U bent hier

De perceptie van de milieuvraagstukken bij jongeren

Focus - Actualisering december 2020

De milieuvraagstukken lijken steeds belangrijker te worden voor jongeren. De acties die in 2019 over de hele wereld plaatsvonden, waren hier een sprekend voorbeeld van. In deze context werden verschillende onderzoeken uitgevoerd bij Belgische jongeren om hun kennisniveau en hun dagelijkse inzet in kaart te brengen. De resultaten laten zien dat er toch nog een gebrek is aan technische kennis en begrip van deze milieuvraagstukken, en dat er een grote sociale ongelijkheid is op het niveau van betrokkenheid en kennis. De bewustwording van de uitdagingen neemt echter aanzienlijk toe en daarmee ook, zij het in mindere mate, de betrokkenheid bij het milieu. 

2019, een jaar van verandering en bewustwording?

De klimaatverandering is een belangrijke uitdaging voor onze huidige samenleving, en dan vooral voor de jongere generaties. Zij zullen immers het hoofd moeten bieden aan veranderende klimatologische omstandigheden en extreme gebeurtenissen, waarvoor ingrijpende acties en aanpassingen nodig zijn en zullen zijn. 
Het jaar 2019 was daar een bijzonder treffende illustratie van: in België werd op 25 juli in Ukkel een warmterecord gebroken, net als in elk van de 132 meetstations van het land (Klimatologisch overzicht 2019, KMI). Ook wereldwijd is er geen tekort aan voorbeelden, zoals het record voor het op één na laagste pakijsniveau in het noordpoolgebied (NSIDC, 2019) en de hoogst gemeten temperatuur aan de bovenkant van de Groenlandse ijskap
Maar 2019 was ook het jaar van een grootschalige mobilisatie van de internationale jeugd ten gunste van actie in de strijd tegen klimaatverandering. Zo werden in verschillende Belgische steden gedurende enkele maanden klimaatmarsen georganiseerd, waaraan met name op 24 januari tot 35.000 betogers deelnamen in Brussel. Het lijkt er dus op dat er een massaal bewustzijn ontstaat bij de jongste generaties en een bereidheid om de besluitvorming ten gunste van concrete acties in deze strijd te bespoedigen. 

In deze context hebben verschillende organisaties onderzoeken opgestart onder jongeren (zelfstandig of via scholen) naar hun begrip van klimaatverschijnselen, hun bewustzijn van de problemen en hun neiging om hun gewoontes te veranderen en zich in hun dagelijkse leven te engageren om een verschil te maken. 

Twee onderzoeken om meer te weten te komen over de kennis en de inzet van jongeren

De resultaten van twee onderzoeken die in 2019 zijn uitgevoerd, werpen een objectieve blik op de kennis en de inzet van jongeren op het gebied van de milieuvraagstukken. 

Het eerste, waaruit de meeste resultaten worden getrokken, is een studie van Ovds of "Oproep voor een democratische school", een Belgische beweging voor het recht van jongeren "op kennis die perspectief biedt om de wereld te kunnen begrijpen en op vaardigheden die hun de kracht geven om hun individuele en collectieve bestemming te bepalen" (website van Ovds). 
De studie ligt in het verlengde van twee eerdere soortgelijke studies (uit 2008 en 2015). Het doel is om het inzicht van jongeren in klimaatprocessen, de huidige milieuproblematiek en hun persoonlijke inzet binnen deze materie te identificeren en te analyseren. Ze werd afgenomen bij leerlingen van het 5de, 6de en 7de middelbaar onderwijs in heel België, afhankelijk van de bereidheid van de leerkrachten om er een lesuur aan te besteden. Daarom moet worden opgemerkt dat de respondenten wellicht al gedeeltelijk bewustgemaakt werden voor het onderwerp door leerkrachten die gevoelig zijn voor de kwestie in het algemeen. 
In totaal hebben meer dan 3.200 leerlingen de vragenlijst ingevuld. De steekproef van de ondervraagde leerlingen biedt een representatief beeld van de overeenkomstige Belgische schoolgaande bevolking, zowel wat betreft de taalkundige afkomst (46% Franstalig en 54% Vlaams) en het geslacht (51% meisjes en 49% jongens) als de onderwijsachtergrond (39% in het overgangsonderwijs - algemeen of technisch, 31% in het beroepsonderwijs, en 30% in het technisch onderwijs). 
De vragen kunnen ruwweg worden ingedeeld in vier onderdelen: 

  • kennen en begrijpen, 
  • bewustzijn van de klimaaturgentie, 
  • bewustzijn van de noord-zuidproblematiek, en 
  • engagement. 

Ondanks enkele aanpassingen ten opzichte van vorige edities van het onderzoek, zijn veel aspecten vergelijkbaar (met enkele identieke vragen). Het is dus mogelijk om de kennis en het inzicht van de leerlingen in de betreffende ontwikkelingen te vergelijken in de tijd. Het merendeel van de hier voorgestelde resultaten komt uit dit onderzoek. 

Het tweede onderzoek werd uitgevoerd door AQRate (een marktonderzoeksbureau), op verzoek van Leefmilieu Brussel. Dat onderzoek wou cijfers en indicatoren verkrijgen waarmee veelbelovende en verbindende milieuprojecten kunnen worden voorgesteld om acties ten gunste van duurzame ontwikkeling aan te moedigen. Het onderzoek wordt hier dan ook vooral gebruikt om de mate van belangstelling en betrokkenheid van jongeren in Brussel te illustreren. Het werd voorgelegd aan jongeren tussen 16 en 35 jaar die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen. In totaal hebben 308 respondenten deelgenomen aan het onderzoek:

  • 51% meisjes en 49% jongens, 
  • 46% met een diploma lager of middelbaar onderwijs en 54% met een diploma hoger onderwijs, en 
  • 47% van de respondenten in de leeftijdscategorie 16-24 jaar en 53% in de categorie 25-34 jaar. 

Voor dit uitsluitend in het BHG uitgevoerde onderzoek noteren we evenwel 98% Franstalige en 2% Nederlandstalige respondenten. 

Betreffende de twee bovengenoemde onderzoeken is aanvullende informatie beschikbaar over een groot aantal socio-economische en socio-demografische criteria (moedertaal, type woning, herkomst van de ouders, beroepsactiviteit, enz.). Die wordt hieronder samengevat en in detail geanalyseerd in de bijbehorende onderzoeksrapporten (zie Bronnen). 

Wat leren deze onderzoeken ons?

Het onderzoek van Ovds (deels aangevuld door het onderzoek van AQRate) toont in het algemeen een sterk bewustzijn onder jongeren van de milieuvraagstukken en de klimaaturgentie (sterk gestegen ten opzichte van 2015), en een groeiende bereidheid om zich in te zetten. Aan de andere kant laten de resultaten ook een afname zien in het begrip van de verschijnselen en de basiskennis die nodig is om dit milieubewustzijn te ondersteunen. 
                                                                        

Wat het begrip van de fenomenen en de uitdagingen betreft

Het eerste deel van de vragenlijst was bedoeld om de wetenschappelijke en technische kennis van de studenten over klimaatverandering te testen. De resultaten laten zien dat ze beperkt zijn, met name op het gebied van onderwerpen als het broeikaseffect, vervoermiddelen of hernieuwbare energie. 


Wat is het belangrijkste mechanisme waardoor de CO2-uitstoot door menselijke activiteiten de opwarming van de aarde zou veroorzaken?

Bron: Onderzoek Ovds 2015, 2019

Slechts 13% van de leerlingen identificeert het juiste mechanisme waardoor CO2 de opwarming van de aarde veroorzaakt, tegenover 19% in 2015. Bovendien geeft 44% ten onrechte de schuld aan CO2 voor de afbraak van ozon. Tot slot geeft 17% van de leerlingen toe dat ze het niet weten; in 2015 was dat 6%. Hoewel ze het duidelijk niet begrijpen, weet 74% van de leerlingen toch dat dit mechanisme het ‘broeikaseffect’ wordt genoemd.

Wat zijn voor België de voornaamste gevolgen van de klimaatopwarming in de komende 10 jaar?

Bron: Onderzoek Ovds 2019
Opmerking: de juiste gevolgen staan in het groen omkadert, de onjuiste gevolgen in het rood

Ook hier blijkt uit de antwoorden op de vragenlijst een gebrekkige kennis van de gevolgen van de klimaatverandering voor het Belgische klimaat. Behalve de hittegolven in de zomer (83% van de leerlingen duidt ze correct aan), zijn de andere gevolgen niet goed gekend, met name de verspreiding van nieuwe ziekten of de komst van klimaatvluchtelingen (een meerderheid van de leerlingen onderschat de voorspellingen, afgaande op de antwoorden op een andere vraag die hier niet in detail wordt besproken). 

Welke activiteiten genereren CO2 of andere gassen die verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering?

Bron: Onderzoek Ovds 2019

Wat de bronnen van CO2-uitstoot betreft, duidt de meerderheid van de leerlingen het wegverkeer (87%) en het luchtverkeer (79%) correct aan, maar veel minder leerlingen lijken zich bewust te zijn van de gevolgen 

  • van ontbossing (62% duidde dit aan, een stelling die niet is opgenomen in het onderzoek van 2015), 
  • van verwarming op stookolie (60%), 
  • van de veeteelt (50%), 
  • of van gascentrales (49%). 

Omgekeerd denkt 62% ten onrechte dat kerncentrales grote uitstoters van CO2 zijn, en denkt 1 op de 4 leerlingen dat elektromagnetische golven (van mobiele telefoons, televisie of wifi) CO2 produceren. Op deze twee punten zijn de resultaten minder goed dan in 2015. Dit kan duiden op een toename van het ‘milieubesef’, zonder dat er sprake is van een echt begrip van de verschijnselen. 

Anderzijds is de perceptie van het belang van CO2-uitstoot door het luchtverkeer sinds 2015 sterk toegenomen (55% heeft deze uitstoot toen correct ingeschat, tegenover 71% in 2019). Toch is nog 40% van de respondenten van mening dat een treinreis evenveel of zelfs meer CO2 per passagier uitstoot.  

Hoeveel bedraagt het jaarlijkse verbruik per inwoner in de volgende landen?

Bron: Onderzoek Ovds 2019
Opmerking: 1 kgep is de hoeveelheid energie die kan worden geproduceerd met één kilogram petroleum

Ook wat het energieverbruik betreft vinden de leerlingen het vaak moeilijk om het verbruik in verschillende landen in te schatten (per jaar en per inwoner, met dat van een Belg als maatstaf). Zo schatten ze het energieverbruik van een Amerikaan redelijk goed in, maar overschatten ze dat van mensen in ontwikkelingslanden sterk. Zo wordt aan China een energieverbruik toegeschreven dat 3 keer hoger is dan in werkelijkheid (en hoger dan dat van een Belg), terwijl de schattingen voor Congo en Marokko ongeveer 7 keer hoger zijn dan het werkelijke verbruik van de inwoners van deze landen (maar toch lager dan dat van een Belgische inwoner). De analyse volgens de herkomst van de ouders laat vergelijkbare resultaten zien voor leerlingen met een migratieachtergrond. 

Welke van deze opties zijn hernieuwbare energiebronnen?

Bron: Onderzoek Ovds 2019

Welke van deze opties zijn hernieuwbare energiebronnen?

Anderzijds is de perceptie van wat hernieuwbare energie is niet altijd accuraat, zoals blijkt uit de resultaten van het onderzoek van 2015 (vraag niet gesteld in 2019): slechts 43% van de leerlingen (een lager cijfer dan in het onderzoek van 2008) duidt de juiste definitie aan (“een energiebron die bijna onuitputtelijk is”), terwijl velen ze verwarren met energie “geproduceerd door de natuur” (22%) of met “propere energie, die niet vervuilt” (15%). 

Wat de opsomming van de verschillende soorten hernieuwbare energie betreft zijn de resultaten voor 2019 over het algemeen vrij goed voor zonne- en windenergie (92% van de leerlingen vermeldt ze), maar minder voor hydraulische energie (71%) of geothermische energie (53%). Ook gelooft 43% van de Franstalige leerlingen ten onrechte dat aardgas een hernieuwbare energiesoort is (tegenover 14% in Vlaanderen), terwijl in 2015 slechts 29% dat dacht (8% in Vlaanderen). Ook het aantal leerlingen dat waterstof, uranium of petroleum als hernieuwbare energiebron aanduidt, is sterk gestegen ten opzichte van 2015. 

Veel leerlingen overschatten ook het aandeel zonne- en windenergie in de elektriciteitsproductie in België. Bijna 1 op 2 (43%) overschat de inzet van hernieuwbare energie sterk, en 1 op 5 (22%) onderschat het aandeel van kernenergie sterk. 


Wat bewustwording, mobilisatie en betrokkenheid betreft...

Zoals we hierboven hebben gezien, werd het jaar 2019 gekenmerkt door een massale mobilisatie van jongeren over de hele wereld voor de strijd tegen de klimaatverandering. De bewustwording van de problematiek lijkt zich te verspreiden en de mobilisatie van de jeugd wijst op een reëel verlangen naar verandering. Hoe zit het dan met de belangstelling en de persoonlijke inzet voor deze kwesties?

In het onderzoek van Ovds zei 73% van de leerlingen dat "leerlingen van hun school hebben deelgenomen aan deze betogingen". Ongeveer 75% zei persoonlijk te hebben deelgenomen aan acties binnen of buiten hun school, en 11% zei "tegen betogingen" te zijn. 

Buiten de specifieke context van de klimaatmarsen tonen de antwoorden een grote belangstelling voor de milieuvraagstukken: in een zeer gevarieerde lijst van interesses staat ‘milieu en klimaat’ op de 5de plaats, na vrije tijd, gezondheid, cultuur en voeding (meer dan 80% van de jonge Brusselaars (16-35 jaar) zegt (zeer) geïnteresseerd te zijn in milieu en klimaat). 

Als we dan kijken naar de gevoelens van jongeren over klimaatverandering, zegt ongeveer 55% van de jongeren tussen 16 en 35 jaar (AQRate-onderzoek) zich machteloos of boos te voelen. 50% van hen verklaart zich evenwel tot op zekere hoogte bereid te handelen. Aan de andere kant zegt 46% van de leerlingen aan het einde van de middelbare school (onderzoek Ovds) "Tof, we zullen meer dagen met mooi weer hebben!” (in 2015 was dat 36%), en meer dan één op de vier leerlingen (29%) blijft optimistisch en vertrouwt erop dat wetenschappers wel een oplossing zullen vinden. 
Aan de andere kant zegt 52% van de laatstejaars van de middelbare school bang te zijn dat de klimaatverandering tot oorlogen zal leiden. 1 op de 10 leerlingen zegt niet te geloven in de opwarming van de aarde. Hierbij moet worden opgemerkt dat 85% van de leerlingen die zeggen niet in klimaatverandering te geloven, een minder dan gemiddelde kennis en begrip van de verschijnselen aan de dag leggen. 

Wie moet handelen en hoe?

Bron: Onderzoek Ovds 2019

Met betrekking tot de acties, vroeg Ovds aan middelbare scholieren ook wie volgens hen zou moeten handelen en hoe. De bedrijven en de consumenten zijn volgens 92% van de leerlingen de twee actoren die het meest moeten handelen, net voor de politici (volgens 90% van de respondenten). 
Maar als leerlingen het gevoel hebben dat consumenten (wat ze zelf zijn) moeten handelen, hoe zit het dan met hun bereidheid om zich in te zetten? 

Wat ben je zelf bereid onmiddellijk te doen voor het klimaat?

Bron: Onderzoek Ovds 2019

De meerderheid van de leerlingen (tussen 70 en 80%) is bereid om eerder lokaal te consumeren, de verwarming lager te zetten en zich te verplaatsen met de fiets of het openbaar vervoer. Tussen 20 en bijna 40% verzet zich niettemin tegen deze veranderingen, afhankelijk van de voorgestelde handeling. Wat vleesconsumptie betreft, zijn de meningen perfect verdeeld: 50% is bereid zijn consumptie te verminderen en 50% is het niet eens met deze maatregel. Aan de andere kant is overschakelen op een volledig vegetarisch dieet veel minder denkbaar: slechts 20% van de leerlingen zegt bereid te zijn om vegetariër te worden, en een grote meerderheid (57%) zegt daar "helemaal niet mee akkoord" te zijn. Veranderingen in gewoontes zoals niet vliegen, politieke betrokkenheid of het kopen van tweedehandskleding zijn ook minder populair, met ongeveer 40% van de leerlingen die voor deze veranderingen zijn, en de rest is er eerder of volledig tegen. 

Volgens de resultaten van het onderzoek van AQRate is de belangrijkste reden die wordt genoemd voor de moeilijkheid om het gedrag te veranderen een gebrek aan geld (67%). Dat wordt gevolgd door de moeilijke dagelijkse organisatie (39%) of eenvoudigweg het gebrek aan zin (36%) of tijd (34%). 

Dezelfde resultaten voor alle leerlingen?

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten van het Ovds-onderzoek per onderdeel en volgens het profiel of de status van de leerlingen. Voor elk van de 4 onderdelen van het onderzoek bedraagt de gemiddelde score van alle leerlingen 500. De score van de verschillende profielen wordt vervolgens berekend aan de hand van de antwoorden van de betreffende leerlingen, in verhouding tot dit gemiddelde. 

Het onderdeel ‘Kennen en begrijpen’ komt, ter herinnering, overeen met vragen over het technische begrip van de verbonden mechanismen. De eerste kolom van de tabel laat dus zien dat de socio-economische situatie van de leerlingen sterk van invloed is op hun begrip van de verschijnselen. Er zijn significante verschillen tussen

  • het onderwijstype (algemeen, technisch en beroeps);
  • de socio-economische kwartielen (verschil van 50 punten);
  • het immigrantenstatuut, met lagere resultaten (64 punten) voor leerlingen die in het buitenland zijn geboren in vergelijking met leerlingen van wie beide ouders in België zijn geboren; 
  • het taalgebruik, waarbij leerlingen die thuis niet de schooltaal spreken 50 punten lager scoren dan degenen die wel de schooltaal spreken. 

Dezelfde conclusies kunnen worden getrokken uit de resultaten van het onderdeel ‘Bewustzijn van de noord-zuidproblematiek’. Ook op het vlak van ‘Bewustzijn van de klimaaturgentie’ zijn de trends hier zeer gelijkaardig, met uitzondering van een bijkomend belangrijk verschil tussen de leerlingen in de Franstalige scholen (511,8 punten) en die in de Nederlandstalige scholen (490,0 punten). 
De resultaten voor het onderdeel ‘Engagement’ maken de kloof tussen Frans- en Nederlandstaligen nog groter: 527,3 punten voor de eerste groep en 476,5 punten voor de tweede. De verschillen op basis van het immigrantenstatuut of de taal die thuis wordt gesproken, lijken zich daarentegen om te keren: er wordt een grotere bereidheid tot engagement waargenomen bij leerlingen van wie één of beide ouders (of zijzelf) in het buitenland zijn geboren. 

Kortom: kennen om te begrijpen en bewust te zijn... maar dat niet alleen...

In 2019 vond een grote mobilisatie van jongeren plaats (3 van de 4 leerlingen zeggen te hebben deelgenomen aan klimaatacties, Ovds 2019) en de klimaatmarsen hebben waarschijnlijk de gevoeligheid voor de klimaaturgentie vergroot. Meer in het algemeen wijzen de verschillende onderzoeken ook op een groeiend bewustzijn en een groeiende bereidheid tot engagement bij jongeren. De meer technische kennis van de problemen en verschijnselen is echter nog steeds beperkt, en dit tekort kan een negatieve invloed hebben op het voortduren van het milieubesef. Ter illustratie: de overgrote meerderheid (85%) van de klimaatsceptici legt een minder dan gemiddelde kennis en begrip aan de dag (volgens de resultaten van het onderzoek van Ovds). Kennis is dus wel degelijk een van de sleutels tot bewustwording. 
Het waarborgen van goed onderwijs over milieukwesties op school, ongeacht het soort onderwijs, is daarom een belangrijke uitdaging in de strijd tegen klimaatverandering, net als het opnemen in het curriculum van onderwerpen die nog vaak ontbreken, zoals de gevolgen van een ontregeld klimaat, de kwestie van klimaatvluchtelingen, de onevenwichtigheden tussen Noord en Zuid op het gebied van de productie van broeikasgassen, het vergelijken van de CO2-uitstoot van verschillende vervoersmiddelen, enz. 
Naast de educatieve aspecten bestaat er echter ook een zeer krachtige hefboom: de versterking van het vermogen van jongeren om te handelen. In een context waarin de bewustwording van problemen en de bereidheid om zich te engageren toeneemt, is het belangrijk om jongeren een kader te bieden waarin ze hun ideeën en initiatieven kunnen ontwikkelen. Zo kunnen zij vertrouwen krijgen in hun vermogen om te handelen (door de uitvoering van openbare of particuliere projecten ‘door en voor jongeren’), hun verantwoordelijkheid opnemen en hun gevoel versterken dat zij deel uitmaken van een samenleving in verandering. Het is ook op deze manier dat initiatieven van jongeren kunnen worden versterkt en aangemoedigd, zodat zij zich betrokken voelen bij de verschillende actuele milieuvraagstukken en hun oplossingen. 

Datum van de update: 15/01/2021