U bent hier

Mobiliteit en vervoer in het Brussels Gewest

Indicator - Actualisering : juli 2022

De auto, steeds minder gebruikt voor verplaatsingen

In 1999 (MOBEL), 2010 (BELDAM) en 2017 (MONITOR) werden enquêtes over de mobiliteit van de Belgen uitgevoerd. Wat deze laatste enquête betreft, is de Brusselse steekproef relatief beperkt. De foutenmarges betreffende de modale aandelen van de Brusselse enquêtes zijn dus niet verwaarloosbaar, vooral voor de minder vertegenwoordigde vervoerswijzen. Omwille van methodologische verschillen zijn de vergelijkingen tussen de verschillende enquêtes ook delicaat. 

In het algemeen brengen deze gegevens evenwel een sterke evolutie aan het licht van de verplaatsingswijzen in België in de loop van de jaren 2000 met in het bijzonder:

  • Ook al is er een dalende tendens, de auto blijft het meest gebruikte vervoersmiddel van de Belgen, zowel wat het aantal verplaatsingen betreft (61% in 2017) als de afstand (74% in 2017).  
  • Een gevoelige vooruitgang van het gebruik van het openbaar vervoer en de actieve vervoerswijzen.

En in Brussel?

  • De Brusselaars gebruiken de wagen minder dan 1 keer op 2 (46%, in aantal verplaatsingen).
  • De alternatieven waar ze meestal de voorkeur aan geven zijn wandelen (24%) of het openbaar vervoer (metro, tram, bus) (21%).

Verdeling van de vervoermiddelen gebruikt door de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (in aantal verplaatsingen)

Bron : Enquête MONITOR (2017), FOD Mobiliteit en Vervoer, 2019

De auto is nog steeds het favoriete vervoermiddel voor verplaatsingen tussen de gewesten, maar binnen Brussel gaan mensen het vaakst te voet.

Verdeling gebruikte vervoermiddelen (in aantal verplaatsingen), per gewest van vertrek en van aankomst 

Bron : Enquête MONITOR (2017), FOD Mobiliteit en Vervoer, 2019 

Met minstens 55% van het modale aandeel op een gemiddelde dag blijft de wagen in 2017 evenwel het hoofdvervoersmiddel voor verplaatsingen tussen de Gewesten met bestemming of vertrek van het Brussels Gewest.  De trein komt op de tweede plaats voor alle pendelaars die naar het Gewest komen en terug naar huis gaan.

Wat de intra-gewestelijke verplaatsingen betreft, komt wandelen daarentegen op de eerste plaats (35%), gevolgd door de wagen (30% ... tegenover 50% in 1999) en het openbaar vervoer (28%, trein inbegrepen). De fiets hinkt ver achterop (5%). We herinneren er evenwel aan dat rekening houdend met de beperkte omvang van de steekproef, met inbegrip van de pendeldiensten van en naar Brussel, de foutenmarge van deze gegevens niet te verwaarlozen is. 

Een ander beeld voor de mobiliteit van werknemers?

Gegevens over woon-werkverkeer worden bovendien bezorgd door de verslagen over de bedrijfsvervoerplannen. De laatste balans werd opgesteld voor 2017 en dekt 40% van de Brusselse arbeidsplaatsen (313 ondernemingen). 

De bedrijfsvervoerplannen (BVP), die 3 jaar duren, zijn sinds 2004 verplicht in het Brussels Gewest voor de ondernemingen met meer dan 200 werknemers op eenzelfde site en sinds 2011 voor ondernemingen en overheidsinstellingen met meer dan 100 werknemers. 

Modale verdeling van woon-werkverplaatsingen volgens de BVP’s

Bron: Bedrijfsvervoerplannen 2017 (N=313 ondernemingen), Leefmilieu Brussel, 2019

De analyse van de dossiers heeft het mogelijk gemaakt de verplaatsingswijzen van de betrokken werknemers op te stellen om naar het werk te gaan, nl. in afnemende volgorde: de trein (36%), de auto alleen of met het gezin (34%), carpooling (1%), het stedelijk openbaar vervoer (19%), de fiets (4%), wandelen (3%), de moto (2%) en de bedrijfspendelbussen (<1%). 

Van 2006 tot 2016 is het modale aandeel van de auto in het woon-werkverkeer voor ondernemingen met een bedrijfsvervoerplan gedaald van 45% naar 35% (ofwel een afname van 21%), voornamelijk ten gunste van het openbaar vervoer, maar ook ten gunste van de fiets en de trein boven de 15km. 

1 Brusselse werknemer op 2 is een pendelaar

Het volume woon-werkverkeer weegt zwaar op de gewestelijke mobiliteit, aangezien bijna 369.000 Vlamingen en Walen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werken, d.w.z. 1 werknemer op 2. Ter vergelijking, er zijn vijf keer minder Brusselaars die in Vlaanderen of Wallonië werken.

Aanzienlijk meer telewerk sinds de gezondheidscrisis

Telewerken blijft toenemen en draagt meer en meer bij tot de vermindering van het verkeer. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is in dit opzicht voorbeeldig: in 2018 werkte 34% van de werknemers ten minste 1 dag per week thuis, d.w.z. twee keer zoveel als het Belgische gemiddelde. Als we alleen de Vlaamse en Waalse pendelaars die in Brussel komen werken, meerekenen, stijgt dit percentage zelfs tot 43% (online enquête FOD Mobiliteit en Vervoer, 2018).

De verplichting om te telewerken tijdens de coronacrisis heeft de aantallen opgedreven, aangezien deze verplichting in 2021 op 1 van de 2 werknemers van toepassing was (volgens een enquête uitgevoerd onder 1500 Belgen door de FOD Mobiliteit en Vervoer & VIAS Institute). 

Bovendien heeft de gezondheidscrisis ertoe geleid dat mensen meer structureel zijn gaan telewerken in plaats van af en toe. In vergelijking met 2020 neemt het aantal telewerkdagen toe (FOD Mobiliteit en Vervoer & VIAS Institute, 2021).

Minder verkeer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?

In het algemeen neemt het aantal in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ingeschreven motorvoertuigen voortdurend toe (d.w.z. auto's met inbegrip van bedrijfswagens, bussen en touringcars, vrachtwagens, motorfietsen, enz.). Het is tussen 2005 en 2021 met 9% toegenomen (voor het wagenpark, meer informatie in de focus over de milieukenmerken). 

Anderzijds blijkt uit de tellingen die Brussel Mobiliteit om de vijf jaar uitvoert, dat het aantal voertuigen dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest rondrijdt, lijkt te dalen:

  • tussen 2008 en 2012 was reeds een lichte algemene daling vastgesteld, 
  • die tot 2018 aanhoudt en over de hele dag 4% bereikt voor de periode 2012-2018. 

Deze daling is vooral merkbaar tijdens de spitsuren. Aan het einde van de avond en in de uren net voor de ochtendspits is daarentegen sprake van een toename (Brussel Mobiliteit, 2020, vijfjaarlijkse campagnes van 24-uurs tellingen). Deze tendens wordt waargenomen op alle soorten wegen (Brussel Mobiliteit, 2021).

Deze vaststelling is des te meer bemoedigend omdat de Brusselse bevolking tussen 2008 en 2018 sterk is gestegen (+14%) (zie indicator over demografie). 

In de tunnels, die een zeer specifiek onderdeel van het wegennet vormen, is het verkeer tussen 2018 en 2019 niet noemenswaardig veranderd. Tijdens de lockdown bleek uit de tellingen dat het aantal voertuigen in de tunnels met ongeveer 50% was gedaald ten opzichte van 2019 voor dezelfde periode (Brussel Mobiliteit, 2021, gebaseerd op permanente tellingen) (zie ook focus “Wat waren de effecten van de eerste COVID-19-lockdown op het leefmilieu?”).

Eén Brussels huishouden op 2 heeft geen wagen

De enquête over het budget van de gezinnen (Statbel) vertoont een daling van het aantal wagens in het bezit van de Brusselse gezinnen: terwijl 75% van de Brusselse gezinnen minstens 1 auto bezat tussen 1999-2004 is dit percentage gedaald naar 55% in 2012-2016 en vervolgens naar 54% tussen 2014-2018. Op nationaal niveau heeft 82% van de huishoudens ten minste één auto (BISA, 2022 op basis van de gemiddelden van de enquêtes die in deze periode werden uitgevoerd, gegevens “verplaatsingspraktijken”). 

De wagens die in België rondrijden, vervoeren bovendien gemiddeld 1,4 passagiers (2015). De jongste cijfers die beschikbaar zijn voor het Brussels Gewest geven een bezettingsgraad van 1,3 passagiers weer (2012) (website BISA 2022, gegevens “voertuigen en wegverkeer”). 

Maar de files nemen toe...

De afstanden afgelegd met motorvoertuigen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn tussen 2002 en 2015 stabiel gebleven, terwijl de bevolking en de werkgelegenheid zijn blijven groeien. Daarna stegen ze lichtjes, om in 2020 sterk te dalen als gevolg van de lockdowns.
Wat de reistijden betreft, blijkt uit metingen van Brussel Mobiliteit in 2004, 2009 en 2016 dat de filedruk in Brussel in die periode is toegenomen (Brussel Mobiliteit, 2021), ondanks een afname van het verkeer.

Volgens gegevens van de rijassistentieleverancier TomTom nam de reistijd in 2019 gemiddeld met 39% toe in vergelijking met een situatie met vlot verkeer. Deze indicator moet echter met de nodige voorzichtigheid worden bekeken, met name omdat de methodologie die aan de berekening ervan ten grondslag ligt, niet goed gedefinieerd is en de gegevens betrekking hebben op een ruimer gebied dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (voor meer informatie, zie Brandeleer C. et al. 2016 In ‘Het delen van de openbare ruimte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest’). Dat is 1% meer dan in 2016 en 2018. 

Volgens Brussel Mobiliteit kan deze paradox door meerdere factoren verklaard worden: concentratie van manifestaties in de stad (stakingen, betogingen, diverse evenementen ...), werven (aantal vermenigvuldigd met 10 in de periode 2011-2016), herinrichting van bepaalde openbare ruimtes, wat zich vertaalt in een vermindering van de wegcapaciteit, modulering van verkeerslichten ten voordele van voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer,... Rond de stad is er ook een verhoging van de afgelegde afstanden op het wegennet (zie Ring).

Merk op dat, gezien de sterke demografische groei in het Brussel Gewest en de bijbehorende toenemende vraag naar vervoer van personen en goederen, de verkeersproblemen in het Gewest nog veel groter zouden zijn indien er geen modaliteitsverschuiving was van de auto naar de andere vervoerswijzen.

In 2020 en 2021, jaren waarin de pandemie verplichte of leidde tot meer telewerk, is de filedruk zoals gemeten door TomTom met respectievelijk 9% en 5% gedaald ten opzichte van 2019. 


Ook het goederentransport kiest massaal voor de weg

In juli 2013 heeft de Regering een plan aangenomen voor de ontwikkeling van een strategie voor het goederentransport in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het beheer van het goederentransport is immers essentieel om de mobiliteit te verbeteren en de problemen aan te pakken die deze met zich mee brengt, in het bijzonder in stedelijke omgevingen.

Bovendien is het goederentransport een sector die sterk blijft groeien. Volgens het Federaal Planbureau zullen bij een ongewijzigd beleid de goederenstromen (in tonkilometers) in België tussen 2019 en 2040 met 20% stijgen. Het vervoer over de weg zal tot 2040 de belangrijkste transportmodus blijven (77% van de tonkilometers), hoewel de vraag naar spoorvervoer het meest zal stijgen (groei van meer dan 28% van de tkm tegen 2040). 

 

Een tonkilometer (tkm) is het vervoer van een ton goederen over 1 kilometer.

Ook in het Brussels Gewest wordt het goederentransport grotendeels gedomineerd door vervoer over de weg (90%). De stijging van het goederenvervoer wordt bijna volledig geabsorbeerd door het wegtransport, omwille van haar flexibele karakter. De binnenvaart (Kanaal) wordt voornamelijk gebruikt voor zware goederen die in grote hoeveelheden vervoerd worden, vooral bouwmaterialen en brandstoffen (BISA, 2021). En het gebruik van het spoor blijft zeer beperkt (Brussel Mobiliteit, 2017).

Volgens tellingen uitgevoerd door Brussel Mobiliteit in 2012 zouden elke weekdag zo’n 16.500 vrachtwagens en 26.500 bestelwagens in en rond het Gewest rijden. Het zwaar verkeer (>3,5 t) vertegenwoordigt tijdens de week 10% van het verkeer op de Ring en 6% van het verkeer op de toegangswegen naar het Gewest. In de stad neemt het aandeel van het zwaar verkeer af (ongeveer 3% van het stadsverkeer, vooral ter hoogte van de grote assen). Bestelwagens (< 3.5 t) vertegenwoordigen ongeveer 8% van het verkeer tijdens de week, zowel op de grote assen als op de wijkwegen. 

De gegevens afkomstig van de kilometerheffing voor het zwaar verkeer tonen aan dat het aantal km dat door de vrachtwagens wordt afgelegd in het Brussels Gewest lichtjes is gestegen tussen 2016 en 2018 (Brussel Mobiliteit, 2019).

Een paar andere belangrijke cijfers die wijzen op de toename van het aantal verplaatsingen met het openbaar vervoer en de fiets

Uit bovenstaande gegevens blijkt een zeer sterke toename van het aantal verplaatsingen per openbaar stadsvervoer en - in mindere mate - per trein:

  • Het aantal ritten met de MIVB is sinds 2000 meer dan verdubbeld of zelfs verdrievoudigd, afhankelijk van het type openbaar vervoer. In 2019 werd 38% van de ritten met de metro gemaakt, 36% met de tram en 26% met de bus. 
  • De treingegevens hebben betrekking op het aantal reizigers dat in een van de Brusselse stations op een trein is gestapt. Deze zijn sinds 2000 met 18% gestegen. De stations van de noord-zuidverbinding zijn ruim oververtegenwoordigd: 80% van de passagiers die in het BHG een trein hebben genomen, stapte in die stations op. 

In beide gevallen ligt de aanzienlijke daling van het aantal reizigers in 2020 rond de 40-50% en is deze te verklaren door de coronamaatregelen.

 

Ook het aantal fietsers is sinds 2000 sterk gestegen: in 2019 waren er 11 keer meer fietsers in de spits dan in 2000. Ook hier zijn de resultaten voor 2020 en 2021 sterk beïnvloed door de lockdowns.

Het aantal geregistreerde verkeersongevallen waarbij fietsers betrokken waren, is in dezelfde periode ook gestegen, zij het in mindere mate.

Om levens te redden op de weg en om de levenskwaliteit te verbeteren, is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 1 januari 2021 een ‘Stad 30’ geworden. De algemene regel in de straten van de hoofdstad is dus een maximumsnelheid van 30 km/u. Er zijn echter uitzonderingen op sommige grote wegen, waar de maximumsnelheid 50 of 70 km/u is, en in de ontmoetingszones, waar de maximumsnelheid 20 km/u is. In 2022 zullen de zones 30 dus meer dan 80% van de weglengte bestrijken.

Volgens het Kenniscentrum van de mobiliteit van het BHG is het succes van de verplaatsingen met het openbaar vervoer en met de fiets te verklaren door verschillende factoren: de demografische groei en de gevoelige verjonging van de Brusselse bevolking, de evolutie van de verkeersomstandigheden (vertraging van het verkeer) en van de parkeermogelijkheden, de verarming van de bevolking …

De vooruitgang van de fiets kan ook het resultaat zijn van de diverse maatregelen om deze verplaatsingswijze aan te moedigen: ontwikkeling van de gewestelijke en gemeentelijke fietsroutes (in maart 2016 waren er 134 km aangelegde gewestelijke routes) en van een geautomatiseerd netwerk voor de fietsenverhuur (Villo), de ondersteuning van de intermodaliteit fiets/openbaar vervoer (parkings, mogelijkheid om fiets mee te nemen, enz.), de invoering van vervoerplannen (bedrijven, scholen), enz. 

Het luchtverkeer, sterk getroffen door de gezondheidscrisis

Het luchtverkeer op Brussels Airport kreeg begin jaren 2000, midden in de groeifase, een opdoffer door het faillissement van Sabena. In twee jaar tijd daalde het met bijna 20%. Daarna is het tot 2019 in totaal met ongeveer 10% gedaald tot ongeveer 235.000 bewegingen in dat jaar.

Zoals de meeste vervoermiddelen is het luchtverkeer gekelderd als gevolg van de coronacrisis (-50% in 2021 in vergelijking met 2019).

Datum van de update: 23/08/2022

Documenten: 

Factsheet(s)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicatie van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)