U bent hier

Globale energie-intensiteit van het Brussels Gewest

Actualisering : februari 2020

Energie-intensiteit is de verhouding tussen een verbruikte hoeveelheid energie en een representatieve variabele. Op nationaal of internationaal niveau wordt de energie-intensiteit van een land vaak berekend ten opzichte van het BBP of ten opzichte van het aantal inwoners. In het BHG is de globale energie-intensiteit tussen 1990 en 2005 gestegen, maar de laatste jaren stapsgewijs verbeterd : gaande van 21,4 MWh/inwoner in 1990 naar 23,2 in 2005, en 16,5 in 2017. 

Wat is energie-intensiteit?

De energie-intensiteit (van een activiteitensector) is de verhouding tussen de hoeveelheid (door die sector) verbruikte energie en een representatieve variabele. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met:

  • ofwel een hoger energieverbruik voor een zelfde niveau van de in aanmerking genomen variabele,
  • ofwel een beperking van de gebruikte representatieve variabele (daling van de waarde van de noemer in de berekende verhouding, wanneer het energieverbruik -of teller- constant blijft),
  • ofwel een combinatie van beide.

Op nationaal of internationaal niveau wordt de energie-intensiteit van een land vaak berekend in verhouding tot het BBP of in verhouding tot het aantal inwoners. Deze indicatoren worden overigens algemeen gebruikt voor vergelijkingen tussen gewesten of landen.

Een dalende globale energie-intensiteit van het Brussels Gewest

Evolutie van het totaal energieverbruik in het Brussels Gewest (met en zonder klimaatcorrectie) en evolutie van de Brusselse bevolking en evolutie van de gewestelijke energie-intensiteit

Bron : Leefmilieu Brussel (Gewestelijke energiebalansen) en BISA volgens de gegevens van ADSEI (bevolking op 1 januari)
De “klimaatcorrectie” van het energieverbruik dient om de invloed van het klimaat (GD 15/15) op het verbruik aan het licht te brengen en dus een idee te geven van het verbruik bij een ongewijzigd gebleven klimaat (hier in vergelijking met het klimaat 1990).

Globaal genomen daalt in Brussel het totaal energieverbruik sinds 2004  terwijl de Brusselse bevolking net geleidelijk toeneemt sinds 1997 (Voor meer informatie, zie de indicator voor het Brussels energieverbruik). Dit heeft geleid tot een geleidelijke verbetering van de totale energie-intensiteit als totaal energieverbruik per inwoner: 16,5 MWh/inwoner in 2017 tegenover 23,2 in 2005 (en 21,4 in 1990).

Voor elke ruimtelijke entiteit die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke berekening moet deze indicator omzichtig worden geanalyseerd omdat hij onvermijdelijk sterk wordt beïnvloed door de  socio-economische kenmerken ervan.
Zo stemt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeen met een stadsgewest dat onder meer wordt gekenmerkt door: 

  • Een laagste gemiddelde inkomen van de 3 Belgische Gewesten en een ongelijkere spreiding ervan (ook een lager mediaaninkomen) (volgens de fiscale gegevens van Statbel waarnaar wordt verwezen door het BISA). Een derde van de Brusselse bevolking leeft van een inkomen dat lager ligt dan de armoederisicodrempel (drempel vastgelegd op  60% van het mediaan equivalent besteedbaar inkomen in België, volgens de resultaten van de Europese enquête  « Statistics on Income and Living Conditions » EU-SILC) ;
  • Een huisvestingsmarkt die wordt gekenmerkt door een groot aandeel huurders (61% volgens de Census 2011), wat een invloed heeft op het potentieel aan energieverbeteringen van de bestaande gebouwen ;
  • Een groot aantal pendelaars (~359.000 volgens de ramingen van de enquête naar de arbeidskrachten 2018 van Statbel), wat inhoudt dat een deel van het energieverbruik voor het vervoer of voor de economische activiteiten te maken heeft met de activiteit van personen die buiten het Gewest wonen ;  
  • Een overwegend tertiaire activiteit en een beperkt industrieel weefsel (volgens de gegevens van het INR). 

Een daling van de totale energie-intensiteit (per inwoner) betekent de facto dus niet dat elke inwoner van het BHG steeds minder energie verbruikt. Andere factoren kunnen deze daling verklaren, zoals :

  • de evolutie in het kantorenpark (betere isolatie, lager verbruik) ;
  • de evolutie in de industriële activiteit (afname van bepaalde types van activiteiten, transitie naar andere) ;
  • wijzigingen op vlak van transport (met name de afgelegde kilometers).  

Een verbetering van de energie-intensiteit (per inwoner) is ook mogelijk bij een bevolkingsaangroei, onafhankelijk van elke evolutie van het socio-economisch weefsel of van de energetische performantie van de gebouwen, het vervoer, enz., maar potentieel ten koste van de levenskwaliteit.
Alvorens conclusies te trekken, moet er een meer gedetailleerde, aanvullende analyse van de verklarende factoren worden uitgevoerd. 

Datum van de update: 27/05/2020