U bent hier

Afval voorbereid voor hergebruik en recyclage

Indicator - Actualisering : mei 2022

Van het huishoudelijk afval dat in 2020 werd geproduceerd werd ongeveer 40% selectief ingezameld met het oog op hergebruik en recyclage. De overige 60% wordt voornamelijk verbrand met terugwinning van energie. Dat wil zeggen dat het recyclingpercentage de laatste jaren stabiel is gebleven en dat we de recyclagedoelstellingen van 50% (voor 2020) niet hebben behaald. Maar ook voor het bedrijfsafval, waarvan er jaarlijks namelijk 1,5 keer zoveel wordt verbrandt dan het huishoudelijk afval (in gewicht),moet het afvalbeheer nog sterk worden geoptimaliseerd.
Van het selectief ingezameld huishoudelijk afval zijn de voornaamste stromen: papier-karton, glas, tuinafval, PMD en grof huisvuil. Maar hoe zit het met de andere afvalstromen? En waar is nog ruimte voor verbetering? De analyse van de witte zak leert ons dat deze nog voor bijna 2/3 uit recyclebaar materiaal bestaat, zoals bioafval, PMD, papier-karton etc. Beter sorteren, maar ook hergebruiken, composteren, repareren en vooral afval voorkomen is dus de boodschap!


Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest produceert in totaal ongeveer 1.760.000 ton afval per jaar, volgens de meest recente studie (EcoRes, 2015 ). 

Hoeveel afval wordt elk jaar voorbereid voor hergebruik of recyclage : evolutie van het recyclingpercentage 

Het recyclingpercentage wordt berekend als het gewicht van het huishoudelijk afval voorbereid voor hergebruik en recyclage ten opzichte van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval ingezameld in het Brusselse Gewest. Het huishoudelijke afval dat wordt voorbereid voor hergebruik en recyclage staat gelijk aan het afval dat gesorteerd wordt en selectief wordt ingezameld door alle operatoren in het Brussels Gewest. De totale hoeveelheid huishoudelijk afval omvat zowel het restafval (witte zak) als het selectief ingezamelde afval, exclusief het bouw –en sloopafval en andere stromen (Meer info hieronder). 

In totaal waren de selectief ingezamelde stromen in 2020 goed voor 136.730 ton afval. Het huishoudelijk bouwafval, dat hier niet wordt bijgerekend, was dan goed voor 2.805 ton. Op basis van de jaarlijkse raming werd in 2020 door alle operatoren samen zo’n 343.842 ton huishoudelijk afval ingezameld (zie indicator ‘tonnage huishoudelijk en gelijkgesteld afval’). Het aandeel dat hiervan werd voorbereid voor hergebruik en recyclage zou daarom net geen 40% bedragen. 

Evolutie van de aandelen selectief ingezameld afval en restafval in het huishoudelijk afval in het Brussels Gewest. 

Bronnen: rapportage van diverse actoren voor afvalinzameling zoals Net Brussel, de sociale economie, UPV en buurtcomposten.

Door een methodologische wijziging in 2014 in de berekening van de afvalstoffen opgehaald door Net Brussel kunnen bovenstaande gegevens niet kunnen worden vergeleken met deze van voor de wijziging. Daarom worden enkel de statistieken vanaf 2014 weergegeven.

Zowel het totale volume huishoudelijk afval als het volume van het huishoudelijk afval dat selectief werd ingezameld is min of meer stabiel gebleven over de laatste 7 jaar. Het gewichtspercentage van het selectief ingezamelde afval is steeds rond de 40% gebleven. De schommelingen van de percentages zijn eerder te wijten aan variaties in de hoeveelheid restafval. 

Ter informatie, binnenkort zal het stedelijk afval dat effectief wordt voorbereid voor hergebruik en recyclage in beschouwing worden genomen (afval aan de uitgang van sorteercentra of aan de ingang van de eindinstallatie voor recycling) vanaf het rapportagejaar 2020. 

Evolutie van het selectief ingezameld afval en het restafval per inwoner in het Brussels Gewest. 

Bronnen: rapportage van diverse actoren voor afvalinzameling zoals Net Brussel, de sociale economie, UPV en buurtcomposten.

Door een methodologische wijziging in 2014 in de berekening van de afvalstoffen opgehaald door Net Brussel kunnen bovenstaande gegevens niet kunnen worden vergeleken met deze van voor de wijziging. Daarom worden enkel de statistieken vanaf 2014 weergegeven.

De hoeveelheid selectief ingezameld afval per inwoner kende eveneens een redelijk constant verloop over de voorbije jaren, net zoals het totale volume huishoudelijk afval per inwoner (zie indicator ‘tonnage huishoudelijk en gelijkgesteld afval’).

Er kan geen algemene verbetering worden vastgesteld van de sortering en de selectieve ophalingen van het huishoudelijk afval over de laatste jaren in het Brussels Gewest.

De hoeveelheid gelijkgesteld afval dat samen met het huishoudelijke afval wordt opgehaald door Net Brussel wordt jaarlijks geschat aan de hand van een steekproef (zie hieronder). Het aandeel van het gelijkgesteld afval in het totale volume van de gele (papier-karton) en blauwe (PMD) zakken varieert enigszins van jaar tot jaar en wordt daarom berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 jaar. Gemiddeld wordt het respectieve aandeel gelijkgesteld afval in beide stromen op 22% en 28% geschat over de periode 2016-2019 (Net Brussel, 2020). 

Welke afvalstromen worden voorbereid voor hergebruik en recyclage?

In het algemeen is de hoeveelheid afval dat werd gesorteerd en selectief werd ingezameld de laatste jaren eerder stabiel gebleven, al zijn er wel stromen waarvoor er verbetering kan worden vastgesteld over de periode van 2015-2020, met name voor: 

  • groen en voedingsafval (+5262 ton of 25%) 
  • hout en houten paletten (+2410 ton of 26%)
  • AEEA (+919 ton of 16%)
  • textiel (+550 ton of 12%)

Aandeel van de afvalstromen in het huishoudelijk afval dat wordt voorbereid voor recyclage en hergebruik (gewichtsprocent)

Bronnen: rapportage van diverse actoren voor afvalinzameling zoals Net Brussel, de sociale economie, UPV en buurtcomposten.

Verpakkingsglas: ophaling via glasbollen en kiepcontainers op wielen
Groen- en voedingsafval : tuinafval (groene zak), voedingsafval (oranje zak) en kerstbomen
PMD: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (blauwe zak)
Grof huisvuil en het daarmee gelijkgestelde afval: tapijten, oude matrassen, sanitair, behangpapier, meubelen, enz. aan huis opgehaald door Net Brussel, ingezameld via containerparken of bedrijven van de sociale economie en ophalingen van het grof vuil dat wordt achtergelaten op de weg (door sluikstorten). 
Hout: B hout (behandeld maar niet geïmpregneerd hout) en houten paletten die naar een gewestelijk containerpark worden gebracht.
AEEA: Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
Metalen: Gerecupereerde metalen na afvalverbranding voor energierecuperatie en selectief ingezamelde metalen
Andere niet-UPV stromen: piepschuim, chemicaliën buiten UPV, vlak glas, kabels, fotografische producten, etc.
Andere plastics: harde plastics (emmers, dozen, speelgoed, gieters), soepele plastics (films), bloempotten, plastic kratten, etc.
Andere UPV-stromen: Batterijen en accu's, oliën en vetten, geneesmiddelen, etc.

 

De traditionele selectieve inzamelingen van verpakkingsglas, papier-karton, groen en voedingsafval en PMD vormen meer dan de helft (63%) van het huishoudelijk afval voorbereid voor hergebruik en recyclage. Ook het grof huisvuil vertegenwoordigt een groot aandeel (16%). De rest bestaat uit houtafval, AEEA, textiel, metalen, autobanden en diverse materiaalstromen die niet onder de terugnameplicht vallen (piepschuim, chemicaliën buiten UPV, vlak glas en kabels). De stromen met andere plastics dan die verzameld via de PMD en de andere stromen die onder de terugnameplicht vallen (batterijen en accu's, oliën en vetten en geneesmiddelen) vertegenwoordigen elk minder dan 1% van het totale tonnage aan selectief ingezameld afval.

Waar is er nog ruimte voor verbetering? 

Op vlak van sortering en selectieve inzameling van het huishoudelijke afval is er nog steeds veel potentieel tot verbetering voor verschillende stromen. Zo zou de witte zak van huishoudelijk afval bijvoorbeeld nog 65% aan recyclebare materialenstromen bevatten (in gewicht), zoals plastics, textiel, glas, metaal, papier-karton, maar voornamelijk bioafval (zo’n 40%). Vóór 2024 zal daarom de sorteringsplicht voor voedings- en groenafval ingevoerd worden voor huishoudens. Ook composteren wordt extra aangemoedigd, onder andere door middel van 200 nieuwe wijkcomposten. Daarnaast werd het gamma van verpakkingen die in de blauwe zak mogen in 2021 uitgebreid zodat deze nu (bijna) alle plastic verpakkingen aanvaardt. Door het uitbreiden en vereenvoudigen van het gamma aanvaarde PMD-verpakkingen hoopt men het recyclingpercentage van het plastic verpakkingsafval te verhogen, een groep die nog 10% van de witte zak uitmaakt.  
Samen met andere maatregelen -zoals de invoer van verplichte aparte inzameling van textiel- en vormen van ondersteuning, hoopt men zo de recyclage en de voorbereiding voor hergebruik van huishoudelijk afval op te schroeven. 

Naast beter sorteren en recycleren is er ook nog veel ruimte tot verbetering op vlak van afvalpreventie. De Zero Waste Challenge bijvoorbeeld, leerde ons dat het mogelijk is voor huishoudens om tot 5 maal minder restafval te produceren. Niet enkel door beter te sorteren om hun restafvalzak te doen slinken, maar ook door het toepassen van andere zero-waste praktijken zoals hergebruik, reparatie, composteren, bewust consumeren… konden ze hun totale afvalproductie verminderen.

Van het bedrijfsafval in Brussel wordt momenteel slechts 35% gerecycleerd. In totaal wordt jaarlijks zo’n 330.000 ton professioneel afval (exclusief bouw- en sloopafval) verbrand. Dat is 1,5 keer zoveel dan het huishoudelijk afval, waarvan zo’n 210.000 ton restafval naar de verbrandingsoven werd gebracht (zie vorige paragraaf). Ondanks de verplichting tot sortering en het afsluiten van een afvalinzamelcontract is er dus nog veel werk aan de winkel op vlak van professioneel afval. Het is daarom belangrijk dat het Gewest, naast versterking van de controle, producenten van niet-huishoudelijk afval (bedrijven, winkels, gemeenten, scholen, sportverenigingen, enz.) steunt en begeleidt en stimuleert in de weg naar een optimaal afvalbeleid. Hiervoor werd onder meer de facilitator bedrijfsafval ontwikkelt, en een facilitator specifiek voor het beheer van professioneel bioafval. 

In het Brussels Gewest zijn de installaties voor afvalverwerking en energieproductie (o.a. door de afvalverbrandingsoven van Neder-Over-Heembeek) één van de bronnen van buitenluchtverontreiniging (zie indicator ‘Emissies van fijne deeltjes ’).

Een verminderde hoeveelheid restafval betekent dus dat minder afval dat naar de incinerator moet. Op termijn zou dit zelfs kunnen leiden tot sluiting van één van de Brusselse verbrandingsovens, wat dan weer een positief effect zou kunnen hebben op onze luchtkwaliteit.

Ten slotte is verdere optimalisatie van de afvalophalings- en verwerkingsinfrastructuren noodzakelijk om het afvalbeheer in het Brussels Gewest te verbeteren. 

Hoe ver staan we van de doelstellingen voor hergebruik en recyclage ?

Teneinde de lidstaten te oriënteren naar een grotere efficiëntie in het gebruik van grondstoffen, water en energie, legt de Europese kaderrichtlijn betreffende afvalstoffen (2008/98/EG, gewijzigd door 2018/851) een hiërarchie op voor de manieren waarop afval beheerd wordt, die werd opgenomen in de Brusselse ordonnantie betreffende afvalstoffen van 14 juni 2012, en bestaat uit 5 niveaus:

  1. Preventie: voorkomen van het ontstaan van afval
  2. (Voorbereiding voor) hergebruik: voor dezelfde of voor een andere functie
  3. Recyclage 
  4. Nuttige toepassing: In de praktijk komt dit vaak neer op energieterugwinning
  5. Eliminatie: verbranden zonder energieterugwinning of storten (niet meer van toepassing in het Brussels Gewest) 

Eén van de voordelen van hergebruik en recyclage is dat de gerecycleerde grondstoffen of de grondstoffen waarvan de levenscyclus verlengd wordt bij hergebruik, vaak een veel lagere milieu-impact hebben dan primaire grondstoffen. Daarom wordt in het Pakket circulaire economie van de Europese Commissie (2020) benadrukt dat we de overgang moeten maken naar een circulaire economie waarbij we hulpbronnen zoveel mogelijk hergebruiken en bijna geen restafval produceren. Om het proces van hergebruik en recyclage te optimaliseren, zijn er essentiële voorwaarden: 

  1. Gezinnen en bedrijven dienen hun afval zoveel en zo goed mogelijk te sorteren
  2. Burgers en bedrijven moeten zich engageren om het concept van hergebruik zo veel mogelijk toe te passen  
  3. Openbare afvalbeheerders dienen de nodige middelen te krijgen om de selectieve inzamelingen te organiseren en de geschikte beheers- en verwerkingsinstallaties te ontwikkelen. 

De Europese doelstellingen inzake voorbereiding voor hergebruik en recycling werden opgenomen in het Brusselse Hulpbronnen –en Afvalbeheerplan en houden in om tegen 2025 55% van het gewicht van het stedelijk afval voor te bereiden met het oog op hergebruik of recyclage. Tegen 2030 en 2035 zou dit respectievelijk 60% en 65% moeten bereiken. Tegen 2020 diende dit 50% te zijn voor het huishoudelijk afval.

De doelstelling inzake voorbereiding voor hergebruik en recycling voor 2020 (recyclage van 50% huishoudelijk afval) werd niet bereikt.

Om de recyclingdoelstellingen te halen moeten we dus beduidend meer afval recycleren en hergebruiken en minder afval verbranden, zodanig dat tegen 2030 de gewichtsverhouding 40/60 wordt omgedraaid (zie fig. Evolutie van de aandelen selectief ingezameld afval en restafval in het huishoudelijk afval in het Brussels Gewest). Om hiertoe te komen zal het noodzakelijk zijn om niet enkel beter te sorteren, maar ook praktijken zoals hergebruik, reparatie, composteren etc. toe te passen en vooral afvalproductie te voorkomen. 

Overeenkomstig de Europese richtlijn hadden de Gewesten ervoor gekozen om de Europese verplichtingen, met name de berekening van het percentage dat voorbereid wordt op hergebruik en recyclage, enkel op het huishoudelijk afval toe te passen voor de rapportering tot en met het jaar 2019 (Europese Commissie, 2011). Vanaf 2020 wordt de berekeningsmethode van het recyclingpercentage aangepast. Dit houdt onder andere in dat niet enkel de hoeveelheid huishoudelijk afval, maar het totale volume stedelijk afval in beschouwing zal worden genomen (zie onderstaande inzet voor definities). Ook wordt vanaf de herziening van de berekening enkel rekening gehouden met het afval dat daadwerkelijk wordt voorbereid voor hergebruik en recyclage (input of final treatment process), en wordt niet meer al het gesorteerde afval meegeteld (output of sorting).

Wat is het onderscheid tussen huishoudelijk, gelijkgesteld en stedelijk afval? 

Het huishoudelijk afval is het afval dat voortkomt van de normale huishoudelijke activiteiten. Het afval van dezelfde aard en samenstelling als het huishoudelijk afval, maar dat wordt opgehaald bij professionals (kantoren, scholen, besturen, kleine handelszaken, gemeenschappen, horecazaken, enz.), wordt gelijkgesteld afval genoemd. Het stedelijk afval omvat zowel het huishoudelijk als het gelijkgestelde, en het afval van markten, openbare vuilnisbakken, afval dat op de openbare weg werd achtergelaten en afval dat voortkomt uit het schoonvegen en reinigen van de straten. Hieronder horen niet het productieafval en afval van landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval.

Het huishoudelijk afval dat wordt ingezameld bevat vaak een aandeel aan gelijkgesteld afval. Ondanks de wettelijke verplichting om hun afval te sorteren en een commercieel contract te sluiten met een erkende afvalinzamelaar (een private, zoals Renewi, Sita,… of een publieke, zoals Net Brussel) maken sommige professionals gebruik van de inzamelingen van huishoudelijk afval om zich goedkoop van hun afval te ontdoen. Daarnaast is de exacte hoeveelheid gelijkgesteld afval ingezameld door de private organisaties momenteel nog niet gekend en wordt een deel van het afval dat wordt geproduceerd in Brussel naar buiten het gewest vervoerd. 

Het volume gelijkgesteld afval dat wordt geproduceerd in het Brussels Gewest is dus niet nauwkeurig gekend. Het is nochtans belangrijk om de hoeveelheden huishoudelijk en gelijkgesteld afval apart te kunnen bepalen, om te kunnen beoordelen of bepaalde doelstellingen bereikt zijn. De aandelen van het huishoudelijk en het gelijkgesteld afval in het aan huis opgehaalde afval worden daarom  jaarlijks geraamd aan de hand van een studie uitgevoerd door Net Brussel in samenwerking met de ULB. Deze studie is gebaseerd op een steekproef bij 5000 voorbeeldgezinnen die representatief zijn voor de Brusselse bevolking waarbij het opgehaalde afval wordt gewogen en geëxtrapoleerd naar het hele Gewest om jaarlijks de afvalproductie door de huishoudens te schatten. Het verschil tussen deze hoeveelheid en het totale volume dat wordt opgehaald door Net Brussel wordt toegeschreven aan het gelijkgesteld afval. Deze studie wordt toegepast op het restafval (witte zak), de PMD (blauwe zak) en het papier-karton (gele zak).
(Zie indicator huishoudelijk en gelijkgesteld afval).

Voor verpakkingen en het verpakkingsafval heeft Europa een aparte wetgeving (richtlijn 94/62/EG, gewijzigd door 2018/852/EG) ontwikkeld gezien hun korte levensduur en niet te verwaarlozen impact op het leefmilieu. De richtlijn legt specifieke recyclingdoelstellingen op, uitgesplitst per materiaal.

Om aan de Europese doelstellingen tegemoet te komen, werd er via een samenwerkingsakkoord tussen de drie Gewesten een gemeenschappelijke structuur opgezet voor het beheer en de preventie van verpakkingsafval: de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC) . Deze Commissie is onder andere belast met de controle van de ondernemingen die verpakkingen op de Belgische markt brengen en het controleren van de erkende instanties Fost Plus en Val-i-Pac. Deze organismen staan in voor het tot uitvoering brengen van de verplichting tot terugname van de verpakkingen door de producenten, ofwel de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor verpakkingsafval. Terwijl Fost Plus  bevoegd is voor de opvolging en evaluatie van de huishoudelijke verpakkingen (PMD, papier-karton en glasafval), is Val-i-Pac   verantwoordelijk voor het beheer van bedrijfsmatig verpakkingsafval (bijv. kartonnen dozen, paletten, vaten, folie rond paletten,…).

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)  

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn bepaalde afvalstromen onderworpen aan het principe van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), of het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Dat betekent dat voor bepaalde afvalstromen (verpakkingen, minerale oliën, batterijen en accu’s, elektrische en elektronische apparatuur (EEA), banden, voertuigen, voedingsolie en –vetten, geneesmiddelen, en vanaf midden 2022 eveneens matrassen…) de producent of de importeur wettelijk verplicht is om de afvalstoffen van de producten die hij in de handel heeft gebracht, terug te nemen om een doeltreffend beheer te verzekeren en om de doelstellingen inzake hergebruik, recyclage en nuttige toepassing te bereiken. 
In de praktijk zamelt hij ofwel zelf de afvalstoffen in, eventueel via tussenkomst van de detailhandelaars die het oude product terugnemen bij aankoop van een nieuw product, ofwel vertrouwt hij deze taak toe aan door de sector opgerichte beheerorganismen. Voor bepaalde, aan de UPV onderworpen sectoren bestaan specifieke beheersorganismen voor de inzameling en recycling van afvalstoffen zoals Recupel, Bebat, Febelauto, Recytyre, Fost Plus, Val-I-Pac…  (Zie documentatiefiche UPV).

Hoe wordt het huishoudelijk afval in Brussel voorbereid voor hergebruik en recyclage?

Sinds 2010 zijn de Brusselse gezinnen verplicht hun huishoudelijk afval te sorteren en deel te nemen aan de selectieve ophalingen. 
De verschillende actoren verantwoordelijk voor de selectieve inzameling van het huishoudelijk afval in het Brussels Gewest zijn:

  • Net Brussel via selectieve huis-aan-huis ophalingen en via diverse inzamelpunten (zoals de gewestelijke containerparken, glasbollen, inzamelpunten voor chemisch afval (proxy chimik). De voornaamste afvalstromen die langs deze weg worden ingezameld zijn:
    • Schoon papier en karton (ophaling in gele zakken of gele rolcontainers); 
    • PMD-afval/verpakkingen (ophaling in de blauwe zakken); (sinds februari 2021 is het gamma van de blauwe zak uitgebreid en wordt de meerderheid van de plastic verpakkingen toegelaten. Voordien werden enkel plastic flessen en flacons toegelaten naast de metalen verpakkingen en drankkartons.) 
    • Groen- of tuinafval (ophaling in groene zakken), gebundelde takken en kerstbomen; 
    • Voedingsafval (ophaling in oranje zakken);
    • Verpakkingsglas (hol glas): enkel flessen, bokalen en andere flacons in doorzichtig glas (via glasbollen of rolcontainers);
    •  Huishoudelijk chemisch afval (ingezameld via de gewestelijke containerparken en de ProxyChimiks).
  • Gesubsidieerde gemeentelijke containerparken; 
  • De wijkcomposten; 
  • De systemen van de sociale economie (afgedankte elektrische en elektronische apparaten of AEEA, textiel, grof huisvuil, ...); 
  • De verantwoordelijken voor verplichte terugname (UPV). 

Het papier en karton dat selectief wordt ingezameld door Net Brussel of bepaalde privéfirma’s wordt naar het sorteercentrum Recyclis  in Vorst overgebracht. De installaties van Recyclis (gemoderniseerd in 2012 en uitgerust met optische sorteerfunctie) hebben een jaarlijkse verwerkingscapaciteit van 80.000 ton papier-karton. 
Het sorteren van het Brusselse PMD gebeurde tot in 2020 bij Recyclis. Door de lancering van de ‘nieuwe blauwe zak’ was er nood aan extra capaciteit en nieuwe technologie om de verschillende materiaalstromen uit te sorteren. Het Brusselse PMD wordt daarom verwerkt in het nieuwe sorteercentrum PreZero bij Gent met een sorteercapaciteit van ongeveer 80.000 ton per jaar. In de toekomst zal ook worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van plaatselijke recyclagecircuits.
Het groenafval dat wekelijks aan huis wordt opgehaald, ingezameld via de containerparken en wordt aangeleverd door tuinbouwbedrijven wordt hoofdzakelijk tot compost verwerkt door Brussel-Compost in Vorst. De geproduceerde compost wordt vervolgens verkocht. De rest wordt naar Indaver in Grimbergen gebracht.
Het voedingsafval wordt overgebracht naar een biomethanisatie-installatie in Ieper, omdat het Gewest zelf momenteel niet beschikt over een biomethanisatiecentrum. Daar worden uit het afval biogas en digestaat, onverteerd organisch afval, gegenereerd. Het digestaat wordt vervolgens ter plaatse gecomposteerd.
Het niet-gesorteerde huishoudelijke afval (voornamelijk restafval) gaat naar de verbrandingsoven van Brussel-Energie in Neder-Over-Heembeek waar de geproduceerde stoom de turbines van een elektriciteitscentrale en een warmtenet aandrijft. De metalen die overblijven na verbranding worden gerecupereerd voor recyclage. 

Datum van de update: 17/06/2022

Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel met de gegevens

Factsheets

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma’s

Besluiten en Ordonnanties