U bent hier

De zoogdieren in het Brussels Gewest

Focus - Actualisering : juni 2021

De tweede zoogdierenatlas in het Brussels Gewest inventariseert de aanwezigheid van 47 inheemse soorten en vijf uitheemse soorten in de periode 2001-2017. Dit komt overeen met bijna 70% van de Belgische inheemse zoogdierenfauna (met inbegrip van uitheemse en mariene soorten).  Drie soorten die tijdens de realisatie van de eerste atlas (1997-2000) werden geïdentificeerd, werden tijdens de realisatie van de tweede atlas niet meer waargenomen, namelijk twee vleermuissoorten en de otter. Daarentegen werden zes nieuwe soorten geïnventariseerd: het everzwijn, de bever, twee soorten vleermuizen en twee uitheemse soorten. Voor 13% van de inheemse soorten tonen de waarnemingen een afname van het verspreidingsgebied tussen de realisatie van de twee atlassen.

Een nieuwe zoogdierenatlas, gemaakt met de hulp van de burgers

De eerste zoogdierenatlas in het Brussels Gewest bestreek de periode 1997-2000. Een tweede atlas, over de periode 2001-2017, werd onlangs voltooid.
Dit project, dat werd uitgevoerd door Natuurpunt en Natagora in opdracht van Leefmilieu Brussel, verzamelde alle bestaande gegevens over zoogdieren in het Brussels Gewest uit eerdere studies en monitoring. Deze gegevens werden aangevuld met bijkomende gegevens die met de hulp van burgers werden verzameld. Het grote publiek werd gevraagd waarnemingen van gemakkelijk herkenbare zoogdieren te melden via een website. Voor de inventarisatie van de moeilijker te herkennen soorten werden ongeveer 60 vrijwilligers opgeleid om respectievelijk met cameravallen en (niet-dodelijke) vallen te werken. Na de validatie van de gegevens werden 24.109 waarnemingsgegevens van 1909 tot 2017 verzameld, waarvan er 20.392 betrekking hebben op de periode die de huidige atlas bestrijkt. Meer uitleg over de gebruikte methodologie is te vinden in de factsheet over zoogdieren.
De verzamelde informatie draagt bij tot een betere kennis van de evolutie van de zoogdiersoorten die in het Brussels Gewest voorkomen en vormt een waardevolle ondersteuning voor het uitwerken van passende beheermaatregelen. 

47 inheemse zoogdiersoorten geobserveerd tussen 2001 en 2017

De onderstaande tabel toont de volledige lijst van wilde zoogdiersoorten die in het Brussels Gewest zijn waargenomen, ingedeeld volgens de zeldzaamheidsklasse (2001-2017). Hij laat zien in hoeveel mazen van 1x1 km (van het raster dat werd gebruikt om de waarnemingen van de atlas vast te leggen) de soort werd waargenomen vóór 2000 (verspreidingsgebied vóór 2000) en in de periode tussen 2001 en 2017 (verspreidingsgebied 2001-2017), en toont de trend van de uitbreiding (de methode voor het berekenen van de mate van zeldzaamheid en de trends wordt uitgelegd in de factsheet over zoogdieren). 
In de periode 2001-2017 werden 52 soorten zoogdieren waargenomen in het Brussels Gewest, wat gelet op de beperkte gewestelijke oppervlakte (162 km2) een vrij grote soortenrijkdom betekent. Vijf van deze soorten zijn uitheems. Bovendien zijn 20 van deze soorten (waaronder vier exoten) occasioneel of zeer zeldzaam.  
Drie soorten van de eerste atlas werden niet waargenomen tijdens de realisatie van de tweede atlas:

  • Twee soorten vleermuizen: de mopsvleermuis en de vale vleermuis, soorten waarvan de laatste waarnemingen in het Gewest dateren van het eind van de jaren '90;
  • de Europese otter, die sinds de tweede helft van de 20ste eeuw in het Gewest als uitgestorven wordt beschouwd. 

Daarentegen zijn zes soorten nieuw in vergelijking met de vorige atlasperiode:

  • het everzwijn;
  • de Europese bever (1 waarneming);
  • Twee soorten vleermuizen: de Kuhls dwergvleermuis (twee waarnemingen) en de tweekleurige vleermuis (twee waarnemingen); 
  • Twee uitheemse soorten: de Chinese muntjak (één waarneming) en de wasbeer (twee waarnemingen, waarvan één in het Vlaamse Gewest nabij de gewestgrens).

In 2010 werd voor het eerst een bever waargenomen in Brussel, meer bepaald in het kanaal. Een andere positieve vaststelling is dat sommige soorten die lange tijd niet in het gewest werden waargenomen, weer heel schuchter hun opwachting hebben gemaakt. Dat is het geval voor de das en de boommarter.
In Vlaanderen zijn 13 inheemse zoogdiersoorten aanwezig die niet of niet meer voorkomen in het Brussels Gewest. Voor vier van deze soorten kan geen vestiging in Brussel meer worden verwacht wegens de ongeschiktheid van de aanwezige habitats of hun verspreidingsgebied. Anderzijds werden twee soorten vleermuizen waargenomen in Brussel, maar niet in Vlaanderen (de grote hoefijzerneus, de Kuhls dwergvleermuis).
Evenzo telt het Waalse Gewest 17 inheemse zoogdiersoorten die niet of niet meer voorkomen in Brussel, waaronder vijf soorten waarvan de vestiging in het Brusselse Gewest uitgesloten lijkt. Alle soorten die in het Brussels Gewest zijn waargenomen, zijn ook aanwezig in het Waals Gewest. 
In totaal zijn in België 75 soorten wilde zoogdieren geregistreerd, waaronder zeezoogdieren en exoten. 

Een gewest met bijzonder veel vleermuizen 

Aan de 17 soorten vleermuizen die in de zoogdierenatlas zijn opgenomen, moet de grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus) worden toegevoegd die door Natagora Pletocus geregistreerd is in het kader van de monitoring die het voor het Brussels Gewest uitvoert.  Als we weten dat België 23 soorten vleermuizen telt, is de fauna van Brussel bijzonder rijk aan chiroptera.
Deze rijkdom is te verklaren door de zeer hoge biologische waarde van het Zoniënwoud en zijn ligging in de nabijheid van gunstige jachtgebieden, met name boven en rond de vijvers van het hydrografisch netwerk van de Woluwe. De aanwezigheid van veel oude bomen met holten is ook een essentieel element voor de meeste vleermuizen. De aanwezigheid van zes soorten vleermuizen van communautair belang (zie de focus over de lokale staat van instandhouding van de soorten opgenomen in de “Habitatrichtlijn” en de “Vogelrichtlijn”) was een bepalende factor voor de aanwijzing van de speciale beschermingszones die samen het Brusselse Natura 2000-netwerk vormen. 

De vos, de dwergvleermuis, de rode eekhoorn en de steenmarter zijn de soorten met het grootste aantal waarnemingen

Sommige soorten, die meestal overal voorkomen (d.w.z. in verschillende habitats aanwezig zijn) en een groot aanpassingsvermogen hebben, vinden in het stedelijk milieu gunstige omstandigheden voor hun ontwikkeling. In 2017 bijvoorbeeld is de vos aanwezig op een groot deel van het Brusselse grondgebied (164 van de 200 mazen die het gewest bestrijken). Deze soort, die minder schuw is geworden, heeft zich aangepast aan de mens en maakt gebruik van het overvloedige voedsel dat in de stad aanwezig is, vooral in vuilnisbakken. Meer recent heeft de steenmarter zich eveneens snel uitgebreid: terwijl de waarnemingen van vóór 2001 zich over 3 vierkante kilometer uitstrekten, besloegen ze tijdens de tweede atlas 100 mazen. Merk op dat vossen en steenmarters territoriale roofdieren zijn en daarom van nature in betrekkelijk lage dichtheden aanwezig zijn. De vos, de steenmarter, maar ook de dwergvleermuis en de rode eekhoorn zijn de zoogdieren waarvoor de waarnemingen het grootste gebied bestrijken. 

Voor 13% van de inheemse soorten vertonen de waarnemingen een afname van het verspreidingsgebied tussen de realisatie van de twee atlassen. 

Percentage zoogdieren per trendklasse (ruimtelijk verloop, inclusief exoten) 

Bron :  Zoogdierenatlas 2001-2017
 

De trend geeft aan of de soort in de periode 2001-2017 in meer of minder mazen werd waargenomen in vergelijking met de periode vóór 2001. Deze tendens is positief of stabiel voor ongeveer driekwart van de inheemse soorten. Men mag echter niet uit het oog verliezen dat als de soort in de huidige atlasperiode in meer rastermazen werd aangetroffen dan vóór 2001, dit niet noodzakelijk betekent dat het verspreidingsgebied van de soort daadwerkelijk is toegenomen. Deze toename kan verband houden met een grotere intensiteit van de waarnemingen, verbeterde opsporingsmethoden of een betere kennis van de ecologie van de soorten en hun habitat.
Anderzijds zijn de waarnemingen geografisch minder uitgebreid voor ongeveer 13% van de inheemse soorten: de mol, twee soorten woelmuizen, de waterspitsmuis, en ook drie soorten vleermuizen. Dit wijst waarschijnlijk op een afname van het verspreidingsgebied van deze soorten.

Een verscheidenheid aan soorten die de verscheidenheid aan milieus weerspiegelt

De rijkste gebieden voor zoogdiersoorten zijn het Zoniënwoud, de Woluwevallei, het Laarbeekbos, het Ter Kamerenbos, het Verrewinkelbos en enkele andere semi-natuurlijke gebieden zoals de Vogelzang of het Scheutbos. De rijkdom aan zoogdieren hangt niet alleen samen met de aanwezigheid van talrijke bosgebieden en de aangrenzende borders, maar ook met de aanwezigheid van talrijke waterlopen en vijvers (knelgebieden voor vleermuizen, habitat voor met name de waterspitsmuis en de bunzing), overblijvende kruidenformaties (haas, dwergmuis) of braamstruiken, struiken en fruitstruiken (egel, muis, rat, steenmarter, wezel, enz.).
De rijkste rastermazen tellen tot 26 zoogdiersoorten per km2.
De ruimtelijke spreiding van de soortenrijkdom kan worden verklaard door het meer of minder groene karakter van de rastermazen, maar ook door het feit dat de onderzoeksinspanningen meer op de groene gebieden zijn geconcentreerd. 

Rijkdom aan zoogdiersoorten waargenomen per rastermaas gedurende 2001-2017 (1*1 km2)

Bron : Atlas van de zoogdieren 2001-2017 


De steenmarter en de fret, soorten van regionaal belang, breiden zich uit

In de natuurverordening is het begrip "soorten van gewestelijk belang" ingevoerd. Ze worden gedefinieerd als "inheemse soorten voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding". Deze status geldt voor 4 soorten zoogdieren: de steenmarter(Martes foina), de boommarter(Martes martes), de eikelmuis(Eliomys quercinus) en de hazelmuis(Muscardinus avellanarius).
Zoals eerder vermeld, is de steenmarter - een synanthropische soort - de laatste tien jaar sterk in aantal toegenomen, in die mate zelfs dat zijn aanwezigheid in het gewest zeer algemeen is geworden, wat met enkele samenlevingsproblemen gepaard gaat (zie infofiche).  
De marter, een ander klein vleesetend zoogdier, is een bosbewonende soort.  In het Brussels Gewest is de soort zeer zeldzaam, aangezien ze slechts één keer werd waargenomen tijdens de realisatie van de eerste en de tweede atlas. 
Anderzijds waren de waarnemingen van de eikelmuis talrijker en geografisch veel meer verspreid tijdens de recente atlas, wat zou kunnen wijzen op een uitbreiding van de soort op het Brusselse grondgebied. 
In het Brussels Gewest werd geen enkele hazelmuis waargenomen. Gezien het beperkte verspreidingsvermogen van de soort en het feit dat de dichtstbijzijnde populatie momenteel op ongeveer 50 km afstand ligt, gescheiden door zeer ongeschikte habitats, is het zeer onwaarschijnlijk dat de soort in de nabije toekomst het Brussels Gewest zal bereiken. 

Vijf invasieve uitheemse zoogdiersoorten in het Brussels Gewest

Sinds de laatste atlas zijn twee nieuwe invasieve uitheemse soorten uitzonderlijk waargenomen: de Chinese muntjak en de wasbeer. Beide soorten zijn opgenomen in de Europese lijst van invasieve uitheemse soorten. Daarnaast worden nog steeds drie soorten waargenomen die al ten tijde van de eerste atlas aanwezig waren: de Siberische aardeekhoorn (algemeen bekend als de Koreaanse eekhoorn) en, veel zeldzamer, de muskusrat en het damhert. De Siberische aardeekhoorn en de muskusrat zijn ook opgenomen in de bovengenoemde Europese lijst. Het damhert is opgenomen in de lijst van invasieve soorten die als bijlage bij de verordening inzake natuurbescherming is gevoegd (zie de focus invasieve uitheemse soorten ).
Volgens de risicostudies van het Belgisch forum voor invasieve soorten zou de Siberische aardeekhoorn, die algemeen voorkomt in het Zoniënwoud en omgeving, een impact kunnen hebben op broedvogels of op inheemse knaagdiersoorten die in het bos aanwezig zijn. Geen van de uitgevoerde monitoringstudies heeft formeel bewijs gevonden van een effect op de avifauna van het Zoniënwoud.  In peri-urbane bossen kan de aardeekhoorn ook bijdragen tot een verhoogde overdracht van de ziekte van Lyme (http://ias.biodiversity.be/species/show/31, geraadpleegd op 8/9/2020).

Instandhouding en herverbinding van habitats, een uitdaging voor de biodiversiteit 

Het zeer dichte Brusselse wegennet beperkt de bewegingsvrijheid van landzoogdieren, maar ook van vleermuizen, die grote open ruimten mijden en structuren nodig hebben om zich te oriënteren (echolocatie). De verlichting vormt eveneens een bedreiging voor de vleermuizen (invloed op insectenpopulaties, verstoring van de vliegroutes, enz.). 
Voor grote zoogdieren die zich voeden aan de rand van het bos of op open plekken, is de sterke verstedelijking aan de rand van het Zoniënwoud in de afgelopen decennia nadelig geweest. Ook voor andere zoogdieren die minder met het bos te maken hebben, heeft de vernietiging en versnippering van habitats zoals bosjes en struikgewas negatieve gevolgen gehad.
In het algemeen is het behoud van de verbindingen en de vermindering van de versnippering van natuurlijke habitats een belangrijke uitdaging voor de biodiversiteit. Zowel in het Brusselse als in het Vlaamse Gewest zijn de afgelopen jaren verschillende studies over dit onderwerp uitgevoerd, die tot diverse heraansluitingsprojecten in het Zoniënmassief hebben geleid (zie de focus over de reeën ). Andere projecten worden momenteel bestudeerd. De wetenschappelijke monitoring heeft aangetoond dat de oversteekplaatsen voor wilde dieren (ecoducten, tunnels, ecobuizen) die ter hoogte van bepaalde weg- of spoorweginfrastructuren zijn aangelegd, hoofdzakelijk door kleine en grote zoogdieren worden gebruikt en dat het plaatsen van hekken langs de randen van de ring het aantal verongelukte dieren aanzienlijk heeft verminderd. 
In het Brussels Gewest omvat het behoud en de herverbinding van habitats ook de ontwikkeling van het Brussels ecologisch netwerk en de bescherming van groene ruimten met een hoge biologische waarde (zie de focus  en de factsheet  over semi-natuurlijke gebieden en beschermde groene ruimten, evenals de focus op het groene netwerk). Ook met het probleem van de lichtvervuiling wordt rekening gehouden, met name via de voorwaarden die worden opgelegd in de milieuvergunningen en bij de inrichting van de openbare ruimte. 

Datum van de update: 24/06/2021

Documenten: 

Factsheets

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel 

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s