U bent hier

Focus: Groene ruimten: toegangelijkheid voor het publiek

Actualisatie : december 2009

Brussel, groen gewest, … volgens verschillende bronnen (kadaster, Leefmilieu Brussel) bestaat bijna de helft van het gewestelijke grondgebied uit groengebieden. Deze zijn van uiteenlopende aard: parken, waterrijke gebieden en watervlakken, bossen, wouden, braakland, velden, privétuinen of grote privédomeinen. Hoewel ze allemaal even belangrijk zijn voor de fauna en de flora van het Gewest, spelen alleen de groene ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek een belangrijke sociale rol in termen van levenskwaliteit, als trekpleister voor spel, ontmoetingen en ontspanning. Deze rol is bijzonder belangrijk voor een stad als Brussel waarin ruim 63% van de bewoners het zonder eigen tuin moet stellen (NIS, 2001).
Uit een recente studie die erop gericht was de voor het publiek toegankelijke groene ruimten en recreatieruimten in kaart te brengen, blijkt echter dat het overgrote deel van de Brusselse groene oppervlakten bestaat uit ruimten (privé- of publiek) die in rechte of in feite niet toegankelijk zijn voor het publiek.

De studie heeft de toegankelijke groengebieden en recreatieruimten geïnventariseerd volgens een eenvoudige typologie, die hoofdzakelijk verband houdt met de functionaliteit van de ruimte:

  • De categorie “Bos” heeft betrekking op sterk begroeide ruimten en/ of met een groot overwicht aan bomen. Hier wordt vooral gewandeld. In oppervlakte is dit de grootste categorie (58%), wat wordt verklaard door de aanwezigheid van het Zoniënwoud;
  • De categorie “Grotendeels begroeide publieke ruimte” heeft betrekking op aangelegde ruimten waar het “groen” overweegt dat bovendien erg gevarieerd kan zijn (bomen, struiken, bloemen, grasperken, …). Hier worden verschillende activiteiten beoefend: wandelen, spelen, lezen, ontmoetingen, … Deze ruimten zijn goed voor 34% van de oppervlakte (64% van het aantal);
  • Een andere categorie heeft uitsluitend betrekking op “begraafplaatsen” die vaak echte groene ruimten zijn, maar dan met een bijzonder karakter. Ze maken 5% van de oppervlakte uit;
  • De resterende ruimten zijn verdeeld over de categorieën “braakland” en “grotendeels onbegroeide publieke ruimte” (goed voor 1% en 2% van de oppervlakte). De eerste omvatten publieke ruimten die niet zijn aangelegd om mensen te onthalen, maar die in werkelijkheid wel toegankelijk zijn. De tweede zijn pleinen, kerkpleinen, voorpleinen, … waar recreatieactiviteiten mogelijk zijn en die dus vergelijkbaar zijn met de groene ruimten op het vlak van recreatie en sociale activiteiten.

802 van deze ruimten, die een oppervlakte van ongeveer 3 000 hectare beslaan (eventuele wegen en gebouwen inbegrepen, wat neerkomt op bijna 18,5% van de oppervlakte van het Gewest), werden geïdentificeerd. De belangrijkste (in oppervlakte) liggen in de tweede kroon van het Gewest. Op 35% hiervan is een speel- en/of sportplein aangelegd. Deze cijfers moeten evenwel worden genuanceerd aangezien bepaalde privéruimten die hierin niet zijn opgenomen in werkelijkheid vaak toegankelijk zijn voor allen (universitaire campus, woningcomplexen of wijken met groene ruimten of speelpleintjes).

Groene ruimten en recreatiegebieden die voor het publiek toegankelijk zijn : locatie en typologie

Bron : Brat, 2009

 
Datum van de update: 19/05/2020