U bent hier

Houtkap in het Brussels Zoniënwoud

Focus – Actualisatie : januari 2021

Het kappen van hout en de verjonging van bestanden zijn in de eerste plaats gericht op biodiversiteit, landschapsverbetering en veiligheid van de gebruikers. Het bosbeheer is ook bedoeld om het erfgoed van het Zoniënwoud op lange termijn in stand te houden.  Bij de selectie van de te kappen bomen wordt rekening gehouden met talrijke elementen die in het beheerplan zijn beschreven. Er wordt ook op toegezien dat de houtkap de aanwasvolumes van het bos niet overschrijdt. De verjonging van de bestanden is zowel gebaseerd op natuurlijke verjonging als op kleinschalige aanplantingen, met een bijzondere nadruk op soorten die moeilijk op natuurlijke wijze kunnen verjongen en/of van ecologisch belang zijn. 

Bosbeheer gericht op de diversificatie van de soorten en de verjonging van de bestanden

In 2020 bestaat 52% van het Brusselse deel van het Zoniënwoud uit homogene beukenbestanden en 8% uit door beuk gedomineerde gemengde bestanden. Volgens verschillende studies kunnen de verwachte klimaatveranderingen op gewestelijk niveau het voortbestaan van de beukenbossen op lange termijn in gevaar brengen. Ook andere soorten kunnen de gevolgen van de klimaatverandering ondervinden. Dat geldt onder meer voor de zomereik, de op één na sterkst vertegenwoordigde soort in het Zoniënwoud.
Het Brusselse woud wordt ook gekenmerkt door een overwicht aan beukenbestanden die vaak aan het verouderen zijn - en dus kwetsbaar zijn - en door een onevenwicht in de leeftijdsstructuur van de bestanden (zie focus en factsheet over het boserfgoed van het Zoniënwoud).
Het nieuwe gewestelijke beheerplan voor het Zoniënwoud voorziet onder meer in de verjonging van het bos door de oude beukenbestanden te verjongen en de diversiteit van de boomsoorten te vergroten. De soorten die het best bestand zijn tegen de verwachte klimatologische omstandigheden, zoals de wintereik, de winterlinde en de haagbeuk, zullen voorrang krijgen. Diversificatie is trouwens goed voor de biodiversiteit en maakt de bosecosystemen beter opgewassen tegen verstoringen van het milieu, ziekten en stormwinden (weerstandsvermogen).
De doelstelling om het voor het Zoniënwoud kenmerkende landschappelijk uitzicht van de ‘beukenkathedraal’ te behouden, betreft momenteel 20% van het bos (in het vorige beheerplan was dit 50%). Het nieuwe beheerplan voorziet ook in de ontwikkeling van eikenbossen die kathedralen zullen vormen op basis van jonge aanplantingen van zomer- en wintereik (9% van het woud).

Zowel natuurlijke als kunstmatige verjonging 

Het beheer van het Zoniënwoud is gericht op de overgang van een aanzienlijk deel van de bestanden die momenteel uit gelijkjarig hooghout bestaan (bestand met bomen van dezelfde leeftijdsklasse afkomstig van zaailingen of aanplantingen) naar ongelijkjarig hooghout (verschillende leeftijdsklassen).  Deze overgang steunt met name op de natuurlijke verjonging en op aanplantingen in cellen van een dertigtal planten.
Het nieuwe beheerplan voorziet in de jaarlijkse verjonging van gemiddeld 12,8 ha door aanplanting, natuurlijke verjonging of een combinatie van beide.
Aanplanten is nodig wanneer er niet voldoende natuurlijke zaailingen zijn of wanneer natuurlijke verjonging niet geschikt is voor de beheerdoelstellingen van het perceel. In het laatste geval gaat het meestal om aanplantingen van wintereik en andere soorten waarvan de natuurlijke verjonging moeilijk is. Bij de keuze van de soorten wordt ook rekening gehouden met andere factoren, zoals hun geschiktheid voor de standplaats, hun ecologisch belang en hun verwachte weerstand tegen de klimaatverandering. De aanplant helpt ook om genetische diversiteit in de bestanden te brengen en zo hun weerstandsvermogen te vergroten. 
In de afgelopen tien jaar is jaarlijks gemiddeld 12,5 ha bos verjongd door aanplant  (11 ha in de periode 2003-2016). In die periode werden meer dan 130.000 bomen van verschillende soorten geplant.

Kunstmatige verjonging: aantal planten per soort en per dienstjaar (2012-2021)

Bron: Departement Bos – Leefmilieu Brussel, 2020

De wintereik krijgt de voorkeur bij de aanplantingen. Het is een soort die momenteel niet erg aanwezig is in het Zoniënwoud en waarvan de natuurlijke verjonging zeer beperkt is, maar die zich lijkt te kunnen aanpassen aan de verwachte gevolgen van de klimaatverandering. Voor de herbebossing van beuken mag alleen plantgoed met herkomst ‘Zoniënwoud’ worden gebruikt, dat een uniek genetisch erfgoed en interessante kwaliteiten bezit.
Sinds 2005 vindt natuurlijke beukverjonging plaats in de oude beukenbestanden. Dit fenomeen was niet voorzien en biedt mogelijkheden voor een beheer als ongelijkjarig hooghout en voor de omschakeling van bepaalde bestanden. Andere soorten zoals de esdoorn, es, haagbeuk, boskers en berk verjongen ook goed op natuurlijke wijze (zie focus en factsheet over het boserfgoed van het Zoniënwoud). 

Bomen kappen om vooral de biodiversiteit en het landschap in stand te houden en de duurzaamheid van het woud te waarborgen

In het Zoniënwoud hebben de houtkap en de verjonging van de bestanden vijf hoofddoelstellingen:

  • de oude beukenbestanden verjongen en de duurzaamheid van het woud garanderen;
  • de landschappen beschermen; 
  • de biodiversiteit beschermen en bevorderen;
  • de veiligheid van de bezoekers in het woud verzekeren;
  • de houtindustrie voorzien van kwaliteitshout dat is gecertificeerd als ‘duurzaam beheerd’. 

De houtproductie is geen hoofddoelstelling van dit multifunctionele bosbeheer, maar een ‘bijproduct’.

Zorgvuldige selectie van de te kappen bomen

Naast de veiligheidssnoei worden de bestanden om de 8 jaar gedund. Daarbij worden eerst ‘toekomstbomen’ aangewezen die de bosbouwer tijdens de dunningen wenst te behouden. Die toekomstbomen moeten het uitzicht van het bos over een min of meer lange periode bepalen. Bij hun keuze spelen verschillende overwegingen een rol: ze kunnen worden geselecteerd wegens de zeldzaamheid van hun soort, wegens hun schoonheid en landschappelijke waarde, wegens hun verwachte weerstand tegen de klimaatverandering, wegens een verwachte productie van hout van hoge kwaliteit of voor een combinatie van deze redenen. Behalve in enkele specifieke bestanden (kathedraalbestanden, coniferen, enz.), tracht de beheerder ook de soortenmenging te versterken. 
Daarnaast streeft het beheerplan naar het behoud van ‘habitatbomen’ (ten minste 10 per ha). Deze bomen (of boomeilanden) blijven behouden tot hun natuurlijke dood en worden dan als dood hout ter plaatse gelaten, om de aanwezigheid van een bijzondere en soms zeer zeldzame biodiversiteit te bevorderen (vleermuizen, spechten, enz.), die afhankelijk is van zowel dikke oude bomen als van hun spleten en van dood hout. Sommige oude bomen laat men ook staan om landschappelijke redenen. 
Met een gemiddelde van 6 habitatbomen per hectare, telt het Zoniënwoud een uitzonderlijk groot aantal bomen met een grote diameter (meer dan 80 cm). Het beheerplan wil het aantal dikke bomen per ha constant houden, ondanks de kap van dikke bomen. 
De beheerder selecteert en markeert vervolgens de bomen die in de buurt van de toekomstbomen moeten worden verwijderd (hamering) om de toekomstbomen voldoende ruimte te geven om optimaal te groeien.  Die dynamische bosbouw moet het mogelijk maken om de monospecifieke gelijkjarige jonge beukenbestanden te laten evolueren naar bestanden met een complexere structuur (mengeling van soorten en leeftijden) op de plaatsen waar ongelijkjarig hooghout is voorzien.

Bomen in kaart brengen ter ondersteuning van het bosbeheer

Sinds 2020 worden de toekomstbomen en habitatbomen systematisch geïnventariseerd en gemerkt in de gehamerde kappen. Door deze bomen in kaart te brengen, kan worden nagegaan of de beheerdoelstellingen worden bereikt (aantal habitatbomen per hectare, uiteindelijke dichtheid van de bestanden, bevoorrechte soorten enz.). 
Deze kaarten zijn ook zeer relevant om de geplande beheermaatregelen in de afzonderlijke bestanden te illustreren en om een overzicht te krijgen van hun huidige staat. 
In de factsheet die deze focus aanvult, worden voorbeelden gegeven van deze kaarten en de logica achter de selectie van toekomst- en habitatbomen op perceelniveau in het licht van de vastgestelde beheerdoelstellingen. 

Technische voorschriften om de gevolgen van de bosexploitatie tot een minimum te beperken 

De gemerkte (of gehamerde) bomen vormen partijen hout op stam die bij openbare aanbesteding te koop worden aangeboden. Het is aan de kopers van de partijen (houthandelaars, zagerijen) om de kapwerken, de verwerking, het vervoer, enz. uit te voeren volgens de door Leefmilieu Brussel opgelegde exploitatiebestekken en onder toezicht van de boswachters. Het bestek omvat een reeks technische exploitatieregels die erop gericht zijn de gevolgen van de bosexploitatie voor de bodem (verdichting, uitvoer van minerale elementen), de vegetatie en de fauna tot een minimum te beperken. Een van de opgelegde regels is een kapverbod tijdens de broedperiode (1 april-15 augustus). 
Een andere verplichting betreft het kappen van de stam, wat bij partijen dik hout op 16 meter lengte moet gebeuren. Daardoor blijven de kruinen (alle takken aan de top van de stam) liggen, wat de hoeveelheid dood hout op de grond aanzienlijk doet toenemen. Deze maatregel beperkt ook het aantal doorgangen van de machines op de uitrijpistes en vermindert zo de impact van de exploitatie.

Volume gekapt hout kleiner dan aanwas

Gemiddeld werd het voorbije decennium (2012-2021) jaarlijks 5542 m³ zaaghout (d.w.z. ongeveer 3,4 m³/ha) uit het Brusselse Zoniënwoud verwijderd via houtverkoop. Het volume zaaghout houdt alleen rekening met het volume van de stam tot een kapping in de kruin die varieert volgens de vorm van de boom. Het verschilt van het volume werkhout dat wetenschappers hanteren als maatstaf voor de berekening van de productiviteit en dat in het Zoniënwoud op 9 à 11 m3/ha/jaar wordt geschat (zie focus en factsheet over het boserfgoed van het Zoniënwoud).
Volgens het beheerplan van het Zoniënwoud zou de toename van het ‘zaaghoutvolume’ ongeveer 5 m³/ha/jaar bedragen voor de houtvesterijen van Brussel en Groenendaal. Aangezien het volume gekapt hout kleiner is dan de natuurlijke aanwas van de houtvolumes, lijkt er een trend te zijn van kapitalisatie van het staand hout. 
Onderstaande grafiek toont het volume hout dat elk jaar in het Brusselse Zoniënwoud wordt gekapt. Het gaat om drie soorten partijen:

  • groothout, d.w.z. volwassen, kaprijpe bomen;
  • klein- en middelhout, dat overeenkomt met dunningshout dat wordt gekapt om toekomstbomen voldoende ruimte te geven om zich te ontwikkelen;
  • stormhout: een boom of groep bomen, omgewaaid, ontworteld of gebroken door toedoen van diverse natuurelementen of door eigen toedoen, en soms moeilijk te kappen.

Houtverkoop van de houtvesterij van Brussel - Brussels Zoniënwoud: Evolutie van de verkochte houtvolumes (dienstjaren 2004-2021)

Bron: Leefmilieu Brussel – departement Bos, 2020 

Deze cijfers zijn gebaseerd op de balans van de houtverkoop in de houtvesterij van Brussel.

De verkoop van het hout uit het Zoniënwoud voedt een fonds ten behoeve van de groene ruimten

De inkomsten uit de verkoop variëren sterk van jaar tot jaar als gevolg van een aantal factoren, waaronder : 

  • variatie in de geëxploiteerde volumes;
  • voor het groothout, grote schommelingen op de beukenhoutmarkt, met als gevolg schommelingen in de prijs/m3;
  • afnemende concurrentie in de exploitatie van stormhout (dat moeilijker te exploiteren is).

In de afgelopen 10 jaar varieerden de inkomsten tussen ongeveer 125.000 en 501.000 euro, met een gemiddelde van ongeveer 300.000 euro per jaar. De gemiddelde prijs bedraagt ongeveer € 90/m³ voor groothout en € 30/m³ voor kleinhout.

Houtverkoop van de houtvesterij van Brussel - Brussels Zoniënwoud: Evolutie van de inkomsten uit de houtverkoop, geactualiseerd volgens de consumptieprijsindex (dienstjaren 2004-2021)

Bron: Leefmilieu Brussel – departement Bos, 2020 

Ondanks bepaalde gebreken die verband houden met de vaak zeer hoge leeftijd van de verkochte beuken, verkopen de beuken van het Zoniënwoud over het algemeen vrij goed, vooral wegens hun geografische ligging en de huidige sterke vraag naar beuk vanuit Azië.
De inkomsten uit de jaarlijkse verkoop van hout uit het Zoniënwoud worden gestort in een fonds dat bestemd is voor het onderhoud, de aankoop en de aanleg van groene ruimten, bossen en natuurlijke sites en voor het weer uitzetten van pootvis en dringende ingrepen ten behoeve van de fauna. 

Het hout van het Zoniënwoud ten dienste van een circulaire economie?

Over algemeen wordt groothout en stormhout gebruikt als zaaghout en hout voor de industrie. Klein- en middelhout wordt gebruikt voor de industrie en als brandhout.
Momenteel wordt het grootste deel van het gekapte beukenhout uitgevoerd naar Azië, waar het heel vaak tot meubelen wordt verwerkt, waarvan een deel naar Europa terugkeert.
Deze situatie, die schadelijk is voor het milieu en de economie, houdt verband met verschillende factoren: 

  • de verplichting van het Brussels Gewest om het hout te verkopen via overheidsopdrachten; 
  • de lage kosten van het vervoer en de verwerking van hout in de Aziatische landen; 
  • het schaars worden van de lokale beukenhoutverwerkende industrie.

Er wordt momenteel nagedacht over manieren om het hout uit het Zoniënwoud binnen het Brusselse Gewest te verkopen en verwerken, in een circulaire economie. Bovendien koopt een maatwerkbedrijf sinds enkele jaren bepaalde partijen hout op voor de exploitatie en verkoop in de vorm van haardblokken.

Datum van de update: 23/04/2021
Documenten: 

Factsheets 

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma’s