U bent hier

Energieverbruik, globaal en per sector

In 2013 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 22.539,1  GWh verbruikt.
Voor alle sectoren samen kende het totaal eindverbruik in 2013 weliswaar een stijging van
6% in vergelijking met 1990, maar globaal genomen daalde het tussen 2004 en 2013 (-11%,
-14% met klimaatcorrectie).
De voornaamste energieverbruiker is de residentiële sector (de woningen vertegenwoordigen 39% van het totale verbruik in 2013), gevolgd door de tertiaire sector (35%) en het transport (22,3%).

Context

Met de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdeelde energie kan worden beantwoord aan tal van noden: de verwarming van gebouwen in de woonsector en de tertiaire sector, elektrische en elektronische uitrustingen, transport, industriële productie, ...
Dat energieverbruik ligt aan de oorsprong van de uitstoot van vervuilende stoffen in de lucht, waarvan de milieu-impact wordt ingeschat via andere indicatoren (zie hoofdstuk Lucht).
De gegevens over het gewestelijk energieverbruik komen uit de “energiebalans” die de energiehoeveelheden beschrijft die worden ingevoerd, geproduceerd, getransformeerd en verbruikt in het Gewest in de loop van een bepaald jaar. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) beschikt over dergelijke balansen sinds 1990. De jongste balans die in gevalideerde vorm beschikbaar is, heeft betrekking op 2013. Er is een belangrijke herziening van de methodologie voor de uitwerking van de Brusselse energiebalans aan de gang. Dat zal een invloed hebben op het resultaat van deze indicator op basis van de gegevens over 2014.

Welke hoeveelheid energie wordt in het Brussels Gewest verbruikt ?

In 2013 verbruikte het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 22.539,1 GWh (eindverbruik voor energie en niet-energie), waarbij de voornaamste energiedragers aardgas (43%), brandstoffen en andere olieproducten (30%) en elektriciteit (25%) waren.

Uitsplitsing van het eindverbruik van energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest per sector en aanwending (2013, totaal = 22313 GWh)
Bron: Energiebalans 2013 van het BHG

Répartition de la consommation finale énergétique en Région bruxelloise par secteur et type d’usage
De toegekende oppervlakten zijn evenredig met het aandeel in het totaal energieverbruik, van de sector of de aanwending. De cijferwaarden zijn uitgedrukt in GWh x 10³

De grootste energieverbruiker is de huisvestingssector (woningen, 39% in 2013), gevolgd door de tertiaire sector (35%) en de transportsector (22%, dit laatste aandeel is een schatting gebaseerd op met name de Belgische verkoopcijfers van de voertuigbrandstoffen, cijfers die over de drie gewesten werden verdeeld).

Evolutie van het totaal Brussels verbruik

Evolutie van het uiteindelijk jaarlijks energieverbruik tussen 1990 en 2013, voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met en zonder klimaatcorrectie
Bron : Energiebalansen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Evolutie van het uiteindelijk jaarlijks energieverbruik tussen 1990 en 2013, voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met en zonder klimaatcorrectie
(OVW : deze berekening houdt rekening met de onderste verbrandingswaarde van elk brandstoftype, d.w.z. van de hoeveelheid thermische energie die, bij verbranding van de brandstof, vrijkomt per massa-eenheid)
We herinneren eraan dat de klimaatcorrectie moet dienen om de invloed van de meteorologische kenmerken op het betreffend jaar aan het licht te brengen (GD 15/15) en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij een constant klimaat (in vergelijking met het klimaat 1990 hier).

In 2013 steeg het totale eindverbruik met 6% in vergelijking met dat in 1990. De recente trend toont echter een duidelijke verbetering van de situatie : tot in 2004 stijgt het eindverbruik, maar vervolgens daalt het globaal gezien.
Die trend is duidelijker als we de evolutie van het eindverbruik bij een constant klimaat analyseren :

  • Het Brussels eindverbruik van energie in 2013 is gelijk aan dat van 1990.
  • De analyse van de resultaten per sector toont echter verschillende evoluties: een stijging voor de tertiaire sector (+23%), een uitgesproken daling voor de industrie (-36%), een beperkte daling voor het transport ( 3%) en een stabilisering voor de huisvesting (maar een daling sinds 2004 : -7%).
  • Van 2004 tot 2013 daalde het totaal eindverbruik, voor alle sectoren samen (met klimaatcorrectie) met 14%.

Verklarende factoren

Het verbruik door vooral de huisvestingssector en in mindere mate door de tertiaire sector (en zelfs door de industriële sector in het geval van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) hangt nauw samen met de klimaatschommelingen, omdat deze bepalend zijn voor de verwarmingsbehoeften.

Door de “klimaatcorrectie” van het energieverbruik kunnen wij een raming maken van het verbruik bij constant klimaat (in dit geval in vergelijking met het klimaat van 1990) om de invloed van de meteorologische kenmerken op het betreffende jaar aan het licht te brengen. Zo werden de koudere jaren 2008, 2010, 2012 en 2013 gekenmerkt door een hoger reëel verbruik dan de jaren 2007, 2009 en 2011.

De evolutie van het verbruik is tevens het resultaat van andere conjuncturele evoluties zoals meer bepaald deze die samenhangen met de energieprijzen. Bij een constant klimaat wordt op die manier de daling van het energieverbruik zoals deze blijkt uit de waarnemingen van de jongste jaren, met name verklaard door de belangrijke prijsstijgingen sinds de herfst van 2007.

De evolutie van het verbruik wordt anderzijds ook beïnvloed door basistrends, zoals:

  • de evolutie van de bevolking, haar levensstandaard en haar consumptiegewoonten, en de evolutie van het woningpark;
  • de evolutie van de economische activiteit (productie, park, ...) en de hiermee gepaard gaande werkgelegenheid;
  • de evolutie van de omvang en kwaliteit van de uitrusting van de gezinnen en de ondernemingen (voertuigenpark, elektrische en elektronische uitrustingen, …);
  • het effect van gedrag, opgelegd (bijvoorbeeld via reglementeringen) of vrijwillig (ingevolge een sensibilisering van de bewoners of beheerders van gebouwen), dat het energieverbruik beperkt. Het energie- en mobiliteitsbeleid dat wordt gevoerd door de overheid speelt hier ook een rol.
Datum van de update: 30/05/2020