HFK-koelgassen te versterken en financiële stimuli in te voeren voor nieuwe installaties die alternatieve koelvloeistoffen gebruiken (zie ook het Energie-klimaatplan 2030). 

Indirecte emissies zijn niet te onderschatten

Naast de BKG die op het Brussels grondgebied zelf worden uitgestoten (“directe emissies”), brengt het Gewest ook “indirecte” emissies voort. Deze hangen samen met de productie buiten het Gewest van de elektriciteit die het BHG verbruikt (met name bijna 95 % van het elektriciteitsverbruik), en daar bovenop, met de productie van de consumptiegoederen die het Gewest invoert (voeding, huishoudtoestellen, bouwmaterialen, textiel, …).

De indirecte emissies van het Brussels Gewest werden geschat op bijna 20.000 kton CO2eq voor 2015 (in het kader van een studie om koolstofarme scenario’s tegen 2050 te identificeren, gerealiseerd in 2017 door Leefmilieu Brussel) ; met name meer dan 5 keer de hoeveelheid directe emissies.
De integratie van directe emissies in de evaluatie van de milieu-impact van het Brussels Gewest is opgenomen in de Gewestelijke Beleidsverklaring 2019-2024 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Leefmilieu Brussel werkt ook aan de opstelling van een methodologisch kader voor de boekhouding van indirecte emissies om de hogervermelde raming te kunnen actualiseren en verduidelijken. 

Datum van de update: 15/01/2021