U bent hier

Vegetatiebedekking in het Brussels Gewest

Focus - Actualisering: juni 2022

Ongeveer 52% van het Brusselse grondgebied is bedekt met vegetatie. Achter dit betrekkelijk hoge gemiddelde percentage gaan echter sterke ruimtelijke verschillen schuil: 
•    in de Vijfhoek bedraagt de gemiddelde begroeiingsgraad 15%. In de eerste kroon is dat 28%. Veel stadseilanden zijn er bedekt met minder dan 10% vegetatie; 
•    de tweede kroon is veel sterker begroeid: als het Zoniënwoud buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt de gemiddelde begroeiingsgraad in de tweede kroon 56%.
Bovendien is een derde van de oppervlakte van het Gewest bedekt met hoge vegetatie, ook hier met zeer grote verschillen tussen gemeenten en wijken.

Waarom de vegetatiebedekking in kaart brengen? 

In een stedelijke omgeving vervullen de groene ruimten en de vegetatie in het algemeen tal van functies: ruimten voor ontspanning, recreatie, rust of zelfs ontmoetingen, verfraaiing van de stad, beschaduwing en afkoeling van de lucht, habitats voor fauna en flora, infiltratie van regenwater, filtratie van verontreinigende stoffen, vastlegging van kooldioxide, bescherming tegen bodemerosie, productie van groenten, fruit en hout, enz. Stadsvegetatie draagt bij tot de levenskwaliteit en de gezondheid van de stadsbewoners, en ondersteunt de biodiversiteit. Vegetatie verbetert bovendien het vermogen van steden om de gevolgen van de klimaatverandering (overstromingen, hittegolven, periodes van droogte, enz.) te weerstaan. 

Fragment van de vegetatiebedekkingskaart (2020)

Bron: afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2021 (geodata)

Kwalitatieve en kwantitatieve ruimtelijke monitoring van de vegetatie (plantenbedekking, toegankelijke groene ruimten, natuurlijke habitats, open ruimten, enz.) levert waardevolle informatie op voor een duurzame stadsplanning. In het bijzonder geeft de vegetatiebedekkingsgraad, in combinatie met andere parameters, aanwijzingen over de toename van de verstedelijking en de opslokking en versnippering van de groene ruimten, het meer of minder groene karakter van een wijk, de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van koelte-eilanden of zelfs de vastlegging van kooldioxide via fotosynthese. Deze gegevens helpen diagnoses te stellen, trends vast te stellen of scenario’s te evalueren, en zijn dus noodzakelijk voor de besluitvorming op het gebied van ruimtelijke ordening. Ze worden gebruikt in sommige modellen van Leefmilieu Brussel, zoals die van de koelte-eilanden of het Brussels ecologisch netwerk. 

Sinds de oprichting van Leefmilieu Brussel werden verschillende vegetatiebedekkingskaarten opgesteld, maar die zijn niet volledig onderling vergelijkbaar

Er kunnen verschillende bronnen worden gebruikt om de vegetatie te monitoren: teledetectie (luchtfoto's en satellietbeelden), terreinvalidaties of -identificaties, administratieve databases (kadaster, groene ruimten, ruimtelijke ordening, wegen), enz. Deze bronnen leveren verschillende en complementaire soorten informatie op. Teledetectie heeft troeven, met name wat betreft het globale beeld, de reproduceerbaarheid van de gegevens of de samenvoeging van de verkregen gegevens met andere soorten gegevens binnen geografische informatiesystemen.

In 1997 werd een kaart van de Brusselse groene ruimten opgesteld aan de hand van verschillende soorten gegevens: topografische, administratieve en kadastrale gegevens, infraroodluchtfoto's, terreinonderzoeken, aangevuld met verschillende documenten. Volgens deze studie (IGEAT-ULB, ‘Laboratoire de botanique systémique et de phytosociologie’ van de ULB en COOPARCH 1997) besloegen de groene ruimten volgens de ruimste definitie in de jaren 1990 een oppervlakte van 53% van het grondgebied (zie fiche ‘Begroeningsgraden en groene ruimten ’).

De toename van de ondoorlatende oppervlakten werd geëvalueerd aan de hand van een gedetailleerde analyse van cartografische en teledetectiegegevens. Hieruit blijkt dat de impermeabiliseringsgraad op gewestelijk niveau tussen 1993 en 2006 is toegenomen van ongeveer 40% tot 47% (Vanhuysse et al. 2006, zie REE 2003-2006 ‘Preventie en beheer van overstromingen door zomerse onweersbuien’). 

Ongeveer tien jaar later werd een nieuwe kaart opgesteld op basis van satellietbeelden met een hoge resolutie (pixelgrootte van 2,4 x 2,4 meter) die in het voorjaar van 2008 door de satelliet Quickbird werden genomen. Aan de hand van deze beelden kon worden geschat dat de vegetatie 54% van het grondgebied van het Gewest bedekte (Van de Voorde et al. 2010, zie fiche ‘Analyse van de onbebouwde oppervlakten in het BHG door interpretatie van satellietbeelden’ ). De missie van Quickbird eindigde in 2015, dus dit type satellietbeelden is niet langer beschikbaar.

In 2016 werden de begroeiingsgegevens geactualiseerd op basis van Worldview II-beelden met een resolutie van 0,5 m die in juli werden genomen, wat een geschiktere periode is om de vegetatie te evalueren. De plantenbedekking werd op 54,4% geschat. Niettemin maken de verschillen in parameters tussen de beelden van 2008 en 2016 (verschillende corridors en overvliegdatums, variabele beeldresolutie, enz.) de vergelijking weinig nauwkeurig. 

Vegetatiebedekking van het Gewest in kaart gebracht op basis van een constante methodologie vanaf 2020 

Leefmilieu Brussel en het Centrum voor Informatica voor het Brussels Gewest (CIBG) zijn een samenwerking aangegaan om de vegetatiebedekking regelmatig in kaart te kunnen brengen volgens een reproduceerbare methodologie. Dit zal de interpretatie van de gegevens voor de inschatting van vegetatieveranderingen in de toekomst vergemakkelijken. 

Fragment van een luchtfoto van het Brussels Gewest

Bron: orthofoto 2020 PIR, CIBG-Urbis

De eerste kaart op deze basis werd opgesteld op basis van infraroodluchtfoto's die in september 2020 werden genomen (in opdracht van het CIBG). Aangezien voor de procedure niet met het hoge detailniveau van het beeld (pixelgrootte van 5 cm x 5 cm) hoeft te worden gewerkt, is door een voorafgaande bewerking van de beelden de resolutie teruggebracht tot 2 m.

In het kort bestaat de analyse erin een onderscheid te maken tussen groene en niet-groene zones op basis van een vegetatie-index. De gebruikte index is de ‘Normalized Difference Vegetation Index’ (of NDVI), die de verhouding analyseert tussen licht met golflengten in het nabij-infraroodbereik en licht met golflengten in het rode bereik (chlorofylabsorptiepiek). De samenstelling van deze index, die algemeen wordt gebruikt, maakt het mogelijk om op vrij nauwkeurige wijze de schaduwzones te onderscheiden, die kwantitatief belangrijk zijn in stedelijke omgevingen. Lage vegetatie werd onderscheiden van (meer dan 2 meter) hoge vegetatie op basis van een stereoscopische interpretatie (dit is een, hier geautomatiseerde, techniek die het mogelijk maakt om het reliëf waar te nemen aan de hand van twee luchtfoto's die enigszins uit elkaar zijn getrokken, en worden samengevoegd zoals onze hersenen dat zouden doen met beelden die onze ogen waarnemen).

Men mag niet uit het oog verliezen dat, zelfs met deze methodologie, de vergelijking van de vegetatiebedekking in de tijd altijd een kleine marge van onnauwkeurigheid zal vertonen ten gevolge van verschillende factoren: opnamen gemaakt in verschillende vegetatieperiodes (zelfs als de datums dezelfde zijn ten gevolge van de natuurlijke variaties in de vegetatiecycli), vegetatiegroei in de tijd (sterker dekkende boomkruinlaag), landbouwpercelen waarvan de bodem op het moment van de opnamen kaal kan zijn, enz.  
Meer informatie over de evaluatiemethodologie voor de begroeiingsgraad is te vinden op de website van Leefmilieu Brussel. 

Een vegetatiebedekking die nauw verband houdt met de morfologie van de stad

De vegetatiebedekkingskaart die wordt verkregen volgens de hierboven uiteengezette methode, geeft de aanwezigheid en de verspreiding van de vegetatie in het Brussels Gewest aan. De kaart geeft de vegetatiebedekkingsgraad - of de begroeiingsgraad - weer (bomen, struiken, lage vegetatie, groendaken, grasland, enz.) op het niveau van elk stadseiland (geheel van al dan niet bebouwde percelen die door wegen van elkaar zijn gescheiden). 

De op die manier geschatte vegetatiebedekking wijkt enigszins af van de vegetatieoppervlakte op maaiveldniveau, omdat de kruin (die breder is dan de stam) van bomen op wegen en groendaken wordt meegerekend. Bovendien wordt geen rekening gehouden met velden of werven die in de periode waarin de geanalyseerde luchtfoto's zijn genomen, niet waren bedekt met vegetatie. Een automatische verwerking zorgt ervoor dat velden met meer dan 2 meter hoge gewassen (vooral maïs) niet worden meegerekend als hoge vegetatie.

De begroeiingsgraad in verhouding tot het aantal betrokken inwoners werd berekend volgens grote ‘stedelijke sectoren’ (eigen terminologie): Vijfhoek, eerste kroon ten noordwesten van het kanaal, eerste kroon ten zuidoosten van het kanaal, tweede kroon ten noordwesten van het kanaal, tweede kroon ten zuidoosten van het kanaal (aan weerszijden van het Zoniënwoud), Zoniënwoud en Neerpede.  

Bedekkingsgraad door vegetatie per sector en stadseiland (2020)

Bron: afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2021

Globaal gezien lijkt het Brussels Gewest relatief groen: 52% van het grondgebied is bedekt met vegetatie (2020). 
Maar achter dit gemiddelde percentage gaan zeer sterke ruimtelijke verschillen schuil: 

  • in de Vijfhoek (54 000 inwoners) bedraagt de gemiddelde begroeiingsgraad 15%. In de eerste kroon is dat 28% (592 000 inwoners). Veel stadseilanden (of blokken) zijn er bedekt met minder dan 10% vegetatie; 
  • de tweede kroon (320 000 inwoners) is veel sterker begroeid, vooral in het zuidoosten en de hoofdzakelijk perifere zones ten westen van het kanaal. Als het Zoniënwoud buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt de gemiddelde begroeiingsgraad in de tweede kroon 56%, het dubbele van die in de eerste kroon.

    Logischerwijs houdt de begroeiingsgraad nauw verband met de morfologie van de stad. De begroeiingsgraad is lager in wijken waar de gebouwen dicht bij elkaar staan, en de eilanden vaak worden omsloten door aaneengesloten gebouwen. Hij is ook laag in het (post)industriële gebied langs het kanaal. De begroeiingsgraad is daarentegen hoger in minder dichtbebouwde woongebieden met open of halfopen eilanden. De groene zones concentreren zich vooral in het zuidoosten en de hoofdzakelijk perifere zones ten westen van het kanaal, met name rond het Zoniënwoud, in de Woluwevallei, in Neerpede, Ganshoren, Jette, Laken en Neder-Over-Heembeek. Het Zoniënwoud alleen al beslaat 10% van het grondgebied van het Gewest. Door de ligging komt dit bos in de eerste plaats ten goede aan de inwoners van het zuidoosten van het Gewest. 

    Er werd een onderscheid gemaakt tussen (meer dan 2 meter) hoge vegetatie en lage vegetatie.

    Hoge vegetatiegraad (> 2 meter) per stadseiland (2020)

    Bron: afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2021

    Ongeveer 33% van het Brusselse grondgebied is bedekt met hoge vegetatie, ook hier met zeer grote verschillen tussen gemeenten en wijken. Zo varieert de bedekking met hoge vegetatie van 13% (Sint-Gillis) tot 70% (Watermaal-Bosvoorde).

    Soortgelijke gegevens worden ook verzameld aan de hand van satellietbeelden voor een duizendtal Europese steden in het kader van het Europese Copernicus-project (onderdeel aardobservatie).  Volgens deze bron bedraagt de gemiddelde bedekkingsgraad van de boomkruinlaag voor alle Europese steden 28%, wat aanzienlijk lager is dan de 37% die voor het Brussels Gewest wordt geraamd (2018). Het Brussels Gewest, Namen en Leuven hebben een zeer vergelijkbare bedekkingsgraad en zijn de Belgische steden met de meeste bomen. De aanwezigheid van het Zoniënwoud op 10% van het Brusselse grondgebied verklaart deze bijzonder hoge score. 

    Deze kaart is nauw verbonden met de kaart van de koelte-eilanden (zie focus Kaart van de koelte-eilanden in Brussel ). Het verschijnsel van stedelijke hitte-eilanden is des te meer uitgesproken wanneer er veel verstedelijking is en weinig vegetatie. In dit opzicht blijken boomkruinen bijzonder doeltreffend te zijn om het ervaren thermische comfort lokaal te verbeteren (zie focus Vergroening om stedelijke ruimten koeler te maken: op de natuur gebaseerde oplossingen). 

    1/5 van het grondgebied van de gemeenten Sint-Joost en Sint-Gilles bedekt met vegetatie

    Het zal geen verbazing wekken dat de vegetatiebedekkingsgraad sterk verschilt van gemeente tot gemeente. Er is een duidelijk verschil tussen de randgemeenten in het zuidoosten, waar de begroeiingsgraad tussen 67% en 86% ligt (Sint-Pieters-Woluwe, Oudergem, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde), en de rest van het Gewest (tussen 19% en 55% vegetatie). De laagste percentages worden waargenomen in de gemeenten Sint-Joost en Sint-Gillis, waar slechts 1/5 van het grondgebied is bedekt met vegetatie (inclusief boomkruinen). Dit is hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat deze twee gemeenten, net zoals de Vijfhoek (met een begroeiingsgraad van 15%), een concentratie van dichtbebouwde wijken hebben. Deze verschillen in vegetatiebedekking zijn nog opvallender wanneer ze worden vergeleken met het aantal inwoners per gemeente (zie onderstaande tabel). 

    Vegetatiebedekking en toegankelijke groene ruimten per gemeente en per inwoner (2020) - tabel

    Bron: afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2021 (bevolkingsgegevens Statbel)

    Voor meer informatie: tabel met kwantitatieve gegevens over de hoge en lage plantenbedekking (in % van het grondgebied en m2/inw.) en de toegankelijke groene ruimten (in % van het grondgebied en m2 /inw.)  

    Hoge en lage vegetatiebedekking (in % van het grondgebied en m2/inw.) en toegankelijke groene ruimten (in % van het grondgebied en m2/inw.) per gemeente (2020)

    Bron: afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2022   
     

    Het belang van de vegetatiebedekking in Watermaal-Bosvoorde, Ukkel, Oudergem en Sint-Pieters-Woluwe kan weliswaar gedeeltelijk worden verklaard door het grote aantal parken en/of met bomen omzoomde straten en/of grote tuinen in bepaalde wijken, maar houdt ook verband met de aanwezigheid van het Zoniënwoud in een min of meer groot deel van deze gemeenten. Dit moet tot een nuancering leiden van de conclusies die kunnen worden getrokken uit deze op het niveau van een gemeente vastgestelde begroeiingsgraden. In een gemeente met een hoge gemiddelde begroeiingsgraad kunnen sommige wijken niettemin arm zijn aan groene ruimten.  

    Om het aanbod aan groene ruimten in een wijk of gemeente te kunnen beoordelen, moeten deze gegevens ook vergezeld gaan van gegevens over de omvang en de ruimtelijke spreiding van de openbare groene ruimten (zie de Focus over de toegankelijkheid van groene ruimten voor het publiek ). Uit de bovenstaande tabel blijkt bijvoorbeeld dat, hoewel de gemeenten Sint-Gillis en Sint-Joost een gelijkwaardige vegetatiebedekkingsgraad en vegetatiebedekkingsoppervlakte per inwoner hebben, de inwoners van Sint-Joost ongeveer vijf keer meer m2 aan openbare groene ruimten per inwoner hebben (met name door de aanwezigheid van de Kruidtuin). Zoals wordt uitgelegd in de focus over openbare groene ruimten, kan een aanzienlijk deel van de bevolking in gemeenten die over het algemeen goed begroeid zijn, toch onvoldoende toegang hebben tot openbare groene ruimten. Dit is bijvoorbeeld het geval in de gemeente Ukkel, waar bepaalde dichtbebouwde wijken nauwelijks van groene ruimten zijn voorzien.

    Andere wijken in gemeenten die over het algemeen vrij groen of zelfs zeer groen zijn, bevinden zich ook in deze situatie. Anderzijds zijn sommige grote groene ruimten wel gemakkelijk toegankelijk voor de inwoners van een gemeente, ook al bevinden ze zich buiten het grondgebied ervan (zie ook de Focus over de toegankelijkheid van groene ruimten voor het publiek ). Dit is met name het geval voor het Park van Vorst of het Hallepoortpark ten aanzien van de gemeente Sint-Gillis. Vermeldenswaard is ook het bijzondere geval van de stad Brussel, die zowel de Vijfhoek als de meer begroeide wijken in de rand (Terkamerenbos, Heembeek, Laken, enz.) omvat. Vanuit een stedenbouwkundig oogpunt is de analyse van het aanbod aan groene ruimten daardoor vooral relevant op wijkniveau.

    Wat valt er te zeggen over de evolutie van de vegetatiebedekking?

    Zoals hierboven wordt uitgelegd, is het niet mogelijk om de kaart van 2020 in detail te vergelijken met oudere kaarten die met andere technieken en methodologieën zijn gemaakt (verschillen in resolutie, infraroodlichtmeting, vegetatieclassificatie of datums waarop luchtfoto's werden genomen of satellietbeelden werden gemaakt). 

    De vegetatiebedekkingsgraden die met de verschillende methoden werden geëvalueerd, variëren tussen 52% (2020), 53% (1997) en 54% (2008, 2016). Op grond van deze cijfers kunnen geen echte conclusies over trends worden getrokken omdat de gegevens niet vergelijkbaar zijn, maar ook vanwege de foutmarges die ermee gepaard gaan, waardoor reële algemene veranderingen in de vegetatiebedekking mogelijk worden gemaskeerd (bv. een veld dat op het moment van de luchtfoto niet met vegetatie was bedekt, een braakliggend terrein dat begroeid begint te raken, een klein stukje bebouwd land dat door de kruinen van omringende bomen wordt gemaskeerd, enz.). Een verandering van ‘slechts’ 1% in de vegetatiebedekking komt immers overeen met een verschil van 161 ha of ruwweg 322 voetbalvelden, wat voor het Brussels Gewest een aanzienlijke oppervlakte is. Visuele vergelijkingen van luchtfoto's worden ook bemoeilijkt door de groei van vegetatie en vooral bomen. 

    Er is niettemin een visuele vergelijking gemaakt met de in 2016 gerealiseerde kaart van de vegetatie (ter herinnering: deze kaart was ook gebaseerd op de analyse van infraroodluchtfoto's). Hierbij zijn 9 zones geïdentificeerd waar het verlies aan begroeide oppervlakte groter is dan 1 ha, en 2 zones waar de winst aan oppervlakte groter is dan 1 ha (zie de onderstaande tabel ‘Voor meer informatie’). De meeste zones waar een dergelijke aaneengesloten groene ruimte van meer dan één hectare is verdwenen, liggen in het noorden van het Gewest, in Haren en Neder-Over-Heembeek. De belangrijkste zone is de Keelbeeksite, waar de gevangenis van Haren wordt gebouwd, met een verlies van bijna 12 hectare aan vegetatie. Er wordt ook gewerkt op andere terreinen waar de vegetatie is verdwenen. In sommige gevallen kan na voltooiing van de werkzaamheden op een deel van de terreinen opnieuw vegetatie voorkomen (bv. het terrein van de NAVO). 

    Voor meer informatie: tabel waarin de zones worden beschreven waar het verlies / de winst aan plantenbedekking > 1 ha  

    Identificatie van zones waar het verlies / de winst aan plantenbedekking > 1 ha (visuele vergelijking van luchtfoto's, 2016-2020)

    Bron: afdeling Groene Ruimten - Leefmilieu Brussel, 2021 
     

    Onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam hebben twee infraroodluchtfoto's van de vegetatiebedekking in het Brussels Gewest uit 2003 en 2016 vergeleken. Op basis van dit onderzoek kwamen de wetenschappers tot de conclusie dat 14,4% van de Brusselse vegetatie in deze periode was verdwenen (Balikçy et al. 2021). Deze resultaten moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, gezien de foutmarges die inherent zijn aan de methode (zie hierboven), maar ook gezien het feit dat een deel van het Gewest in dit onderzoek niet werd geanalyseerd (westen van Neerpede, zuiden van het Zoniënwoud), wat tot een vertekening van het procentuele verlies leidt. De grote zones waar vegetatie verloren is gegaan en die door de onderzoekers zijn geïdentificeerd, liggen niettemin in de lijn van dezelfde geografische trend als de analyses van Leefmilieu Brussel, namelijk een sterke verstedelijkingsdruk in het noordoosten en zuidwesten van het Gewest. Vermeldenswaard is ook dat de meest uitgestrekte zone waar de onderzoekers tussen 2003 en 2016 vegetatieverlies hebben vastgesteld - en die overeenkomt met het voormalige terrein van de NAVO - ook de zone is waar tussen 2016 en 2020 de grootste toename van de plantenbedekking is waargenomen (zie bovenstaande tabel). Deze waarneming komt overeen met een herbegroeiing van het terrein na werkzaamheden en toont aan hoe moeilijk het kan zijn om conclusies te trekken over trends in de ontwikkeling van de vegetatie op het niveau van het Gewest.

    De ontwikkeling van de vegetatiebedekking houdt verband met verschillende factoren, voornamelijk:

    • de natuurlijke ontwikkeling van de vegetatie, en met name de boomkruinen, in de begroeide ruimten (wegen, parken, privétuinen, enz.), waardoor de vanuit de lucht waargenomen plantenbedekking toeneemt. Dit verschijnsel is vooral zichtbaar in zones met braakliggende terreinen (Weststation, Schaarbeek-Vorming, enz.) en op bepaalde verkeersaders (Louizalaan, bepaalde delen van de Kleine Ring, enz.);
    • de verstedelijking, die vooral plaatsvindt in overwegend begroeide ruimten. Het gaat om min of meer uitgestrekte oppervlakten: tuinen (aanleg van terrassen, bijgebouwen, enz.), onvolledige bouwfronten (bv. bouw van eengezinswoningen), braakliggende terreinen of grote percelen (bv. bouw van villa's, openbare of particuliere woningcomplexen, gemeenschapsvoorzieningen), sportvelden (vervanging van een grasveld door kunstgras). Deze verstedelijking is aanzienlijk actiever in de tweede kroon dan in de eerste kroon;
    • de occasionele vergroening van bebouwde ruimten door de aanplanting van bomen, de aanleg van groene daken of zelfs soms het doorlatend maken van de bodem. Deze aanpassingen, die onvoldoende talrijk zijn om een significante invloed te hebben op de vegetatiebedekking in het Gewest, zijn bovendien veel zichtbaarder in de sterk gemineraliseerde wijken. 

    Gezien de zeer sterke demografische groei die het Brussels Gewest heeft gekend (+27% tussen 2000 en 2020, met grote verschillen tussen de gemeenten (+38% in de Stad Brussel tegenover +2% in Watermaal-Bosvoorde), zijn er de laatste vijftien jaar veel gebouwen - en vooral woningen - opgetrokken. Deze gebouwen zijn hoofdzakelijk neergezet in onbebouwde, begroeide zones die vaak interessant zijn vanuit het oogpunt van de biodiversiteit, en die vaak in de tweede kroon gelegen zijn. Bovendien werd deze demografische groei niet gecompenseerd door een even grote toename van toegankelijke begroeide ruimten, wat tot een grotere druk op de bestaande groene ruimten leidt, en tot een toename van de bevolking die in wijken met weinig groene ruimten in de buurt woont (zie focus Toegankelijkheid van groene ruimten voor het publiek ). 

    Bij de beoordeling van de vraag of een stad in mindere of meerdere mate groen is, moet ook rekening worden gehouden met de kwaliteit van de vegetatie. Dit aspect wordt uiteengezet in de Focus over de biologische waarderingskaart van het Brussels Gewest

    Datum van de update: 07/09/2022

    Documenten: 

    Factsheets

    Fiches van de Staat van het Leefmilieu

    Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

    Studies en rapporten

    • IGEAT, LABORATOIRE DE BOTANIQUE SYSTÉMATIQUE ET DE PHYTOSOCIOLOGIE, COOPARCH 1997 « Rapport final Maillage vert – Etablissement de la situation de fait et de droit des espaces verts du territoire de la RBC en vue de l’élaboration du maillage vert », étude réalisée à la demande de Bruxelles Environnement (document interne).
    • VANHUYSSE S., DEPIREUX J., WOLFF E. 2006. « Etude de l’imperméabilisation du sol en Région de Bruxelles-Capitale », étude réalisée par l’ULB-IGEAT pour le Ministère de la Région de Bruxelles-Capitale, AED – Direction de l’eau, octobre 2006  (enkel beschikbaar in het Frans).