U bent hier

Focus : Motivatie en gedrag van de Brusselaars op het vlak van hergebruik

Actualisering : februari 2020

Bij afvalpreventie door hergebruik zijn initiatieven en netwerken van gebruikers doorslaggevend om hergebruiklussen te creëren. 
Twee recente onderzoeken geven meer inzicht in de motivaties en de struikelblokken van de Brusselaars op het vlak van hergebruik, in de marge voor vooruitgang die mogelijk is, en in de toegepaste hergebruikpraktijken. De kennis die deze onderzoeken hebben opgeleverd, blijkt zeer nuttig voor het bepalen van strategieën voor ontwikkeling en begeleiding van hergebruik in het Brussels Gewest.

Tussen 2014 en 2017 produceerden de Brusselse gezinnen elk jaar gemiddeld 339.000 ton afval. Een groot deel van dit volume bestaat uit uitrustingen. Aangezien ze als afval worden beschouwd, worden deze voorwerpen niet gerecycleerd, maar gaan ze rechtstreeks naar de verbrandingsoven. Deze uitrustingen zijn echter vaak nog herstelbaar, herbruikbaar of herkwalificeerbaar, en zouden dus een nieuw leven kunnen krijgen. Het is van cruciaal belang dat de burger - die eindgebruiker is - wordt betrokken bij een duurzamer beheer van de hulpbronnen. Om een optimaal gebruik en een langere levensduur van de uitrustingen aan te moedigen, is het belangrijk te weten hoe de Brusselaar tegenover hergebruik staat.
Volgens de opinie- en gedragsbarometer 2018 (Dedicated, 2018) is 68% van de respondenten van mening dat hun manier van consumeren een impact heeft op het leefmilieu. Maar in welke mate heeft de Brusselaar belangstelling voor hergebruik en herkwalificatie? Twee onderzoeken uitgevoerd voor Leefmilieu Brussel (Sonecom, 2016 en Egerie Research, 2015) hebben de motivaties en de struikelblokken van de Brusselaars op het vlak van hergebruik in kaart gebracht, samen met de marges voor vooruitgang die mogelijk zijn naargelang van de doelgroep, alsook de toegepaste hergebruikpraktijken volgens uitrustingsstroom. De resultaten van deze onderzoeken vormen een volkomen nieuwe, waardevolle informatiebron voor het definiëren van strategieën voor ontwikkeling en begeleiding van hergebruik in het Brussels Gewest. 

Gunstige factoren en hinderpalen voor hergebruik: interne en externe oorzaken 

Bepaalde aspecten van de huidige context lijken gunstig voor het hergebruik:

  • De gespannen economische context moedigt aan om verspilling te vermijden door de levensduur van voorwerpen te verlengen;
  • Ons samenlevingsmodel dat uitnodigt tot overconsumptie heeft er paradoxaal genoeg toe geleid dat het tweedehandscircuit zich kon ontwikkelen op het niveau van het aanbod;
  • Door de media-aandacht voor het afvalprobleem is hergebruik een sociaal aanvaarde praktijk geworden die perfect past in de tijdsgeest;
  • Afvalbeheer wordt steeds duurder en wordt steeds meer gecontroleerd, wat aanspoort tot nieuw gedrag.

Omgekeerd zijn er aspecten van de context die de keuze voor hergebruik afremmen of beperken. Deze hinderpalen kunnen extern zijn, en verband houden met de sociale context en de omgeving: 

  • Praktische obstakels zijn het plaatsgebrek in kleine stadswoningen, een gebrek aan vervoer om naar het containerpark te gaan, het op dit moment beperkte volume van de grofvuilophalingen aan huis en de zeer hoge tarieven die gespecialiseerde bedrijven hanteren voor het leeghalen van zolders;
  • Moderne voorwerpen die goedkoop worden verkocht, kampen met geplande veroudering en zijn van te lage kwaliteit. Dit betekent vaak dat ze niet lang meegaan maar ook dat tweedehandse alternatieven niet voordeliger zijn.
  • In een samenleving die nog zweert bij het motto dat “geld moet rollen", waarin sociale normen en regels op het vlak van consumptie het koopgedrag bepalen, kan het bijsturen van deze koopgewoonten een bron van emotionele stress zijn. Uit de antwoorden van de bevraagde bevolking blijkt telkens opnieuw dat garantie, veiligheid en de reële waarde de keuze voor hergebruik afremmen.

Interne factoren van emotionele aard die de keuze voor hergebruik beperken, blijken even krachtig als externe factoren. Met name volgende factoren worden aangetroffen:

  • onverschilligheid voor verandering, waaronder gebrek aan tijd of zin om de klassieke consumptiecircuits te verlaten;
  • het principe van "onmiddellijke voldoening”, m.a.w. de wens om iets onmiddellijk te bezitten of zich onmiddellijk te ontdoen van een voorwerp;
  • het wantrouwen om voorwerpen te gebruiken die anderen voor ons al hebben gebruikt of gedragen, de terughoudendheid om ontmoetingen aan te gaan of transacties te doen met onbekenden;
  • gebrek aan kennis over de bestaande initiatieven en de regels van het tweedehandscircuit (onzekerheid over transactiemodaliteiten, over de waarde van voorwerpen, …);
  • een pejoratief of geringschattend oordeel, dat hergebruik bestempelt als vooral bedoeld voor mensen in een onzekere positie. 

Bereidheid tot hergebruik volgens sociaaldemografisch profiel en persoonlijkheidstype

Uit onderzoeken blijkt dat de mate waarin voor hergebruik wordt gekozen, afhangt van het sociaaldemografische profiel en van drijfveren die verschillen volgens het profiel van de gebruikers. Naast een “gezinseffect”, wat erop wijst dat gezinnen met kinderen sneller voor hergebruik kiezen, stellen de onderzoekers ook vast dat jongeren er meer toe geneigd zijn dan ouderen, en vrouwen meer dan mannen. Bovendien identificeren ze typische motivatieprofielen die ingedeeld zijn volgens drie thematische assen: ecologie, maatschappij en voordeel. De resultaten van deze analyse zijn opgenomen in de factsheet ”Afvalpreventie door hergebruik’ 

Modaliteiten van het hergebruik en geschiktheid volgens stroom

Hergebruik vindt plaats via verschillende kanalen en in uiteenlopende omstandigheden. Het kan eenrichtingsverkeer zijn – geven, lenen, huren - of in twee richtingen gaan, zoals bij ruil of tweedehands aan- en verkoop. Het kan met of zonder transactie (voor een herstelling of aanpassing die iemand zelf uitvoert). Zelden wordt voor slechts een vorm van hergebruik gekozen: gebruikers laten hun keuze afhangen van het type van voorwerp (stroom). Afbeelding 1 toont de modaliteiten die de gebruikers verkiezen volgens het type van uitrusting.

Afbeelding 1: Geschiktheid voor hergebruik volgens type van uitrusting

Bron: Kwalitatieve analyse van het gedrag op vlak van hergebruik en herstelling van producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de hand van focusgroepen, Onderzoek uitgevoerd voor rekening van Leefmilieu Brussel door Egérie Research, 2015

De logica kan dus verschillen naargelang van de praktijken en de stromen in kwestie. In de verschillende gevallen kunnen factoren worden herkend die gunstig of ongunstig zijn voor de goede werking van de hergebruikinitiatieven. Deze factoren worden geanalyseerd in de factsheet “Afvalpreventie door hergebruik” , die eveneens de factoren bestudeert die leiden tot aankoop/verkoop van tweedehands voorwerpen, in verband met de activiteiten van de structuren van de sociale economie. 
Verschillende criteria zijn dus van invloed op de keuze voor hergebruik, en zijn bepalend voor de manier waarop aan hergebruik wordt gedaan. Naast de externe obstakels die verband houden met de lokale context, en de interne obstakels die verband houden met wat men zich er persoonlijk bij voorstelt, zijn er enkele sleutelcriteria die de motivatie om voor hergebruik te kiezen, lijken te bepalen: de waarde van het voorwerp, de dringendheid of de noodzaak om zich van een uitrusting te ontdoen of om er een in huis te halen, en de sociaaldemografische toestand (aanwezigheid van kinderen, sociale klasse, levensfase). 

Het engagement van de burgers ontwikkelen en begeleiden

Een actieve inzet van de burgers en de overheid is vereist als we de transitie willen inzetten naar een verantwoordelijker consumptiemodel en een duurzamer hulpbronnenbeheer. Begeleiding van de burgers is hierin cruciaal. Als we het engagement van de burgers op het vlak van hergebruik willen verbeteren, moet duidelijk zijn welke uitdaging het hergebruik voor hen betekent en moet hier ook rekening mee worden gehouden. Dit gaat zowel om de externe obstakels die verband houden met hun sociale omgeving en levenscontext, als de interne obstakels die verband houden met de voorstelling die ze zich maken van hun consumptiewijze en het beheer van de uitrustingen. 

Datum van de update: 19/05/2020
Documenten: 

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

 Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(’s)