U bent hier

Voor het publiek toegankelijke groene ruimten

Focus - Actualisatie : mei 2022

Tussen 2009 en 2020 werd ongeveer 26 ha aan toegankelijke groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen gecreëerd, terwijl bijna 8 ha is verdwenen. Volgens de onlangs bijgewerkte kaart van de voor het publiek toegankelijke groene ruimten heeft 74% van de Brusselaars een groene ruimte in de buurt.  De aard en de kwaliteit van deze groene ruimten lopen echter sterk uiteen.  Van de Brusselaars die in wijken met een gebrek aan groene ruimten wonen, wonen er bijna 183.000 in wijken met weinig vegetatie (minder dan 30% vegetatiebedekking).

Waarom de toegankelijke groene ruimten in kaart brengen?

Iets meer dan de helft van het Brusselse grondgebied is door vegetatie bedekt. Die is divers van aard: parken, bossen, wouden, braakliggende terreinen, begroeide elementen in de openbare ruimte en langs wegen (gazons, bomen, bloemperken), velden, weiden, groendaken, particuliere tuinen of zelfs grote privédomeinen.  
Hoewel ze allemaal belangrijk zijn voor de biodiversiteit en de veerkracht van de regio, spelen alleen de voor het publiek toegankelijke groene ruimten een belangrijke sociale rol in termen van levenskwaliteit en volksgezondheid, met name als plaatsen om zich te ontspannen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Deze rol is bijzonder belangrijk in een stad als Brussel, waar ongeveer 2/3 van de inwoners geen toegang heeft tot een privétuin (Dedicated, 2020).

Zowel in het eerste Natuurplan als in het Gewestelijk Plan inzake Duurzame Ontwikkeling stelt de regering zich tot doel dat elke Brusselaar zou beschikken over een toegankelijke en aantrekkelijke groene ruimte van meer dan 1 hectare binnen een straal van 400 m rond zijn woning, of van minder dan 1 hectare binnen een straal van 200 m.

Meer in het algemeen is het gewestelijk beleid inzake groene ruimten erop gericht de stad groener te maken, met name in de meest dichtbevolkte en -bebouwde gebieden. 

Fragment van de kaart met publieke groene ruimten op luchtfoto-achtergrond (mei 2022)

Bron: Geodata, Leefmilieu Brussel (2022), online beschikbaar 

Door de voor het publiek toegankelijke groene ruimten in kaart te brengen, kan worden nagegaan in welke gebieden van het Brussels Gewest onvoldoende dergelijke ruimten beschikbaar zijn. De zones met een tekort geven de gebieden aan waar de ontwikkeling van groene ruimten en de vergroeningsdynamiek een prioriteit moeten zijn. De informatie over voor het publiek toegankelijke groene ruimten is bedoeld om een breed scala van doelgroepen en gebruikers te bereiken: de gewestelijke autoriteiten voor het beheer en de ontwikkeling van territoriale strategieën op grote schaal, de gemeenten voor de implementatie van meer lokale en gevarieerde strategieën, de burgers voor de kennis van hun grondgebied en hun levenskwaliteit, en zelfs voor de ontwikkeling van lokale projecten.

Sinds de oprichting van Leefmilieu Brussel werden verschillende kaarten van de toegankelijke groene ruimten opgesteld

Een eerste geogerefereerde inventaris (elektronische cartografie) van de Brusselse groene ruimten werd uitgevoerd in 1997 ter ondersteuning van de ontwikkeling van het programma van het Groene netwerk (IGEAT-ULB, Laboratorium voor Systemische Plantkunde en Fytosociologie van de ULB & COOPARCH, 1997). De gebruikte typologie maakte het echter niet mogelijk een verregaand onderscheid te maken tussen de voor het publiek toegankelijke groene ruimten.
In 2009 werd een nieuwe studie uitgevoerd om een geogerefereerde inventaris van de voor het publiek toegankelijke groene en recreatieve ruimten op te stellen (BRAT, 2009). Tot 2020 werd deze inventaris slechts gedeeltelijk bijgewerkt, voornamelijk voor de groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd. 
In 2020 kreeg BRAT de opdracht om, in samenwerking met Nordend, de inventaris en de databank met geogerefereerde gegevens over de toegankelijke groene ruimten bij te werken, aan te vullen en te reorganiseren, zodat hij voldoet aan de behoeften van de verschillende gebruikers. De opdracht omvat ook de ontwikkeling van een reproduceerbare methode voor de regelmatige updates van de databank aan de hand van informatie die wordt verstrekt door de beheerders van de groene ruimten. 

Welke groene ruimten zijn in kaart gebracht?

Het begrip 'voor het publiek toegankelijke groene ruimten' is niet eenduidig gedefinieerd en varieert naargelang van de nagestreefde doelstellingen en de context van het stedelijke beleid. Daarom was de eerste fase van het in 2020 gelanceerde project gewijd aan de definitie van de groene ruimten die in deze inventaris moeten worden opgenomen, de verschillende categorieën en de toe te passen criteria.  Bij de ontwikkeling van dit kader is uitgegaan van wat elders is gedaan en van de resultaten van beschouwende workshops en uitwisselingen waaraan verschillende gemeentelijke en gewestelijke spelers die de databank zullen gebruiken, hebben deelgenomen.

Het was de bedoeling een zo breed mogelijke benadering te volgen, zodat alle voor het publiek toegankelijke ruimten die bijdragen tot de levenskwaliteit en het groene karakter van het Gewest, ongeacht hun omvang of aard, eronder vallen. 

Als resultaat van dit proces werden de volgende criteria gebruikt om de in aanmerking genomen toegankelijke groene ruimten te definiëren

  • Beplanting: > 10% vegetatiebedekking

< 30% volle grond of andere natuurlijke begroeiing → publieke ruimten met groene elementen 
Het gaat om pleinen, pleintjes, trottoirverbredingen ... Deze ruimten zijn in hoofdzaak verhard, maar bevatten beplantingen om hun 'groene' karakter te waarborgen. Ze bieden publieke functies en zorgen voor ademruimte, en hebben dus een belangrijke sociale en ecologische functie op wijkniveau.

> 30% volle grond of andere natuurlijke bedekking → groene ruimten

 

Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
  • Toegankelijkheid
    • Feitelijk (niet noodzakelijkerwijs juridisch)
    • Voor iedereen
    • Gratis
    • Zelfs als de toegankelijkheid beperkt is in de tijd (bv. 1 dag/maand open)
    • Tijdelijk ingerichte ruimten worden in aanmerking genomen

Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
  • Verblijfs- en/of vrijetijdsfuncties: de ruimte moet ontworpen zijn om te vertoeven en om het publiek te ontvangen (banken, speeltuigen, paden enz.)

Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
  • Grootte: geen minimumgrootte

Naast de 'als oppervlakte afgebakende' ruimten zijn ook paden die geen deel uitmaken van een publieke groene ruimte in de inventaris opgenomen, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan: vrije toegang voor het publiek, wandelfunctie, groene omgeving (openbaar of privé), verboden voor voertuigen (behalve voor technische diensten) en geen wegverkeer. 

 

Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021

 

Kortom, de criteria die in aanmerking worden genomen om een ruimte op te nemen in de inventaris van groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen zijn: 

  • Feitelijke en gratis toegang (zelfs indien tijdelijke ruimte of met openingsuren)
  • > 10% bedekt met vegetatie 
  • Ruimte die is ingericht voor het verblijf en het onthaal van het publiek (banken, speeltuigen, paden enz.)

De categorieën en subcategorieën die worden gebruikt om de verschillende ruimten te definiëren zijn:

  • Publieke ruimten met groene elementen (< 30% volle grond of ander natuurlijk oppervlak)
  • Groene ruimten (> 30% volle grond of ander kenmerkend natuurlijk oppervlak)
    • Parken en pleinen (in de ruime betekenis van het woord)
    • Bossen en wouden
    • Begraafplaatsen
    • Groene ruimten langs de rijbaan (bermen, rotondes enz.) 
    • Vijvers en oevers in stedelijk milieu (met uitzondering van parken en bossen)
    • Niet ingerichte groene ruimten (braakliggende terreinen, niet ingerichte gazons) 
  • Potentiële groene ruimten
  • Projecten voor groene ruimten (niet exhaustief)
  • Paden in een groene omgeving

    Deze afbakening van het begrip groene ruimten maakt het mogelijk vele kleine ruimten op te nemen die een belangrijke rol spelen op wijkniveau (squares, pleintjes, 'pocket parks' enz.) als plaatsen voor sociale interacties, ontmoetingen of spelen. Ruimten die te veel verhard zijn, worden uitgesloten (ruimten die als groene ruimten zijn opgenomen, moeten meer dan 30% volle grond of een andere natuurlijke bedekking hebben). 
    Bij gebrek aan andere bronnen wordt de aard van de bodembedekking (aanwezigheid van volle grond of andere natuurlijke bedekking versus kunstmatige bedekking) geschat op basis van luchtfoto’s of Google Streetview, rekening houdend met hun respectieve oppervlakte in verhouding tot de totale oppervlakte van de ruimte. 
    Verschillende velden in de databank verschaffen heel wat aanvullende informatie (o.a. oppervlakte, % begroeiing, categorie, openingsvoorwaarden, eigenaar, beheerder enz.). Voor planningsdoeleinden werd een veld genaamd 'Potentieel' opgenomen om gebieden in de inventaris op te nemen die niet in de definitie zijn opgenomen, maar die potentieel bieden voor de creatie van een nieuwe groene ruimte, of gebieden die er wel in zijn opgenomen, maar die aanzienlijk potentieel hebben voor een verbetering van hun ontwerp.  

     
    Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021

    Elke groene ruimte of publieke ruimte met groene elementen is nauwkeurig afgebakend op basis van kaarten met daarop de wegen, gebouwen, kadastrale percelen, en op basis van luchtfoto’s. Lokale wegen binnen de geselecteerde ruimten zijn opgenomen. Aangezien dit een databank met geogerefereerde gegevens is, kan deze informatie worden gekruist met andere gegevenslagen (bv. hydrografisch net, speeltuinen, bestemming in het Gewestelijk Bodembestemmingsplan (GBP) enz.).
    De definitie van groene ruimten die voor de kaart van 2021 werd gebruikt, is gebaseerd op die van 2008 om een te grote breuk te voorkomen. Met het oog op een bredere acceptatie van het concept, met name wegens de veranderde praktijken en behoeftes (ontwikkeling van 'pocket parks', tijdelijke ruimten enz.), zijn er niettemin verschillen met 2008.  De constructie van de databank maakt het echter mogelijk bepaalde gegevens van beide inventarissen te vergelijken. 

    Hoe werd de informatie verzameld? 

    In een eerste fase werden de in de inventaris van 1998 in kaart gebrachte groene ruimten onderzocht in het licht van de in 2021 gebruikte definities. Deze analyse werd aangevuld met verschillende informatiebronnen: luchtfoto’s (2019), exploitatie van andere gewestelijke databanken (bomen op de weg, GBP, STAPAS-kaart van wegen voor niet-gemotoriseerd verkeer enz.), gegevens verstrekt door de gemeenten en Leefmilieu Brussel, inachtneming van stedenbouwkundige projecten enz. Complexe gevallen werden tijdens technische vergaderingen besproken. 

    De tweede fase van de studie, die in 2022 van start is gegaan, omvat de validatie van de databank met de beheerders en de ontwikkeling van een methode voor regelmatige updates door Leefmilieu Brussel op basis van gegevens die de beheerders via een digitale interface kunnen verstrekken (zie interactief formulier bij de geodata-kaart ). De hieronder gepresenteerde gegevens kunnen dus veranderen. 

    De voor het publiek toegankelijke groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen beslaan 3.204 ha of 19,7% van het gewestelijke grondgebied

    Volgens de gegevens die tijdens de eerste fase van bovengenoemde studie zijn verzameld (en die, ter herinnering, geconsolideerd moeten worden), bestrijken de voor het publiek toegankelijke groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen in de inventaris 3.204 ha, of 19,7% van het gewestelijke grondgebied.
    Dit gebied komt overeen met ruwweg 38% van de vegetatiebedekking (inclusief het bladerdak). Met andere woorden, iets minder dan twee derde van de vegetatiebedekking stemt overeen met niet voor het publiek toegankelijke groene ruimten (privétuinen of -domeinen, bepaalde ruimten langs wegen, spoorwegtaluds, wooncomplexen, campussen enz.). 

    Bijna 58% van de toegankelijke groene ruimten en ruimten met groene elementen bestaat uit bossen en het Zoniënwoud. Parken en pleinen vertegenwoordigen 34%. De overige ruimten zijn begraafplaatsen (4,8%), niet-ingerichte ruimten (1,5%), ruimten langs de rijbaan (1,3%), publieke ruimten met groene elementen (0,6%) en vijvers en oevers buiten parken en bossen (0,5%). 

    Oppervlakte van voor het publiek toegankelijke groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen per categorie (in hectare, 2020) 

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022

    De kaart van gebieden met een gebrek aan toegankelijke groene ruimten

    Deze kaart geeft een overzicht van de toegankelijke groene ruimten in het Brussels Gewest en duidt aan in welke gebieden van het Gewest er een gebrek is aan die ruimten. 

    De groene ruimten die voor de opstelling van deze kaart en de analyse van de gegevens in aanmerking zijn genomen, zijn de wettelijk toegankelijke ruimten met een vegetatiebedekking van meer dan 50% die zijn ingericht voor het onthaal van het publiek. De zones met tekorten werden vastgesteld op basis van de toegankelijkheidsdoelstellingen voor groene ruimten die in het Natuurplan en het GPDO zijn gedefinieerd; het gaat om alle gebieden die op meer dan 200 m van een groene ruimte van minder dan 1 hectare of op meer dan 400 m van een groene ruimte van meer dan 1 hectare liggen. De in aanmerking genomen afstanden komen overeen met de werkelijke trajecten (niet in vogelvlucht) naar de ingangen (specifiek of gespreid) van de groene ruimten.

    De keuze van de in aanmerking genomen groene ruimten is gebaseerd op de wens om de gegevens van de inventaris van 2009 te kunnen vergelijken met die van de huidige inventaris.  Voor de analyse werden de ingangen van de groene ruimten beschouwd als de kruisingen tussen de wegen en de grenzen van de groene ruimten. 

    Voor het publiek toegankelijke groene ruimten, gebieden met een tekort en aantal bewoners met een tekort aan toegang tot groene ruimten per wijk

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022 

    Deze gebieden met tekorten geven aan op welke plaatsen de inrichting van groene ruimten en de dynamiek voor vergroening als een prioriteit moeten worden beschouwd. Andere criteria zijn de bewonersaantallen en het percentage vegetatiebedekking in de betrokken gebieden.
    Afhankelijk van het project en de doelstellingen ervan kunnen gemakkelijk andere kaarten worden gemaakt op basis van andere criteria (bv. omvang van de groene ruimten, loopafstanden, mate van begroeiing enz.) en kruisingen van gegevenslagen (bv. % jongeren onder de 18 jaar per wijk, gemiddeld inkomen enz.).

    26% van de Brusselaars beschikt niet over een groene ruimte in de buurt

    In 2020 heeft 74% van de Brusselaars een groene ruimte in de buurt van zijn woning (berekend volgens de bovenstaande methodologie; de gegevens over de groene ruimten hebben betrekking op 2020, de bevolkingsgegevens op 2021). Deze groene ruimten kunnen van uiteenlopende aard en kwaliteit zijn en niet allemaal dezelfde functies vervullen (zo kan een begraafplaats met overvloedige vegetatie geschikt zijn om er te wandelen, maar niet om er met kinderen te spelen). 
    In 2020 is gemiddeld 24,7 m² toegankelijke groene ruimte beschikbaar per inwoner van Brussel, met opnieuw sterke verschillen tussen de wijken en gemeenten.

    Aantal inwoners dat in een gebied met een tekort aan groene ruimten woont per gemeente (2020)

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022

    Schaarbeek, Brussel-Stad, Molenbeek, Elsene en Ukkel zijn de gemeenten met het hoogste absolute aantal burgers die in een gebied met een tekort aan groen wonen. Wat het percentage van de bevolking betreft, zijn de gemeenten met de grootste achterstand, in volgorde, Ukkel, Elsene, Oudergem, Sint-Gillis, Schaarbeek en Molenbeek. 

    8 gemeenten hebben minder dan 10 m² publieke groene ruimten per inwoner

    Het aanbod van groene ruimten kan ook worden beoordeeld aan de hand van de beschikbare oppervlakte per inwoner. Deze indicator biedt een weergave van de recreatiedruk op een groene ruimte, die kan leiden tot beschadigingen (bv. overmatig vertrappen van gazons) of gebruiksconflicten. Het 'herbronningseffect' van het contact met de natuur is ook minder sterk in een druk bezochte groene ruimte. 

    Oppervlakte van toegankelijke groene ruimten en vegetatiebedekking per inwoner en per gemeente (2020)

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022

    De in de literatuur beschikbare normen voor de beschikbaarheid van toegankelijke groene ruimten per bewoner lopen sterk uiteen. De stad Parijs (departement Parijs en drie aangrenzende departementen) heeft via een ministeriële rondzendbrief uit 1973 de hoeveelheid groene ruimte vastgesteld op 10 m²/inwoner in de centrale zone en 25 m²/inwoner in de peri-urbane zone (Institut d'aménagement et d'urbanisme d'Ile de France, 2009). 8 Brusselse gemeenten hebben minder dan 10 m² publieke groene ruimte per inwoner, namelijk Sint-Gillis (1,6 inwoners per m² beschikbare groene ruimte), Etterbeek, Sint-Joost, Schaarbeek, Elsene, Molenbeek, Koekelberg en Vorst. Met respectievelijk 11 en 12 m² per inwoner zitten ook de gemeenten Sint-Lambrechts-Woluwe en Anderlecht dicht bij de drempel van 10 m². 

    De randgemeenten Watermaal-Bosvoorde, Oudergem, Ukkel en Sint-Pieters-Woluwe beschikken, met name door de aanwezigheid van het Zoniënwoud, over meer dan 25 m² publieke groene ruimten per inwoner. Toch woont een groot deel van de inwoners van Ukkel en Oudergem in wijken met onvoldoende publieke groene ruimten (zie kaart en tabel).

    De onderstaande indicator vergelijkt de hoeveelheid toegankelijke groene ruimte in het betrokken gebied. 

    Toegankelijke groene ruimten en vegetatiebedekking: aandeel in de oppervlakten van de gemeenten (2020)

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022

    Voor meer informatie: tabel met kwantitatieve gegevens over toegankelijke groene ruimten en het vegetatiebedekking per gemeente  

    Aantal inwoners dat in een gebied met een tekort aan toegankelijke groene ruimten woont/inwoners per gemeente (2020)

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022 

    15% van de Brusselaars heeft geen groene ruimte in de buurt en woont in een wijk met weinig begroeiing (< 30%)

    Vanuit een stedenbouwkundig oogpunt is de analyse van het kwantitatieve aanbod van groene ruimten relevanter op wijkniveau. Gegevens over de vegetatiegraad, de toegankelijke groene ruimten en de bevolking zijn beschikbaar voor alle 145 Brusselse wijken (zie de definitie van het BISA-Wijkmonitoring). 
    Uit een analyse van de gegevens op een fijnere ruimtelijke schaal blijkt dat 16.101 Brusselaars wonen in een wijk met een vegetatiebedekking van 10% of minder, waar een gebrek is aan openbaar groen. Dit cijfer bedraagt 182.804 inwoners als we kijken naar de wijken waar de begroeiingsgraad minder dan 30% bedraagt.

    Aantal inwoners in gebieden met een tekort aan groen volgens de vegetatiebedekking in hun wijk (2020)

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022 

    Aan de hand van deze gegevens kunnen bijvoorbeeld ook de 10 Brusselse wijken worden geïdentificeerd waar het aantal inwoners dat geen bevredigende toegang heeft tot een plaatselijke groene ruimte (volgens de hierboven uiteengezette criteria) het grootst is. Het gaat om Oud-Molenbeek, de Brabantwijk, de Waversesteenweg - Sint-Juliaan, Kuregem Bara, de Haachtsesteenweg, Woeste, Dailly, Kastelein, Laag Vorst en Globe. Sommige van deze wijken hebben zeer weinig vegetatie (Oud-Molenbeek, Brabantwijk, Kuregem Bara enz.).  
    Naast deze zuiver kwantitatieve benadering moet bij het onderzoek van het aanbod voor diagnostische doeleinden ook rekening worden gehouden met de kwalitatieve aspecten van de groene ruimten. 

    Wat valt er te zeggen over de evolutie van het aanbod van toegankelijke groene ruimten sinds 2009?

    De vergelijking van de twee inventarissen levert problemen op door de evolutie van de definitie van de in aanmerking genomen groene ruimten en wegens een herziening van de cartografische contouren van de groene ruimten (grotere nauwkeurigheid in 2020, wat heeft geleid tot een verlies van 23 ha). De geïmplementeerde middelen maakten het ook mogelijk om in 2020 een grondigere inventaris op te stellen. Hoewel de globale cijfers van deze twee inventarissen niet met elkaar kunnen worden vergeleken, kunnen aan de hand van een meer gedetailleerde analyse van de resultaten in de databank toch bepaalde schattingen worden gemaakt.

    De hieronder gepresenteerde gegevens hebben betrekking op de feitelijk (en dus niet noodzakelijk wettelijk) toegankelijke groene ruimten

    Sinds 2009 zijn er 90 groene ruimten (> 30% doorlaatbaarheid) of publieke ruimten met groene elementen (tussen 10 en 30% doorlaatbaarheid) aangelegd. Dit cijfer omvat 'echte creaties', d.w.z. de aanleg, vanuit het niets, van groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen op een plaats waar er voordien geen waren, maar ook lichte ingrepen waardoor de begunstigde ruimten in de bijgewerkte inventaris konden worden opgenomen (bv. een berm of trottoirverbreding waar sinds 2008 een bankje is toegevoegd). 

    De 'echte creaties', 49 in totaal, beslaan een oppervlakte van 26 ha.  De 41 lichte ontwikkelingen vertegenwoordigen 3 ha. 

    Verdeling, per type, van de groene ruimten of de publieke ruimten met groene elementen die tussen 2009 en 2020 zijn aangelegd (in oppervlakte)

    Bron: Afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022 

    Tussen 2009 en 2020 werden 38 parken en pleinen aangelegd (inclusief lichte ingrepen). In termen van oppervlakte heeft bijna de helft van de 'echte creaties' van groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen betrekking op het grondgebied van Brussel-Stad (12,5 ha, waarvan 11 ha overeenstemt met het Groene Lint en het Pannenhuispark). Ook in de gemeenten Molenbeek (o.a. het park van L28 en de Ninoofsepoort) en Anderlecht (o.a. Paepsemlaan - Industrielaan) werden respectievelijk bijna 5 ha en 3 ha groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen aangelegd. 

    In deze periode zijn echter ook groene ruimten verdwenen als gevolg van bouwprojecten. Het gaat om 22 groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen met een totale oppervlakte van 7,9 ha. 

    De 'netto toename' van het aanbod van toegankelijke groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen (overeenkomend met de 'echte creaties') bedroeg dus ongeveer 18 ha (of ongeveer 36 voetbalvelden).   

    Rekening houdend met het feit dat de Brusselse bevolking tussen 2009 en 2020 met 149.723 inwoners is gegroeid (Statbel, 2022), komt deze netto toename overeen met 1,2 m² per nieuwe inwoner. 

    De conclusie is dat, hoewel de oppervlakte aan groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen tussen de twee inventarissen is toegenomen, dit aanbod in verhouding tot het aantal inwoners in dezelfde periode op gewestelijke schaal is afgenomen als gevolg van de sterke demografische groei.
    Datum van de update: 01/09/2022

    Documenten: 

    Factsheets

    Fiches van de Staat van het Leefmilieu

    Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

    Studies en rapporten

    Plannen en programma’s