U bent hier

Aandeel van groene elektriciteit in het verbruik van het Gewest

Context

Hernieuwbare energie stemt overeen met energie waarvan de exploitatie geen “voorraden” uitput (het gaat om zonnestraling, windkracht, warmte van de aarde, stroming van rivieren, getijden van de zee). Voor het milieu zijn de voornaamste voordelen van het gebruik van hernieuwbare energie het gereduceerd gebruik van fossiele brandstoffen en de beperking van de hiermee gepaard gaande emissies. Het opteren voor hernieuwbare energie draagt bijgevolg bij tot de initiatieven die erop gericht zijn om het Protocol van Kyoto na te komen maar ook de andere verbintenissen die het Gewest heeft aangegaan op Europees en internationaal vlak met het oog op een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen na 2012.

Met dit doel voor ogen alsook om de autonomie van de Europese Unie op het vlak van energie te vergroten, is het objectief van de richtlijn 2009/28/EG om 20 % van de fundamentele behoeften aan energie, te dekken met hernieuwbare energie tegen 2020. De te leveren inspanningen werden verdeeld over de lidstaten in functie van hun karakteristieken; het streefdoel voor België is ervoor te zorgen dat 13 % van het bruto eindverbruik van energie afkomstig is van hernieuwbare energiebronnen. De eerste prioriteit blijft nochtans het verminderen van het totale energieverbruik (iets wat ons trouwens eveneens zou toelaten om deze doelstelling van 13 % te halen, op voorwaarde dat het gebruik van hernieuwbare energie geen gelijkaardige vermindering ondergaat).

Brussel en hernieuwbare energie

Het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is klein en dichtbevolkt. De mogelijkheden voor de productie van hernieuwbare energie op dit grondgebied zijn dus erg beperkt en moeten zich richten op:

  • in hoofdzaak zonne-energie op de daken van gebouwen;
  • geothermie (met uitzondering van het gebruik van warmwaterbronnen, aangezien het Gewest niet over ondiepe thermale bronnen beschikt) en het gebruik van de warmtepomp (recente tendens);
  • de wind, met dien verstande dat er niet echt een gebied voorhanden is dat zich leent voor de inplanting van windmolens met een groot vermogen (erg klein potentieel).

Anderzijds importeert het Brussels Gewest wel hernieuwbare energiebronnen:

  • verbrande biomassa (met energierecuperatie/productie van elektriciteit), afkomstig van het afval van gezinnen en ondernemingen. Dit afval is een restproduct van voornamelijk ingevoerde consumptiegoederen;
  • droge biomassa (hout, pellets, …), gebruikt voor verwarmingsdoeleinden. In een stedelijke omgeving stelt dit nochtans een luchtkwaliteitsprobleem;
  • vloeibare biomassa (biobrandstoffen gebruikt in het vervoer en de warmtekrachtkoppeling);
  • elektriciteit van hernieuwbare oorsprong.

Aandeel van groene stroom in de hoeveelheid stroom die binnen het BHG wordt verkocht

De nu beschikbare gegevens hebben betrekking op het aandeel van groene stroom t.o.v. de totale hoeveelheid, in het Gewest verkochte, stroom. Groene stroom mag niet verward worden met stroom van hernieuwbare oorsprong in de strikte zin van het woord, omdat groene stroom ook elektriciteit omvat die geproduceerd wordt op basis van biomassa, van gas of in installaties met kwaliteitswarmtekrachtkoppeling. Het aandeel groene stroom wordt geraamd aan de hand van de labels van herkomstgarantie die door de verschillende stroomleveranciers worden ingediend bij BRUGEL (regulator van de energiemarkten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
Deze labels werden in 2007 in het BHG ingevoerd. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat “groene” stroom op dat ogenblik goed was voor 1/10 van de verkochte hoeveelheid stroom.

Evolutie van het gebruik van “groene” elektriciteit uitgedrukt in percentage t.o.v. de in het Brussels Gewest verkochte elektriciteit
Bron: BRUGEL, op basis van de ingediende labels van herkomstgarantie

Sindsdien is dit aandeel geleidelijk aan gestegen tot 38 % in 2009, wat neerkomt op bijna een verdrievoudiging over een tijdsspanne van 2 jaar.
Wij komen nog even terug op de Belgische doelstelling van 13 % hernieuwbare energie in 2020 om erop te wijzen dat deze bovenstaande resultaten enkel slaat op elektriciteit en niet op de andere energiebronnen voor verwarming (gas en stookolie) en vervoer (benzine, diesel). Welnu, de elektriciteit vertegenwoordigt slechts 25 % van alle energie die op het grondgebied van het Brussels Gewest wordt verbruikt (gewestelijk energiebalans van 2009). Bovendien is in dit percentage resultaten niet de elektriciteit opgenomen die binnen het Gewest wordt geproduceerd en verbruikt door de producenten zelf (via de fotovoltaïsche zonnepanelen of de installaties met warmtekrachtkoppeling) aangezien deze elektriciteit niet wordt verkocht.

Datum van de update: 29/05/2020