U bent hier

Productie van hernieuwbare energie

"Hernieuwbare energie" is energie die geen “voorraden” van beperkte bronnen aantast. Het potentieel voor de productie van hernieuwbare energie op het grondgebied van het Gewest is zeer klein.
In 2013 bedroeg de primaire productie van energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 633,9 GWh (waarvan 261,6 op basis van ingevoerde brandstoffen), aan de oorsprong van 397,6 GWh effectief bruikbaar (netto-elektriciteit, warmte en brandstoffen).
Het grootste deel van de elektriciteit en warmte van die productie komt uit de exploitatie van biomassa (respectievelijk  67% en 69%). "Bio"brandstoffen vormen de belangrijkste bron van hernieuwbare energie voor het transport.

Context

Hernieuwbare energie is energie waarvan de exploitatie geen “voorraden” van beperkte bronnen aantast (zonnestraling, windkracht, aardwarmte, rivierstroming, zeebewegingen). Vanuit milieuoogpunt is dit type van energie vooral interessant omdat het het gebruik van fossiele brandstoffen afremt én de bijhorende emissies hierdoor afnemen. Dit draagt bij tot de initiatieven om te voldoen aan het protocol van Kyoto en aan de andere engagementen op Europees en internationaal niveau die een vermindering van de broeikasgasemissies na 2012 beogen.

De productie van energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een klein en dicht bevolkt gebied. Het lokale potentieel voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen is dus zeer klein. Het Gewest kent sinds enkele jaren echter een bemoedigende evolutie. Zo is de primaire energieproductie op basis van hernieuwbare bronnen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geraamd op 372,3 GWh in 2013. Ter aanvulling werd 261,6 GWh primaire hernieuwbare energie geproduceerd op basis van vectoren die door het Gewest worden ingevoerd (voor 90 % van hout, net als biobrandstoffen).
Alles samen (dus 633,9 GWh) ligt dit aan de oorsprong van 399,8 GWh bruto energieproductie (bruto elektriciteit, warmte en brandstoffen ; wat overeenkomt met 397,6 GWh daadwerkelijk verbruikbaar of nettoproductie).

Evolutie van de op het grondgebied van het Brussels Gewest geproduceerde energie uit hernieuwbare bronnen
Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2013 (ingediend in 2015) – tussentijds rapport over de primaire productie
Evolutie van de op het grondgebied van het Brussels Gewest geproduceerde energie uit hernieuwbare bronnen

1. Hernieuwbare elektriciteit

De netto hernieuwbare elektriciteitsproductie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedroeg 106,1 GWh in 2013.
Twee circuits zorgen voor de gestadig aangroeiende productie van elektriciteit op basis van hernieuwbare energiebronnen: biomassa en zonnepanelen.
Het grootste deel (67% in 2013) van de elektriciteit die in het BHG wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen komt uit de exploitatie van biomassa, die verschillende vormen kan aannemen:

  • Vast: afval, meer bepaald de organische fractie van de witte zakken die behandeld worden door de afvalverbrandingsoven van Neder-Over-Heembeek (deze is gekoppeld aan een turbine met een vermogen van 45 MW). In 2013 werd op die manier bijna 440.000 ton huishoudelijk afval verwerkt waarvan de organische fractie volgens een analyse van de inhoud van de vuilnisbakken 56% bedraagt. Dit leverde nagenoeg 63 GWh aan netto hernieuwbare energie.
  • Vloeibaar: koolzaadolie die benut wordt in installaties voor warmtekrachtkoppeling. Deze biobrandstof wordt ingevoerd, maar wordt gevaloriseerd op het grondgebied van het Gewest en wordt dus beschouwd als lokale productie. Zo werd 1,8 GWh netto hernieuwbare elektriciteit geproduceerd;
  • Gasvormig: biogas gewonnen uit de vertering van zuiveringsslib op de site van het waterzuiveringsstation-noord uitgebaat door Aquiris waar een deel van het afvalwater van het Gewest wordt behandeld, en benut in installaties voor warmtekrachtkoppeling. Zo werd 6,3 GWh netto hernieuwbare elektriciteit geproduceerd.

Sinds 2007 neemt de productie van elektriciteit m.b.v. zonnepanelen gestadig toe. In 2013 zou  35,1 GWh geproduceerd zijn, wat overeenkomt met 33% van de netto hernieuwbare elektriciteitsproductie in het BHG. De in 2013 vastgestelde stijging wordt hoofdzakelijk verklaard door nieuwe grote installaties die in of door privébedrijven werden opgetrokken.

Evolutie van het gecumuleerd vermogen en van de totale nettoproductie met zonnepanelen in het Brussels Gewest
Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2013 (ingediend in 2015) – tussentijds rapport over de primaire productie

Evolutie van het gecumuleerd vermogen en van de totale nettoproductie met zonnepanelen in het Brussels Gewest
2. Hernieuwbare warmte
De hernieuwbare circuits voor de productie van warmte (en koude) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn zonne-energie (thermische zonne-energie), biomassa (vloeibaar, vast en gasvormig) en warmtepompen. De hoeveelheid energie die voor de verwarming wordt geproduceerd, hangt logischerwijs samen met de weersomstandigheden.
De hernieuwbare warmteproductie bedroeg 93,4 GWh in 2013. Vaste biomassa vormt de hoofdbron (69% in 2013).

Evolutie van de gewestelijke circuits voor de bruto productie van warmte/koude vanuit hernieuwbare energiebronnen in het Brussels Gewest (2005-2013)
Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2013 (ingediend in 2015) – tussentijds rapport over de primaire productie
Ter herinnering: hoe hoger het aantal graaddagen (GD 15-15), hoe kouder het jaar

Evolutie van de gewestelijke circuits voor de bruto productie van warmte/koude vanuit hernieuwbare energiebronnen in het Brussels Gewest (2005-2013)
3. Hernieuwbare energie in het vervoer
De belangrijkste hernieuwbare energiebron die voor het transport wordt aangewend, zijn de “bio”brandstoffen (biodiesel en bio-ethanol, ingevoerd in het BHG) die aanwezig zijn in de voertuigbrandstoffen die aan de pomp worden verkocht (ingevoerd in het Brussels Gewest volgens een hoeveelheid geraamd op basis van de Belgische verkoop van 198,1 GWh in 2013).

Hernieuwbare energie en het interne bruto-eindverbruik van energie

De Europese richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen hanteert een streefcijfer van 20% voor het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto-eindverbruik van energie tegen 2020. De inspanningen werden verdeeld over de verschillende lidstaten in functie van de kenmerken van hun economie. Het streefdoel voor België is 13% hernieuwbare energie in zijn totaal bruto energieverbruik en 10% in de transportsector. Het aandeel van Brussel werd bepaald in het kader van de Burden sharing en vertegenwoordigt een verbruik op basis van hernieuwbare energiebronnen van 0,073 Mtoe in 2020.
Om deze berekening te maken, introduceert de richtlijn de notie van bruto binnenlands verbruik, dat neerkomt op het totaal eindverbruik verhoogd met de eigen consumptie van elektriciteit en warmte in de centrales alsook met de verliezen op het netwerk. Aangezien de gegevens over koeling in het Gewest niet voorhanden zijn, wordt er geen rekening mee gehouden bij deze berekening.
Volgens de methodologie van richtlijn 2009/28/EG komt de geplande bruto productie van hernieuwbare energie overeen met de primaire energie uit hernieuwbare bronnen (hierboven gedetailleerd, d.w.z. 399,8 GWh in 2013), waarbij een raming wordt opgeteld van het elektriciteitsverbruik van hernieuwbare oorsprong, gebruikt door het spoorverkeer (geraamd op 65,9 GWh), d.i. een totaal van 466 GWh (of 0,04 Mtoe).   
In 2013 bedroeg het aandeel van hernieuwbare energie in het bruto binnenlands verbruik van het Gewest, in de zin van richtlijn 2009/28/EG (bruto productie van hernieuwbare energie/bruto binnenlands verbruik d.w.z. 466 GWh/22584 GWh) 2,06%. Dat aandeel neemt sinds 2006 gestaag toe. We moeten wel preciseren dat de sprong tussen 2008 en 2009 voor het transport verklaard wordt door een wijziging in de methode voor de raming van het verbruik van elektriciteit van hernieuwbare oorsprong door het spoorverkeer.

Evolutie van het aandeel van hernieuwbare energie (gedefinieerd zoals in de richtlijn 2009/28/EG) in het intern bruto energetisch eindverbruik van het Brussels Gewest
Bron: Gewestelijke energiebalans voor 2013 (ingediend in 2015) – tussentijds rapport over de primaire productie
Evolutie van het aandeel van hernieuwbare energie (gedefinieerd zoals in de richtlijn 2009/28/EG) in het intern bruto energetisch eindverbruik van het Brussels Gewest

Datum van de update: 30/05/2020