U bent hier

Kwaliteit van de geluidsomgeving op scholen

Focus - Actualisering : februari 2020

Nieuwe akoestische metingen in een tiental scholen tonen opnieuw aan dat lawaai op school een waar probleem vormt voor de gezondheid, maar ook voor het leervermogen van de leerlingen. In twee op de drie klassen werd de aandacht van de leerlingen mogelijk beïnvloed door overmatig omgevingslawaai. Tijdens de maaltijden werden de aanbevolen geluidsniveaus overschreden. En het akoestische comfort van grote ruimtes (refters, sportzalen en speelplaatsen) was over het algemeen ondermaats. 

Nieuwe akoestische metingen in scholen

Perspective.brussels (Dienst Scholen) bestudeerde de kwaliteit van de schoolinfrastructuren van het basisonderwijs in het Brussels Gewest (Collectif Ipé+, 2017). Een luik van deze studie was gewijd aan de uitvoering van akoestische metingen in tien scholen, maar de resultaten werden niet in het eindrapport (Tractebel, 2017) opgenomen. 
Deze metingen vormen een aanvulling op de campagnes die Leefmilieu Brussel sinds enkele jaren in scholen onderneemt (zie focus van het VSL 2011-2014 ). Tot nu toe werden er metingen uitgevoerd in negen kleuterklassen, zeven klassen van de lagere school, twee polyvalente ruimtes, elf refters, één turnzaal, twee binnenspeelplaatsen en twee slaapzalen.
We wijzen erop dat de lokalen voor de metingen door de scholen worden gekozen en vaak overeenkomen met lokalen waar de geluidsomgeving als slecht wordt beoordeeld.
Meestal worden er twee types akoestische indicatoren geëvalueerd:

  • De geluidsdrukniveaus, die de geluidsomgeving (of het ‘omgevingslawaai’) van een ruimte weerspiegelen wanneer die in gebruik is; 
  • En de nagalmtijd, die het geluidscomfort van een lokaal kenmerkt.

Welke referentiewaarden voor het omgevingslawaai?

Er bestaat geen norm voor het omgevingslawaai in scholen. Algemeen wordt aangenomen dat het geluidsniveau van een gesprek in een bijeenkomst 60 tot 65 dB(A) bedraagt en dat, om duidelijk waarneembaar te zijn, het geluidsniveau van een spreker het achtergrondgeluid met op zijn minst 10 dB(A) moet overschrijden. 
Op basis van deze vaststellingen zou het achtergrondgeluidsniveau (LA90, d.w.z. het niveau dat 90% van de tijd wordt overschreden) in een klaslokaal idealiter onder de 50 dB(A) moeten blijven opdat de leerkracht zou kunnen praten zonder zijn stem overmatig te verheffen.
Men neemt ook aan dat om de vermoeidheid te beperken, een goed begrip van de leerkracht te garanderen en de aandacht van de leerlingen vast te houden, het omgevingsgeluid tijdens de lessen idealiter onder de 65 dB(A) zou moeten blijven. Ook zou het omgevingsgeluid in een refter tijdens de maaltijden onder de 75 dB(A) moeten blijven, zodat de leerlingen met elkaar kunnen praten zonder hun stem al te veel te verheffen.
Tot slot zou het piekniveau (LA5, d.w.z. het niveau dat 5% van de tijd wordt overschreden) onder de 70 dB(A) moeten blijven, zodat de stem van de leraar niet meer dan 5% van de tijd overstemd wordt.

Omgevingsgeluidsmetingen in 12 klaslokalen en zeven andere lokalen

Het omgevingsgeluid werd gemeten in 19 verschillende lokalen: 12 klassen, twee turnzalen, twee buitenspeelplaatsen en één binnenspeelplaats (tijdens de speeltijd ’s ochtends en over de middag), twee refters (waarvan één met drie shifts). Voor elk lokaal en voor elk type ruimte werden de gemiddelde equivalente achtergrond- en piekgeluidsniveaus berekend tijdens hun gebruik. De aanbevolen waarden worden in stippellijnen weergegeven.

Omgevingslawaai in 19 schoollokalen

Bron: Tractebel, 2017, akoestische metingen uitgevoerd in tien Brusselse scholen
Opmerking: * betekent dat de resultaten overeenstemmen met de gemiddelde waarden die werden verkregen voor de twee speeltijden in het geval van de speelplaatsen en voor de drie shifts in het geval van de refter


In twee op de drie klassen wordt de aandacht van de leerlingen mogelijk verstoord

Het gemiddelde omgevingslawaai is over het algemeen lager in de klaslokalen dan in de andere lokalen. Dit valt logischerwijs te verklaren door het aantal aanwezige kinderen. De gemeten niveaus benaderen of overschrijden evenwel de aanbevolen waarden. In twee derde van de klassen kan de aandacht van de leerlingen tijdens de lessen dus beïnvloed worden, aangezien het aanbevolen gemiddelde omgevingslawaai (LAeq) van 65 dB(A) wordt overschreden. In drie klassen overtreffen ook het achtergrond- en pieklawaai de aanbevelingen. De hoogste metingen werden geregistreerd in de kleuterklas. 
Gemiddelde niveaus (LAeq) van meer dan 75 dB(A) worden waargenomen in de twee refters, op twee van de drie speelplaatsen en in een van de twee turnzalen. Het aanbevolen niveau in de refters wordt dus overschreden. Ook kan worden opgemerkt dat de achtergrond- (LA90) en piekgeluidsniveaus (LA05) van deze vijf lokalen de hoogste van de steekproef zijn. 
De resultaten bevestigen de conclusies van de vroegere campagnes. Enerzijds zijn de kleuterklassen ‘luidruchtiger’ dan de klassen van de lagere school (waarschijnlijk vanwege het soort activiteiten dat er wordt uitgevoerd). Anderzijds zijn de geluidsniveaus niet noodzakelijk gerelateerd aan de leeftijd van het lokaal: sommige nieuwe lokalen hebben een slechte akoestiek, omdat dit criterium niet in aanmerking werd genomen bij het ontwerp. 

Akoestische nagalm, een kenmerk van het lokaal

De nagalmtijd is de tijd (uitgedrukt in seconden) die nodig is om het geluidsniveau te doen dalen met 60 dB na het stoppen van de geluidsbron. Hoe langer de nagalmtijd, hoe sterker het echofenomeen en hoe lawaaieriger het lokaal lijkt. Deze indicator hangt af van het volume van de zaal en de absorptie-eigenschappen van de in het lokaal gebruikte materialen. 
De Belgische norm NBN S01-400-2:2012 definieert akoestische criteria, afhankelijk van het type lokaal, voor nieuwe (te bouwen) schoolgebouwen of voor te renoveren schoolgebouwen als een stedenbouwkundige vergunning vereist is. 
In het kader van deze studie werd de akoestiek van 20 verschillende lokalen getest: acht klaslokalen, één polyvalente ruimte, zes refters, twee turnzalen en drie binnenspeelplaatsen. Voor elk lokaal wordt de gemeten nagalmtijd (T) vergeleken met de nominale waarden, die gecorrigeerd werden om rekening te houden met de absorptie door het meubilair (T0 corr), berekend volgens de bovengenoemde norm. 

Nagalmtijd van 20 schoollokalen

Bron: Tractebel, 2017, akoestische metingen uitgevoerd in tien Brusselse scholen
 


Bevredigende nagalm in de klassen, maar meer dan 3 s in sommige lokalen

De klassen en de polyvalente ruimte hebben over het algemeen goede nagalmtijden (T < 0,8 s voor een gemiddeld volume van 200 m3). Deze waarneming kan worden uitgebreid tot vier van de zes refters (gemiddelde T = 0,9 s voor een gemiddeld volume van 500 m3 voor deze steekproef). Voor de helft van de klassen en de refters worden lichte overschrijdingen van de gecorrigeerde theoretische waarde waargenomen, maar de nagalmtijd bedraagt er nooit meer dan 1 seconde. 
Lokalen met een groot volume (een turnzaal, binnenspeelplaatsen en een refter) hebben daarentegen een nagalmtijd die ver boven de door de norm aanbevolen waarden ligt (anderhalf tot vier keer zo hoog). De nagalmtijd bedraagt zelfs 3,4 s voor een binnenspeelplaats, 3,6 s voor de grootste refter en 5,1 s, de hoogste gemeten waarde, voor een andere binnenspeelplaats. 
Deze vaststellingen zijn echter niet verrassend. Ze sluiten aan bij de conclusies van de vorige meetcampagnes (zie focus van het VSL 2011-2014 ), namelijk dat refters, sportzalen of speelplaatsen over het algemeen ruimtes met grote volumes zijn en vaak reflecterende materialen (tegels, ramen enz.) bevatten, die dus weinig geluid absorberen.

Lawaai op school, onvermijdelijk?

Scholen zijn zich ervan bewust dat lawaai op school zowel voor de kinderen als voor het personeel hinderlijk is. Er zijn echter nog te weinig scholen die maatregelen treffen om het lawaai te verminderen. Om hen daarbij te helpen stellen Perspective (Dienst Scholen) en Leefmilieu Brussel een reeks publicaties ter beschikking: het studierapport van Collectif Ipé+ met een hoofdstuk over akoestiek, het vademecum en het pedagogisch dossier over geluidsoverlast op school van LB... 
Constructieve maatregelen zoals de installatie van akoestische panelen op plafonds en muren zijn een efficiënte maar dure oplossing (zie de voorbeelden in deze focus). De extra kosten zijn echter laag als reeds vanaf de ontwerpfase van het gebouw rekening wordt gehouden met de akoestiek. Ook sommige – gratis of goedkope – niet-structurele acties kunnen het geluidscomfort in scholen verbeteren: het aantal shifts voor de maaltijden verhogen, kinderen en leerkrachten bewuster maken van lawaai enz.

Datum van de update: 23/10/2020