U bent hier

Focus : Sociale economie in de afvalpreventie door hergebruik

Actualisering : februari 2020

Tussen 2014 en 2017 produceerden de Brusselse gezinnen elk jaar gemiddeld 339.000 ton afval. Een groot deel van dit volume bestaat uit uitrustingen. In het beste geval wordt dit gerecycleerd, in het slechtste wordt het rechtstreeks verbrand. De uitrustingen die de gezinnen weggooien, zijn echter vaak nog herstelbaar, herbruikbaar of herkwalificeerbaar, en zouden dus een nieuw leven kunnen krijgen. De sociale economie speelt een belangrijke rol in het opnieuw in circulatie brengen van deze voorwerpen en in het creëren van hergebruiklussen die de levensduur van de uitrustingen kunnen verlengen.

Een langere levensduur van de uitrustingen of afvalpreventie door hergebruik

De Brusselse gezinnen hebben geleidelijk de gewoonte aangenomen om hun afval te sorteren. In 2017 werd 43,5% van het afval voorbereid op recyclage en hergebruik [Aandeel en afvalbeheer voorbereid met het oog op hergebruik en recyclage]. Afvalrecyclage blijft echter energie-intensief. Het originele product wordt vernietigd en de nuttige onderdelen worden gescheiden. Bovendien kan slechts een deel van het materiaal nuttig worden toegepast. De niet-recycleerbare onderdelen komen bij het restafval terecht. Hoe meer men dus voorafgaand aan de productie van dit afval kan ingrijpen, hoe positiever de gevolgen voor het milieu. 
Het afval van de gezinnen omvat een groot aandeel uitrustingen die doorgaans in de categorie restafval terechtkomen, terwijl het gebruik ervan verlengd zou kunnen worden, eventueel na herstelling of herkwalificatie. Indien deze afvalstromen pas veel later in het recyclagecircuit en in de verbrandingsoven belanden, helpt dit de ecologische voetafdruk van de Brusselse consumenten aanzienlijk verkleinen.
De ondernemingen van de sociale economie spelen een belangrijke rol in de inzameling van verschillende stromen van gebruikte voorwerpen om ze voor te bereiden voor hergebruik of, eventueel, voor recyclage. De verschillende ingezamelde goederen worden zo goed mogelijk nuttig toegepast en opnieuw op de markt gebracht via tweedehandswinkels, waardoor korte consumptieketens ontstaan.

De actoren van de sociale economie in Brussel

De actoren van de sociale economie kunnen verschillende structuren aannemen: coöperatieven, bedrijven met sociaal oogmerk, verenigingen, stichtingen. Sommige ondernemingen van de sociale economie zijn erkend en gesubsidieerd door het Gewest voor ontwikkeling van de voorbereiding op hergebruik van textiel, groot huisvuil (meubelen, huishoud- en vrijetijdsartikelen) en afval van elektrische en elektronische toestellen. Deze erkenning verleent niet alleen toegang tot subsidies, maar maakt het ook mogelijk aan verminderd btw-tarief te werken. Twee instanties houden zich bezig met de ondernemingen die actief zijn in Brussel: de federatie Ressources vertegenwoordigt de ondernemingen van de sociale economie van het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die actief zijn in afvalvermindering door recuperatie, hergebruik en recycling, en Leefmilieu Brussel beheert de subsidies en zamelt gegevens in over de prestaties van de sector.
Net als de gesubsidieerde bedrijven stijgt het aantal Brusselse ondernemingen dat lid is van de federatie Ressources weinig; dit aantal steeg van 9 naar 12 tussen 2004 en 2016, en daalde weer tot 11 in 2017 (Ressources, 2018. Zie factsheet “Afvalpreventie door hergebruik”). Deze cijfers verhullen echter in- en uitgaande bewegingen, en een zeker verloop kan worden vastgesteld het ene jaar tegen het andere.
De ondernemingen van de sociale economie vertegenwoordigen ook een aanzienlijke bron van jobcreatie, vooral voor laaggeschoolden. Daarnaast biedt de sector mogelijkheden voor arbeidsintegratie. Een nieuw beroep is overigens ontstaan: de valorist, wiens taak erin bestaat het gebruik van hulpbronnen te maximaliseren.

De prestaties van de sector: een potentieel dat verder moet worden ontwikkeld …

Volgens de gegevens van Leefmilieu Brussel zamelen de door het Gewest gesubsidieerde ondernemingen sinds 2010 elk jaar tussen 6.000 en 7.000 ton in. In 2017 werd 6.823 ton ingezameld voor de 4 belangrijkste stromen  (gegevens Leefmilieu Brussel, 2019): textiel, grof huisvuil & brocante, afval van elektrische en elektronische apparaten (AEEA) en computerartikelen. Dit komt neer op 5,8 kg per inwoner.  Een van de obstakels voor verhoging van de verwerkte volumes, is de toegang tot bepaalde stromen en een voldoende grote bewarende inzameling (inzameling met behoud van het potentieel voor herstelling en hergebruik van uitrustingen). Hoewel de huidige resultaten bemoedigend zijn, blijft er nog een aanzienlijk potentieel onaangeboord. In 2015 schatte de federatie Ressources dat ongeveer 10.000 ton uitrustingen extra zou kunnen worden ingezameld en hergebruikt in Brussel, voor alle stromen samen. Het hergebruik kan dus niet verder worden ontwikkeld als er eerst niet meer wordt ingezameld.
Van het totale volume dat in 2017 werd ingezameld door de gesubsidieerde ondernemingen, werd 52% (3.556 ton) effectief aangeboden voor hergebruik na een sorteer- en controlefase, en eventueel na herstelling, schoonmaak en herverpakking. Deze hoeveelheid vertegenwoordigt gemiddeld 3 kg per inwoner per jaar. Recyclage heeft hierin een aandeel van 31%, terwijl 17% van het ingezamelde volume wordt afgevoerd. De resultaten die de federatie Ressources kon optekenen bij haar Brusselse leden zijn vergelijkbaar, met voor 2017 een hergebruikpercentage van 54% tegen 32% recyclage en 14% restafval (afgevoerd). De factsheet “Afvalpreventie door hergebruik” geeft meer informatie over het hergebruik per circuit.

Ingezameld volume, in totaal en per stroom, en bedragen van de subsidies die het Brussels Gewest toekent aan ondernemingen die actief zijn in de sociale economie voor inzameling en behandeling

Bron: Leefmilieu Brussel, gegevens 2019

 
… in een versterkt gewestelijk kader

Door de inspanningen van de ondernemingen van de sociale economie te ondersteunen, kan afvalproductie worden vermeden en kan de levensduur van de uitrustingen worden verlengd. Gezien de huidige uitdagingen op het vlak van leefmilieu, is het vandaag noodzakelijk een kader te definiëren voor de ontwikkeling van het hergebruik van uitrustingen dat is afgestemd op de vraag van gezinnen en professionals. Het vijfde Hulpbronnen- en Afvalbeheerplan (HABP), dat in 2018 werd goedgekeurd door de Brusselse Regering, definieert nieuwe maatregelen ter ondersteuning van de sociale economie door garantie van een conserverende inzameling en toegang tot de ingezamelde hoeveelheden. Zo voorziet het plan de combinatie van mobiele en tijdelijke infrastructuren met klassieke diensten (zoals huis-aan-huisophaling, of diverse inzamelingen door de sociale economie). Het doel is ook te zorgen voor geïntegreerde, professionele en betaalbare inzameldiensten. Bovendien bepaalt het plan dat de actoren van de sector met voorrang en gratis toegang krijgen tot de stromen, of deze nu worden ingezameld door het Agentschap Net Brussel, in het kader van de uitvoering van bepaalde UPV’s of door de gemeenten.  
De inzet van de burgers voor een transitie naar duurzamere manieren om voorwerpen uit ons dagelijkse leven te consumeren, te gebruiken en te beheren, is bovendien een doorslaggevende factor in de evolutie naar een meer circulair beheer van de uitrustingen. De hergebruikactoren moeten bij hun dienstverlening dus rekening houden met de specifieke kenmerken van de bevolking (type van woning, gezinnen zonder auto, enz.) en hun levensfasen (betrekken of verlaten van een woning, geboorte, overlijden, enz.) (zie focus “Motivatie en gedrag van de Brusselaars op het vlak van hergebruik”).
 

Datum van de update: 19/05/2020
Documenten: 

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(’s)